Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zuid-Afrika werpt verstikkende deken van stilte af

Home

CARL NIEHAUS

Het eindrapport van de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie, donderdag door aartsbisschop Tutu aangeboden aan president Mandela, is nog maar het begin van een poging tot verzoening. Er is meer nodig, zegt Carl Niehaus, de ambassadeur van Zuid-Afrika in Nederland, lid van het ANC en zelf gevangene onder het apartheidsregime: “Verzoening nú is niet redelijk of zelfs moreel wenselijk. Denk aan de Tweede Wereldoorlog: hoe zouden verzetsstrijders reageren als hun activiteiten werden gelijkgesteld met het optreden van de Gestapo?”

Een paar weken vóór de eerste democratische verkiezingen in Zuid-Afrika op 27 april 1994 zouden plaatsvinden, was de sfeer tussen de onderhandelaars van de interim-grondwet gespannen. De onderhandelaars van de Nasionale Party kondigden aan dat ze zouden weigeren het slotdocument te ondertekenen als er geen amnestie kwam voor de veiligheidsdiensten die de apartheid met bruut geweld hadden bestendigd.

In de vroege ochtenduren werd in kleine groepjes doorvergaderd. Ik maakte deel uit van het ANC-onderhandelingsteam en herinner me als de dag van gisteren de bedrukte sfeer. De verkiezingen lagen in het verschiet. Drie jaar tevoren nog vreesde de wereld dat Zuid-Afrika zich zou storten in de peilloze afgrond van een burgeroorlog. De mogelijkheid van een vreedzame schikking was in hoge mate te danken aan de bereidwilligheid van de groep ANC-onderhandelaars, die het landsbelang voorop stelden en bereid waren tot compromissen. Maar zouden de ANC'ers, die de vuisten van de apartheidspolitie op hun huid hadden gevoeld, bereid zijn nog één stap te doen en te aanvaarden dat hun folteraars er ongestraft vanaf kwamen? Een tijd lang was het stil, de wroeging stond op ieders gezicht te lezen. We moesten verder bloedvergieten voorkomen. Als we niet bereid waren tot amnestie, bestond de dreiging van een staatsgreep.

Na moeilijke gesprekken kwam er een amnestieregeling. Toen we terugliepen naar de onderhandelaars van de Nasionale Party, zei een ANC'er die jarenlang gevangen had gezeten tegen mij: “Nu zijn ze bijna te ver gegaan. Ik heb weer dezelfde emoties als toen ik vastzat. Ze spelen gewoon met onze gevoelens.”

In die sfeer van zelfopoffering kwam de Waarheids- en Verzoeningscommissie tot stand. Ze was niet samengesteld door onbetwiste overwinnaars die à la Neurenberg zouden rechtspreken. In de drie jaar dat de commissie bijeen was, maakte ze het moeilijke amnestie-compromis voor een groot deel van de bevolking aanvaardbaar.

Voor mij waren de getuigenissen van gewone mensen met hun relaas in een sfeer van medeleven het aangrijpendst. De verstikkende deken van de stilte kon worden afgeworpen, er kon worden gezegd: díe man martelde mij; díe man sleepte mijn vermist kind het huis uit.

Aangrijpend is ook, dat graven van vermisten op grond van getuigenverklaringen van slachtoffers en daders konden worden opgespoord. Ouders, wier ergste vrees werd bevestigd, konden hun kinderen met waardigheid herbegraven.

Zo werd het graf teruggevonden van Porshia Ndwandwe. De veiligheidspolitie had al die jaren de leugen verspreid dat ze haar vrienden in de anti-apartheidsstrijd had verraden en om aan hun wraak te ontkomen een andere identiteit had aangenomen. Voor de commissie kwam de waarheid aan het licht: een van haar ondervragers verklaarde dat hij nog nooit zo'n sterk karakter had meegemaakt. Porshia Ndwandwe werd doodgemarteld, maar verraadde niemand. Haar naam is gezuiverd, ze heeft een heldenstatus verworven.

Elk verhaal legde een wijdvertakt systeem bloot, gericht op de systematische schending van mensenrechten. De zittingen van de commissie waren openbaar, de media deden dagelijks verslag. Daardoor kan vooral blank Zuid-Afrika zich niet meer beroepen op de grote leugen van 'ich habe es nicht gewusst'.

In dat licht is het eindverslag van de commissie slechts een stapje op weg naar vrede. Gezien de aard en omvang van de mensenrechtenschendingen in Zuid-Afrika, vertoont het eindverslag onvermijdelijk gebreken doordat het mandaat van de commissie zo groot was: veel vergrijpen ontgingen haar noodgedwongen.

Dat zou je niet zeggen als je beseft dat het weerbarstige rapport 3500 bladzijden telt. Daaraan valt af te leiden dat de commissie succesvoller is geweest dan redelijkerwijs mocht worden verwacht.

De scherpe reacties van de verschillende belangengroepen op delen van het rapport dreigen nu verwarring te zaaien, waardoor het welslagen van de commissie in gevaar komt. Gezien de moeilijke omstandigheden waaronder de commissie tot stand kwam, is het niet vreemd dat er scherp wordt gereageerd op haar interpretatie van het verleden. Men zal zich kunnen voorstellen dat anti-apartheidsactivisten steigeren bij het idee dat hun verzet wordt gelijkgesteld met het apartheidsgeweld. Denk aan de Tweede Wereldoorlog: hoe zouden verzetsstrijders reageren op de mogelijkheid dat hun activiteiten werden gelijkgesteld met het optreden van de Gestapo?

Het werk van de commissie is klaar; politieke verantwoording en morele verantwoordelijkheid kunnen niet meer worden ontlopen. Dat is het fundament voor de mogelijkheid van een proces van nationale verzoening, waarbij het verleden niet mag worden vergeten. Bovendien zal het streven naar begrip en politieke vernieuwing ook tot uitdrukking moeten komen in economische en materiële rechtvaardigheid.

Verzoening nú is, alles in acht genomen, niet redelijk of zelfs moreel wenselijk. Na de oorlog kon van Joodse burgers niet worden verwacht dat ze zich onmiddellijk met de Duitsers zouden verzoenen. De wil om naast elkaar te leven en vooral samen te werken om het onrecht van het verleden ongedaan te maken, gaat aan verzoening vooraf.

De blanke bevolking heeft wat dit betreft nog een lange weg te gaan. De onthullingen voor de commissie van mensenrechtenschendingen hebben veel blanken - vooral jonge Afrikaners, maar ook mijn eenentachtigjarige tante - een morele crisis bezorgd. Jong en oud, iedereen zit te springen om leiding. Dat brengt mij bij de pertinente ontkenning van oud-president De Klerk en de Nasionale Party van enige betrokkenheid bij schendingen van de mensenrechten. Juist daardoor bevinden velen zich in een moreel vacuüm. Onze dichter Antjie Krog zegt: “Een van de grootste tragedies is dat wij (Afrikaners) geen Mandela hebben of een Tutu.”

Maar laat ik positief eindigen: de slachtoffers van het verleden gaan een enorme uitdaging tegemoet. Verzoening gaat uit van de gedachte dat je de minste wilt zijn, dat je inlevert, niet je toevlucht neemt tot vergelding. Hoe moeilijk het ook zal zijn, de Waarheids- en Verzoeningscommissie heeft de weg naar verzoening ontegenzeglijk geopend.

Deel dit artikel