Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zwevende letters in het West-Friese landschap

Home

ONNO BLOM

WIJDENES - In de keurig aangeharkte tuin van het opgepoetste boerderijtje in Wijdenes hangen twee ouderwetse juten postzakken in de wind te wapperen. Op het eerste gezicht vormen ze een eigenaardig contrast met de omgeving, maar bij nader inzien leveren de poëzieregels van Jan Emmens, die op de linker postzak staan gesjabloneerd, juist een helder commentaar bij het zomerse polderlandschap:

't gras is gemaaid de bloemen staan op stelen de blaren hangen keurig aan de boom

De poëziepostzakken zijn daar opgehangen door de reclametekenaar en beeldend kunstenaar Frits Gramberg (1931), die dertig jaar geleden naar het West-Friese dorpje Wijdenes kwam om zich vlak achter de dijk van het IJsselmeer te vestigen in 'een woonboot op het droge'. De inwoners bekeken hem met argwaan. Een ras-Amsterdammer die aan sculptuurtjes en zeefdrukken zat te prutsen, dat kon nooit wat wezen.

Gramberg, wiens gedachten na drie decennia doordesemd zijn van de lucht van Wijdenes, wilde daar verandering in brengen. Hij wilde het dorp en zijn werk in de open lucht op elkaar laten reageren. Net als in het Belgische plaatsje Watou, waar door de dichter Gwy Mandelinck al zeventien jaar beeldende kunst en poëzie op een subtiele manier bijeen worden gebracht, koos Gramberg een aantal gedichten en zocht daarbij een vorm die hij in Wijdenes kon integreren.

De eerste die Gramberg voor zijn plan wist te winnen was zijn buurman, de boer Klaas Water. Water stemde toe om Gramberg in zijn stal te laten exposeren en werkte daarna zelfs schoorvoetend mee aan het timmeren van constructies waar de dichtregels van Grambergs voorkeur op zouden passen. Op een paar stappen afstand van hun beider huis, onder het groen gefilterde licht van de bomen, bouwde Water uit vergane planken en oude deuren een houten hok, waar Gramberg een regel van Kopland - overigens een vaste gast in Watou - op schilderde: 'Een lege plek om te blijven'.

Vanaf dat moment ontwikkelde zich het plan voor een poëzieroute door Wijdenes en het aangrenzende dorpje Oosterleek. Gramberg bedacht een thema, 'het bericht', kwam toen al snel op het idee van de postzakken, en koos uit zijn poëziebundels gedichten die hem hadden getroffen. “Alles vlak bij huis,” zegt Gramberg. “Ik hoefde niet verder te kijken dan mijn kamer.”

Die uitspraak kan letterlijk worden genomen: al Grambergs werk heeft een strikt persoonlijke aanleiding. Dat maakt zijn fijne ijzerdraadsculptuurtjes, geëxposeerd in de stal van Klaas Water, uiterst herkenbaar. Grambergs directe omgeving geeft hem zijn ideeën aan. Zo vroeg hij aan een aantal vrienden hem een geheim te vertellen. Hij sloeg dat geheim met een letterhamertje in dunne loden vellen, rolde ze op en deed er een zegel omheen. Zo worden geheimen in één gebaar ontfutseld en bewaard.

Ook in de poëzieroute is Grambergs persoonlijke beleving de rode draad. Hij heeft ervoor gekozen niet alleen dichters van naam op te nemen, maar ook uitspraken van hemzelf en de dorpelingen van Wijdenes. Die opzet is een kracht en een zwakte tegelijk. Grappig zijn de boerenwijze woorden van Klaas Water langs de weg:

We kinne tog ok een aigen raimpie make

Het was Waters zuinige reactie toen hij van Gramberg hoorde, dat er voor het gebruik van dichtregels betaald moest worden. Mooi is te zien hoe buurman Piet netjes het gras om de postzakken heenmaait. Toch leidt deze 'dorpse' opzet niet altijd tot verrassende inzichten. Het samenspel van woord en beeld is nogal eens wat te letterlijk genomen. Een gedicht van Willem Wilmink - als dichter al het toonbeeld van duidelijkheid - over een hond nog eens met een hondenhok illustreren, doet aan de regels eerder iets af, dan dat het er iets aan toevoegt. Helemaal erg wordt het als, hoe symphatiek en begrijpelijk ook, schoolkinderen een typisch boeren handkarretje met dichtregels hebben 'versierd' of de plaatselijke aannemer naast een eigen collage van kruiwagens en planken heeft geschreven: “de kunst is... er iets van te maken.” Zo'n tekst is voor een tegeltje in de WC nog niet eens geschikt.

Nee, pas echt geslaagd zijn die combinaties van ontwerp en tekst, die uitnodigen tot vrij associëren. De verzen van Van Ostaijen en Chris van Geel weten op een vreemde manier te imponeren op vermolmde hekken tussen de maishalmen. Hetzelfde geldt voor het gedicht 'Wat zij wilde schilderen' van Judith Herzberg, dat op twaalf genummerde postzakken aan een strak gespannen lijntje tussen de bomen hangt. Herzbergs woorden, prachtig gestempeld in oude kistletters, zweven tussen gras en koeien, doen je blik dwalen van de weg naar de dijk en terug. “Het onomlijnde blijft / onomlijnbaar lokken.”

Aan het eind van de langgerekte route door de twee West-Friese dorpjes, aan weerszijden uitzichten en gedichten, wacht nog een beloning. Op de dijk, na de kerk rechtsaf, staat een klein vuurtorentje, waarop te lezen staat:

De zon zou ons niet kunnen schelen lief als hij niet onderging

Zelfs op een grauwe dag zakken Emily Dickinsons woorden op de toren net zo weg als de zon in het IJsselmeer. De meeuwen scheren over haar gedicht en het water klotst op het ritme van haar verzen tegen de dijk, die Wijdenes en Oosterleek voor een literaire overstroming behoedt.

Deel dit artikel