NaschriftJan Mulder

Als zijn lichaam meewerkte, was Jan (1960-2020) een echte gangmaker

Jan Mulder tijdens zijn laatste bluesoptreden.Beeld Jamie Stoffels

De Nijmeegse Jan Mulder leefde voor de muziek. Hij zong, schreef zelf rocknummers en was een echte gangmaker op het podium. Al werd zingen steeds lastiger toen zijn gezondheid achteruitging.

Zijn omgeving dacht weleens: hoe houdt Jan het vol? Vooral zijn niet aflatende positieve inslag verbaasde menigeen. En dat was nu precies waardoor Jan Mulder, die de laatste 25 jaar veelvuldig ziek was, overeind bleef. Altijd weer visualiseerde hij een nieuw doel aan zijn persoonlijke horizon. Veelal was dat een moment vol muziek en gekkigheid. Zoals carnaval vieren, als zijn toestand het toeliet was hij van de partij. Vorig jaar liet hij zich nog met bed en al het ziekenhuis uitrijden om de intocht van de Nijmeegse Wandelvierdaagse op de St. Annastraat mee te maken.

Jan hield van muziek maken en zingen. Die vonk sloeg over toen hij als zestienjarige aan de slag ging als roadie bij de band Burn van zijn zwager Peter Zuuring. Wat een feest: ieder weekend de hort op en niet weten waar je ’s avonds je hoofd te ruste legde. De bijbehorende aandacht van vrouwelijke fans was aan Jan wel besteed. Tijdens het opbouwen van het podium zong hij altijd mee met de hardrocknummers en zo ontdekten de bandleden dat hij uitstekend kon zingen. Niet lang daarna stond hij zelf achter de microfoon en ontpopte zich tot ­enthousiast entertainer.

De familie Mulder eerder dit jaar.

Die zorgeloze jongvolwassenjaren waren voor hem extra speciaal. Want Jan werd met één oor geboren en onderging in zijn jeugd wel twintig hersteloperaties. Die oorafwijking was het gevolg van rodehond, die zijn moeder Anneke tijdens de zwangerschap kreeg. Jan verwierf hierdoor een speciaal plekje in haar hart. Als hij weer eens werd geopereerd, zetten zijn ouders altijd verse fresia’s naast zijn bed op de uitslaapkamer. Dan wist hij als hij wakker werd: ik ben er nog. En iedere week stond zijn vijf jaar oudere zus Ans voor het raam naar hem te zwaaien: kinderen mochten toen nog niet op ziekenbezoek komen.

In huize Mulder was het glas altijd halfvol. Als door de veelvuldige ziektes van Jan hun vakantie weer eens in het water viel, zette vader Klaas de tent op zolder op en vierden ze daar vakantie. Zijn creatieve en sociale moeder Anneke verwende Jan tot op het bot. Ze kookte heerlijk en dat kwam goed uit voor de smulpaap. Hun gezin bewoonde de bovenverdieping en opa, oma en een ongetrouwde oom woonden beneden. Dus als het boven een keertje niet gezellig was, toog Jan naar zijn grootouders.

Hij had vooral een klik met opa: samen trokken ze er graag op uit naar het Kronenburgerpark om de hoek. Als mensen hem tijdens zo’n wandeling aanstaarden – wat vaak genoeg gebeurde – trok hij zich daar weinig van aan. Jan kwam altijd voor zichzelf op. Hij leerde van zijn ouders: een oor is maar een oor. “Je bent gewoon Jan”, zeiden ze altijd. Minderwaardig voelde hij zich nooit. Wat hem betreft had die reconstructie helemaal niet gehoeven. “Want vind jij het er nu uitzien als een echt oor? Ik niet hoor. Het blijft een gek dingetje”, zei hij later tegen zijn vrouw.

Meisjes van plezier

Jan ging als kind graag de hort op. Rondstruinen op de veemarkt, klooien langs de Waal of een boodschap doen voor de meisjes van plezier die vlakbij woonden en werkten. Ze waren dol op dat rossige vrolijke ventje. Dat rond de dames vaak ongure mannen rondhingen, vond Jan maar niks.

Om school gaf hij weinig, zijn vrienden maakten de mavo tot een plek waar hij met plezier naartoe ging. Hij was de clown van de klas, de grappenmaker. Na zijn eindexamen vertrok hij met zijn vrienden naar Spanje. Daarna ging het hele spul naar Londen. Ze zagen wel hoelang ze weg zouden blijven. Zorgeloze tijden. Jan droomde van een toekomst als gymleraar of politieagent, maar vanwege zijn slechte gehoor kwam hij niet door de selectie. Hij parkeerde zijn droom en vond werk bij de scheepsbouw in Millingen aan de Rijn.


Zijn plezier haalde hij uit de tijd na het werk door fanatiek te voetballen – inclusief de geliefde derde helft – veelvuldig concertbezoek en natuurlijk zelf muziek maken. In de regio stond hij geregeld in het weekend op het podium. Zoals die avond in 1981 in de Natte Tent in Millingen waar hij, gekleed in stoere zwarte overall vol ritsen, werd opgemerkt door de zeventienjarige Monique Cronenberg. Ze viel als een blok voor hem. Vier jaar later woonden ze samen en na twaalf jaar verkering trouwden ze in 1993.

Jan Mulder in de Zwitserse bergen.

In hun verkeringsjaren ging Jan door met muziek maken, ook toen de band Burn ermee stopte. Hij nam rockcovers op, zong in een a-capellaband en trad op schlagerfestivals op. Hij runde nog een tijdje een winkel in muziekapparatuur. De geboortes van dochter Marlouk en zoon Mike brachten grote vreugde in zijn leven. In die tijd vond Jan nieuw werk bij de Arnhemse koepel­gevangenis waar hij leidinggaf aan de metaalafdeling. Het stel vond het knus om ’s ochtends samen naar Arnhem te rijden waar Monique bij de Nuon werkte. Helaas kwam er van die gezamenlijke ritjes weinig terecht doordat Jans gezondheid opnieuw te wensen overliet. Zijn moeilijk behandelbare astma zorgde ervoor dat hij thuis kwam te zitten.

Monique ging meer uren werken en hij nam de zorg voor de twee kleuters op zich. Voor de kinderen was dat heerlijk, zij hoefden nooit over te blijven en vriendjes mochten altijd komen spelen. Ze hadden toen nog niet door hoe zwaar het voor Jan was om ­zowel het huishouden als zijn eigen fysieke toestand te verzorgen. Als hij het niet benauwd had, gingen ze graag naar het bos of de dierentuin. Hij werd beheerder van de ­lokale speeltuin en gemeenteraadslid voor de PvdA. Later voegde hij zich bij de SP; dat paste hem beter. Tevens was hij vrijwilliger bij Sjam, de lokale kindervakantieweken. Zo groeiden de kinderen innig met hem op.

Tot tweemaal toe – na veel getouwtrek over financiering met de verzekeringsmaatschappij – onderging hij een revalidatie­behandeling in het Zwitserse Davos. De schone lucht en de hoogte deden wonderen. Wat vond hij het geweldig om weer een uur te wandelen of te fietsen. Toen zijn gezin hem bezocht in Davos wisten ze niet wat ze zagen. Wie was die vitale man? Maar eenmaal terug in Nederland ging het weer langzaam slechter.

Koppig blijven zingen

Al die jaren bleef Jan zingen, zelfs als het uit zijn tenen moest komen. Zijn grootste wens was om blues te zingen. Dat lukte, maar dan ook net. Wat dat betreft was hij ook koppig, als hij iets wilde streed hij ervoor. Toen bleek dat zoon Mike dezelfde muzikale aanleg bezat als zijn vader, gingen ze samen muziek maken. Tot Jan inzag dat zijn hobby te veel vergde van zijn vrouw voor wie hij grote bewondering had, omdat ze naast haar werk het huishouden runde en hem verzorgde.

De laatste vier jaar lag hij lange perioden in het ziekenhuis – ook tijdens de feest­dagen. Dan bracht Monique wat lekkere hapjes naar zijn bed. Al waren die nooit zo lekker als wanneer Jan zijn kookkunsten kon laten zien, want door de jaren heen was hij goddelijk gaan koken. Zo bereidde hij bij het ‘21 dinner’ van Marlouk nog een complete Indische rijsttafel – zijn specialiteit. Achteraf vroeg ze zich wel af hoe haar vader dat in hemelsnaam voor elkaar had gebokst.

Zo was Jan. Je hoorde hem nooit klagen. Al kon hij weleens driftig uit de hoek komen. Zijn korte lontje, noemde hij dat. Zeker als er medisch gezien van alles misging. Zijn lichaam ging steeds verder achteruit, de voortdurende misselijkheid, pijn en jeuk waren gekmakend. Vooral Monique zag zijn frustraties, maar vaker maakte hij met een grap de stemming weer zonnig. En hij bleef tegen beter weten in hopen op een effectieve behandeling of baanbrekend medicijn. Even overwogen ze voor Jan naar Spanje te verhuizen. Monique zocht zelfs naar een huis aan zee: alles voor een betere lucht. Het werd uiteindelijk een appartement in Nijmegen, waar ze hoopten op nog enige ­jaren samen.

Eind september vertelden de specialisten, na een ziekenhuisopname van zeven weken, dat ze medisch gezien niets meer voor hem konden betekenen. Jan zette alles op alles om thuis te komen. Het werd zijn laatste week tussen zijn geliefden. Hij had alles uit zijn leven gehaald wat voor hem mogelijk was. En bij zijn crematie stonden er bloemstukken vol witte fresia’s.

Jan Mulder werd geboren op 14 juni 1960 in Nijmegen en overleed op 2 oktober 2020 aldaar.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden