Olga Zuiderhoek

LevenslessenOlga Zuiderhoek

Actrice Olga Zuiderhoek: Ik ga in al mijn rollen dood, maar in het echt niet, leuk hè?

Olga Zuiderhoek Beeld Merlijn Doomernik

Veelgevraagd actrice Olga Zuiderhoek (73) speelt in toneelstukken en films waar, achter de lach, de traan nooit ver weg is. Ze kreeg corona, maar krabbelde weer op. ‘Ik zou het opnieuw kunnen krijgen, dus praten wij nu aan mijn eettafel gezellig met een plexiglas scherm tussen ons in.’

1  Besmet mensen niet

“Ik had corona, dat virus waar we het een beetje naar gemaakt schijnen te hebben. Ik was echt twee weken bedlegerig. In het begin dacht ik alleen maar: ik ga dood of ik kom op de IC, verder werd op de televisie nog niks vermeld. Mijn dokter verwachtte dat ik er op eigen kracht uit zou kruipen, omdat ik nauwelijks alcohol drink. Ik mag vier glazen per week, en ik moet zeggen, van die vier geniet ik enorm. En ik eet vrij weinig zout, het lekkerste spulletje dat er bestaat.

Vriendinnen hier om de hoek deden mijn boodschappen. Nee, we lijken nog net niet op het groepje Omanido (‘Oud maar niet dood’ in de tv-serie ‘Hendrik Groen’, waar ze in speelde, AS). Wij zijn een stuk viever. Eentje van ons, ze is in de 80, scheurt nog elke dag in haar autootje rond.

Ik was door de corona flink ziek. Kijk, met die blaaskanker en hepatitis C die ik eerder had, en waar ik nu vanaf ben, loop je gewoon rond. Dat zijn meer silent killers. Weet je wat ik besefte? Dat ik in al mijn rollen doodga, zoals in ‘Hendrik Groen’ en ‘Penoza’ en de film ‘April, May en June’, maar in het echt niet. Leuk hè?

Mijn dokter zei toen ik weer op de been was: ‘Ik durf ervan uit te gaan dat je veilig bent, maar ga nou niet meteen tegen mensen aan zitten.’ Ik zou het ook opnieuw kunnen krijgen, dus praten wij nu aan mijn eettafel gezellig met een plexiglas scherm tussen ons in.

Zo doe ik het ook als vrienden komen eten, ik kan met twee schermen hier aan tafel met z’n vieren eten: één koppel en twee enkeltjes. En ik blijf tien maal daags die potten handgel en alcoholsprays gebruiken die hier staan. Als die vrienden gedronken hebben, gaan ze trouwens toch weer over die schermen heen hangen en ernaast kwetteren. Nou ja, ik doe wat ik kan.

Van de dokter moest ik gaan wandelen toen ik kortademig werd. Liefst buiten, ook met 39 graden koorts, om die longen open te gooien. Dat heeft geholpen! Ging ik eerst 25 rondjes door mijn flat lopen met Michael Jackson op de speakers: ‘Beat It’. Of ik dan aan die misbruikzaak denk? Nee, joh. Dat gaat richting heksenjacht, wat ik sowieso al een griezelig onderwerp vind en dus in het openbaar mijn mond over wil houden. Bij hem denk ik aan een zwarte man die zichzelf wit wilde maken. Zijn muziek is heerlijk. Maar ik loop ook goed op ‘Dromen zijn bedrog’ van Marco Borsato: ‘Droo-men zijn bedrog, maar als ik wakker word naast jou dan droom ik nog...’”

2  Laat ze maar praten

“Mijn oudere zussen werden in de hongerwinter vanuit Amsterdam naar Stiens in Friesland gebracht om aan te sterken. Na de oorlog kwamen mijn ouders ook in het noorden terecht, in Assen, waar ik werd geboren. Ik voelde me er nooit echt thuis, wist dat we daar niet hoorden, zoiets. Toen ik puber was dacht ik dat het kwam omdat ik geen vader thuis had en men dat abnormaal vond. Hij zat als arts in Indonesië, om mensen van lepra af te helpen.

Bovendien gingen mijn ouders op een gegeven moment scheiden. Dat vonden de mensen raar, maar dat we een vader hadden die arts was, gaf ons weer aanzien, terwijl hij er nooit was. Gek is dat. En mijn moeder mocht door hem meespelen in de toneelvereniging van de Rotary. Mijn vader kwam elke vier jaar even met verlof. Ik ben een keer meegegaan langs al die kampongs waar hij met een Indonesisch team mensen liet onderzoeken op lepra. Dat was heel bijzonder. Hij vroeg mij toen of we hem thuis niet misten, en toen zei ik: ‘Och pa, nee, het is bij ons al zo druk’. Hij was oké, maar zo gesloten als een oester, en las later zowel De Telegraaf als de NRC. Raar vond ik dat, nu vind ik het wel leuk.

Mijn moeder moest trouwens bewijzen dat hij overspel had gepleegd om te kunnen scheiden. Terwijl het haar daar niet om ging. Na de scheiding wilde ze niet terug naar Amsterdam, omdat ze dacht daar hooguit de cheffin van modehuis Gerzon te worden of van de Bonneterie. Ze dacht het in het noorden meer te kunnen maken, ze had zelf een naaiatelier met dure stoffen van Metz&Co, en liep soms als mannequin shows in Groningen. ‘Mode für Mollige’, spotte ze zelf.”

Beeld Merlijn Doomernik

3  Familie blijft familie

“Ik hou heel veel van mijn zussen, leuke meiden, maar we zijn ook heel goed in ruziemaken. Jammer hè? Ik was de jongste en zij scheelden maar één jaar. Zij vonden dat ik werd voorgetrokken door onze mamma. En dat speelt nog steeds, terwijl mijn moeder al op haar 49ste doodging.

We luisteren helaas niet naar elkaar zoals naar onze eigen vriendinnen. Je luistert toch met een vooroordeel, zo van: ‘Oh, ze zal wel weer…’ En dat is dan ook zo. Ja, echt. We leven alle drie wel naar het gedachtegoed van onze moeder. We zijn het alleen toch ook weer niet eens over wat mamma dan overal van vond.”

4  Spelen is heerlijk

“Ik werd als meisje uit Assen op het randje aangenomen op de Amsterdamse toneelschool. Het hielp dat ik kon zeggen dat mijn vader arts was, ‘leproloog bij de World Health Organisation’, en dat ik een tante in de Vondelstraat had wonen. Die tante bleek een mevrouw in de toelatingscommissie te kennen, Jeanne van Schaik-Willink. Mijn tante belde haar na mijn auditie op: ‘Is Olga Zuiderhoek aangenomen?’ Van Schaik zei: ‘Oh ik weet die namen niet. Is dat die met die schouders omhoog en dat haar voor haar gezicht? Ja, die hebben we toegelaten. Ja, we dachten: daar steekt toch wel wat achter’.”

Het is zo fijn, ik heb altijd werk gehad, en nog steeds. Als ik een paar maanden niets heb, komt er altijd wel weer wat aan. Toneel óf film. In de jaren tachtig vroegen De Duo’s – Kees Prins en Arjan Ederveen – mij hen te regisseren.

En nu regisseert Prins mij weer in een stuk dat ik in september in Bellevue speel, met muziek van Willem (jazzmuzikant Breuker, haar overleden man, AS). Zijn enorme muziekbibliotheek kijkt hier in mijn appartement op de zevende verdieping uit over Amsterdam. Dat had hij leuk gevonden. Hij is nu tien jaar dood. Tien jaar minder gelachen. Leren dat ik alleen voor mezelf moet opstaan, dat vind ik nu het moeilijkst.”

5  Er is meer dan toneel

“Ik zat bij toneelgroep Baal, waar actrice Elsje de Wijn na onze repetities altijd haar kinderen aan het eind van de middag moest ophalen van de opvang om dan ‘s avonds weer te spelen. Dat vond regisseur Leonard Frank belachelijk, ik vond het knap. Ik dacht ook: dat moet ík niet gaan doen. Niet dat toneel voor mij alles is. Het leek mij alleen heel ingewikkeld. Ik dacht wel lang; het dient zich misschien toch een keer aan. Maar dat deed het niet. Ik had twee vriendinnen die moeder wilden worden, bij wie het niet lukte. Terwijl ik een keer voor een abortus koos, wilden zij graag een baby. Heel idioot, het leven.

Ik had altijd genoeg andere dingen te doen. Als ik drie maanden vrij was, kreeg ik WW, dat vond ik heerlijk. Het huishouden doen, vakantie vieren in een huisje, muziek draaien, het parket in de was zetten, kunst bekijken, een normaal mens zijn.”

Olga Zuiderhoek (Assen, 1946) studeerde in 1970 af aan de Amsterdamse toneelschool. Na jarenlang verbonden te zijn geweest aan theatergezelschap Het Werkteater, werkte zij onder meer voor De Mexicaanse Hond en Orkater. Ze schitterde recent in de tv-serie ‘Het geheime dagboek van Hendrik Groen’, de film ‘April , May, June’ en was zeven seizoenen te zien in ‘Penoza’. Ook speelde ze twee seizoenen de rol van koningin Wilhelmina in de musical ‘Soldaat van Oranje’. In 2014 schreef ze met Ingrid Harms het receptenboek ‘Ongezouten Zuiderhoek’ over eten zonder zout. Op het Nederlands Film Festival gaat in september de korte film ‘Bosrandgeluk’ in première, waarin ze de echtgenote speelt van Jeroen Krabbé, met een scenario en onder regie van Philip Huff. In het najaar zal haar eigen programma ‘Wat er ook gebeurt, er klinkt muziek’ over liedjes van o.a. Louis Davids en Ischa Meijer in Bellevue te zien zijn, onder regie van Kees Prins.

Beeld Merlijn Doomernik

6  Hou zelf de regie

“Ik ben laconiek, maar kan ook tobben, over hoe dingen moeten in een stuk. Dat alle spelers een andere smaak hebben, kan een ramp zijn. Ik wil het stuk goed hebben, daar ben ik ambitieus in. Ik ben alleen niet ambitieus in het krijgen van prijzen. Bij het Werkteater hadden we geen regisseur, maar een ‘stimulator’, alles ging democratisch. Ook wat voor muziek een eindscène moest hebben: de ene wilde Elton John , de ander stilte, weer een ander Bach.

Dat kon ik zo jammer vinden, dat het anders werd dan ik hoopte. Toch heb ik bij het Werkteater het meest geleerd. Je leerde er zelf iets maken, niet dat iemand zegt wat je moet doen.

Iets Me Too’s heb ik nooit meegemaakt, nee. Als bij het toneel een man me stevig omhelsde en vroeg: ‘Ol, zullen we het even doen?’ Dan zei ik, als ik daar geen behoefte in had: ‘Nu niet en nooit niet, gekkie.’ En dan lachten we. Het is mij misschien niet voor niets, niet overkomen: Ik hield me er nooit mee bezig of ik wel werk kreeg.”

7  Het is maar de vraag of mensen deugen

“Ik weet niet of de meeste mensen deugen, het zal wel, maar misschien ook niet. Er zijn veel misverstanden. Heel erg ook, die stampvoetende jongetjes die nu onze wereld regeren. In Rusland en China en de VS. Cowboy Reagan viel met hen vergeleken erg mee. Boris Boef in Londen is niet mis. En dan zitten we hier met dat kind in Den Haag dat boos rondloopt met die twee zetels, en zegt: ‘Ik Ben De Grootste Van Nederland’.

Ontzettend prettig in Nederland is dat we zelf moeten nadenken, ook met die intelligente lockdown. Ik moet nu ineens denken aan het gedicht daarover van Judith Herzberg, ik zoek het even op. Zij schreef midden in de coronaperiode voor 4 mei ‘Leve het verschil’:

… ook iemand als opperhoofd die zonder
stemverheffing geen zekerheid belooft,
maar zegt dat hij zich vergewist,
gelooft in uitgeplozen deskundigheid,
zich nog vergist misschien, dat zal dan later blijken. Hoe onbeschrijflijk, hoe uitspreekbaar dit ontroert, voor zo iemand als ik die weet van het verschil.

Ik lees het gedicht niet uit, want Herzberg maakt mij altijd aan het huilen. Je kunt van Rutte zeggen wat je wilt, dat-ie een lachebekje is en zo, maar hij zal nooit bevelen geven.” 

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden