Een ontmoeting van de Nederlandse Jeugdbond voor Geschiedenis in Swalmen, met Hemmy rechts (met pijp).  Beeld Nederlandse Jeugdbond voor Geschiedenis (NJBG)
Een ontmoeting van de Nederlandse Jeugdbond voor Geschiedenis in Swalmen, met Hemmy rechts (met pijp).Beeld Nederlandse Jeugdbond voor Geschiedenis (NJBG)

NaschriftHemmy Clevis (1953-2022)

Al gravend haalde Hemmy Clevis (1953-2022) het verleden boven

Archeoloog Hemmy Clevis ontwikkelde zich tot expert van middeleeuws glas en aardewerk. Hij zette zich met hart en ziel in voor zijn vak, maar er was voor hem meer in het leven: sinds zijn kennismaking met Nepal voelde hij zich begaan met de inwoners en richtte mede de Stichting Madat Nepal op.

Noor Hellmann

Voor Hemmy, die al jong blijk gaf van historische belangstelling, was Maastricht met zijn rijke, zichtbare geschiedenis de ideale stad. Het gymnasium waar hij elke dag vanuit zijn woonplaats Eijsden naartoe fietste, lag vlak bij de eeuwenoude vestingwerken. Buiten schooltijd was hij er vaak te vinden. Als lid van de Nederlandse Jeugdbond ter Bestudering van de Geschiedenis ging hij met een groepje leeftijdgenoten van de Maastrichtse afdeling ieder weekend naar de kazematten. Ze beschikten over de sleutel en hadden toestemming vrijelijk naar binnen te gaan om het gangenstelsel te documenteren.

De vereniging organiseerde ook archeologiekampen waar hij meedeed aan opgravingsprojecten onder leiding van een archeoloog. Daar leerde hij jongeren van andere afdelingen in het land kennen en raakte hij met een aantal bevriend. In dit gezelschap van verwante geesten was hij op zijn gemak, meer dan op zijn elitaire middelbare school waar hij zich een buitenbeentje voelde.

Balanceren tussen twee werelden

Hij groeide op in een eenvoudig milieu. Hoewel het gezin het niet breed had, stond de deur altijd voor iedereen open. Vader Karel werkte als portier bij sanitairfabriek Sphinx. Hij was streng in de opvoeding, al had dat voornamelijk te maken met het tegendraadse gedrag van Hemmy’s jongere zuster Elly. Anders dan zij hield Hemmy niet van uitgaan. Hij was een lezer, gek op stripverhalen en Karl May – diens hele serie over Winnetou en Old Shatterhand las hij in het Duits.

Op school werkte hij hard om goede punten te halen, gestimuleerd door zijn moeder Agnes die hielp door hem te overhoren. Toen hij na zijn eindexamen graag geschiedenis wilde gaan studeren, deden zijn ouders er alles aan dat mogelijk te maken. Hij bleef hen daar altijd dankbaar voor.

Als student in Utrecht moest hij zich opnieuw leren aanpassen. Als zachtaardige zuiderling die met een zekere naïviteit in het leven stond, onderscheidde hij zich met zijn Limburgse accent van de Hollanders. Het was balanceren tussen de vertrouwde wereld van Maastricht en Eijsden aan de ene kant, en aan de andere kant de studentenwereld met zijn typische gewoonten en gebruiken.

null Beeld Ellen Kolff
Beeld Ellen Kolff

Zalm met sambal

Liever trad Hemmy niet op de voorgrond, wat niet wegnam dat hij uitgesproken was in zijn smaak en meningen. Met bevriende studiegenoten voerde hij graag inhoudelijke gesprekken, al dan niet tijdens eetavondjes waar ook regelmatig vrienden van de NJBG aanschoven. Hij ontpopte zich als een uitstekende kok die het liefst Indonesische gerechten maakte. Het eten kon hem niet heet genoeg zijn – zalmsalade at hij niet zonder sambal.

Ondanks de massale werkloosheid in die jaren vond hij na zijn afstuderen in 1977 een baan als assistent-archeoloog bij de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) in Amersfoort. Daar hield hij zich bezig met het beschrijven van laat- en post-middeleeuwse aardewerk- en glasscherven die op grote schaal in Dordrecht, Nijmegen en Deventer waren opgegraven.

Voor zijn proefschrift deed hij vernieuwend onderzoek naar het type glas en aardewerk dat in beerputten in de middeleeuwse binnenstad van Nijmegen werd aangetroffen. Daarbij herleidde hij uit welke huizen de objecten oorspronkelijk afkomstig waren en wist hij een beeld te schetsen van de bewoners.

Hemmy’s aanpak was zeer systematisch en efficiënt. Tot dan bestond geen goede methode om vondsten te classificeren en dateren. Met hulp van twee collega’s van de ROB ontwikkelde hij een systeem dat middeleeuws aardewerk en glas gedetailleerd in kaart brengt, waardoor grote verzamelingen van verschillende locaties onderling vergeleken kunnen worden. In 1989 verscheen het eerste boek waarin deze werkwijze was toegepast bij onderzoek naar vondsten in Deventer. De methode werd bekend als het Deventer Systeem. Bescheiden als hij was verbond Hemmy er niet zijn eigen achternaam aan. Belangrijker dan roem vond hij het vooruithelpen van zijn vakgebied. Met voldoening zag hij hoe het een veelgebruikt systeem werd, dat inmiddels ook online beschikbaar is en internationaal navolging begint te krijgen.

