ColumnRob Schouten

Als knutselaar ben je ook een kunstenaar

Ik schrijf, als het zo uitkomt, gedichten. Een beetje te hooi en te gras maar inmiddels toch al zo’n vijftig jaar en omdat ze ook nog worden uitgegeven sta ik in sommige artikelen vermeld als ‘dichter’. Poëzie is een hoge kunst, die iets met creativiteit en inspiratie van doen lijkt te hebben, dus laat ik het me maar aanleunen. Per slot van rekening zijn er ook anderen die dichter genoemd worden, het is geen schande om kunstenaar te wezen. 

Wat er in die artikelen nooit staat is dat ik ook knutselaar ben en dat al langer dan dat ik gedichten schrijf. Het moet ergens in mijn vroegste jeugd begonnen zijn, met boekjes als ‘Maak veel uit weinig’ van Fanny Kelk en ‘Knutsel mee... met Piet Marée’. Onlangs heb ik nog een heel station ontworpen, in de verte herinnerend aan Amsterdam Centraal, met een enorme overkapping, maar daar hoor je niemand over, al ben ik er heel trots op.

In minder hoog aanzien

Knutselen staat nu eenmaal in veel minder hoog aanzien dan kunst, dat zal de oorzaak wel wezen. Toch is het voor mij ongeveer hetzelfde. 

Met een gedicht probeer je iets van een sensatie of een sentiment over te brengen, en daar gebruik je taal, woorden voor. En met die woorden zit je te scharrelen tot je het juiste woord en de juiste volgorde hebt gevonden. 

Als je de kladjes van dichters ziet zie je dat ze vaak enorm hebben zitten knutselen, woorden doorhalen, nog eens opschrijven enzovoort, tot het goed was. Wie een station bouwt of een pop maakt, zorgt dat ie allerlei materiaal in huis heeft waarmee hij het beoogde voorwerp gaat maken, maar het doel is toch ook dat er iemand bij wegdroomt, dat het een wereld erachter suggereert. Vrijwel hetzelfde dus. 

Geen abstractie

Toch staat knutselen tot kunst zo’n beetje als het primitieve volk tot de wetenschapper. Vroeger werd er gedacht dat primitieve volkeren geen abstractie kenden, omdat ze bijvoorbeeld wel honderd woorden voor wit hadden (eskimo’s) of voor bruin (in Indonesië) maar niet tot een abstract soort ‘wit’ of ‘bruin’ kwamen.

De cultureel antropoloog Lévi-Strauss heeft met die gedachte afgerekend door te laten zien dat ook primitieve volkeren juist door die vele benoemingen van details probeerden tot een soort orde te komen, zoals ook wetenschappers dat nog steeds doen. 

Op een soortgelijke manier hangen ook de knutselaar en de kunstenaar samen. Allebei verzamelen ze iets, touwtjes, lucifersdoosjes, gedachten, ervaringen, en proberen ze er iets nieuws van te maken. Allebei maken ze modellen van iets uit de wereld om hen heen. Ik zal niet eisen dat men voortaan bij lemma’s over mij schrijft dat ik ook knutselaar ben, maar ik wil wel graag dat mijn lezers het weten: ik knutsel graag. 

Een vriend van mij, ook dichter, vroeg mij onlangs of ik hem toch geen bricoleur, knutselaar vond, want hij was natuurlijk bezig met iets hogers, maar ik zal hem terugschrijven dat ik aan zijn verlangen niet tegemoet kan komen en dat hij voor mij evengoed kunstenaar als knutselaar is.

Als hij de vriendschap daarna opzegt weet ik genoeg. Dan is hij geen echte kunstenaar.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden