Zo vitaal is de samenleving niet

home

MAAIKE VAN HOUTEN

Mensen hebben het veel drukker dan het kabinet denkt. De oproep meer te participeren, kan dan ook averechts werken. Daarom pleit de ChristenUnie voor de coöperatiesamenleving.

Uit een jaar discussie over de participatiesamenleving trekken twee denkers van de ChristenUnie, Wouter Beekers en Robert van Putten, drie conclusies. Eén: er wordt overschat wat mensen er naast hun werk nog bij kunnen hebben. Twee: er wordt te weinig gesproken vanuit wederkerigheid; mensen mogen zelf ook profiteren van hun inspanningen. En drie: er wordt te veel gedacht in een tegenstelling tussen overheid en samenleving.

Samenwerking moet het devies zijn, schrijft het tweetal in het boekje dat ze presenteren tijdens het Christelijk Sociaal Congres, dat vandaag in Doorn begint. 'Coöperatiemaatschappij' heet het goed leesbare rapport van Beekers, directeur van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie, en van gastonderzoeker Van Putten.

De coöperatiesamenleving is hun alternatief voor de verzorgingsstaat en de participatiesamenleving, die naar hun idee te veel leunt op de inzet van burgers. In de coöperatiesamenleving werken overheid, maatschappelijke instellingen, verenigingen en individuen gelijkwaardig samen. Concrete voorbeelden leveren de coöperaties in de zorg, de volkshuisvesting en de energiesector die door burgers worden opgezet en - als het goed is - door overheden en maatschappelijke instellingen mogelijk worden gemaakt of zelfs gesteund. Leden hebben inspraak, en maken gebruik van de diensten die de coöperatie levert.

Verrassend genoeg, is het boekje bepaald geen lofzang op de verandering die Nederland volgens het kabinet doormaakt, van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. Eigen verantwoordelijkheid, omzien naar elkaar, een kleinere en minder bedilzuchtige overheid: de uitgangspunten van de participatiemaatschappij lijken naadloos aan te sluiten bij het christelijk sociale denken. Maar zo is het niet: het boekje van deze twee wetenschappers laat zich eerder lezen als een kritische reflectie op een jaar lang debat over de participatiesamenleving.

'We zijn niet geroepen om de BV Nederland draaiend te houden', schrijven jullie. Wat bedoelen jullie daarmee, wat moeten wij als burgers anders doen dan dat, een bijdrage leveren aan ons land?

Beekers: "Vorig jaar zei premier Rutte voor de zomer dat we een auto moesten kopen, en na de zomer dat we meer voor elkaar moeten zorgen. Op twee manieren proberen ze ons bij de BV Nederland te betrekken, als producent en als consument. Nederland wordt neergezet als een vennootschap en dat is een zakelijke en efficiënte opvatting van wat Nederland is. Wij worden vooral gezien als werknemers, die moeten werken, en moeten zorgen. Het is belangrijk naar een breder perspectief te kijken. Vraag je af hoe je je leven kan inrichten zodat jijzelf en de samenleving er wat aan hebben."

Van Putten: "Het debat staat compleet in het teken van het begrotingsbeleid van het kabinet. Een belangrijk deel van de wending naar de participatiesamenleving wordt ingegeven door de notie dat de verzorgingsstaat niet meer betaalbaar is. Er wordt meer van mensen verwacht, om het begrotingstekort op te lossen. Niet het financieel redden van de BV Nederland moet de inzet zijn, maar het perspectief van de samenleving, van andere waarden dan economische. Er zit geen idee achter van bezielende verbanden die de samenleving dragen."

In het debat met de Tweede Kamer, vlak voor de zomervakantie, sprak Rutte wel over het bezielende verband. "Dat komt voort uit zelfgekozen netwerken", zei hij. "Niet omdat ik daartoe oproep of omdat de overheid zegt: gij zult participeren. Nee, het gebeurt in de samenleving." Waarin verschilt zijn visie met die van jullie?

Van Putten: "Als een premier van de VVD het heeft over bezielend verband, dan is het oppassen. Het zit niet in het liberale denken om de dynamiek in de samenleving op waarde te schatten. Dat maakt ons alert. Het christelijk sociale denken heeft daar meer verstand van. De samenleving bestaat uit verschillende kringen en verbanden, met ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Een voetbalvereniging is geen zorginstelling, je moet niet verwachten dat de leden van de voetbalclub voor elkaar gaan koken als ze ziek zijn.

Stel dat een lokale bestuurder moet beoordelen bij welke netwerken hij moet aansluiten, dan moet hij wel weten hoe zo'n verband werkt. Een kerk heeft naast een religieuze doelstelling, ook een diaconale taak. Met die verschillen moet je wel allemaal rekening houden. Het is een veel te makkelijke redenering om te zeggen dat als mensen elkaar kennen, ze zich ook wel voor elkaar inzetten. Er gebeurt heel veel, er ontstaan leuke nieuwe bindingen, maar die zet Rutte meteen in voor het herzien van allerlei structuren in de zorg. De fijngevoeligheid hoe de samenleving werkt, ontbreekt in het liberale denken. Spreek er niet te ruw over, zeggen wij."

Maar welke rol nemen die sociale verbanden dan in in het christelijk sociaal denken?

