Schrijverscolumn

Als hoogzwangere wandel ik niet voor niets

Sommige mensen kunnen geweldig kuieren, maar zelf loop ik meer alsof het een veldtocht betreft. De paden op, de lanen in. Een stappenteller houdt de stand bij, want ik wandel uiteindelijk niet voor niets. Wat overigens niet betekent dat het me puur om de beweging gaat. Ik kijk wel degelijk om me heen. Alles kan inspireren.

Maar nu ben ik hoogzwanger en zit er een inwendige rem op alle fysieke ­inspanning. Tegen mijn aard kuier ik met regelmaat door mijn buurt. Als je langzaam loopt en je actieradius klein is, moet je op een andere manier op zoek naar interessante dingen om te zien en om over na te denken. Deels gaat dat vanzelf. Dingen waar je normaal gesproken aan voorbij loopt, trekken de aandacht, zoals een kraai die met zijn snavel tegen een volle pamper tikt. Iets zien heeft alles te maken met focus. Ik zie wat mijn belangstelling heeft. Waarschijnlijk identificeer ik het ding waar de kraai in pikt, omdat volle pampers straks een substantieel deel van mijn leven zullen uitmaken, zoals ik nu ook overal babydraagzakken zie, waar me die voorheen nooit waren ­opgevallen.

Jonge ouders, ze hebben mijn aandacht. Ik let erop of ze zwaarbepakt zijn. Dat is kennelijk wat ik van het ouderschap verwacht: gezeul en ­gesjouw. Ook zie ik fietsers met kind in een draagzak op hun buik. Ik kijk ze bijna bewonderend na, want op die ­manier fietsen is tegen alle regels en codes. Je moet tegen afkeurende blikken kunnen, tegen hoogoplopende ­morele verontwaardiging. Je moet ­autonoom en zen zijn, en dan ook nog uitkijken dat er daadwerkelijk niets ­gebeurt.

Verder kijk ik door de ramen naar de levens van anderen. Ik ben geboeid en jaloers bij roze of blauwe slingers. Bij hen is het karwei al achter de rug, en gelukt. Soms hangt me dat babygedoe juist de keel uit, en investeer ik mijn aandacht liever in bomen, eenden of zelfs auto’s. Het is best moeilijk daar gevoel bij te hebben of mezelf daarin te verliezen. Daar kan ik de eenden of de auto’s niet de schuld van geven, het is de wetenschap dat mijn buik de aandacht trekt. Omdat het een buik is die een andere buik omspant, een lichaam dat een ander lichaam maakt. We kijken nu eenmaal graag naar een wonder. En ik, me daarvan bewust, kan niet onder mezelf uit. Ik probeer mooi rechtop te lopen.

Vreemden feliciteren me. Ze roepen ‘Bijna, hè?’ Als ik dat tegen een vriendin vertel die tijdens haar zwangerschappen als tropenarts in Zimbabwe werkte, is ze jaloers. In Zimbabwe zei nooit iemand wat. Zwanger zijn is daar niet bepaald iets bijzonders. Wie nadenkt, over zichzelf of over iets anders, hoort niets. Niet het ­gekwetter van vogels, niet het gassen van de auto’s, niet het getik van een heilzame regen, niet het gedruis van de stad. Zo kuier ik doof en overzelf­bewust door Amsterdam. Ik zou het ­net zo goed niet kunnen doen.

Maar het kind, nog stil en ondergronds, krijgt er mogelijk wél iets van mee. Als Chopin of Bach door de buik­wand kunnen, dan geldt dat ook voor stadsgeluiden. Dat lijkt me alvast goed voor zijn thuisgevoel, wandel ik toch niet voor niets.

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een column over lezen, schrijven en het literaire leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden