null Beeld

FotoalbumTheo von Bannisseht

Ad, Thijs en ik waren nooit echt praters, tot op het laatst deden we vooral dingen met elkaar

Theo von Bannisseht (65) had een speciale band met zijn inmiddels overleden broers Adriaan (Ad) en Thijs. Met ieder deed hij andere dingen, ze vonden elkaar in het gezamenlijk muziekmaken.

Noor Hellmann

‘Ad zit links, ik in het midden en Thijs rechts. Het grappige is dat we onbedoeld vaker in deze volgorde op de foto staan, in verschillende leeftijdsfasen. Dit was zo’n beetje midden jaren zestig, ik zal een jaar of zeven zijn geweest, Ad veertien of vijftien en Thijs twaalf jaar. Ze waren een stuk ouder dan ik, maar ik kreeg nooit het gevoel dat ze me te klein vonden om samen iets te doen. Met hen trok ik meer op dan met mijn oudste twee broers en mijn twee oudere zussen, want die gingen al eerder het huis uit.

De foto is genomen in onze tuin in Ede, in de Artillerielaan – vroeger vond ik dat moeilijk om uit te spreken. Het was een buurtje met veel Indische Nederlanders, wij waren een van de Knil-gezinnen daar. In de Bersiap-periode toen Indonesië onafhankelijk werd en Indische Nederlanders door de inlandse bevolking werden belaagd, zijn mijn ouders en de vier kinderen die ze op dat moment hadden, naar Nederland gevlucht. Ze zijn hier geïntegreerd en kregen nog drie kinderen. Na omzwervingen kwamen ze in Ede terecht, een garnizoensstad. Mijn vader werkte er als foerier in een kazerne.

Uit het niets werd hij kwaad

Aan onze tijd in Ede bewaar ik leuke herinneringen, maar later in Bennekom ondervonden we steeds meer de naweeën van de oorlog. Mijn vader had als krijgsgevangene veel doorstaan en kreeg last van vreselijke driftbuien, uit het niets werd hij kwaad. Hij voedde ons op bijna militaristische wijze op en had zich om een of andere reden in het hoofd gezet dat een jongen technisch moest zijn.

Ad, met zijn belangstelling voor techniek, had hij hoog zitten, maar Thijs was onhandig en moest dat bezuren. Ik stond als jochie vrij machteloos als hij weer eens hardhandig werd gestraft, ik kon alleen naast hem gaan zitten en proberen hem op mijn manier te troosten. Bijzonder genoeg toonde juist hij zich later vergevingsgezind. Hij was een gevoelsmens en wilde geen kwaad spreken over onze vader, als het gesprek toch die kant op dreigde te gaan remde hij ons af.

Ik was evenmin erg technisch, maar ik werd ontzien omdat ik de jongste was en er een sport van maakte mijn vader aan het lachen te krijgen. Waarschijnlijk hielp het ook dat ik, net als hij en Ad, geïnteresseerd was in alles met wielen: auto’s, motors, brommers.

Samen naar de races op Zandvoort

Ad bekommerde zich om mij, hij had voor mij een soort voorbeeldfunctie. Ik luisterde naar zijn lp’s, ook omdat we op één kamer lagen. Als hij ’s avonds zat te studeren trachtte ik in slaap te vallen als hij de muziek van zijn favoriete band CCR had op staan. We zetten vaak bouwpakketten van autootjes en vliegtuigjes in elkaar. Op zolder hebben we samen een zeepkist gemaakt, zo groot dat we hem haast niet van de vlizotrap af kregen. Ik ging mee naar concerten en samen met mijn vader bezochten we regelmatig autoraces op Zandvoort en de auto-Rai in Amsterdam.

Met Thijs was ik vroeger actief in de jongerenorganisatie van de Vrije Evangelische Gemeente in Bennekom. En we deelden een liefde voor watersport. We leerden elkaar surfen en zeilden allebei graag. Een dierbare herinnering heb ik aan een zeiltocht naar Engeland met de boot van mijn zwager. Thijs was toen al heel ziek: hij had longkanker en kreeg chemotherapie, maar hij wilde per se mee. We hebben een mooie week gehad.

Op de terugweg toen we over de Theems voeren stond hij aan het roer, ik zat in de kajuit en staarde naar buiten. Opeens viel mijn blik op zijn gezicht en het drong tot mij door dat hij wist: dit is mijn laatste reis. Onze blikken kruisten elkaar en hij kwam bij mij aan tafel zitten. We hebben zitten janken als kleine jongens en mij bekroop weer het gevoel van machteloosheid dat ik kende wanneer hij voor de zoveelste keer van onze vader op zijn donder kreeg omdat het hem niet was gelukt zijn band te plakken. Hij was 49 en hoopte zijn 50ste verjaardag nog mee te maken, maar hij heeft het niet meer gehaald.

Even bellen, kan niet meer

Ad is op 72-jarige leeftijd aan leukemie overleden, een halfjaar geleden. We hebben tegen het eind wel een paar keer gesprekken gevoerd, maar geen diepgaande. Ad, Thijs en ik waren geen praters, we deden vooral dingen met elkaar. Samen muziekmaken schiep een sterke band. We bespeelden een instrument en studeerden liedjes in voor familiefeestjes. Daar is nog een foto van − en weer staan we in dezelfde volgorde naast elkaar.

Ik mis ze allebei. Even een belletje plegen, of iets ondernemen, dat kan niet meer. Het waren fijne mannen, ik heb veel aan hen gehad.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden