Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zonder debat over PVV-geschiedenis blijft de wond etteren

Home

Jurre Plantinga

De kandidaten (VLNR) staatssecretaris Henk Bleker, huidig fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma, wethouder Mona Keijzer, minister Liesbeth Spies, Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg en onderwijsbestuurder Marcel Wintels tijdens het eerste debat om het lijsttrekkerschap bij het CDA. © anp

Toen het CDA toch besloot in de gedoogcoalitie met de PVV te stappen, moest het 'nee-kamp' zijn mond houden. Nu wordt de tegenstanders van toen weer het zwijgen opgelegd. 'Het recente verleden wordt weggemoffeld.'

Vooruitkijken, dat wil het CDA zo graag. Maar de open wond die de samenwerking met de PVV in de partij achterliet, eist vooralsnog de meeste aandacht op.

Orde van de dag
En dus ging het in de eerste week van de verkiezingscampagne voor het CDA-lijsttrekkerschap niet zozeer over de inhoudelijke verschillen tussen de zes kandidaten, als wel over het mediaoptreden van partijprominenten Ab Klink en Ernst Hirsch Ballin. Zij willen namelijk wél praten over het mislukte avontuur met de partij van Geert Wilders, het onderwerp dat deze week tijdens de eerste lijsttrekkersdebatten zo angstvallig werd vermeden.

De twee oud-ministers staan niet alleen. Bij meerdere CDA'ers uit het 'nee-kamp' heerst verbazing en onvrede over de starheid waarmee tot de orde van de dag wordt overgegaan.

Het uitsluiten van een nieuwe samenwerking met de PVV, zo ver wilden de meeste CDA-kandidaten deze week nog wel gaan. Maar over de afgelopen anderhalf jaar lijkt men binnen de partij niet te mogen praten.

Arend Jansen, jarenlang lid van het partijbestuur en momenteel voorzitter van de CDA-basisgroep sociale zekerheid, verafschuwt de 'krampachtigheid' waarmee het gebeurt. Binnen het CDA heerst enige allergie voor onenigheid, weet Jansen. Het hoort bij het karakter van zijn partij. "Maar de manier waarop dit nu wordt onderdrukt, nota bene van bovenaf, heb ik nog nooit meegemaakt."

Brief van Klink
Dat de wonden binnen de partij nog niet zijn geheeld, wordt deze week eens te meer duidelijk. Een dag nadat de kandidaat-lijsttrekkers in de Rotterdamse Laurenskerk voor het eerst de degens kruisen, laat oud-minister Klink in NRC Handelsblad optekenen dat hij de CDA-lijsttrekkers die nauw met Wilders hebben samengewerkt 'kwetsbaar' acht tijdens de komende Tweede Kamerverkiezingen.

"Steeds weer zal hun worden gevraagd hun keuze voor Wilders te verklaren", voorspelt Klink de tactiek van politieke opponenten.

In het najaar van 2010 stond Klink aan de basis van de crisis waarin het CDA tijdens de formatiebesprekingen belandde. Klink, op dat moment demissionair minister van volksgezondheid, zette in een brief, gericht aan medeonderhandelaar Maxime Verhagen en partijvoorzitter Henk Bleker, uiteen waarom politieke samenwerking met de PVV voor hem 'een onbegaanbare weg' was geworden. De brief lekte uit, Klink stapte op, en de verdeeldheid in fractie en partij kwam op een pijnlijke wijze aan de oppervlakte.

'Doe dit de partij niet aan'
Een maand later deed die andere partijprominent, ex-minister Hirsch Ballin, tijdens het bewogen partijcongres een geëmotioneerde oproep die in het geheugen van menig CDA'er gegrift staat. "Doe dit de mensen in ons land niet aan, doe dit de partij niet aan, doe dit ons land niet aan", zo luidde zijn vergeefse pleidooi om partijgenoten te overtuigen tegen samenwerking met de PVV te stemmen.

Ook deze week, meer dan anderhalf jaar na dat congres, laat Hirsch Ballin van zich horen. Eerst door zich openlijk achter de kandidatuur te scharen van Marcel Wintels, één van de twee mogelijke lijsttrekkers die niet uit de Haagse politiek komt. Een dag later, bij het tv-programma 'Nieuwsuur', betoogt de oud-minister dat zijn gehavende partij pas weer op krachten kan komen wanneer "we ons verhouden met wat er is gebeurd."

Daarmee rekent Hirsch Ballin af met de waarschuwende woorden van kandidaat-lijsttrekker Henk Bleker, die oproept het niet meer over de 'PVV-geschiedenis' te hebben. Dat zou de partij alleen nog maar kleiner maken, meent Bleker, en de toekomst van het CDA 'vertroebelen'.

Die neiging om kritische geluiden in de kiem te smoren, is de partij niet vreemd. Oud-partijleider Jan-Peter Balkenende, zo is in Haagse kringen bekend, duldde nauwelijks tegenspraak. Wie toch de discussie wilde aangaan, werd als deloyaal bestempeld. Binnen de partij is die houding een soort axioma geworden.

Het recente verleden 'wordt weggemoffeld'
Dat Hirsch Ballin bij 'Nieuwsuur' aanschuift, zo geeft hij tijdens de uitzending toe, gebeurt met enige aarzeling. Maar de drang om de afgelopen anderhalf jaar niet te verzwijgen, wint het van het verlangen om de rijen te sluiten en nog slechts vooruit te kijken.

De aarzeling waar Hirsch Ballin over spreekt, is er bij meer partijprominenten die bezwaard naar de samenwerking met de PVV keken. Dat blijkt wel uit het feit dat twee van hen - onder wie een oud-minister - na enig wikken toch niet met naam en toenaam in de krant willen.

Dat er bij de zes kandidaat-lijsttrekkers niemand zit die destijds tegen de gedoogcoalitie met de PVV stemde, noemt één van hen 'een zwaktebod'. Maar bovenal doet het beiden pijn dat het recente verleden 'wordt weggemoffeld', haast wordt ontkend.

"Hoe onze bezwaren zijn weggehoond, het gemak waarmee 'wij', de tegenstanders, zijn weggezet, dat er geen begin van zelfreflectie is bij Bleker, bij van Haersma Buma, bij die anderen - ja, dat steekt", wordt er onder meer gezegd.

Het gaat de prominente CDA'ers niet om gelijk hebben of gelijk krijgen, zo maken ze duidelijk, maar vooral om het gemak waarmee tot de orde van de dag wordt overgegaan: zonder rekenschap. Volgens de oud-minister is er daar teveel voor gebeurd: "Er hebben rancuneuze handelingen plaatsgevonden - en er is niets gedaan om die rancune te blussen."

Zo doen er meerdere verhalen de ronde dat partijprominenten uit het 'nee-kamp' bij voordrachten voor topfuncties zijn gedwarsboomd door Haagse CDA-kopstukken.

Tegenstemmers moeten opnieuw hun mond houden
Jansen kan zich de 'pissigheid' die heerst, levendig voorstellen. Bovendien, zo stelt hij: "Als je ergens niet over mag praten, dan blijft het maar etteren. Iedereen die een beetje verstand van besturen heeft, weet dat."

De CDA'er herinnert zich het 'prominentenberaad' waar nog vóór de zomer van 2010 over de toen nog verse verkiezingsnederlaag werd gesproken. De kanonnen waren aanwezig, somt Jansen op: "Lubbers, Bot, Kooijmans, Peetoom ook." Het rijtje werd afgegaan: wie ziet er iets in een eventuele samenwerking met de PVV, werd er gevraagd. "Zowat iedereen was het erover eens: dat moeten we nooit doen."

De samenwerking kwam er wel, nadat een tweederde meerderheid op het partijcongres ermee instemde. "Toen werd het een beetje: jullie hebben verloren, hou nu maar je mond", vertelt Jansen. Want stil waren de inmiddels als 'mastodonten' weggezette partijprominenten bepaald niet geweest.

Zo werd op initiatief van Cees Veerman, oud-minister van landbouw en toen nog voorzitter van het wetenschappelijk instituut van de partij, een brief opgesteld waarin een lange rij voorname CDA'ers hun zorgen over de kabinetsformatie kenbaar maakten.

De afgelopen weken, na het klappen van de Catshuis-onderhandelingen, bespeurt Jansen eenzelfde reflex: "De tegenstemmers moeten opnieuw hun mond houden, en worden dus twee keer gepakt." Terwijl er volgens de CDA'er toch een flink gesprek plaats had mogen vinden over wat de oorzaken zijn waarom de partij nu in de peilingen zo rond de dertien, veertien zetels bungelt.

Partijbestuur
Het partijbestuur, zo vinden meerdere prominente CDA'ers, heeft daarmee een grote kans gemist. "Het was heel eenvoudig geweest", zegt een oud-minister, die anoniem wil blijven.

"Het partijbestuur had het initiatief kunnen nemen, dat had openlijk kunnen zeggen: er zijn van twee kanten fouten gemaakt, maar laten we een middag bij elkaar gaan zitten. Dan mag iedereen zijn frustraties ventileren, maar daarna schudden we elkaar de hand, drinken we een borrel en doen we er vervolgens samen alles aan om de partij er weer bovenop te helpen."

Dat het niet gebeurd is, stoort: "Nu denken anderen voor ons te gaan bepalen dat er niet meer over het verleden gesproken mag worden, maar zo werkt het niet. We zijn geen kleine jongetjes, en dit is niet de tijd van Stalin."

Jansen heeft wel een idee waarom het partijbestuur een andere weg heeft bewandeld. Volgens hem zitten er in de politieke top van de partij nog veel mensen die voorstander waren van het gedoogakkoord; die er veel moeite mee hebben om dat los te laten en dus simpelweg geen verantwoording af wíllen leggen.

"De CDA'ers in Limburg, die hebben hun verantwoordelijkheid genomen", vindt Jansen. "In Den Haag is dat niet het geval: zij zijn er niet zelf uitgestapt. Hun overkwam het, maar het liefst hadden ze nog op hun plek gezeten."

Lees verder na de advertentie

 
De manier waarop dit nu wordt onderdrukt, nota bene van bovenaf, heb ik nog nooit meegemaakt.
Arend Jansen

Deel dit artikel