Middeleeuwse dildo

Dankzij zijn vele contacten wist hij altijd deuren te openen. In het netwerk van Nederlandse en Belgische vakgenoten vervulde hij een verbindende rol door het organiseren van congressen. Daarbuiten promootte hij zijn vak waar hij kon. In 1991 resulteerde dat in de oprichting van Stichting Promotie Archeologie. Hij werd eigenaar van SPA Uitgevers en bouwde dit uit tot toonaangevende uitgeverij op het gebied van archeologie. Met eigen en andermans boeken bediende hij zowel vakspecialisten als een breed publiek van volwassenen en kinderen.

Als stadsarcheoloog in Zwolle, waar hij eind jaren tachtig was aangesteld, wees hij op de waarde van archeologisch onderzoek voor de samenleving. Hij kon beeldend vertellen en bracht met zijn verhalen het verleden tot leven. Landelijke publiciteit kreeg hij bij de opgraving van een grote bronstijdnederzetting in de wijk Assendorp in Zwolle, waar hij een paalcirkel duidde als een zonneheiligdom. Eerder al haalde hij de pers met de vondst van een middeleeuwse dildo in Dordrecht.

Tot aan zijn pensioen bleef hij verbonden aan het archeologisch onderzoek in Zwolle. Hij betrok amateurarcheologen bij het werk en stak veel tijd in het begeleiden van vrijwilligers die hielpen bij de restauratie van archeologische vondsten. Een goede relatie met de grondarbeiders die het graafwerk verrichten vond hij cruciaal, de hiërarchische scheidslijn tussen hen en de leidinggevenden bestond voor hem niet. Hij stond pal voor zijn medewerkers en hield ze in dienst toen professionele bureaus, die steeds meer bij opgravingen werden ingeschakeld, hun eigen mensen meenamen.

Voor het eerst buiten Europa

Zelf deed hij in de loop van zijn carrière steeds minder handwerk, maar nam hij meer het regelwerk op zich. Kreeg hij van wethouders en ambtenaren niet de medewerking die hij nodig had, dan stelde hij zich fel op. Zaken die door anderen onhaalbaar werden geacht, waren dat voor hem niet. Resoluut hield hij vast aan wat hij zich in het hoofd had gezet.

Naast alles wat hij deed voor archeologie, had hij een tweede levensinvulling gevonden sinds hij begin jaren negentig in Nepal was geweest. Pauli Gerritsen, met wie hij bij de ROB in Amersfoort bevriend was geraakt, had hem destijds uitgenodigd mee te gaan met een door haar georganiseerde groepsreis. Geïnteresseerd als hij was in oude tempels en het hindoeïsme, had hij ja gezegd.

Hemmy Clevis bij een opgravingsplek. Beeld
Hemmy Clevis bij een opgravingsplek.

Hemmy, die niet makkelijk een nieuw pad insloeg, kwam bij die gelegenheid voor het eerst buiten Europa. Hij ervoer het als een cultuurshock. Aan sportieve prestaties had hij zich nooit gewaagd. De trektocht viel hem dan ook te zwaar. De reis was al met al een teleurstellende ervaring. Eenmaal terug in Nederland veranderde het sentiment.

De ontmoetingen met de bevolking hadden hem zo geraakt dat hij met Pauli in 1992 besloot tot de oprichting van Stichting Madat Nepal, om daar kleinschalige projecten op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg op te zetten. Hij hield zich bezig met de financiering en initieerde via de wereldwinkels fairtradehandel. Hij toonde zich begaan met de mensen en bezocht hen tweemaal per jaar. In 2015 kregen Pauli en hij voor hun inspanningen een onderscheiding als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Hij genoot van het licht op de tuin

Om geld en materiële zaken had Hemmy nooit gegeven. Als hij anderen kon helpen deed hij dat. Toen hij op zijn 66ste met pensioen ging had hij nog genoeg plannen, maar niet lang daarna kreeg hij tijdens de pandemie longkanker. Door de chemokuur verloor hij al zijn haar, dat hij sinds zijn studietijd tot op zijn schouders liet hangen. Dit voorjaar volgde een operatie nadat een hersentumor was geconstateerd. Hij was altijd vrijgezel geweest en voelde nu voor het eerst het gemis van een partner.

Hemmy (rechts) en Nawang doen de financiële administratie voor Tibetaanse sieraden voor de wereldwinkels, 2016. Beeld Pauli Gerritsen
Hemmy (rechts) en Nawang doen de financiële administratie voor Tibetaanse sieraden voor de wereldwinkels, 2016.Beeld Pauli Gerritsen

Angst voor de dood had hij niet, maar hij hoopte te genezen omdat hij zo hield van de schoonheid van het leven. Hij kon genieten van het licht op de tuin. Zijn laatste grote project was de uitgave van twee kloeke delen over koggen, geschreven en van tekeningen voorzien door een scheepsarcheoloog. Dat het na jaren uiteindelijk was gelukt dit kostbare boek gefinancierd te krijgen betekende veel voor hem.

Toen genezing uitgesloten bleek, gaf hij zich over. Twee jaar eerder had hij met een vriend een filosofisch gesprek gehad over zijn leven. Hij keek heel tevreden terug en zei: “Ik heb precies gedaan wat ik wilde doen”.

Hermanus Hubertus Carolus Caterina (Hemmy) Clevis werd geboren op 21 oktober 1953 in Eijsden en overleed op 3 oktober 2022 in Amersfoort.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden