Relatie-DNAHet verhaal van Aafke

Aafke (70) voelde zich nooit gezien door haar vader. ‘Hij praatte nauwelijks met me’

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Tijdgeest verkent het DNA van de liefde: hoe werkt de relatie van je ouders door in je eigen relaties? Aafke (70) voelde zich nooit gezien door haar vader. ‘Hij praatte nauwelijks met me.’

“Mijn vader was altijd druk met ‘de zaak’. Behalve op zondag, dan dronk hij thuis een borreltje en begon hij te praten. En dan was hij eigenlijk altijd vervelend. Het ging ­alleen maar over de zaak, een bedrijf in bestrijdingsmiddelen dat hij zelf in de jaren vijftig had opgebouwd. Soms was hij zo aan het doorzagen dat mijn moeder ging huilen. Dat irriteerde hem. Dan zei hij weleens: ‘Hier heb je een brok guldens, koop maar een jurk voor je eigen’.

Ze waren in 1949 getrouwd. Tien maanden later kwam hun eerste kind, dat was ik. Veertien maanden na mij werd mijn zusje geboren en zo ging het nog even door. Toen ik zes was, kwam er een zoon, de ‘troon­opvolger’. Er volgden later nog drie jongens.

Mijn vader praatte bijzonder ­weinig met mij, helemaal niet eigenlijk. Alles draaide altijd om de zaak. Tussen de middag zat hij moe op de bank, maar zodra er een klant kwam, liep hij fluitend naar de deur. Mijn moeder moest de telefoon opnemen. Soms kregen wij, de kinderen, de ­opdracht om iets af te wegen in de vergifschuur. Het stonk daar.

Het was een ongeschreven regel dat de oudste zoon later de zaak zou overnemen. Dat is ook gebeurd, twee andere broers zijn bij hem aangehaakt. Het gaf mij al jong het gevoel dat er iets niet klopte, dat er onderscheid werd gemaakt tussen de jongens en de meisjes. Als ik daar iets van zei, suste mijn moeder: ‘Ach joh, wees jij nou maar de wijste’.

Als puber was ik kritisch over al dat gif. Mijn vader reageerde nauwelijks. En moeder zei alleen maar: ‘Stil nou, maak toch geen ruzie’. Zelf dacht ik vooral: ik word niet gezien.

Ik had het gevoel dat ik vooral in de ogen van mijn vader tekortschoot. Mijn broers en zussen kregen op hun zeventiende verkering, trouwden op hun 22ste en bleven in het dorp wonen. Ik had geen verkering. Ik wilde geen boerenjongen. ­Eigenlijk wilde ik maar één ding: weg van huis.

Tegen het gif

Toen ik begin twintig was, ging ik op kamers. Ik had een baan als kleuterjuf en werkte in een ­wereldwinkel. Meer dan ooit keerde ik me tegen het gif. Als ik in het weekend naar huis ging, nam ik boekjes van Aktie Strohalm mee, een milieuorganisatie. Die gaf ik aan mijn vader. Hij las ze niet eens.

Via de kerk hoorde ik over een woongroep waar Franciscanen samenleefden met niet-Franciscanen. Daar ben ik in 1976 ingetrokken. Ik begon oude kleren te dragen en ging naar recepties in een trui vol verfvlekken – ik wilde laten zien dat ik niet in hetzelfde keurslijf zat als mijn familie.

Ik heb in die jaren verschillende relaties gehad, maar geen enkele bekleef. Toen ik begin dertig was, dacht ik: nu wil ik ook weleens een leuke man hebben. En ik wilde kinderen. Tijdens een fietsvakantie in het oosten ging ik bij een boerderij langs waar ik ooit mijn handen had laten lezen door een vrouw. Zij woonde er niet meer, haar ex-man wel.

Zo heb ik Johan ontmoet, twaalf jaar ouder en in alles het tegenovergestelde van mijn ­familie. Hij leidde het soort ­leven dat ik ook wilde. Johan had een biologisch-dynamische groententuin, werkte in een museum en had zelf zijn boerderij verbouwd, op alternatieve wijze, sommige muren waren van koeienpoep en stro.

Toen ik zwanger was van onze tweede dochter verhuisden we naar het dorp. Ik dacht dat Johan wist hoe hij moest verbouwen. Dat bleek niet zo te zijn. Het werd een puinhoop.

Johan was een leuke vader voor onze dochters, maar er was ook een andere kant. Als hij een verhaal vertelde, kwam hij nooit tot de essentie. Klussen waaraan hij begon, maakte hij niet af. En we hadden nooit geld. Een onbekende legde ooit een voedselpakket voor de deur. Omdat Johan ziek was bleef ik lang bij hem. In 2005 vroeg ik de scheiding aan.

Nooit spijt

Ik woon nu weer in mijn geboortedorp, samen met een hele leuke man, een vent die na het klussen wél opruimt en doet wat hij belooft. Johan is in 2008 overleden. Ik heb nooit spijt ­gehad van mijn leven met hem, maar ben ook gaan inzien dat mijn keuze voor hem vooral een reactie was op mijn familie. Ik wilde gezien worden en daar ben ik tot het uiterste in gegaan.

Mijn broers hebben het ­familiebedrijf verkocht en zijn schatrijk. Ze hebben er natuurlijk voor gewerkt, maar nog steeds heb ik vooral het gevoel dat ze het in de schoot geworpen hebben gekregen. Het contact is minimaal.

Toen mijn vader nog leefde, heb ik hem een keer proberen uit te leggen waarom ik het ­gevoel had dat er verschil werd gemaakt tussen de jongens en meiden in het gezin. Hij reageerde: ‘Maar jij was altijd tegen het gif’. Dat was het. Later belde hij: ‘Je hebt gelijk’. Ik heb zo ontzettend zitten huilen: ik was in elk geval één keer gezien.

De namen in deze tekst zijn gefingeerd om privacyredenen. De echte namen zijn bekend bij de redactie.

Heeft u ook een verhaal over uw de liefde, uw relatie(s) en uw ouders? Mail: relatiedna@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden