Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zwemkampioenen over het genot van eindeloos heen-en-weer-zwemmen

Home

Eline van Suchtelen

Olympisch kampioenen Maarten van der Weijden (2008) en Ferry Weertman (2016). © Koen Verheijden
Interview

Twee generaties lange-afstandzwemmers praten over hun sport, hun trainingsmethoden en over de tactiek in het open water. Twee olympisch kampioenen. De jongste, Ferry Weertman, staat aan de vooravond van het wereldkampioenschap. Zijn voorbeeld, Maarten van der Weijden, is inmiddels gestopt met de wedstrijden.

De een won goud na kanker, de ander leerde van zijn verhaal. Maarten van der Weijden (36) en Ferry Weertman (25) zijn beide olympisch kampioen op dezelfde afstand: de tien kilometer open water. Pionier Van der Weijden, goud in Peking in 2008, plaveide de weg voor Weertman, die hem vorig jaar in Rio opvolgde. Maandag probeert de jongste olympisch kampioen in het Hongaarse Balatonmeer voor het eerst in zijn carrière de wereldtitel te veroveren. Een dubbelinterview over de hoogtetent, verveling in het water en hun gouden succes.

Lees verder na de advertentie

Wie van jullie is er beter?

Maarten: "Ik zou geen manier weten waarop ik Ferry ooit zou kunnen verslaan. Mijn kracht was de eindsprint, maar ook daarin is Ferry nu veel en veel beter. Het is maar goed dat ik elf jaar ouder ben, want ik was echt kansloos geweest tegen hem."

Maarten liet alles voor zijn sport, maakte het zelfs uit met zijn vriendin

Ferry Weertman

Ferry: "Je tijd in Peking was wel sneller dan die van mij in Rio, toch?"

Maarten, lachend: "In dat geval neem ik alles terug. Dan verwijzen we gewoon daar naar. Tijd zegt natuurlijk niets in zo'n tactische race."

Ferry: "Het is moeilijk te vergelijken. Maarten ging echt in de extremen. Hij liet alles voor zijn sport, maakte het zelfs uit met zijn vriendin en zat vijftien uur per dag in zo'n hoogtetentje. Volgens mij zwom hij ook meer kilometers dan ik in sommige weken. Dat heeft mij enorm geïnspireerd. Als het nodig zou zijn, zou ik ook zo ver gaan. Maar voor mij brengen andere dingen een optimaal resultaat. Opsluiten in zo'n tentje is voor mij niet handig."

Maarten: "Het is niet zo dat ik er meer voor heb gedaan dan Ferry maar voor hem werken andere dingen. Hij werkt er ook heel hard voor."

Ferry, grijnzend. "Af en toe."

Hoogtetent

Ferry Weertman wilde de hoogtetent waar Maarten van der Weijden bij zwoer niet gebruiken. De tent, die voor de aanmaak van rode bloedlichaampjes zorgt ter verbetering van het uithoudingsvermogen, benauwde hem te veel.

Als je daar baat bij wil hebben moet je veertien tot zestien uur per dag in zo'n tentje liggen

Ferry Weertman

Ferry: "Ik ben redelijk sociaal. Ik moet mijn vrijheid hebben. Als je daar baat bij wil hebben moet je veertien tot zestien uur per dag in zo'n tentje liggen. Dan moet je echt super gestructureerd leven. Als je thuis komt moet je meteen gaan koken, alles meenemen naar binnen en zorgen dat je niets vergeet. Dan ga je in je tentje zitten en daar kom je pas weer uit als je gaat trainen. Ik heb het een paar weken geprobeerd, maar ik had het idee dat het mij meer kostte dan dat het me opleverde."

Maarten: "Ik vind die structuur juist extreem fijn. Het past bij me. Ferry is van nature al een enorm sterke en getalenteerde zwemmer. Ik was vaak zesde of zevende bij een WK, ik moest andere manieren vinden om toch te winnen. Het moest bij mij tactisch heel erg meezitten maar ik moest ook gebruik maken van extreme voorbereidingsmiddelen, zoals dat tentje. Toen ik ging nadenken over wat ik wilde na Peking, heeft dat tentje wel meegespeeld met de beslissing dat ik wilde stoppen. Ik kon niet nog vier jaar lang vijftien uur per dag in een tent gaan zitten."

Leukemie

Ferry Weertman was zestien jaar oud toen Maarten van der Weijden zijn gouden race over tien kilometer aflegde in het water van het Shunyi-olympisch park in Peking. Maarten werd in 2001 getroffen door acute leukemie en keerde na vier chemokuren en een stamceltransplantatie terug in de sport. De oud-zwemmer gebruikt zijn verhaal nu in lezingen en theaters. Hij haalt met extreme uitdagingen, zoals een recente wereldrecordpoging 24-uur lang zwemmen, geld op voor KWF Kankerbestrijding. Zijn gouden plak kreeg voor zijn opvolger, die nog steeds zwemt en door wil tot Tokio in 2020, pas jaren later een belangrijke rol in zijn eigen carrière. Ferry, naast zwemmer ook student bedrijfskunde en de vriend van Ranomi Kromowidjojo, keek de beelden vaak terug om van te leren.

Ferry: "Kippenvel? Absoluut. Zeker met dat commentaar erbij van Pieter van den Hoogenband, die helemaal uit zijn dak ging. Je ziet dat Maarten na tien kilometer nog kon blijven nadenken. Dat hij zijn eigen weg durfde te kiezen, scherp genoeg was om te zien dat er een betere weg was en dan nog zo'n eindschot kon geven. Op het laatst zie je hem achter Lurz en Davies. Die lagen voor maar gingen niet echt goed. Maarten denkt dan, 'hé, we moeten die kant op, dat is de rechte weg'. Terwijl Lurz en Davies elkaar alleen tegen zitten te werken omdat ze dicht bij elkaar zwemmen, vindt Maarten een kortere lijn naar de finish. Hij gaat steeds sneller en sneller en wint met meerdere seconden. Heel mooi om terug te zien."

Tactiek

Bij wedstrijden in het open water is hard zwemmen niet de enige kunst. Tactiek is minstens zo belangrijk. Net als bij wielrennen moet je vechten voor een goede plek in het peloton. Soms moet er kopwerk verricht worden, waar anderen in jouw stroom gebruik van maken. Andere keren wordt je onder water geduwd, of krijg je een flinke trap in je zij. Dat gebeurt niet in het wedstrijdzwemmen, waar ieder in zijn eigen baan een race tegen de klok zwemt. Bij de eerste ontmoeting tussen de twee, in 2011 bij een training in Eindhoven, laat Maarten van der Weijden even zien hoe het moet. Hij zwemt de jonge Ferry Weertman met veel plezier overhoop.

Toen Maarten kwam was dat even wennen. Hij was een kop groter en veel sterker. Ik maakte geen kans

Ferry Weertman

Ferry: "Ik was toen een jaar of 18, 19, stond nog aan het begin van mijn carrière. Hij kwam even voordoen hoe het moest. Dat was indrukwekkend. Hij was toen al drie jaar gestopt en zwom nog steeds harder dan ik. Er was voor mij in Nederland amper concurrentie. Toen Maarten kwam was dat even wennen. Hij was een kop groter en veel sterker. Ik maakte geen kans."

Maarten: "Ik was qua massa ook wel iets meer dan jij, zeker toen. Tijdens die training heb ik flink zitten duwen en trekken. Ik denk dat hij toen nog niet zo goed terug durfde te duwen."

Maarten schiet in de lach. "Als ik nu mee kom trainen krijg ik die beuken wel twee of drie keer harder terug. Beetje jammer."

Ferry, met een grijns. "Ik doe mijn best."

Moet je slim zijn voor deze sport?

Ferry: "Je moet een soort van boerenslimheid hebben om de wedstrijd te begrijpen. Dat je kunt zien: als ik hier naar links ga, gebeurt er dat. Maar daar hoef je niet perse vwo voor gedaan te hebben. Je hoeft niet boekenslim te zijn. Maarten en ik zijn allebei echte beta's, dat helpt denk ik wel. We kunnen tijdens de wedstrijd makkelijk blijven relativeren. Nuchter blijven en niet vanuit de emotie gaan denken."

Je moet een soort van boerenslimheid hebben om de wedstrijd te begrijpen

Ferry Weertman

Maarten: "Het is echt een soort van schaakspel. Je moet het hele spel overzien, weten waar iedereen ligt en wat iedereen kan. Dan moet je de keuze maken waarvan jij hebt berekend wat de grootste kans op succes heeft."

'Andersdenkenden'

Maarten noemt openwaterzwemmers de 'andersdenkenden'. De zwemmers die hun eigen plan durven te trekken.

Een wedstrijd in zee, een rivier of in een meer begint nooit exact om tien uur, anders dan een race in het zwembad waar het fluitje gaat op het tijdstip dat het van tevoren is afgesproken. Soms ligt er een boei los, of heeft iemand zijn pak nog niet aan. Of begint het te onweren. Dat vergt flexibiliteit van de sporters.

Je moet een soort overgave hebben, al die meters willen maken

Ferry Weertman

Ferry: "Dat relaxte zit in de openwaterpersoonlijkheid. Je moet een soort overgave hebben, al die meters willen maken. Daar heeft niet iedereen de rust voor in zijn hoofd."

Hoe ga je de verveling tegen tijdens lange trainingen?

Ferry: "Soms zing ik liedjes in mijn hoofd. Soms ben ik wat aan het nadenken. Er zit veel ontspanning in het lange duurzwemmen. Dat je even met jezelf bent. Heel prettig, een soort meditatie. In het begin vond ik vijfhonderd meter al lang. Tot je daarna een kilometer moet doen. Dit jaar moest ik ineens tien kilometer achter elkaar doen in een training. Nu denk ik bij zes kilometer 'oh valt best mee'."

Er zit veel ontspanning in het lange duurzwemmen. Dat je even met jezelf bent. Heel prettig, een soort meditatie

Ferry Weertman

Maarten aan Ferry: "Heb jij het ook wel eens gehad dat je dan drie uur aan het zwemmen bent en dat Wouda (trainer Marcel Wouda coachte beide mannen naar goud, red.) daarna zegt 'aan het eind van die drie uur ging je schouder net even verkeerd?'"

Ferry, lachend: "Ja, dat ken ik. Dan ben je een heel stuk aan het zwemmen en zegt hij 'die laatste tweehonderd meter ging je wel een beetje hangen in je rug'. Dan denk ik wel van 'ja zeg, en die vijf kilometer daarvoor dan?'"

Maarten: "Kijk jij heel erg naar tijden eigenlijk?"

Ferry: "Alleen als ik moet versnellen. Als ik rustig mag zwemmen ben ik altijd de tel kwijt. Ik ben de allerslechtst tellende openwaterzwemmer die er is. Dat is niet handig in deze sport."

Maarten: "Gelukkig had je die vier rondjes in Rio wel geteld."

Ferry lacht. "Dat ging nog net. Ik tik in de training wel eens honderd meter te vroeg aan. Dan zie je ineens iedereen naast je nog een keerpunt maken. Gelukkig hebben we daar nu een systeem voor bedacht. Marcel geeft met een vuist aan dat we een kilometer gehad hebben en met één vinger dat ik nog honderd meter moet."

Tel jij wel alles, Maarten?

Maarten: "Ja. Ik vind het fijn om mijn tussentijden te zien. Ik kan me uren achter elkaar vermaken met tijden kijken. Als je elke keer op de secondetikker kijkt, weet je na een tijdje je gemiddelde tijd. En als je het niet meer weet bereken ik het. Dat vind ik dus heel leuk. Hier zie ik ook wel de vergelijking met het zuurstoftentje. Als je jezelf vijftien uur per dag in een zuurstoftentje kunt vermaken, dan kun je jezelf ook wel vermaken met een paar keer heen en weer zwemmen. Die eentonigheid moet je wel fijn vinden."

Als je jezelf vijftien uur per dag in een zuurstoftentje kunt vermaken, dan kun je jezelf ook wel vermaken met een paar keer heen en weer zwemmen

Maarten van der Weijden

Een paar maanden voor Rio roept Ferry Weertman de hulp in van Maarten van der Weijden. Ferry wil weten hoe het is om in het Olympisch dorp tussen een groep wedstrijdzwemmers als enige openwaterzwemmer je aandacht te houden bij je eigen wedstrijd. Het programma van het open water begon pas nadat alle andere zwemmers al klaar waren in Rio.

Ferry: "Dan ben je met een team waarin iedereen het piekmoment van zijn leven heeft gehad terwijl jij drie dagen erna pas in actie komt. Dan is iedereen al aan het feesten en hebben ze eindelijk, na vier jaar, voor het eerst echt vakantie. Maar dan moet jij nog je ding doen. Ik wilde weten hoe hij daar mee om was gegaan."

Maarten: "Voor mij was het in 2008 heel makkelijk. Ik moest heel lang in dat zuurstoftentje zitten. Ik kreeg niet zoveel mee van wat de rest allemaal deed. Mijn advies aan Ferry was dat hij zich moest proberen te focussen op één ding, maar Ferry heeft mij eigenlijk helemaal niet zo nodig gehad."

Commentaarstoel

Tijdens de gouden race van Ferry Weertman zat Maarten van der Weijden in de commentaarstoel van de NOS. Op de Copacabana in Rio zag hij hoe zijn opvolger acht jaar later met dezelfde tactiek, een enorme eindsprint, naar het goud zwom.

Maarten tegen Ferry: "Hoe stond jij er eigenlijk voor bij de bookmakers?"

Ferry: "Het voornaamste was dat Wilimovsky, die het jaar ervoor wereldkampioen was geworden, de beste papieren had. Als je mij op goud had gezet kreeg je 6,5 keer je inzet terug en op een medaille 3,5. Dat hebben een aantal vrienden van mij ook gedaan."

Maarten: "Rijk geworden die jongens!"

Ferry: "Ze hadden zoiets van, als Ferry wint dan moeten we wel een feestje geven. Dus die hebben allemaal een klein beetje geld ingezet, vijftien euro of zo, en daar zijn we van wezen paintballen."



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Maarten liet alles voor zijn sport, maakte het zelfs uit met zijn vriendin

Ferry Weertman

Als je daar baat bij wil hebben moet je veertien tot zestien uur per dag in zo'n tentje liggen

Ferry Weertman

Toen Maarten kwam was dat even wennen. Hij was een kop groter en veel sterker. Ik maakte geen kans

Ferry Weertman

Je moet een soort van boerenslimheid hebben om de wedstrijd te begrijpen

Ferry Weertman

Je moet een soort overgave hebben, al die meters willen maken

Ferry Weertman

Er zit veel ontspanning in het lange duurzwemmen. Dat je even met jezelf bent. Heel prettig, een soort meditatie

Ferry Weertman

Als je jezelf vijftien uur per dag in een zuurstoftentje kunt vermaken, dan kun je jezelf ook wel vermaken met een paar keer heen en weer zwemmen

Maarten van der Weijden