null

Naar huis metNelli Cooman

Als een goedmoedige sheriff loopt Nelli Cooman door Rotterdam: ‘Ik blijf iedereen groeten’

Beeld Els Zweerink

Schrijver Erik Jan Harmens reist deze zomer met bekende Nederlanders en Belgen naar de plek waar ze zijn opgegroeid. Wat is er nog over van het verleden? Vandaag: terug naar Rotterdam met oud-atlete Nelli Cooman.

“Ik ben niet chauvinistisch, maar Rotterdam is echt wel de mooiste stad van Nederland”, lacht Nelli Cooman, nadat we een rondje hebben gelopen met als start- en finishpunt slagerij Schell op de West-Kruiskade. Wikipedia spreekt van ‘een multiculturele straat met veel winkels met vaak allochtone exploitanten’. Dat is een beetje krukkig verwoord, maar feit is dat zowel de clientèle als het personeel ook in de slagerij van diverse komaf is. Een Surinaamse staat naast een Kaapverdiaanse en daar staat weer een witte man naast.

Als een goedmoedige sheriff loopt ze door de straten

Het is wel wat rustiger in de zaak dan voor corona, toen stond het hier drie rijen dik voor de toonbank en nummertjes trekken, daar hebben ze hier nog nooit aan gedaan. “De mensen wachten geduldig op hun beurt.”

Cooman kwam hier als kind al, ze kende de familie Schell van de zondagsschool. Ze woont alweer dertig jaar in een dorpje op Schouwen-Duiveland, maar is ze nog vaak in de Maasstad te vinden. Ze werkt als wijkregisseur in de wijken Dijkzicht, Scheepvaartkwartier en het gebied rond het Centraal Station. Een deel van de vragen en klachten die Rotterdammers indienen via het servicenummer 14010, komt bij haar terecht.

De functie lijkt haar op het lijf geschreven, want ze loopt door de straten als een goedmoedige sheriff. Iedereen wordt gegroet en ze ziet alles, zo zal blijken.

Nelli Cooman (1964) werd geboren in Suriname en verhuisde op haar tiende naar Rotterdam. Ze werd twee keer wereldkampioen op de 60 meter indoor, zes keer Europees kampioen en achttien keer Nederlands kampioen. Tweemaal nam ze deel aan de Olympische Spelen. Cooman heeft twee dochters, één is een pleegdochter. Haar dochter Ronéll loopt ook hard en heeft dezelfde coach als haar moeder: Henk Kraaijenhof. Cooman woont al dertig jaar in het Zeeuwse dorp Nieuwerkerk, werkt als wijkregisseur voor de gemeente Rotterdam en is ambassadeur van stichting Roparun. Ook is ze erevoorzitter van de jaarlijkse Nelli Cooman Games.

Beluister ook de podcast van dit interview, en de eerdere in de reeks, via de bekende kanalen of onderstaande speler.

We lopen tegen de tijd in, want er zijn twee ouderlijk huizen: het eerste staat aan de overkant in de Josephlaan, het tweede aan deze kant in de Coolsestraat. In de Josephlaan woonde ze van haar zestiende tot haar achttiende. Waar nu nieuwbouw is, waren vroeger drugspanden. “De mannen die daar dealden hielden ons goed in de gaten. Als we alleen maar een peuk van straat wilden oprapen, werd er al geschreeuwd: ‘Afblijven!’ Er werd goed op ons gelet.”

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Voor ons een pleintje met speeltoestellen. Dat was er altijd al, maar de rubberen tegels waren vroeger van steen. “Dat zegt iets over de tijd waarin we leven, als je vroeger op je bakkes ging kreeg je er gewoon een pleister op. Als nu een kind een schaafwond heeft, wordt meteen 112 gebeld.”

Met haar e-bike sloeg ze over de kop

In de buurt van het ouderlijk huis voelt het voor Cooman alsof ze er door iets heen wordt getrokken. Vanwege­­ de magnetische kracht versnelt ze haar pas. De oud-Europees en wereldkampioen op de 60 meter doet wel meteen een verbijsterende uitspraak: “Ik loop niet graag.” Dat komt door een ongeluk bijna twee jaar geleden, toen ze door de stad fietste op haar e-bike en over de kop sloeg. Door die val is haar evenwichtsorgaan beschadigd: als ze omhoog wil kijken naar haar ouderlijk huis op twee hoog, moet ik haar vasthouden.

Over vallen gesproken: als kind botste ze al eens op een stilstaande auto en haar pleegdochter Germaine werd hier voor de deur aangereden: “Ze belde daarna zelf aan, ik heb ’r opgepakt en onder de douche gezet, gelukkig mankeerde ze niets.”

Over de schrijver

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Voor Trouw schreef hij eerder columns over ­prikkels vanwege zijn autisme en de interviewreeks Onverdoofd.

Even verderop een pastelkleurig appartementencomplex, waar Cooman op haar twintigste voor haar ogen een man naar beneden zag springen. “Ik heb iemand gevraagd een ambulance te bellen, een van mijn zussen haalde een dekbed om over ’m heen te leggen. Toen ben ik bij ’m gaan zitten en heb ik zijn hand vastgehouden. Hij is helaas overleden. Ik vond het jammer dat ik ’m niet eerder had opgemerkt, misschien had ik met hem kunnen praten, had ik hem kunnen helpen­­.”

Ze is niet bang voor narigheid

Dat is wat ik bedoelde met goedmoedige sheriff: vroeger letten de mensen in de buurt op Cooman, nu doet ze dat voor anderen. Eigenlijk let ze op alles en iedereen­­. Ze herinnert zich hoe haar moeder vroeger uit het raam riep: “Het eten is klaaaaaaar!” en dat er dan vaak meer kinderen binnenkwamen dan alleen haar eigen. Maakte niet uit, het eten werd gewoon over meerdere borden verdeeld.

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Dan ineens rijdt er een auto hard voorbij en maakt de nostalgie plaats voor boosheid. Cooman balt haar vuist, roept de snelheidsduivel het een en ander toe. “Die gozer heeft net troep gekocht van iemand, drugs. Ga anderen daar niet mee lastigvallen. Stel dat er een kind oversteekt en dan: pats boem!”

Bang voor narigheid als ze mensen op straat streng aanspreekt is ze niet. “Het gaat er ook om hoé je het zegt”, meent ze. “Ik doe het rustig, zeg: ‘Ik vind het niet prettig dat u dat op de grond gooit, zou u dat willen opruimen?’”

Soms hoor je mensen haar naam fluisteren

De frons maakt weer plaats voor een schaterlach als ik heel naïef denk dat ze toen ze op haar zestiende professioneel atlete werd, al genoeg geld verdiende om op eigen benen te staan. “Het is geen voetbal hoor, haha! Nee, mijn ouders moesten gewoon meebetalen. In het begin had ik geen sponsors, die kwamen pas later: Asics, Nashua. Turbana. Dag mevrouw, hoe gaat het met u, met mij uitstekend, dank u.” Dat laatste is gericht tot een voormalige buurvrouw die langsloopt. Er willen mensen een selfie met haar maken, soms hoor je mensen haar naam fluisteren als we langslopen.

Als kind was ze extravert en een ‘jongensmeisje’, dat liever voetbalde en ijshockeyde dan dat ze op stijldansen ging. “Ik wilde niet doen wat de massa deed. Iedereen hield van Abba, ik van Bob Marley. O, is dat raam dicht?” Weer een onderbreking van ons gesprek, omdat verderop een klein jongetje achter het raam staat. Het raam blijkt inderdaad dicht: hij is veilig. Bionic eyes heeft ze, haar trainer zei dat vroeger al. “Het heeft ook nadelen, want ik zie dus álles.”

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Vanuit de Josephlaan lopen we naar de Coolsestraat, waarvoor we de West-Kruiskade weer moeten oversteken. “Kroeskade, zeiden we vroeger, maar dat mag je niet meer zeggen, net als dat jodenkoek niet meer mag. Zwarte Piet is ook fout, je moet politiek correct zijn, maar ik ben geen politicus, dus ik spreek vrijuit. Toen ik in het openbaar zei dat ik niet tegen Zwarte Piet was, ben ik met de dood bedreigd. Dat vond ik jammer, want ik heb dat feest altijd als iets prettigs ervaren.”

‘Als kind van tien had ik geen tv nodig’

Als we richting haar eerste ouderlijk huis lopen, is ze weer even tien. “Ik had een onbezorgde jeugd, noemde mijn buren allemaal oom of tante. Als ik een keer wilde spijbelen, vroegen ze: ‘Wat doe jij op straat, je moet naar school’. Dan liepen ze helemaal met me mee de klas in. Daar waar nu dat donkere steegje is, daar zat de homobar, dat vonden we als kind heel spannend. En daar woonde Jeanine.”

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Ze wijst op een woning schuin achter waar ze vroeger woonde. “Dat moet een van de eerste transgenders in Nederland geweest zijn. Echte tieten had ze en zúlke handen, vanuit mijn slaapkamer kon ik zo bij haar naar binnen kijken. Als kind van tien had ik geen tv nodig. Hier verderop was een discotheek, daar waren elke zaterdag optredens. Ik herinner me dat Benny­­ Neyman de straat inreed, we hebben op straat staan luisteren naar zijn liedjes. Moest je toch gele hebben, dat dacht ik al!”

Dit keer richt ze zich tot een jongetje aan de overkant, die eerder met een zak groene spliterwten was langsgelopen. Had ik gemist. “Zijn moeder is Surinaams, ik dacht al: die wil natuurlijk liever gele spliterwten.”

‘Pionieren werd niet op prijs gesteld’

Toen ze hier woonde kon ze zichzelf zijn, als atlete niet. “De trainingen met Henk Kraaijenhof, die waren leuk en de wedstrijden ook, maar mijn contact met de bond en met collega-atleten was niet fijn. Ik was de eerste die prof werd en zelf sponsorcontracten wilde afsluiten. Zo maakte ik de weg vrij voor anderen, maar het pionieren werd niet op prijs gesteld. Ze waren niet gewend dat een dropje van 1 meter 57 precies zei hoe ze het wilde. Je moest je aan het stramien houden, maar dat past niet bij mij. Ik zei net al: ik wilde niet doen wat de massa deed. Wel ben ik een mensen-mens, ik hou er ook van om geknuffeld te worden. Ik déél graag met anderen, maar dat is niet goed overgekomen bij mijn collega’s. Het maakte ze bang, ze dachten dat ik in ruil ook iets van hún wilde.”

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Net voor we slagerij Schell binnenstappen, zegt ze: “Ik hoef hier niet meer te wonen.” Voor mij toch een verrassende uitspraak, want zoals ze hier rondloopt lijkt het alsof ze nooit is weggegaan.

“Weet je wat het is, het is mijn buurt niet meer. Het met elkaar zijn en er voor elkaar zijn, dat mis ik heel erg. Er zijn hier veel nieuwe mensen komen wonen die niet de moeite nemen om te kijken wat de achtergrond is van de mensen hier. Als wijkregisseur kan ik dat niet veranderen, absoluut niet. Ik woon hier niet meer en ik kan niet voor anderen beslissen wat ze moeten doen. Wel blijf ik mensen dag zeggen op straat, dat hou ik er altijd in. Als ze niet teruggroeten, zeg ik het nog wat harder. Net zo lang tot ze opkijken.”

Luister ook naar de podcasts van deze gesprekken via trouw.nl/naarhuis of de bekende podcastkanalen. Reacties zijn welkom via ­tijdgeestreacties@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden