Pleegzorg

Als een pleegkind niet juichend in je armen valt

Beeld Suzan Hijink

Een gehavend kind dat jij weer op de rails kunt zetten – pleegouders beginnen vaak met hooggestemde idealen aan hun nobele taak. Zo ook journalist Anna Krijger, sinds zes maanden pleegouder van een jongetje van vier. De realiteit is vaak anders. En dan zijn er ook nog de biologische ouders.

Kinderboekenschrijfster Mirjam Oldenhave (58), onder andere bekend van de Mees Kees-serie, wist al heel jong dat ze pleegmoeder wilde worden. “Je kunt het vergelijken met jongens die altijd al bij de brandweer willen. Ik had er heel romantische ideeën bij: dat die kinderen eerst heel gehavend zouden zijn en dat ik ze dan terug op de rails zou zetten. Ik zou de weldoener zijn.”

Voor Remco Nowee (46) uit Purmerend was het pleegouderschap geen langgekoesterde wens. De ICT’er en zijn vrouw begonnen er pas over na te denken toen bleek dat Nowee zijn

erfelijke nierziekte had doorgegeven aan hun dochter. Een tweede kind zat er dus niet in. “Mijn vrouw zag een advertentie over pleegzorg op een bus. We dachten meteen: dat kunnen wij. We hadden plaats in ons hart voor een tweede kind en wilden ook graag iets goeds doen.”

Een ‘weldoener’ zijn, iets ‘goeds’ doen: pleegouders hebben naast een ‘gewone’ kinderwens vaak idealistische of, zullen sommigen zeggen, naïeve drijfveren. Ook ik wilde graag ‘iets betekenen’ voor een kindje dat hulp nodig had. Een wens die, na lang overwegen, een kennismakingsgesprek bij de pleegzorgorganisatie, een cursus en een huisbezoek, kortgeleden resulteerde in de komst van onze vierjarige pleegzoon.

Maar wat heb je aan die idealen als er eenmaal een verdrietig, boos en stuurs kind bij je geplaatst wordt? En in hoeverre kun je je écht voorbereiden op de realiteit van het pleegouderschap? De verplichte pleegzorgcursus leidt je in vogelvlucht van ‘hoe om te gaan met peuters die seksueel zijn misbruikt’ naar ‘pubers die je geld stelen’, maar kan je onmogelijk klaarstomen voor alle zorgen en frustraties. Nowee: “Wij dachten: we hebben al een kind opgevoed en dan doen we dat nog een keer, wat kan er eigenlijk misgaan?”

Een week nadenken

Vóór de daadwerkelijke komst van een pleegkindje zag het echtpaar Nowee hun ideaalbeeld al meteen ter zijde worden geschoven. “We meldden ons aan voor crisispleegzorg, die in principe niet langer dan drie maanden duurt. Onze voorkeur ging uit naar een kind tussen de twee en vier, dat vonden we goed passen bij de leeftijd van onze dochter die toen zes was. Maar al heel snel werden we gevraagd om een baby op te vangen die op dat moment nog geboren moest worden. Ik stond perplex. De biologische moeder was zwanger, maar mocht de baby niet houden, haar andere kinderen zaten ook al in pleeggezinnen. We mochten er een week over nadenken.”

Op de dag van zijn geboorte werd de baby al naar het gezin Nowee overgebracht. Bij die ‘crisiszorg’ bleef het niet: hun pleegzoon, inmiddels vijf jaar oud, is er nog steeds.

Voor Oldenhave en haar man deed de eerste uitdaging zich direct na de plaatsing voor. “We waren er al bij de pleegoudercursus voor gewaarschuwd: de kinderen komen niet juichend binnen. Onze eerste pleegdochter was zes toen ze kwam en wilde écht niet bij ons zijn. Ze stond uren bij de voordeur; ze wilde naar huis, naar haar vorige opvangadres. Dat zal ik nooit vergeten.”

Hoewel Oldenhave het in de eerste plaats ‘héél zielig’ vond voor het meisje, drong ook de vraag ‘waar zijn we aan begonnen’ zich bij haar op. Want hoe lukt het je om het niet persoonlijk te nemen als een kind helemaal niks van jou en je goede bedoelingen wil weten? “Ik moest de knop omzetten en een ‘professionele houding’ aannemen. Mijn eigen behoeften deden er even niet toe.”

Beeld Suzan Hijink

Geen kwaad woord over de ouders

Veruit de meeste kinderen liggen het liefst in hun eigen bed, in hun eigen kamer. Dat kan bij een eerder pleeggezin zijn, maar vaker is dat gewoon thuis, bij vader en moeder. Zélfs als ze daar verwaarloosd of mishandeld werden. Pleegkinderen zijn loyaal aan hun ouders en hoe liefdevol, gezellig en leuk de pleegouders het ook voor ze willen maken: het is nooit hetzelfde.

Ook wij hadden een moeilijke start met onze pleegzoon. Hoewel hij het door zijn leeftijd en zijn ontwikkelingsachterstand nog niet goed onder woorden kon brengen, liet hij wel degelijk merken dat hij niet bij ons wilde zijn. Wij hadden misschien verwacht dat hij zou huilen, schreeuwen, dingen kapot zou gooien, maar dat hij de halve nacht met zijn hoofdje tegen de muur zou slaan? Nee, daar waren we niet op voorbereid. Onze pleegzorgbegeleiding adviseerde ons te proberen om hem vast te houden en te wiegen. Of wel in het zicht te blijven, maar even niks te doen. Of het misschien helemaal te negeren. Kortom: we moesten het zelf uitvogelen.

Wat Oldenhave had onderschat was de uitwerking van het contact met de biologische familie. Het is een van die bijkomstigheden waar pleegouders zich in kunnen verslikken: in het ideale plaatje van het nieuwe gezin spelen de biologische ouders meestal geen rol. “Wat die kinderen ook voor afschuwelijks hebben meegemaakt thuis, je moet geen kwaad woord over hun ouders zeggen. Dan wenden de kinderen zich van je af. Dat was soms erg moeilijk.”

Toen een van haar pleegkinderen door de biologische moeder geslagen werd tijdens een weekendbezoek, liet Oldenhave niet het achterste van haar tong zien. “Dan zei ik: ‘Je moeder is wanhopig. Ze weet niet wat ze doet.’ Ik wilde natuurlijk zeggen: ‘Ik zorg dat je daar nóóit meer naartoe gaat!’ Maar dat deed ik niet. Vergelijk het met kinderen van gescheiden ouders die niet willen horen dat een van beide partijen slecht is. Ik denk dat ik daar goed aan heb gedaan.”

Tijdens de pleegoudercursus die wij vorig jaar volgden, werd hier flink op gehamerd: ga niet de strijd aan met de biologische ouders. Je moet nu eenmaal accepteren dat er in veel gevallen bezoekregelingen zijn en je moet rekening houden met het idee dat de kinderen op een dag definitief teruggaan naar hun biologische ouders. Dit roept gemengde gevoelens op: als pleegouder wil je het kind beschermen voor nóg meer teleurstellingen en verdriet.

Mee op oudergesprek

Ook Nowee ervaart het contact met de biologische familie van zijn pleegzoon als moeizamer dan verwacht. “Onze pleegzoon ziet zijn moeder een keer per maand en met feestdagen. We nodigen haar uit om mee naar oudergesprekken op school te komen, maar dat doet ze niet. Toen hij buisjes in zijn oren kreeg, vroeg ze niet hoe het was gegaan. Dat is moeilijk.” Tegelijkertijd maken de biologische ouders er een probleem van als er een afspraak moet worden verschoven. Nowee: “Terwijl wij ons hele leven voor hem aanpassen!” Maar de motivatie om het contact goed te houden is sterk: “We willen dat hij zijn biologische moeder kent en niet later het verwijt krijgen dat wij haar bij hem hebben weggehouden.”

Volgens woordvoerder Maaike Maas van Spirit, de pleegzorgorganisatie voor Amsterdam en omgeving, komt het vaak voor dat pleegouders het contact met de biologische ouders als moeilijk ervaren. “De biologische ouders nemen hun eigen problemen mee, en die worden soms onderschat. Ze laten de kinderen tijdens het weekendbezoek continu gamen en snoep eten. Dan kun je als pleegouder bij wijze van spreken weer opnieuw beginnen.”

Het zijn bekende geluiden voor het overkoepelende Pleegzorg Nederland. ‘Problemen in de samenwerking met biologische ouders’ is een van de voornaamste redenen voor het vroegtijdig beëindigen van een plaatsing. Ook ‘omvang van de (gedrags)problematiek van het pleegkind’ en de ‘druk op de eigen kinderen’ worden vaak genoemd. Uit cijfers blijkt dat het in 2017 590 keer misging. Het gaat dan om 2,85 procent van het aantal plaatsingen: er verblijven 23.000 jeugdigen voor korte of langere tijd bij een pleeggezin.

Beeld Suzan Hijink

Geen onderscheid

Of er ook meevallers waren? Onze pleegzoon bleek een uitzonderlijke veerkracht te hebben en paste zich al snel aan de nieuwe situatie aan. Onze band groeit met de dag, veel sneller dan ik had kunnen vermoeden. Hij rent op me af als hij uit school komt en ik krijg plakzoenen met pindakaas.

“Wat ik van tevoren niet had verwacht: mijn gevoel voor onze dochter en dat voor onze pleegzoon is hetzelfde”, zegt Nowee. “Ik maak geen onderscheid – en dat zeg ik met de hand op mijn hart. We hebben gewoon twee kinderen, niet één kind en een pleegkind. Ik vergeet dat woordje ‘pleeg’ eigenlijk al.” Oldenhave ervaart dit anders. “Het zullen nooit je eigen kinderen worden. Waarmee ik niet bedoel te zeggen: ‘dat haal je nooit’, maar het is een band die een eigen omschrijving verdient.”

“We hebben zo veel geluk gehad met onze pleegkinderen”, beseft Oldenhave. “Zij wilden zich ook graag aan ons hechten en het gezellig hebben met ons. Anders ben je wel snel uitgeluld met je moeder Teresa-principes.”

Voorzichtig terugkijkend op een half jaar pleegmoederschap denk ik dat mijn hoogdravende idealen zich al in bescheidener doelen omzetten. Mijn vage wens om ‘iets te betekenen’ heeft zich concreet vertaald naar het installeren van de knuffels, autootjes en helikopter naast het bed van onze pleegzoon, het voorlezen van een boekje en hem ervan te verzekeren dat hij niet bang hoeft te zijn om te gaan slapen.

Mirjam Oldenhave schreef over haar ervaringen als pleegmoeder het boek ‘Weet ik veel’ (2019, Ambo Anthos, € 15).

Lees ook:

Pleegkind zit knel tussen ouders en opvoeders

Ouders die hun kinderen niet kunnen opvoeden hebben vaak alles tegen: schulden, psychische problemen, mislukte relaties. Pleegouders hebben haast alles mee. Toch zullen ze gelijkwaardig moeten samenwerken, in het belang van ‘hun’ kind.

Kinderombudsman: Plannen voor betere pleegzorg nog niet compleet

De wensen en zorgen van pleegkinderen zijn niet goed verwerkt in het Actieplan Pleegzorg, waarmee de politiek nu twee jaar de problemen in de sector probeert aan te pakken. Dat zegt Kinderombudsman Margrite Kalverboer na eigen onderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden