Klein VerslagWim Boevink

Al onze cafés liggen in stukken

Daar zit ik dan, in de achtertuin, onder een blauwe hemel en de takken van de vlier. Om me heen de branding van de verkeersweg verderop en het luid gekwetter van merels en mezen. En een onrustige wind.

Tegen de schuur bloeit de clematis. De druif maakt blad aan. Een hommel zoemt voorbij en een witje fladdert over het gras.

Een virus legde alles stil, nu ja, van alles dat de mensen hadden bedacht. Voor het overige schiet als altijd de lente in de bomen, stromen rivieren traag door het laagland en rolt de zee aan op lege stranden.

Later, tegen de avond, zal een minister-president voor de camera’s treden, een huisarrest verlengen en ook de atomisering van zijn burgers.

De aarde draait. Krikt mijn kleine terras in het zonlicht. Binnen, in het huis, zitten mijn dochters, de ruggen van hun laptops tegen elkaar. Ze scholen zich. In een hoekje van het scherm staat een eenzame man in een collegezaal.

De woonkamer draagt stille sporen van het arrest. Daar is de schildering die Jane maakte, een zogeheten painting by numbers, een minutieuze oefening van het met een fijn penseel inkleuren van genummerde vakjes, waaruit een portret opdoemde van een hond en twee poesjes.

Uren en uren gingen ermee heen, zij met dat penseel, uiterst precies, in haar oren een verbinding met een smartphone waarop de zoveelste aflevering van ‘Friends’ speelde – ach, Joey, Monica, Chandler, Phoebe, Rachel en Ross. Afgezien van die oortjes herinnerde ze me aan een miniaturist, die initialen of voorstellingen schildert op het perkament van een middeleeuwse bijbel, met immens geduld en toewijding. Ik kon me verbazen over haar rust, haar concentratie, haar stille hand, haar fijne oog.

Aan dezelfde tafel en op andere uren werkte Ira met haar moeder aan een legpuzzel die ik meebracht uit de stad – een prent van een niet-bestaand Utrechts café, zoals de cafés waren opgehouden te bestaan. Een niet-bestaand café in duizend stukjes.

Al onze cafés liggen in stukken.

De bruine cafés.
De grandcafés.
De volkscafés.
De dorpscafés.
De studentencafés.
De theatercafés.
De museumcafés.
De muziekcafés.
De partycafés.
De loungebars.
De Irish pubs.
De salsabars.
De koffiebars.

Ik zou ze stuk voor stuk willen eren nu, al die gastvrije plaatsen met hun gesloten deuren, hun liefdevolle inrichtingen, hun vastgesnoerd terrasmeubilair, hun ongelezen menukaarten, hun personeel wachtend tussen hoop en vrees, hun eigenaren met benauwde blik in lege kasladen en op slinkende reserves.

En nee, het is nog niet gedaan met lijsten en opsommingen. Dit zijn de tijden van de helden en hun frontberichten, in ziekenhuizen en klinieken, in ambulances en verzorgingstehuizen, in stadsbussen en op treinbokken, in supermarktpaden en op bezorgscooters.

Maar ook zijn het de tijden van al die stilgelegden, die van hun inkomen, werk en passie beroofden. Ze wachten.

De aarde draait.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden