Virry de Vries Robles vertelt haar oorlogsverhaal aan schoolkinderen.

NaschriftVirry de Vries Robles (1932-2022)

Als getuige van Westerbork had Virry eindelijk het idee ertoe te doen

Virry de Vries Robles vertelt haar oorlogsverhaal aan schoolkinderen.

Pas aan het eind van haar leven vond Virry de Vries Robles haar bestemming. Als overlevende van Kamp Westerbork kon ze op scholen haar ingewikkelde en wonderlijke verhaal over de oorlog kwijt. Voor het eerst werd er geboeid naar haar geluisterd.

Bert Van Der Kruk

Als Virry op scholen vertelde over haar oorlogservaringen, kon ze streng zijn. Ze duldde geen geloop van leerlingen of docenten in de klas. Leerlingen moesten muisstil zijn. Op de deur hing een briefje: Niet storen! Ze kon beeldend vertellen over haar traumatische kamptijd. Tegelijk verbond ze dat verhaal altijd met een boodschap voor nu: ga in gesprek met elkaar, denk zelf na, loop niet als een kuddedier achter anderen aan.

Virry groeide op in een complex Joods gezin in Amsterdam. Haar ouders trouwden toen vader Bernard nog niet was afgestudeerd als huisarts. Dat gaf kritiek in de familie. Haar moeder Suze was tot die tijd apothekersassistente. Hij kwam uit een sefardisch-joodse traditie, zij uit een asjkenazische familie – ook dat was niet gebruikelijk. Het jodendom was meer cultureel dan religieus. Een gang naar het Concertgebouw was belangrijker dan een bezoek aan de synagoge.

Het huwelijk was uit liefde ontstaan, maar hield op termijn geen stand. In juli 1932 werd Virry geboren. Lange tijd bleef zij enig kind en dat vond ze vreselijk. Ze had ook graag een huisdier willen hebben. Ze miste aandacht van haar ouders, die vooral bezig waren met hun eigen leven. Ze was astmatisch en werd vaak weggezet als lastig. Ze had – later erop terugblikkend – het idee dat ze geen kind mocht zijn.

Virry de Vries Robles. Beeld
Virry de Vries Robles.

Dat denkbeeld werd versterkt toen de oorlog uitbrak. De eerste maanden waren voor een kind van acht nog interessant en spannend, maar gaandeweg veranderde dat. Opeens moest ze een gele ster dragen en naar een andere school, drie kwartier verderop. “Ik begreep het niet, niemand legde het me uit”, zei ze later. Opeens kon ze ook niet meer op de step naar oma. Op de vraag waar oma dan gebleven was, kreeg ze geen antwoord.

Twee keer werd het gezin uit huis gehaald. De eerste keer waren ze na een nachtlang wachten op een verzamelplaats weer thuis. Een Duitse officier – de beruchte SS’er Ferdinand aus der Fünten – had Virry’s vader herkend van zijn werk in de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam, waar opgepakte Joden werden samengebracht voordat ze naar Westerbork moesten. De huisarts leidde er een ziekenboeg. De officier gaf het gezin toestemming terug naar huis te gaan. Bij thuiskomst bleek de huisartspraktijk leeggeroofd en waren veel waardevolle spullen verdwenen.

De tweede keer, november 1943, verliep anders. Het waren drie Nederlanders politiemannen voor wie Virry de deur opende. Ze blaften haar toe dat er koffers gepakt moesten worden. Ondertussen stopten de politiemannen zelf waardevolle dingen in een koffer. Bij het verlaten van het huis keken buurtbewoners zwijgend toe. Alsof ze naar een crimineel keken, dacht Virry. Twee weken lang zat ze opgesloten in de gevangenis aan de Weteringschans, samen met psychiatrische patiënten. Het was de enige keer in haar leven dat Virry echt doodsbang was; ze voelde zich niet beschermd door haar moeder.

In Westerbork wilde ze alleen maar terug naar huis. Aanvankelijk was er nog school, maar omdat er steeds minder kinderen waren, hield dat op. Vriendinnen had ze niet. Ze had het er altijd koud. Liggend in bed hoorde ze op maandagavonden de namen van mensen die de volgende dag op transport moesten. Inmiddels had Virry begrepen dat haar moeder zwanger was. In de zomer van 1944 werd haar broertje Eric in het kamp geboren. Virry’s vader was er niet; hij was wel opgepakt, maar moest van Aus der Fünten in Amsterdam achterblijven.

Uit de trein gehaald

Op 13 september 1944 waren Virry, haar moeder en broertje aan de beurt voor deportatie naar Bergen-Belsen. Ze waren al in de trein, maar werden er een half uur voor vertrek uitgehaald. Kampcommandant Albert Konrad Gemmeker vond het beter om hele gezinnen op transport te zetten. Omdat vader Bernard ontbrak, vertrok de trein zonder het drietal. Het bleek het laatste transport vanuit Westerbork; vier dagen later begon de nationale spoorwegstaking.

Virry noemde zich, dankzij deze wonderlijke gang van zaken, vaak “een gelukskind”. Maar ze voelde zich doodongelukkig, niet geliefd en onbegrepen. In hun huis woonden inmiddels andere mensen. Praten over haar kampervaringen kon ze met niemand. Soms dacht ze dat ze alles gedroomd had, soms dacht ze: gooi mij maar op de schroothoop. In 1946 kreeg ze een zusje, Carola. Een jaar later scheidden haar ouders.

Virry de Vries Robles (staand) met haar moeder en jongste zus Carola. Beeld
Virry de Vries Robles (staand) met haar moeder en jongste zus Carola.

Bij de scheiding koos Virry voor haar vader, maar lang woonde ze niet bij hem. Op haar zestiende kwam ze terecht in een pleeggezin in Bilthoven, waar ze op De Werkplaats van Kees Boeke haar middelbare school afmaakte. Het gymnasium dat ze direct na de oorlog in Amsterdam bezocht, bleek toch te hoog gegrepen. Ze wilde eigenlijk arts worden, maar dat ging dus niet. In Bilthoven lag de nadruk op creativiteit, iets waar ze later als verhalenverteller haar voordeel mee deed.

Ze was een sterke vrouw. In de oorlog had ze moeten knokken, na de oorlog ging ze daarmee door. Alsof ze tegen de wereld zei: jullie kunnen me wat, ik ga studeren en reizen en ik bouw een eigen carrière op. Dat heeft ze allemaal gedaan, en daar was ze heel trots op. Ze leerde een tijdje Frans en Italiaans, studeerde dwarsfluit en werkte in een ziekenhuis en bij een reisbureau. Ze was in van alles geïnteresseerd.

Uiteindelijk ging ze, al ver in de dertig, naar de sociale academie en specialiseerde zich als gezinstherapeut. Met haar levenservaring kon ze ‘lastige’ kinderen goed helpen. Ze deed haar werk met overgave. Met groot rechtvaardigheidsgevoel zette ze zich in voor anderen. Ondertussen ging het er in de kleinere kring van familie vaak gespannen aan toe. Met haar moeder onderhield Virry een vechtrelatie en ook in het contact met haar zus was er altijd gedoe. Om het minste of geringste kon ze opeens boos worden.

Haar vader kreeg met zijn nieuwe relatie in de jaren vijftig nog twee zonen, Bernard en Hein. Met deze halfbroers was het contact minder beladen. Virry las de jongens voor als ze op bezoek kwam. Ze was dol op kinderen. Voor haarzelf waren die niet weggelegd, net zomin als een vaste relatie. Daarvoor achtte ze zichzelf te zeer beschadigd. Ze had geen goed voorbeeld gekregen, vond ze. Wel had ze veel vriendinnen, met wie ze vaak op reis ging. Daar genoot ze enorm van, net als van een klassiek concert of een maaltijd met familie.

Op handen gedragen

In 1998 overleed haar moeder. Was het toeval dat ze daarna betrokken raakte bij herinneringscentrum Kamp Westerbork? In de jaren zeventig was ze met haar moeder voor het eerst teruggegaan naar Westerbork, maar die vond het er vreselijk. Voor Virry daarentegen werd het herinneringscentrum steeds belangrijker; ze werd er door het team op handen gedragen. Als getuige van Westerbork had ze het idee ertoe te doen. Ze vond haar stem en kon eindelijk haar verhaal doen, ze werkte mee aan documentaires, aan boeken en gaf les.

De coronacrisis maakte helaas een einde aan de schoolbezoeken. Inmiddels was ze lichamelijk steeds meer aan het tobben. Ze had, ook als gevolg van haar kamptijd, altijd al gezondheidsproblemen gehad. Na de astma kwamen er andere kwalen, darmproblemen, diabetes, ontstekingen. Ze leed veel pijn. Na elke tegenslag krabbelde ze op en zei: “Oké, ik ga er weer voor.” De gestage fysieke aftakeling kon ze slecht verdragen, zeker omdat haar geest nog zo krachtig was.

Virry de Vries Robles met ambulant begeleider en vriendin Karen Schlöszer. Beeld
Virry de Vries Robles met ambulant begeleider en vriendin Karen Schlöszer.

Ze was nooit een makkelijke vrouw geweest – voor zichzelf, voor anderen – en dat werd in de laatste jaren sterker. Steeds vaker kon ze bozig en onvoorspelbaar uit de hoek komen. Een van de weinigen die deze spanning goed konden hanteren, was haar ambulant begeleider Karen Schlöszer, die een goede vriendin werd. Samen gingen ze naar het Concertgebouw of het strand. Hoe woester de zee, hoe meer Virry genoot.

Ze had zich verheugd op haar nieuwe aanleunwoning in Harderwijk, maar vond daar niet de rust en kracht om goed voor zichzelf te zorgen. Ze moest naar een verzorgingshuis. Ook daar bleef ze nog lange tijd sterk, totdat duidelijk werd dat vechten echt geen zin meer had. Daarna weigerde ze prompt medicijnen en voedsel. Haar lijf was op, nu had ook de geest besloten dat het klaar was. Ze was uitgeknokt.

Virry de Vries Robles werd geboren op 2 juli 1932 in Amsterdam. Ze overleed op 3 maart 2022 in Harderwijk.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden