NaschriftAmar Rahou

Amar Rahou (1966-2020) was een vader voor de kansarme jeugd van Zaltbommel

Als twintiger.

Als veertienjarige wees kwam Amar Rahou vanuit een Marokkaans Berberdorp terecht in het oer-Hollandse Zaltbommel. Volwassen geworden kreeg hij een lintje voor zijn inzet als buurtouder in probleemwijken van het stadje waar hij zo van was gaan houden.

Amar had een bescheiden postuur, maar wanneer hij ergens binnenkwam was hij meteen aanwezig. Niet dat hij de boventoon voerde, het zat hem meer in zijn uitstraling. Hij had een gedreven energie en was opmerkzaam, of dat nou was binnen zijn gezin met vier kinderen, op zijn werk als teamleider bij een betonbedrijf of als buurtouder in aandachtswijken in Zaltbommel. Zijn ogen zagen alles, zijn voelsprieten waren afgesteld op de vraag of alles goed liep, en zo niet, dan was hij er om het probleem op te lossen. Amar had een verantwoordelijkheidsgevoel dat nooit uitstond.

Al drong hij zichzelf niet actief op de voorgrond, hij hield wel erg van praten. Over het wereldnieuws bijvoorbeeld, nooit sloeg Amar een journaal over. Of over de dingen die hij in het leven had geleerd, hoe hij ergens tegen aankeek. In accentloos ­Nederlands kon hij vertellen over zijn aanpak bij probleemjongeren. Wanneer je respect geeft, krijg je respect terug, was zijn devies.

Sinds 2006 toen hij de organisatie van buurtouders oprichtte, liep hij elke zaterdag met een paar collega’s door onrustige wijken in Zaltbommel. Niet als een surveillerende ordehandhaver, maar als iemand met oog en oor voor de jeugd over wie door de buurt geklaagd werd. ‘Hoe gaat het eigenlijk met jullie?’ kon hij vragen aan een groep die rondhing op een winkelplein. Vaak waren er dan een paar die vertelden over problemen thuis, op school of op straat. Zeker bij Marokkaanse jongeren genoot Amar respect, niet alleen vanwege zijn geïnteresseerde houding, maar ook omdat hij al hun ouders en soms ook grootouders kende. In de tijd van de oprichting waren de problemen met jongeren op straat ernstiger. Er was veel werkloosheid en een deel zat in het criminele circuit. Amar en de andere buurtouders ijverden in die tijd om bij de gemeente en organisaties als woningbouwcorporaties ­alternatieven voor het hangen op straat van de grond te krijgen.

Amar Rahou met zijn oudste zoon.Beeld Everdien Breken

De echte raddraaiers moesten stevig aangepakt worden, vond hij, met veel andere bewoners en bestuurders van het stadje. Amar was geen softie. ‘Als de kogel is geschoten, kun je hem niet meer terughalen’, zei hij, waarmee hij bedoelde dat je niet moet blijven hangen in wat er is gebeurd, maar je moet richten op het oplossen van problemen. Soms ging hij op bezoek bij de ouders van de ergste lastposten, dat kon flink schelen. In de jaren die volgden kwamen er in Zaltbommel meer speelterreinen, panna-veldjes en een hangplek in een multifunctioneel verzamelgebouw. Dat hielp, daarnaast groeide er door de jaren heen een nieuwe generatie op met jongeren die beter hun plek leken te vinden, al bleven de buurtouders nodig.

Als toegewijd moslim gaf Amar een deel van zijn inkomen aan goede doelen. Wanneer het ging om kinderen die wees of halfwees waren geworden, raakte hem dat persoonlijk. Zo vreemd was dat niet, want Amar verloor als kind zelf zijn vader en moeder.

Hij woonde toen nog in Marokko in het Berberdorp Hassi-Berkane in het Rifgebergte, waar de zomers heet en droog waren. Met zijn ouders en drie oudere broers woonde hij in een traditioneel Berberhuis met open binnenplaats, de familie sliep samen op de vloer in de woonkamer. Als jongste was Amar het lievelingetje van zijn moeder. Waar zij ging, ging hij ook. Toen hij een keer problemen had met de meester, haalde ze hem van school af in plaats van de meester gelijk te geven. Zijn vader was een man met een groot verantwoordelijkheidsgevoel en aanzien in het dorp. Al leefden ze als schapenboeren niet in rijkdom, wanneer er bezoek kwam, stond de tafel vol met lekkernijen. Soms werd er voor het bezoek zelfs een lammetje geslacht. Amar was acht jaar toen zijn moeder overleed en tien toen zijn vader doodging. Beiden stierven aan longproblemen waarvoor te weinig medische zorg was. Amar kon blijven wonen in het ­ouderlijk huis bij zijn oudste broer die al vrouw en kinderen had.

Het waren de jaren zeventig waarin veel Marokkanen als gastarbeider naar Nederland kwamen voor werk in fabrieken of de haven. Amars oudste broer kon werken bij Van Voorden, een fabriek in Zaltbommel die scheepsschroeven produceerde. Veel andere jonge Marokkanen werkten bij de steenfabrieken in de omgeving. Na een aantal jaren vroeg zijn broer gezinshereniging aan, waarbij hij meldde dat hij ook nog een broertje had die anders alleen in Marokko zou achterblijven. Zo kwam Amar, toen veertien jaar, terecht in Zaltbommel.

De overgang was ingrijpend. Amar werd geplaatst op de lts en moest de stof zien te begrijpen zonder dat hij de taal sprak. Omdat er meer Marokkaanse jongens in zijn klas zaten, was de landing wat zachter. De taal kreeg hij met hard werken onder de knie en met zijn eindexamen in metaal­bewerking kon hij snel aan de slag in een bouwfabriek.

Traditiegetrouw zocht zijn broer een geschikte vrouw voor hem uit, afkomstig uit de streek waar ze vandaan kwamen. Amar en zijn toekomstige vrouw hadden daar wel zelf een stem in, zonder wederzijdse goedkeuring ging een huwelijk niet door. Ze trouwden in 1988, een jaar later werd hun oudste zoon geboren, daarna volgden nog twee jongens en achttien jaar geleden kregen ze hun jongste dochter. Amars vrouw nam de dagelijkse opvoeding voor haar rekening, terwijl Amar lange dagen maakte buitenshuis. Hij besteedde veel aandacht aan het bijbrengen van waarden en normen bij zijn vier kinderen en hield in de gaten of ­alles goed ging. Wanneer hij met anderen over ze sprak, straalde hij van trots. Sinds twee jaar was hij grootvader van het dochtertje van zijn oudste zoon.

Ook op zijn werk bij het prefab beton­bedrijf Bestcon waar hij na zijn jaren bij het bouwbedrijf twintig jaar zou werken, toonde Amar zich een probleemoplosser. Zijn taak als halbaas was het aansturen van de mensen die bouwonderdelen maakten van beton, zware arbeid die veelal werd uitgevoerd door Polen die de taal niet spraken. De tengere Amar deed alles zelf voor en zette nieuwelingen naast een ervaren kracht.

Soms kwamen er opdrachtgevers of ­architecten op bezoek die door de directie werden rondgeleid. Dan was Amar er als de kippen bij. Eerst bleef hij wat op afstand staan, langzaam kwam hij dichterbij het ­gezelschap, streek met zijn hand over het beton als om te benadrukken hoe mooi dat was en vaak was dat de opening van een ­gesprek. Mochten de opdrachtgevers nog vraag­tekens hebben bij producten, dan wist Amar hen gerust te stellen door zijn kennis van beton en de toepassingen.

Na de koninklijke onderscheiding.

Zijn collega’s bij Bestcon gaven hoog van hem op. Die hardwerkende man daar, dat is niet zomaar een Marokkaan met een baardje, dat is een ridder, zeiden ze trots. Twee jaar geleden had hij immers een lintje gekregen voor zijn vrijwilligerswerk in Zaltbommel. Welverdiend, vonden zij. Niet alleen om zijn harde werk bij hen en in de Zaltbommelse gemeenschap, maar ook om wie hij was. Op het werk waar hij vroeg begon en laat vertrok, drukte hij zijn collega’s eerst de hand, keek hen in de ogen en wilde weten hoe het ging.

Vreedzaam contact tussen verschillende culturen en religies, daar verlangde Amar naar. Wanneer hij nare opmerkingen naar zijn hoofd kreeg, bijvoorbeeld over zijn afkomst of moslimgeloof, probeerde hij bij de inhoud te blijven, al deed het pijn. Hij probeerde uit te leggen waar het in zijn ogen in zijn religie om draaide; verdraagzaamheid en het goede doen. Toen PVV-politicus Geert Wilders in 2016 voorstelde de moskeeën te sluiten, stuurde de PKN-kerk die naast de moskee in Zaltbommel staat een brief waarin zij zich hiervan distantieerde. Het was het begin van een warme relatie tussen de twee geloofshuizen, met Amar als voortrekker. Zo kende de hele stad hem, want ook als voorzitter van de Marokkaanse vereniging Al Amal, die ijvert voor een goede integratie, kwam hij overal en bij iedereen.

Niet lang na het uitgereikte lintje voor zijn werk als verbinder in Zaltbommel kreeg Amar ernstige klachten aan zijn luchtwegen. Vasculitis was de diagnose, een ­auto-immuun ziekte waarbij bloedvaten ontstoken raken door de afweercellen van het ­lichaam zelf. Met zijn ziekte zou te leven zijn met medicijnen, ware het niet dat zij het afweersysteem onderdrukken. Toen Amar corona kreeg, kon zijn lichaam dat niet bevechten, al was zijn geest sterk. ‘Zet ons werk voort’, zei hij vanaf de intensive care tegen zijn collega-buurtvader en goede vriend.

In het stadje sloeg het nieuws van zijn overlijden in als een bom. Overal schrijnde het verlies van de vriendelijke Marokkaanse Bommelaar. ‘Zaltbommel is kleiner zonder jou’, zo verwoordde een raadslid uit de ­gemeente.

Amar Rahou werd geboren op 10 januari 1966 in Hassi-Berkane in Marokko en overleed op 14 oktober 2020 in Den Bosch.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden