Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zwitserlevengevoel lang niet altijd wenkend perspectief

Home

Jaap Willems emeritus hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de VU en de Universiteit Tilburg

Voor sommige mensen is verhoging van de AOW-leeftijd een zegen. Dat moet ook een argument zijn in het debat erover.

De verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd lijkt economisch onvermijdelijk. Mensen moeten langer blijven werken en dat wordt over het algemeen beschouwd als onaangenaam. Politici van allerlei kleur doen daarom vooral hun best om die ingreep te verzachten, bijvoorbeeld door de invoering daarvan over kortere of langere tijd uit te smeren. Voor veel mensen zal zo’n verhoging inderdaad een onplezierige verrassing zijn. Die kijken uit naar hun pensioen omdat ze dan eindelijk vrij zijn, rust krijgen, de kans om iets anders te gaan doen: Het Zwitserlevengevoel.

Maar er zijn ook (veel?) mensen die helemaal niet graag met pensioen gaan, die zo veel plezier beleven aan hun werk, dat ermee stoppen een straf is. Zij zien aan het einde van hun loopbaan een zwart gat. Voor hen is dat uitstel een zegen omdat het einde daardoor nog even wordt opgeschoven.

Dit doorgaans genegeerde idee wordt ondersteund door recent onderzoek. Volgens een publicatie uit 2009 van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut zegt bijna 30 procent van de talrijke onvrijwillig gepensioneerden dat het hen veel moeite heeft gekost om te wennen aan een leven zonder werk; 25 procent geeft aan dat het meer dan een jaar duurde voor ze daarmee hadden leren leven. Dat zijn doorgaans mensen die niet zaten te wachten op hun pensionering, integendeel. Die waren graag aan het werk gebleven. Een aanzienlijk deel van hen zocht daarom opnieuw betaald werk.

Waarom willen mensen niet met pensioen? Uit het NIDI-onderzoek komt een aantal redenen naar voren, die ik ook heb gehoord tijdens interviews voor het boek ’Met Pensioen/Nazomer’, dat eind van dit jaar zal verschijnen. Vier vaak terugkerende argumenten om niet met pensioen te willen, zijn: verlies van werkritme, verlies van status (‘je hoort er niet meer bij’), verlies van het dagelijkse contact met collega’s en de financiële gevolgen van de al dan niet voortijdige pensionering. Met name veel babyboomers zijn financieel slecht voorbereid op hun pensionering.

Uit de interviews komt het verlies van het werkritme het meest naar voren. De meeste mensen zijn gehecht aan een zekere regelmaat, ze voelen zich veilig bij een duidelijke dagelijkse agenda. Wanneer die wegvalt aan het einde van hun loopbaan, raken veel mensen de weg kwijt. Op de talrijke cursussen Pensioen In Zicht wordt aankomende gepensioneerden daarom geleerd een stappenplan te maken voor het herinrichten van hun leven.

Het verlies van status komt in dat soort cursussen ook expliciet aan de orde. Mensen krijgen na pensionering vaak het gevoel dat ze niet meer meedoen. Ze voelen zich overbodig. Statusverlies bij pensionering is overigens niet iets dat alleen ’belangrijke’ mensen treft. Lenny Langerveld schreef daarover in Plusmagazine voor ruim een miljoen lezers: „Tot aan ons pensioen bekleden velen van ons een maatschappelijke positie. We zijn ambtenaar, directeur, lerares, manager, bestuurslid, timmerman of monteur. Die baan levert meer op dan alleen maar geld. Ook maatschappelijk aanzien – status – en een bepaalde mate van eigenwaarde. Er kan veel positiefs over de pensioengerechtigde leeftijd gezegd worden, maar dit is de kwellende realiteit: als je stopt met werken, gaat dat automatisch gepaard met het verlies van de status die je ooit had.”

Het verlies van collega’s komt in de eerder genoemde NIDI-publikatie uit 2009 als meest gerapporteerd verlies naar voren. Een op de vijf gepensioneerden beschouwt het verdwijnen van het regelmatige contact met collega’s als een groot gemis. Pikant detail: nogal wat werknemers gaan gedwongen met pensioen en de druk van collega’s wordt daarbij als belangrijkste drijfveer genoemd.

Tenslotte de financiën. Veel mensen gaan er financieel op achteruit als ze met pensioen gaan; een groot aantal van hen meer dan verwacht. Volgens het LASA-onderzoek van de VU (dat sinds 1992 ouderen vanaf 55 jaar volgt) wordt dat probleem steeds groter want het aantal gepensioneerden dat ontevreden is over hun uiteindelijke pensioen neemt toe.

Deze en andere verliezen zijn voor veel mensen een reden om niet uit te zien naar hun pensioendatum, maar ze vormen desondanks geen onderdeel van het debat over de (on-)wenselijkheid van het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd. Dat maakt die discussie ten minste onvolledig.

Deel dit artikel