Beekers: "We liepen heel erg aan tegen het denken in tegenstellingen. Decennia lang zijn alle kaarten op de staat gezet, daarna moest de markt het gaan doen. En nu is het de samenleving, het is een en al jubel en lof voor wat die samenleving allemaal kan. Vanuit het christelijk sociale denken is dat mooi, maar we moeten oppassen dat de samenleving nu tegenover de overheid wordt geplaatst. Het is niet of/of, maar samen. En we zijn ook kritisch naar de christelijk sociale politiek, niet alles kan verwacht worden van een vitale samenleving. We zijn blij met de herwaardering van de samenleving, maar het gaat niet alleen om burgers, ook ondernemingen, gezinnen en de overheid horen erbij. Die afzonderlijke verbanden bouwen allemaal aan de samenleving en hebben een gelijkwaardige positie."

Jullie zetten grote vraagtekens bij de mogelijkheden van mensen zich in te zetten voor anderen. De samenleving is oververmoeid, en de vitaliteit van de samenleving is een mythe. Hoe komen jullie daarbij?

Van Putten: "Je hoort niemand meer praten over het verlies aan sociaal kapitaal. Iedereen zit vol energie en kracht, het is een soort taboe om te zeggen dat dat niet zo is. Maar kijk naar de statistieken, mensen zijn vermoeid, ze hebben een burn-out, tot twintigers aan toe! Zij redden het niet meer, een op de tien vliegt uit de bocht. Kijk naar mantelzorgers, van hen is een aanzienlijk deel overbelast. Oververmoeidheid is overal aan de hand, en dat moeten we bespreken. We moeten meer presteren, meer werken - ook vrouwen -, meer zorgen, meer consumeren. Er zit een rem op wat we allemaal kunnen, we hebben het idee dat we zoveel moeten doen dat de stekker eruit gaat."

Beekers: "Er ligt een enorme druk op ons allemaal. Het is niet goed om mensen te zien als werknemers, of afnemers, van de BV NL, waar zoveel mogelijk uit moet komen. De samenleving is een coöperatie, waar iedereen zijn talent in kan brengen, maar op zijn eigen manier. Hoe organiseer je dat? We moeten in elk geval ophouden met druk uitoefenen. Gij zult participeren, die oproep kan mensen op slot zetten. Het kan veel uitnodigender. Kijk naar verpleeghuis De Vierstroom, waar familie vier uur in de maand moet bijspringen. Het huis zegt: wij zijn er, je krijgt wat, maar jullie doen ook wat. Dat is een verhaal over rechten en plichten, waar iedereen voordeel bij heeft. Als je jezelf wilt ontplooien, zie dan ook om naar je naaste, daar word je zelf ook gelukkiger van. Daar zit wederkerigheid in: ik zorg voor een ander, en de ander voor mij. Die notie hebben we willen benadrukken."

Iets doen voor een ander omdat je er zelf baat bij hebt, hoe past dat in het christelijke denken?

Beekers: "De coöperatie is echt gebaseerd op samenwerken, op de wederzijdse inbreng van talent en op de gedachte dat je er wat aan hebt. Ja, in christelijke kring wordt daar vaak besmuikt op gereageerd. O help, eigenbelang, dat mag niet! Maar het is helemaal niet erg om te profiteren van je inzet. Relaties draaien juist om die wederkerigheid en in de coöperatie bundelen we onze talenten.

Er zijn er al, in de zorg, in de energiewereld, in de woningbouw. Maar mensen lopen daar tegen problemen aan. Ze nemen bijvoorbeeld een blokje huizen over, maar ze hebben geen toegang tot het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, dat ervoor zorgt dat corporaties goedkoop kunnen lenen. Alles is dichtgeregeld. Ook buiten de nieuwe initiatieven is het goed mensen het recht te geven betrokken te zijn, en ervoor te zorgen dat ze echt onderdeel worden van de samenleving. Zie de coöperatie niet als een andere wereld, maar zoek naar een stimulerend samenspel waarin niet de tegenstelling maar de samenwerking voorop staat."

We moeten meer werken en meer zorgen. Jullie vinden dat mensen worden overvraagd om te zorgen, maar waarom beginnen jullie niet aan de andere kant, met een pleidooi om wat minder te werken?

Beekers: "We hebben wel overwogen dat uit te werken, maar het gaat ons in deze studie niet om de arbeidsparticipatie. Het is zeker een punt voor de ChristenUnie, dat is ook een van de redenen voor de zondagsrust, dat dat een moment is om je op te laden. Vanuit christelijke politiek is het wel belangrijk na te denken over de vraag hoe je op een duurzame manier rust creëert, zodat we als mens tot ons recht komen. Het kan nooit alleen draaien om meer werken."

Lees verder na de advertentie

Solidariteit in de moderne samenleving

Historicus Wouter Beekers (34) is sinds 2013 directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie. Hiervoor werkte hij aan de Vrije Universiteit, onder meer als adjunct-directeur van het Historisch Documentatiecentrum Nederlands Protestantisme. Tot 2013 was hij lid van het CDA. De Rotterdammer leidde in 2010 het verzet van leden tegen samenwerking met de PVV. Beekers bleef lid van het CDA, maar kon zich steeds minder vinden in de vertaling van de christen-democratische idealen naar de praktijk. In de ChristenUnie ziet hij minder verschil tussen woord en daad.

Bestuurskundige Robert van Putten (26) is gastonderzoeker bij het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie. Hij onderzoekt daar de manier waarop solidariteit georganiseerd kan worden in de moderne samenleving. Voor zijn scriptie over een alternatief voor de maatschappelijke ordening kreeg hij de Henk Brasz-prijs voor de beste bestuurskundige masterscriptie. Van Putten, die in Utrecht woont, zat eerder in het bestuur van de SGP-jongeren. In de opvattingen van de ChristenUnie over bijvoorbeeld de vrijheid van godsdienst kan hij zich beter vinden.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie