null

Huwelijksperikelen

Al die kibbelende echtelieden, Nicolien Mizee vond het maar niets. ‘Ik wilde een man die altijd aardig voor me was’

Beeld Levi Jacobs

Elkaar afsnauwen, of urenlang tobberige gesprekken voeren: Nicolien Mizee zag de charme van het huwelijk niet zo. Nu is ze twaalf jaar getrouwd, met een man die alleen bij haar het blikjeslied zingt. En dat heeft toch wel wat.

Nicolien Mizee

Afgelopen vrijdag wandelden Thijs en ik naar de heemtuin, waar we elke week met een groep pensionado’s vrijwilligerswerk doen. Thijs raapte een blikje op.

“Ik ben een blikje in de berm”, zong Thijs zachtjes voor zich uit. “Ik ween en ik kerm, ik ben een blikje, blikje, blikje in de berm. Bli-hi-hi-hikje in de be-he-herm.”

We liepen door. Na een tijdje vroeg ik: “Als je hier met Carolien of Janneke of iemand anders van de heemtuinclub gelopen zou hebben, zou je het blikjeslied dan ook gezongen hebben?”

“Dat denk ik niet.”

“En met Sjaak?”

Sjaak is Thijs’ beste vriend.

“Ook niet.”

“En als je alléén gelopen had?”

Ook niet.

Daar heb je dus een partner voor nodig: om rare liedjes te kunnen zingen. Als ik dat geweten had, was ik ­misschien eerder getrouwd.

Ooms en tantes die elkaar afsnauwden

Het huwelijk heeft me van kinds af aan afgeschrikt. Ik vond getrouwde mensen zelden aardig tegen elkaar. Mijn vader bejegende mijn moeder vaak spottend, ook in gezelschap. Ooms en tantes snauwden elkaar vaak af. In boeken en films hadden getrouwde mensen steevast huwelijksmoeilijkheden of ze zaten, zoals in Scènes uit een huwelijk, urenlang tobberige gesprekken te voeren. Ik begreep niet waarom iemand aan een huwelijk zou beginnen. Het leek me helemaal niet leuk.

Als ik mijn bedenkingen hardop uitsprak, begon mijn moeder te lachen. Echtelieden kibbelden weleens, maar daarna maakten ze het weer goed! Dat was helemaal niet erg! Het huwelijk was iets heel bijzonders. Daar zou ik nog wel achter komen als ik ouder was.

Maar ik kwam er niet achter. Mijn vriendin Fiep trouwde met een zekere Gerard. Soms ging ik bij ze eten. Fiep kookte verrukkelijk en dekte de tafel altijd prachtig met een wit kleed en mooi servies. Maar als ze Gerard riep, duurde het zo lang voor hij beneden kwam dat het eten steenkoud was. Fiep bleef daar uiterst laconiek onder. Ik vond dat een raadsel. Stel je voor dat die man een uur te laat was gekomen bij hun eerste afspraakje. Dan was het meteen einde verhaal geweest. Blijkbaar mocht je je, eenmaal getrouwd, net zo vervelend gedragen als je wilde. Ik zou daar nooit aan wennen. Als ik trouwde, wilde ik een man die altijd aardig tegen me was.

Ik was een grote onnozelaar toen ik trouwde

“Blikje, blikje, blikje”, zong Thijs naast me. “Blikje in de berm. Ik zeg het flink, ik zeg het ferm, ik ben een blikje, blikje, blikje in de berm.”

“Zou je het blikjeslied zingen als je hier met de kleinkinderen liep?”, vroeg ik.

“Zolang ze nog klein zijn”, zei hij.

Volwassenheid sluit speelsheid en vertrouwelijkheid blijkbaar uit. Misschien geldt dat voor mannen sterker dan voor vrouwen. Met Fiep, die me vaak in de volkstuin helpt, zing ik bij het batsen vaak het batsenlied. Op de melodie van Als ik tweemaal met mijn fietsbel bel, zingen we: Als ik driemaal met mijn bats bats bats, ja dat geeft me een flats, ja dat geeft me een flats. Waarbij de kluiten ons om de oren vliegen.

null Beeld Levi Jacobs
Beeld Levi Jacobs

Misschien kunnen vrouwen makkelijker mal met elkaar doen dan mannen en kunnen ze daarom ook beter ­alleen zijn. Veel vriendinnen van mij leven geweldig op als ze weer alleen zijn. De mannen daarentegen slaan aan het daten of hun leven ervan afhangt.

We kwamen bij het steigertje waar we ons altijd ­verzamelen om het werk te bespreken.

Janneke zette een taartdoos op het bankje. “Ik trakteer vandaag! Vorige week was ik vijftig jaar getrouwd. Ik was een grote onnozelaar toen ik trouwde, maar het is goed uitgepakt.”

“Vijftig jaar getrouwd!”, zei ik toen we even later met onze spitvorken naar het bramenveld liepen. “Dat redden Thijs en ik niet meer. Vorige week waren we twaalf en een half jaar getrouwd, dat vond ik al onvoorstelbaar.”

“Is het huis van je ouders nou al verkocht?”, vroeg Carolien.

Janneke zuchtte diep. “Er komen genoeg mensen ­kijken, maar we krijgen geen enkel bod. Die vreemde ­indeling schrikt de mensen toch erg af.”

“Hoe is het dan ingedeeld?”, informeerde Carolien.

Ik stak mijn spitvork naast de braam in de grond en wrikte de wortels los. Verbouwingen. Vakanties. Winterbanden. Pixels. Dit was nou een echt volwassen gesprek. Stel je voor dat we nu ook nog binnen in een huiskamer hadden gezeten. Om gillend gek van te worden.

Dergelijke vertrouwelijkheid zou zelfs mij te ver gaan

Janneke trok haar tuinhandschoenen aan. “Mijn moeder was gek op muren uitbreken. Dus beneden heb je een badkamer en keuken in één.”

“Een badkamer annex keuken?”, vroeg ik nieuwsgierig. Nu werd het toch nog interessant. “Ook met een wc?”

“Een toiletgroep”, zei Janneke, een tikje terughoudend. “Ja, die had ze er ook bij betrokken.”

“Dus je moeder stond een ei te bakken terwijl je ­vader op de wc zat?”, vroeg ik verbaasd.

Janneke zuchtte opnieuw. “Mijn moeder was erg ­rigoureus.”

Dergelijke vertrouwelijkheid zou zelfs mij te ver gaan. Een week eerder was ik met Fiep een nachtje in een hotel geweest en dat had ik al moeilijk gevonden.

‘s Nachts sta ik elke twee uur op om wat te eten en een sudoku te maken. Thijs is eraan gewend en houdt bij het koken zelfs een apart schaaltje nachteten apart onder een dekseltje. In dat hotel moest ik mijn nachtkoeken opeten terwijl ik met mijn puzzelboekje op de klep van de wc zat. Het was ongerieflijk en de volgende ochtend had ik Fiep moeten uitleggen waarom er kruimels op de badkamervloer lagen. Dat was zo prettig van het huwelijk: dat je niet steeds van alles hoefde uit te leggen.

“En wat vond je vader van die verbouwingen?”, vroeg Carolien.

Janneke veegde haar voorhoofd af en leunde op haar spitvork. “Mijn vader was een schat. Altijd even lief en zorgzaam. Op een dag komt hij thuis met een appeltaartje. Hij zet het neer, hij loopt naar de schuur en hij hangt zich op. We waren in shock natuurlijk. En toen kwam het vreemdste van alles: we wilden iets over hem zeggen tijdens de begrafenisdienst, maar we hadden geen idee wat we over hem konden vertellen. Geen van de vijf kinderen. Mijn vader kon een muis vouwen van een zakdoek. Daar kwamen we alle vijf mee aanzetten. Meer wisten we niet. We wisten niet eens wat voor werk hij gedaan had. Iets bij de gemeente.”

“Praatte hij dan nooit?”, vroeg ik. “Dat vind ik zo heerlijk van het samenzijn met Thijs, dat ik steeds kan vertellen wat ik heb meegemaakt en wat ik daar allemaal over denk.”

“Doet Thijs dat ook?”, vroeg Carolien.

“Dat heb ik hem moeten leren. Als hij uit school kwam, vroeg ik altijd: ‘En? Hoe was het vandaag?’ Dan zei hij steevast: ‘Gewoon’. Ik heb geleerd dat ik moest vragen: ‘Hoe ging het nou met 2c vandaag?’ Of ‘Had Chantal haar werkstuk nou eindelijk af?’ Dán kwamen de verhalen.”

“Thijs was vast een hele fijne leraar”, zei Janneke. ‘Het is zó’n aimabele man. En hij heeft zo’n prachtige stem!”

Niets is zo leuk als met Thijs door een stad wandelen

Daar ben ik voor bezweken: voor die stem. En voor zijn kennis. Niets is zo leuk als met Thijs door een stad wandelen. Net als mijn vader vroeger wijst hij telkens op gevelstenen en zegt dan dingen als: ‘Hieraan kun je zien dat hier een tabakshandel gezeten heeft. In de zeventiende eeuw was tabak een belangrijk handelsproduct. De VOC voerde het aan via de route langs de Noordkaap.’

Dit verzin ik, want ik onthoud nooit een woord van dergelijke teksten. Toch geniet ik ervan. Zodra Thijs over oude zeegrenzen en Hanzesteden begint, kom ik een toestand van gelukzalige versuffing.

Mijn zwager Toon vliegt voortdurend belangrijk de wereld over en weet veel van auto’s en horloges, maar als ik met hem door de stad loop en ik zeg: ‘Doe eens wat oude zeegrenzen’, heeft hij geen idee wat ik bedoel. Geen kwaad woord over Toon, maar dan ben je toch geen echte man.

null Beeld Levi Jacobs
Beeld Levi Jacobs

Toen ik bij Thijs introk, zei ik: “Ik kan er niet tegen als mensen onaardig tegen me doen. Zelfs als je door een hersentumor of dementie een karakterverandering ­ondergaat waardoor je onbedoeld gemene dingen tegen me zegt, ga ik bij je weg.”

Eigenlijk dacht ik geen seconde dat zo’n aardige, ­wellevende man als Thijs ooit iets onaardigs tegen ­iemand zou zeggen. Hieruit bleek hoe weinig ik wist van het huwelijk. Nog voor ik mijn koffer goed en wel had uitgepakt, begon Thijs over een theedoek die ik over een stoel had gehangen. “Die theedoek was nog vochtig en nu is de olie van de stoel in de doek getrokken. Allemaal bruine vlekken. Nu kunnen we die doek weggooien.”

Ik maakte een grapje. Hierop werd hij zo verschrikkelijk kwaad dat hij een schaal aalbessen tegen de muur kwakte.

Ik liep het huis uit en ging naar mijn zuster en ­zwager, die gelukkig dichtbij wonen.

“Een schaal aalbessen tegen de muur?”, zei mijn ­zwager vol bewondering. “Was het bovenhands of ­onderhands? Mikte hij op jou?”

“Doe niet zo bespottelijk”, zei mijn zuster. “Schenk je schoonzuster eens een glas wijn in.”

Rond middernacht kwam ik weer thuis. Thijs sliep al. Tot mijn grote verbazing bood hij de volgende dag geen excuses aan, maar kwam er een lange redevoering waarin hij al mijn tekortkomingen uiteenzette.

Ik luisterde in stijgende verbazing. “Maar die aalbessen dan?”, vroeg ik.

“O, die bessen”, zei hij met een luchtig handgebaar. “Dat zijn van die dingen die kunnen gebeuren. Dat hoort erbij, in een huwelijk.”

Het grote geheim van het huwelijk

Daar had je het al! Het grote geheim van het huwelijk. Dat waar de boeken en de films over gingen. Niet de seks, maar de ruzies. Dingen zeggen die je niet meent. Maar dat geeft niet, want het komt weer goed. Waar kon ik dat leren? Ik kon onmogelijk de rest van mijn huwelijkse leven op mijn tenen lopen, omdat ik zo bang was een theedoek aan een fout haakje te hangen of een ovenschaal op een verkeerde plank te zetten. Ik moest leren om van me af te bijten.

En zo ontdekte ik waarom ik veertig jaar alleen was ­gebleven: ik kan geen ruzie maken. Ik verlam, ik krimp in elkaar, ik begin te gapen en ik wil vluchten.

De oplossing kwam uit een boek. In Slipstream, de ­autobiografie van Elizabeth Jane Howard, lezen we hoofdstukken lang over haar vreselijke huwelijk met Kingsley Amis.

Mens, ga wég, dacht ik. Al heb je geen cent, pak je ­biezen en vertrek. Alles is beter dan dit.

Die middag zei ik tegen Thijs: “Zeg, ik heb iets ­ontdekt. Ik kan geen ruzie maken. En ik ga ook niet meer veranderen. Ik vind mezelf eigenlijk wel goed zoals ik ben.”

“Nou lieverd, goed dat je het zegt”, zei Thijs opgeruimd. “Dat weten we dan. Zullen we morgen naar ­Blaricum gaan?”

“Leuk”, zei ik verbouwereerd. “Wat is er te doen in Blaricum?”

“Geen idee. Maar ik vind het zo’n prachtige naam. Blaricum. De mooiste plaatsnaam van Nederland. ­Eenmaal per jaar reisde Karel de Grote noordwaarts. Op het Blaricum werd hij luisterrijk ontvangen. Zijn voeten werden ritueel gewassen in de bron door de Grote Blaar, een bejaarde monnik uit de orde der Blaren.”

Dat soort dingen zegt hij nou alleen tegen mij. Met die stem.

Lees ook:

Roanne van Voorst onderzocht de liefde van de toekomst: Van een sekspop in bed worden mensen niet écht gelukkig

Roanne van Voorst (38) onderzocht de toekomst van liefde, relaties en seks. Voor haar boek Met z’n zessen in bed sprak ze met polyamoristen en sologamisten, bezocht ze een bordeel met sekspoppen en probeerde ze relatiepillen uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden