Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zwolle is nu populair bij iedereen

Home

QUIRIJN VISSCHER

Zwolle beleeft een bloeiperiode, ook in recessietijd. De werkloosheid is laag, de voetballers zijn kampioen en de bouwkranen ronken. Jaarlijks neemt het aantal inwoners met 1500 toe. Wat is het geheim van Zwolle?

'Zwolle maakt een historische sprong voorwaarts." Het is 2 januari 2012 en burgemeester Henk Jan Meijer pept de Zwollenaren op in zijn nieuwjaarstoespraak. De stad floreert, maar de inwoners zijn daarover te bescheiden, vindt hij. Overijssels hoofdstad groeit, recessie of niet. Jaarlijks komen er per saldo 1000 tot 1500 Zwollenaren bij. Drie keer per jaar nodigt het college van burgemeester en wethouders nieuwkomers uit voor een introductie. Zo ook op zaterdagochtend 9 juni.

"Van deze bijeenkomsten word ik blij", steekt Meijer van wal in een volle raadszaal. Hij ziet 154 nieuwe Zwollenaren tegenover zich. Zij gaan op tournee door Zwolle in drie touringcars. Maar eerst wordt de stad belicht en draait het promofilmpje 'Mijn Zwolle'.

Zwolle staat letterlijk in de steigers. Je ziet ze bij het nieuwe ziekenhuis ('Nederlands grootste niet-academische'), bij de nieuwe rechtbank, bij museum De Fundatie (bezig met een uitbreiding), en bij het NS-station dat verbouwd wordt vanwege de Hanzelijn naar Amsterdam. In december wordt het spoor in gebruik genomen.

Zwolle (121.500 inwoners) zit in een flow. De werkloosheid is laag met maar 4,3 procent. FC Zwolle promoveerde naar de eredivisie. Winkelstraten in het historische centrum worden druk bezocht. Restaurants De Librije (drie Michelinsterren) en Librije's Zusje (twee) trekken een nieuw, koopkrachtig publiek naar de Hanzestad. Het stadsbestuur haast zich wel te zeggen dat de recessie Zwolle niet voorbijgaat. Er is minder nieuwbouw. Ook hier wordt bezuinigd.

Maar een optimistisch levensgevoel overheerst. Geen verloedering of massale leegstand in Zwolle. Ook geen politieke of financiële debacles. Zwollenaren klinken goedgeluimd, ook de nieuwkomers. Een oud-Almeerder zegt dat zijn familie hem adviseerde naar Zwolle te gaan. "Je kunt als zestigplusser beter hier werkloos zijn dan in Almere", zegt hij bij het koffiebuffet in het stadhuis. "Ik zoek vrijwilligerswerk. Zwolle is prettig. Mensen nemen nog de tijd voor je." Hij verdwijnt met koffie tussen153 medenieuwkomers.

Een nieuwe kers op de Zwolse feesttaart is de komst van hét Zweedse woonwarenhuis. "U weet wel", vertelt wethouder René de Heer (VVD, economie en vastgoed) de nieuwkomers voorzichtig. "Blauw met gele letters." Al jaren gonst het rond in Zwolle. Komt 'ie echt? "Elk verjaardagsfeestje dat ik bezoek, word ik er weer naar gevraagd", vertelt De Heer een week later op het stadhuis. "Toch moet eerst een handtekening op papier staan. Maar Ikea komt. Daarvan ben ik overtuigd."

Zwolle is een succesvolle regiometropool. Een Ikea-vestiging symboliseert dat. Wat is het geheim van dat succes? De stad die van oudsher notabelen en klerken trekt, is nu populair bij iedereen. Zwolle groeit naar 143.000 inwoners in 2040. Niet ten koste van de buren. De stad smeedde onlangs een pact met vijftien buren, ook in Flevoland (de Noordoostpolder), Drenthe (Meppel) en Gelderland (Hattem, Heerde, Oldebroek). De strijdbijl met Kampen is in 2005 begraven. Geen burenruzies meer, maar eendracht tussen de 'Zwolse Blauwvingers en de Kampersteuren'.

Meijer, oud-wethouder van Den Haag namens de VVD, is zijn derde ambtstermijn in Zwolle ingegaan. Toen hij in 2000 kennismaakte met de stad merkte hij nog iets van de animositeit tussen Kampen en Zwolle. "Hun hogescholen waren naar Zwolle gegaan en hun polikliniek was dicht", zegt de burgemeester. "Maar nu werken we samen. Aan hun Zuiderzeehaven hebben wij meebetaald."

De touringcars met nieuwkomers zetten zich in beweging. "De Koestraat is de duurste straat van Zwolle", vertelt gids Piet Kerkhof, de gemeenteambtenaar van (onder meer) Ikeazaken. De verbaasde passagiers zien een smal straatje. Maar de huizen moeten eindeloos diep zijn. Hun tuinen reiken tot aan de stadsgracht. Spiegels van geparkeerde Jaguars zijn uit voorzorg ingeklapt. De bus scheert erlangs en slaat af bij de Sassenpoort. Kanoërs varen in de gracht. "Op naar ons lelijkste pand", roept Kerkhof.

Op weg naar de oudste industrieterreinen passeert de bus de Kamperpoort, een flat die naar Zwolse maatstaven de lelijkste is. Ergens anders zou de flat amper opvallen. "Hij wordt gesloopt", stelt Kerkhof zijn passagiers gerust terwijl de bus aan de IJssselhallen voorbijtrekt. "Over deze voormalige veemarkt is discussie. Hier zou woningbouw kunnen komen." De bus rijdt langs een sombere meubelboulevard die een facelift verdient, Scania's truckfabriek en de uitdijende hogeschoolcampus van Windesheim.

Het ene moment rijdt de touringcar door opgeslokte dorpjes als Schelle en over landwegen met knotwilgen, het volgende moment langs Zwolles eigen 'Zuidas', de glimmende en hoge Voorsterpoort, en het schoolcomplex van Deltion dat over de weg is gebouwd. Zwolse rijken verschansen zich met hun Range- rovers in de groene gordel rond de stad in boerderijtjes met paardenbakken. Ze hebben het nieuwe 'antroposofisch ontworpen' ziekenhuis van de Isala Klinieken als skyline. En de Peperbus als historisch baken.

Achterstandswijken worden niet vermeden. In Holtenbroek maakten probleemflats plaats voor nieuwbouw. De zorgenwijk kreeg een nieuw winkelcentrum. Opvallend weinig graffiti, leegstand, verloedering en woekerend gemeentegroen vind je in de stad. De Heer wil bijna 'aangeharkt' zeggen, maar slikt dat snel in. Zwollenaren zijn hardwerkend, ingetogen en niet hoogmoedig, bespiegelt hij met Meijer. De Heer: "De bevolkingsverhouding in Zwolle is nu fifty-fifty. De helft van de bevolking komt van elders." Het college van burgemeester en wethouders is zelf 100 procent import.

Zwolle oogt af. Zelfs de woonerven zijn beter dan elders. Vraag het een stedebouwkundige en de Zwolse Aa-landen borrelen spontaan op als nationaal voorbeeld van een geslaagde jarenzeventigwijk. In Zwolle overleven buurtcentra probleemloos naast wijkcentra. "Een stad met dorpse sfeer", roemt Meijer. "Binnenstad en buitengebied zijn op fietsafstand." PR-taal, maar toch. Waarom raakt de recessie Zwolle zichtbaar zo zachtjes? Nog altijd worden zeshonderd nieuwe woningen per jaar opgeleverd, al waren er ooit negenhonderd begroot.

Gaston Sporre, voorzitter van Kamer van Koophandel Oost-Nederland, geeft het antwoord. De oud-topman van Achmea Zorg, geboren in de Zwolse tegenpool Enschede, stond aan de wieg van FC Zwolle die dit seizoen kampioen werd in de Jupiler League. Sporre bouwde de FC ooit op uit de brokstukken van PEC Zwolle. Hij is verbolgen dat zijn club juist nu als 'PEC' de eredivisie betreedt. Zelf bestuurt hij alweer iets anders in Zwolle: de nieuwe schouwburg De Spiegel die het culturele leven in Zwolle op een hoger plan tilt.

"Zwolle is een stad zonder pieken en dalen", zegt Sporre in een restaurant tegenover het NS-station. "Ambtenarij, dienstverlening en onderwijs zorgen voor een stabiele bodem. Er is relatief weinig maakindustrie. Hier, tussen Nunspeet en Staphorst, vind je een arbeidzame bevolking met calvinistische inslag. Werknemers blijven loyaal aan de werkgever. Dat is het DNA van Groot-Zwolle. De ligging is ideaal. Er is een woonklimaat met weinig gedoe. Alle voorzieningen zijn er. Toch sta je straks binnen een uur in hartje Amsterdam."

De Kamer van Koophandel Oost-Nederland noteert voor Zwolle en omgeving minder faillissementen dan elders en minder banenverlies. Werknemers nemen gemiddeld ook met een lager inkomen genoegen dan elders, misschien omdat de Zwollenaar gemiddeld jonger is. Op een beroepsbevolking van 82.000 Zwollenaren zijn 86.000 banen te vergeven. De pendel tussen Zwolle en een wijde kring kleinere steden en dorpen speelt een hoofdrol in de stadseconomie. Er is wederzijds voordeel. Vindt een werkloze Hattemer in Zwolle werk, dan scheelt dat het Gelderse buurstadje een uitkering.

"Wat Zwolle van andere steden onderscheidt", zegt Sporre, "is dat na-ijver met buursteden ontbreekt. Het is een unieke situatie: geen competitie, zoals bijvoorbeeld tussen Arnhem en Nijmegen. Jonge gezinnen afkomstig uit Harderwijk tot Hardenberg zien Zwolle als middelpunt, wonen er en houden de binding met hun streek overeind. De stad hoeft weinig te doen voor groei. Zwolle is een knikkerpotje waar alles heen rolt. Het hoofdkantoor van Vitens komt hierheen. Geruisloos. Als werknemers mogen kiezen uit X, Y of Zwolle, wordt het Zwolle."

Een van die knikkers is, oneerbiedig gezegd, 'nieuwe Zwolse' Loes Siebenga. De oud-Haagse kwam in februari vanuit een seniorenwoning in Heerenveen. Zwolle ligt centraler. Met haar dochter Winny Hoven - Zwolse sinds 1980 - maakt ze de welkomsttour. "Van Zwolle dacht ik vroeger niks", bekent Siebenga. "Nu merk ik dat Zwolle lijkt op Groningen. Ze laten hier oude gebouwen staan."

Zoals makelaars van huizen zeggen dat de locatie alles bepaalt, blijkt alles in Zwolle te draaien om de ligging tussen grazige weiden, omspoeld door Vecht, IJssel en Zwarte Water en ingeklemd tussen Giethoorn en Veluwse bossen.

Dus waarom geen samenwerking met buurgemeenten op basis van wilskracht en geestdrift, stelt het college van burgemeester en wethouders van Zwolle. 'Hun' Scania, Wavin en Wehkamp hebben immers ook nevenvestigingen in Meppel, Hardenberg en Dedemsvaart?

De continue stroom nieuwkomers maakt van Zwolle en Kampen aan de Hanzelijn geduchte concurrenten van Flevolands groeikernen Lelystad en Almere. Een IJsselstad biedt een oud landschap en een historische stadskern zonder de grootstedelijke grootspraak of problemen. Hoogstens eredivisiefans die de boel opschudden. De Zwolse mentaliteit blijft hulpvaardig en kalm vergeleken met de Randstad, ook met steeds meer inwoners, vermoeden Meijer en De Heer. Toch blijft de burgemeester het Zwolse zelfvertrouwen stimuleren. Al kan niemand op tegen de Zwolle-PR van Jonnie en Thérèse Boer van De Librije.

Is alles dan koek en ei? Een vrijage tussen Windesheim en de Vrije Universiteit uit Amsterdam mislukte. "In Zwolle geen universiteit", stelt Meijer. "Maar ik ga niet tegen windmolens vechten." Verder is museum Ecodrome gesloten. Een casino mist. De Voorsterpoort wordt niet afgebouwd. Van Sporre moet Zwolle niet steeds kiezen voor 'net niet helemaal'. Verras bezoekers met een tunnel vanaf de A28 'hup de binnenstad in', zegt hij. De gemeente heeft geld genoeg. De politiek kon in 2011 nog onverkoopbare kantoorkavels afwaarderen voor 15 miljoen euro uit eigen geldreserves.

En ach, bij de centralisatie van rijksdiensten springt Zwolle eruit als Rijksconcentratieplek. Er komen kantoren van de Nationale Politie. Het knikkerpotje werkt, zegt Sporre. Zwolle heeft als kantorenstad een vastgoedwethouder: De Heer. Die is ondanks een stilliggende bouw al bezig met kantoornieuwbouw bij het station en de herbestemming van oude, lege kantoren. Het spoorkantoorproject moet het verlaten PTT-complex vervangen, bijna de enige centrale plek in Zwolle vol graffiti.

Komend jaar is Zwolle gastvrouw van het jaarcongres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Dan kunnen collega's ervaren waarom Zwolle zo hoog scoort in favorietenlijstjes. Hoogstens Zwolles (te) keurige aanblik maakt Meijer ongerust: "Zwolle mist een rafelrand. Een ruige plek waar mensen hun gang kunnen gaan." Alles bloeit in Zwolle, behalve onkruid. Je kunt niet alles hebben.

Stad van klerken en kunststoffen
Zwolle wil bekend worden om de kunststofproductie en -ontwikkeling. Het nieuwe Polymer Science Park moet daaraan een steentje bijdragen.

Dit laboratorium krijgt steun van de gemeente Zwolle, de provincie Overijssel en de Kamer van Koophandel Oost-Nederland. De kunststof- en coatingsector bij Zwolle is één van Nederlands grootste met onder andere DSM Resin, Wavin en Van Wijhe Verf.

Het Polymer Science Park moet innovatie bevorderen op kunststof- en coatinggebied. Het is de bedoeling dat jonge en oude deskundigen elkaar treffen voor de uitwisseling van ideeën en voor proefprojecten. De Overijsselse onderwijsinstellingen Deltion (mbo), Windesheim (hbo) en Universiteit Twente doen ook mee.

De Zwolse economie draait van oudsher om de spilfunctie tussen Noord-Nederland en de Randstad en ook als politiek-bestuurlijk regiocentrum. Ambtenaren, spoorwegpersoneel en de trucksector (Scaniafabriek, logistiek) kenmerken de economie. Winkeliers, ziekenhuizen en dienstverleners gebruiken Zwolle als regiometropool. Een poging om een universiteit (de Amsterdamse VU) naar Zwolle te halen, mislukte.

Deel dit artikel