EssaySchoonheid

Als puber loste Niña Weijers op in de schoonheid van Madonna

Als dertienjarige vond schrijver Niña Weijers popster Madonna zo mooi dat ze haar beeltenis eindeloos natekende. Alsof die schoonheid zo, door goed te kijken, ook de hare werd. Hoe kijkt zij nu, twintig jaar later, naar Madonna?

 1. TOEN

Tussen mijn dertiende en mijn vijftiende keek ik naar Madonna. Het was niet zomaar kijken, eerder een langgerekte poging haar met mijn ogen te doorboren. Ik vond haar zo mooi dat ik het bijna niet kon uitstaan. Eindeloos tekende ik haar gezicht na van de plaatjes die ik, woonachtig op een klein en in veel opzichten benauwend eiland in de Caraïbische Zee, kreeg toegestuurd van mijn pen­vriendin uit Geldrop (ik had een oproepje geschreven voor de Hitkrant, dat tot mijn verrukking werd geplaatst en me vervolgens iedere maand een dikke envelop met een lange brief en een berg knipsels opleverde). Ik kan nog altijd navoelen hoe de vorm van haar ogen tevoorschijn kwam onder mijn potlood, hoe het kijken veranderde in scheppen, hoe ik me haar gelaatstrekken kon toe-eigenen.

Het waren, niet toevallig, de jaren waarin schoonheid voor het eerst verweven raakte met macht. De jaren waarin ik zelf, aarzelend en noodgedwongen, een speler werd in het spel van kijken en bekeken worden, aantrekken en afwijzen, kapitaliseren en verbergen. Met spiegels kreeg ik de dubbelzinnige verhouding die ik nooit meer helemaal verloor: ik vermeed ze, en als ik dat niet deed bekeek en keurde ik ieder detail waaruit mijn gezicht en lichaam waren opgebouwd als een schouwarts op zoek naar een doodsoorzaak (ogen: hangend, mond: te beweeglijk, huid: vlekkerig, borsten: te klein, heupen: te breed).

Voorgoed raakte ‘mezelf’ doordrongen van de ander, die soms de concrete vorm aannam van de jongens op het schoolplein en de meisjes in mijn klas wier schoonheid vanzelfsprekend en moeiteloos leek – meisjes met fragiele botten, platte buiken, glanzend haar en een profiel als op een muntstuk – en soms de meer abstracte vorm van een overkoepelende cultuur waarvan ik destijds alleen een vaag vermoeden had. Kijken naar Madonna was een poging om met mijn eigen spiegelbeeld in het reine te komen. Welke gedaante ze ook aannam, in mijn ogen was ze altijd shockerend mooi. Zo was schoonheid bedoeld, en wie er goed, lang en ernstig naar keek werd er vroeg of laat misschien door aangeraakt.

Favoriete fantasie

Omdat mijn bewondering ondubbelzinnig, onkritisch en eenzijdig was, raakte ze niet verstrikt met de afgunst en fnuikende gevoelens van minderwaardigheid die ik had rond leeftijdsgenoten die het spel van macht en schoonheid zoveel beter speelden dan ik. Met Madonna hoefde ik me niet te meten, mijn poging was veelomvattender en spiritueler van aard: ik wilde in haar oplossen. In mijn favoriete fantasie liep ze een hotel uit, overal camera’s en fans achter dranghekken. Mijn ogen ontmoetten de hare, ze zou halt houden, me uit de menigte plukken, me tot haar uitverkorene maken (protegee, beste vriendin, aangenomen dochter, geliefde). Ik heb je gezien, zou ze tegen me zeggen, ik heb als enige gezien hoe mooi je bent.

In Ways of seeing beschrijft John Berger de gedachtegang van iemand die in de National Gallery in Londen oog in oog staat met Da Vinci’s ‘Madonna in de Grot’. ‘Als ik maar strak genoeg naar dit schilderij kijk’, denkt de hypothetische toeschouwer, ‘moet ik op de een of andere manier zijn authenticiteit kunnen voelen.’ Berger wil hier iets zeggen over kijken naar kunst en de kracht van het origineel, dat we vereren met de devotie van de gelovige die oog in oog staat met een heilig relikwie.

Hoewel mijn Ma­donna geen kunstwerk was, en de plaatjes in mijn plakboek op zijn best konden doorgaan voor reproducties van reproducties, had mijn blik wel degelijk iets te maken met die van een toegewijde pelgrim die zich vastklampt aan ieder flintertje godsbewijs in de stoffelijke wereld. Niet voor niets hebben we het begrip idolatrie – voorheen alleen religieuze verafgoding – overgeheveld naar de wereld van dweepzieke tienermeisjes en supersterren. En net als in haar oorspronkelijke context heeft de praktijk iets verbodens en riskants: voor je het weet heeft een schijnwereld de plaats ingenomen van de echte. 

Al zijn de meeste meisjes er binnen een paar jaar overheen gegroeid. Ze hebben hun idool niet meer nodig om zich een identiteit aan te meten, ze spiegelen zich aan realistischer dingen, worden verliefd op iemand van vlees en bloed, leren lessen in het echte leven, en kijken uiteindelijk met enige vertedering terug op hun jonge zelf dat zich zonder enige terughoudendheid, en zonder werkelijke schaamte, overgaf aan de schoonheid van een luchtspiegeling.

Dat iemand die idolaat is zich verliest in een droombeeld dat met de werkelijkheid weinig te maken heeft, is overigens maar ten dele waar. Door naar Madonna te kijken, kon ik bedenken wie ik wilde zijn, los van alles wat expliciet en impliciet van me werd verwacht. Ze hoort bij de vrouwen die zeggenschap hebben verworven, begrijpen wat het patriarchaat inhoudt en daar een positie tegen kunnen innemen.

Niet dat ik, toen ik dertien, veertien, vijftien was, ooit had gehoord van een woord als patriarchaat, laat staan dat ik de betekenis ervan kon doorgronden. Hooguit voelde ik iets aan in de manier waarop de meisjes uit mijn klas hun benen begonnen te scheren, de jongens in de pauze hun vingers over hun blote schenen haalden ter controle, het niet in de meisjes opkwam hen dat te verbieden. 

Het kwam ons als vanzelfsprekend voor dat het onze lichamen waren die een keuring moesten ondergaan, dat wij, in Bergers woorden, een ‘object of vision’ waren en dat we daarin ineens een heel nieuwe schaal ontdekten waarin we onze eigenwaarde moesten afwegen.

Ik had een object nodig om zelf een subject te worden

Kijken naar een idool, hoe bakvisserig en desperaat dat ook mag lijken, is een manier van toe-eigening. Niet van de popster in kwestie, maar van een eigen blik. Lang voordat ik de levenservaring, de kaders, de juiste woorden kende om op eigen voorwaarden deel te nemen aan het spel van macht en schoonheid, had ik iemand om naar te kijken en al mijn verlangens op te projecteren. Dat diegene niet werkelijk bestond, of in elk ­geval niet als de afgod die ik van haar had gemaakt, was geen tekortkoming, integendeel. Ik had een object nodig om zelf een subject te worden. Hoewel ik droomde dat het object terugkeek en me zag (me zag zoals niemand me ooit had gezien!), was het uiteindelijk mijn eigen blik die ik zocht via haar ogen, zoals al decennialang miljoenen tienermeisjes vóór mij dat hadden gedaan.

Want het smalle pad naar zoiets als een vrouwelijke identiteit leek geplaveid met strakke richtlijnen omtrent kleding, lichaamsbeharing, make-up, lichaamstaal, jargon en een algehele houding van inschikkelijkheid. Die ideeën waren rudimentair aanwezig in een collectief en tamelijk dwingend puberbrein.

Madonna was mijn ontsnapping daaraan, en de belofte van een breder pad. Ze deed waar ze zin in had en ze deed het brutaal. Zij was de superster die Jezus tot leven had gekust in een kerk, seks met hem had op het altaar, haar handpalmen hief en zelf stigmata bleek te hebben. Natuurlijk was ze het ultieme idool.

Mijn blik mocht naïef zijn, hij was ook het begin van het einde van mijn passiviteit.

2. NU

We zijn twintig jaar ouder dan toen, Madonna en ik. Ik ben de dertig gepasseerd, zij de zestig. Ze is de popster die het overleefde, taai doorzette, het niet rustiger aan ging doen, niet doodging. Dit is haar wapenfeit geworden, en haar achilleshiel.

Een uitgebreid profiel dat vorig jaar verscheen in The New York Times Magazine had de titel ‘Madonna at Sixty’. Onvermijdelijk ging het over ouder worden. Toen het profiel eenmaal gepubliceerd was, wijdde Madonna er een woedende Instagram-post aan. Ze hekelde het ‘onophoudelijke commentaar’ op haar leeftijd, dat nooit zou hebben plaatsgevonden als ze een man was geweest. ‘Verder bewijs’, besloot ze, ‘dat de eerbiedwaardige NYT een van de grondleggers van het patriarchaat is.’

De kritiek is niet onterecht: geen journalist zou uitgebreid in gesprek willen gaan met Bob Dylan of Bruce Springsteen over ouder worden, hoe het voelt en wat het betekent. Met vragen over haar leeftijd heeft Madonna bovendien al decennia te kampen; toen ze, na ‘Like A Prayer’, de dertig was gepasseerd, werd ze al beschouwd als een ouder wordende popster. ‘Wat behoor je te doen als je veertig wordt’, vroeg ze een interviewer eens, retorisch, ‘gewoon dood neervallen?’.

Hoewel ze dat laatste bepaald niet heeft gedaan, kan ik het niet helpen me af te vragen waar ze eigenlijk is gebleven. Als ik naar haar kijk, zie ik vooral iemand die weigert: om ouder te worden, om te veranderen. Aan haar gezicht is inmiddels zoveel gesleuteld dat het vooral is gaan lijken op al die andere gezichten waar hetzelfde mee is gebeurd: een vreemde strakheid die met jeugdigheid weinig van doen heeft, opgezwollen lippen die niet meer kunnen lachen, wenkbrauwen hoog opgetrokken. Voor haar Instagram-feed heeft ze een speciaal team van filmers en belichters, dat haar in extreme hoeken en vaak met hel, uitvlakkend licht in beeld brengt. Geen rimpels, geen reliëf. En nauwelijks meer beweging. In strakke, korsetachtige jurken, behangen met kettingen die er vooral zwaar en oncomfortabel uitzien, doet ze me denken aan een standbeeld, bleek en versteend.

Stoeipoes met netkousen en een zweepje

De vraag dringt zich op of er ook iets anders mogelijk was geweest, een ‘natuurlijker’ manier van ouder worden, een vorm van seksualiteit die niet uitdooft maar ook niet halsstarrig blijft hangen in het ideaal van de stoeipoes met netkousen en een zweepje. Al dringt zich meteen daarna de vraag op waarom ik de neiging heb een bepaalde vorm van seksualiteit aan jeugdigheid te koppelen, en waarom het idee van ouder worden met ‘waardigheid’ blijkbaar zo hardnekkig heeft postgevat in mijn hoofd.

Uitgesproken vrouwelijke seksualiteit, waarbij de vrouw geen object maar subject is van verlangen, is in de popindustrie tegenwoordig eerder de norm dan de uitzondering. En daar heeft Madonna’s jarenlange, in veel opzichten subversieve, carrière in niet onaanzienlijke mate toe bijgedragen. Dat zij zelf nu buiten die norm lijkt te vallen is een harde ironie, en haar weigering zich bij die ironie neer te leggen leidt tot een vreemde paradox: het verzet tegen de ongeschreven regels voor ouder wordende popsterren (het rustiger aan doen, de rol spelen van de grande dame) doorbreekt een taboe, maar houdt het evenzeer in stand. Een gezicht dat keer op keer wordt gladgestreken en geïnjecteerd met vulling om de groeven tegen te gaan, een lichaam dat hard is als staal onder een zachter wordende huid, handen en hals die angstvallig buiten beeld worden gehouden: al dit verzet is óók een zwichten voor de norm van een eeuwige jeugd.

De potentiële tragiek van het verlangen naar eeuwige jeugd is bijna evenzeer een cul­tureel cliché als dat verlangen zelf. Iedereen kent The Picture of Dorian Gray, en iedereen weet hoe het met hem afliep. Niettemin is jeugdigheid na eeuwen mensheid nog altijd, en misschien meer dan ooit, de voorwaarde voor deelname. Aan het spel van macht en seksualiteit, en eigenlijk aan de maatschappij an sich. We weten op een bepaald niveau allemaal dat we niet onsterfelijk zijn, dat de sportschool je wel fit kan houden maar niet jong, en biodynamische diëten en kostbare gezichtscrèmes al evenmin. En toch vergeten we het telkens weer. Dat vergeten is functioneel: zodra we het tot ons laten doordringen, weten we dat er een moment komt dat we niet meer mogen meedoen.

Als ik nu naar haar kijk, weet ik niet goed wie ik zie

Als tiener dacht ik dat Madonna’s schoonheid een gegeven was, een vaste standaard. Zij had de macht over de schoonheid, niet andersom. Ze was destijds begin veertig, ouder dan de meeste moeders en drie jaar jonger dan de mijne. Misschien was ze toen al ‘oud’, maar haar gezicht was onmiskenbaar het hare. Als ik nu naar haar kijk, weet ik niet goed wie ik zie.

Het is op z’n minst dubbelzinnig dat ik haar strijd beschouw als verloren, juist omdat ze hem zo zichtbaar en publiekelijk levert. Ik kijk naar haar met de blik van een ontgoochelde tiener die zich realiseert dat volwassenen feilbaar zijn, dat iedereen vroeg of laat ten prooi valt aan machten die te groot, te dwingend en te alomvattend zijn om persoonlijk in bedwang te houden.

Nietzsche vond dat iemand die iets als mooi ervaart er gegarandeerd een onjuiste indruk van krijgt. Zo is het ook met nostalgie, en mijn blik op Madonna is ten diepste nostalgisch. Ik kan niet meer naar haar kijken zoals ik ooit naar haar keek. Ik klamp me vast aan elke echo die ik van dat gevoel kan oproepen. Dat ik het haar kwalijk neem dat ze niet meer is wie ze was, of te krampachtig probeert vast te houden aan wie ze denkt ooit te zijn geweest, zegt meer over mezelf dan over haar.

De meisjesblik op mijn idool, het verlangen naar een eigen stem, de vrijheid om de spelregels te bepalen, is verworden tot een vorm van retro-kitsch. Ik ben een vrouw van drieëndertig die terugverlangt naar de naïviteit van een dertienjarige, en vergeet dat die dertienjarige niets liever had gewild dan een beetje van de wijsheid die komt met de jaren.

Bio

Niña Weijers (1987), schrijver en columnist bij De Groene Amsterdammer, ­debuteerde in 2014 met De consequenties. De roman werd bekroond met de Anton Wachterprijs en de Lezers-juryprijs van de Gouden Boekenuil. In 2019 verscheen haar tweede roman: ­Kamers antikamers.

Lees ook:

De wereldtournee van ‘koningin’ Madonna is een ramp

Fans wachten soms vier uur in een benauwd theater, zonder telefoon. Madonna komt te laat, zegt concerten af en maakt geen excuses. De fans zijn wel klaar met de ‘Queen of Pop’. 

Fillers op je achttiende: ‘Ik doe het echt voor mezelf’

De populariteit van botox en fillers onder jonge vrouwen groeit snel. Cosmetische behandelingen zijn steeds betaalbaarder, maar moet iedereen het ook willen? En wanneer ben je mooi genoeg?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden