Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zweven in de sneeuw tussen hemel en hel

Home

ARJEN VAN DER ZIEL

Snowboardster Carolien van Kilsdonk zit vrijdag thuis in Amsterdam en vertoont niet haar kunsten op de halfpipe in het Italiaanse San Candido. De 33-jarige snowboardster had daar haar wereldtitel moeten verdedigen. Ze herstelt van een ernstige rugblessure, geen onbekend fenomeen in het snowboarden.

“Ik heb op de sportacademie nooit iets gehad”, zegt Van Kilsdonk over haar fysieke gesteldheid. Ze begon in 1989 met boarden. Een arm schoot uit de kom, ze brak enkele ribben, liep een hersenschudding op, scheurde haar kniebanden, brak een ruggenwervel, en besloot eind vorig jaar om niet meer te snowboarden totdat alles is genezen.

“Ik mis het enorm, maar het ging echt niet meer. Snowboarden is heaven en hell.” Ze viel vier jaar geleden in Oostenrijk met haar bekken op de rand van de zogeheten halfpipe, de halve buis van sneeuw waarin snowboarders hun stunts laten zien. “Ik dacht eerst dat ik gewoon iets met mijn spieren had; ik was helemaal verkrampt.” Een arts gaf haar een injectie, waarna ze verder kon, maar vier maanden later kwam de pijn terug. Van Kilsdonk bleef snowboarden. “Ik sukkelde gewoon door.”

Totdat ze vorig seizoen in Japan wéér op haar bekken viel. “Terug in Nederland kreeg ik een soort na-pijn. Alle pijn die ik eerder niet had willen voelen, kwam toen.”

Van Kilsdonk is niet de enige snowboarder met rugproblemen. “Je staat a-symmetrisch op het board. Dat werkt door, zeker als je al last hebt van je rug, bijvoorbeeld door een val.” Snowboarders springen meters boven de randen van de halfpipe uit. “Je valt soms wel vier meter naar beneden.” Schouder- en knieblessures komen vaak voor. “En heel veel snowboarders hebben last van hun rug.”

Van Kilsdonks revalidatie bleek veel tijd te vergen. Ze hoopt dat ze in maart weer een wedstrijd kan boarden.

Eigenlijk zijn wedstrijden helemaal niet leuk, zegt ze. “Ik ben altijd hartstikke zenuwachtig. Trainen is veel leuker, het maakt dan niet uit als je valt, je kunt veel riskeren.” Van Kilsdonk bedwong de nervositeit vorig seizoen door aan yoga te doen. “Ik denk dat het daardoor zo goed ging.” Yoga hielp haar ook om zich te concentreren. “Alles lukte.”

De spanning tijdens de wedstrijden is toegenomen doordat de belangen groter zijn geworden. Het snowboardwereldje is de afgelopen jaren drastisch veranderd. “Het is een heel circus geworden, met alle commercie die daarbij hoort.” Het materiaal en de faciliteiten zijn beter geworden en de wedstrijden zijn strakker georganiseerd. Van Kilsdonk vindt het prima, al ziet ze ook nadelen. “Steeds meer mensen die eigenlijk niets met snowboarden te maken hebben, willen een vinger in de pap hebben.”

Vroeger waren de snowboarders op de piste een curiosteit. “Je was een soort pionier. Veel liften weigerden snowboarders mee te nemen, dus je liep omhoog. En er was geen les, je leerde jezelf snowboarden.” Dat gaf een gevoel van saamhorigheid. “Als je een andere snowboarder tegenkwam was je meteen vrienden, je zwaaide naar elkaar. Net als motorrijders die elkaar gedag zeggen op de weg.”

“Nu is snowboarden gewoon een wintersport.” Het Veronica-achtige sfeertje rond de wedstrijden kan haar gestolen worden. Ze glimlacht. “Journalisten die mij willen interviewen verwachten vaak een luidruchtig, extravert type. Terwijl ik gewoon een serieus meisje ben dat veel traint en 's avonds met een boek naar bed gaat.” Een serieus meisje dat meters boven de halfpipe uitspringt en halsbrekende toeren uithaalt.

Van Kilsdonk is verslaafd aan de halfpipe. Maar afdalingen door ongerepte sneeuw buiten de piste zijn ook mooi. “Ik vind het heerlijk om een halve dag omhoog te lopen en dan één mooie afdaling te maken. Daaruit haal ik meer voldoening dan uit het maken van zo veel mogelijk vertical miles in een skigebied met honderd liften.” Ze bewaart goede herinneringen aan de Rocky Mountains. “Heerlijk, die ruimte en vrijheid daar.” Voor veel snowboarders zijn de Verenigde Staten het land van melk en honing. De ongerepte natuur en de poedersneeuw oefenen een grote aantrekkingskracht uit.

Het snowboarden is in de jaren zeventig in de Verenigde Staten ontstaan, toen een golfsurfer op het idee kwam om ook in de sneeuw te gaan surfen. Het jargon van de sport is doorspekt met Amerikaanse kreten, waarvan de meeste afkomstig zijn uit het skateboarden. In de halfpipe scoren snowboarders met 'vette' tricks. Buiten de pijp mogen ze graag een beetje freeriden. Ze doen aan gap jumping en tail bonking. Een echte boarder zie je niet op ski's.

De sport is in de tweede helft van de jaren tachtig overgewaaid naar Europa. Ook Nederlanderse wintersporters bonden een snowboard onder. Van Kilsdonk: “We deden alles om te kunnen snowboarden. We sliepen in auto's en knoopten de eindjes aan elkaar.” Een subcultuur was geboren.

Van Kilsdonk deklasseerde vorig seizoen haar Amerikaanse en Skandinavische rivalen. Haar sprongen waren het hoogst, haar stunts het spectaculairst. Ze won zes van de acht World Cup-wedstrijden waaraan ze meedeed. Ze hoopt zich volgend jaar te kwalificeren voor de Olympische Winterspelen die in februari 1998 worden gehouden in het Japanse Nagano.

Van Kilsdonk denkt niet dat Nederlandse snowboardsters haar succes de komende jaren zullen evenaren. “Na mij is er geen aansluiting. Ik heb geluk gehad. Doordat ik er vanaf het begin bij was, groeide ik met mijn concurrenten mee.”

Deel dit artikel