Beeld Loek Buter

ColumnRenske Jonkman

Amsterdam was een andere stad dan die ik een paar maanden geleden achter me liet

In de afgelopen quarantainemaanden was ik vooral buiten op het erf, ik durf zelfs te beweren dat ik nog nooit zoveel buiten ben geweest, maar nu reed ik onder de grond in de metro, met een mondkapje voor. Het was vooral benauwd.

De mensen om me heen droegen hun mondkapjes met een soort laisser-faire, ze wisten niet beter, en bovendien was de gezichtsbekleding ingezet als een nieuw soort hyper-individualistische uitdrukking van hun persoonlijkheid en zag ik onder meer gestippelde varianten voorbijkomen, zwarte, witte, en een tijgerprintje bij een vrouw op leeftijd met hoogblond geverfd haar.

Norbert Elias, de godfather van de moderne sociologie, beweert dat met de opkomst van onze beschaving ook onze afhankelijkheidsrelaties groeien: de moderne, geglobaliseerde wereld raakt steeds meer vervlochten. Dat vraagt om regels. Om zelfcontrole. Doen we dat niet dan is dat ‘voldoende om onszelf en anderen in levensgevaar te brengen’.

Wijd vertakt

Het mondkapje als klein offer. En dáár, in het donker, op gepaste afstand van mijn medemens, dacht ik vreemd genoeg aan het wortelstelsel van bomen, dat ándere soort metronetwerk. Tuinman Jan Vleghert zei afgelopen week in deze krant dat het netwerk van wortels net zo omvangrijk is als de kruindoorsnee van struiken en bomen. “Ze groeien ook door onder de tegels of het gazon.”

Dat is bij mensen natuurlijk net zo goed het geval. We bouwen niet alleen in de hoogte, ook ondergronds zijn we wijd vertakt, zelfs tot de andere kant van de oceaan. En in ons geval leidt dat vooral tot meer regels.

Eenmaal bovengronds was Amsterdam een andere stad dan die ik een paar maanden geleden achter me liet en ergens deed deze rust me denken aan de vroege ochtenden na een nacht uitgaan: vrijwel uitgestorven grachten en een paar gezinnen met kinderen op straat.

In de winkels en cafés waar ik al veel te lang niet was geweest, voelde ik me een soort wilde, en overal stonden desinfectiepompjes en waren looppijlen getekend op de grond, kortom, het was één groot mijnenveld van zelfcontrole.

Toen ik thuiskwam liep ik over de akkers, met de wind in mijn gezicht, en de continue alarmerende roep van de scholekster boven mijn hoofd: ik was een mens, ik kwam te dichtbij, hield ik me wel aan zíjn regels?

Renske Jonkman schrijft over haar leven op het platteland, tussen boeren en natuurbeschermers.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden