Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zo kwam verslaggever Ghassan Dahhan in contact met Syrische rebellenleiders

Home

Gabriella Codonesu

Journalisten Ghassan Dahhan en Milena Holdert in de uitzending van Nieuwsuur © Uitzending Nieuwsuur
Interview

Verslaggever Ghassan Dahhan ontdekte samen met Nieuwsuur-journalist Milena Holdert dat de Nederlandse regering een gewapende groepering in Syrië heeft gesteund die door het Openbaar Ministerie als ‘terroristisch’ wordt beschouwd. Hoe achterhaal je waar die Nederlandse steun terechtkomt? Dahhan legt uit hoe hij te werk is gegaan.

Waarom zijn jullie uit gaan zoeken hoe het zit met de Nederlandse steun aan Syrische groeperingen?

Lees verder na de advertentie

“Het begon tijdens een gesprek met mijn collega Milena Holdert van Nieuwsuur. Toen we samen iets gingen opzoeken over de steun van Nederland aan Syrië, gewoon als dagelijkse bezigheid, zagen we per toeval dat Nederland bepaalde criteria had opgesteld waaraan groepen die steun kregen moesten voldoen: ze mochten niet samenwerken met extremisten en moesten het humanitair oorlogsrecht naleven.

Ik ken veel groeperingen in Syrië, bijna allemaal, en ik ken geen enkele die aan die eisen voldoet. Toen dachten we: dit is het uitzoeken waard, want hier worden dingen beloofd waarvan we weten dat die niet bestaan.”

In ons dossier kunt u alles lezen over het onderzoek van Trouw en Nieuwsuur. Volg voor het laatste nieuws ook Ghassan Dahhan en Milena Holdert op Twitter.

Tweede Kamerleden vragen al jaren om meer informatie over het NLA-programma (Non Lethal Assistance) in Syrië, maar de Nederlandse regering heeft nooit willen vertellen welke groeperingen steun hebben ontvangen. Hoe hebben jullie de namen toch weten te achterhalen?

“We hebben eerst alle mogelijke beleidsdocumenten gelezen die Nederland ooit heeft geschreven over de oorlog in Syrië. Toen zijn we lijsten gaan samenstellen van groeperingen die mogelijk Nederlandse steun hebben gekregen.

We vermoedden dat als Nederland groepen heeft gesteund, dat waarschijnlijk in samenwerking met de Amerikanen of Britten is geweest. Van de Amerikanen weten we precies wie ze gesteund hebben, daar zijn lijsten van. Dat zijn ongeveer 70 groeperingen. Ons vermoeden was dat de groepen die Nederland had gesteund op die Amerikaanse lijst zouden staan.”

Van 70 groeperingen uitzoeken of ze Nederlandse steun hebben gekregen, is nog steeds een hoop werk. Hadden jullie nog meer aanknopingspunten?

“Nederland had in januari de hulp stopgezet aan een aantal groeperingen in Noord-Syrië naar aanleiding van de Turkse interventie in Afrin, een Koerdische regio in Noord-Syrië. Toen wisten we al snel: Nederland had groepen gesteund die betrokken waren bij die interventie. Zo kwamen we uit bij de Sultan Murad Brigade. Via lokale journalisten, woordvoerders en mensen die we via sociale media hadden gevonden, zijn we uiteindelijk in contact gekomen met de leider van de Sultan Murad Brigade.”

Ghassan Dahhan en Milena Holdert in gesprek met een Syrische rebellenleider. © Uitzending Nieuwsuur

De Nederlandse regering beweerde niet te kunnen vertellen welke Syrische groeperingen steun kregen, omdat die dan gevaar zouden lopen. Wilde de leider van de Sultan Murad Brigade zomaar met jullie praten?

“Toen wij hem spraken, waren we verbaasd dat hij openlijk toegaf dat hij hulp had gekregen. En niet alleen dat hij hulp had gekregen, maar ook van wie en waar die hulp uit bestond.

Dat hij zo open was, was totaal tegenstrijdig met wat de Nederlandse regering altijd had beweerd. Ons vermoeden is dat het zwijgen van de regering niets te maken heeft met de veiligheid van de groeperingen, maar bedoeld was om te voorkomen dat het programma negatieve publiciteit opleverde.”

Het kabinet verklaarde het NLA-programma deze zomer staatsgeheim. Was daar dan helemaal geen reden toe?

“Het argument dat rebellenleiders gevaar lopen als bekend wordt dat ze steun van Nederland krijgen, gaat eigenlijk alleen maar op voor radicalen, groeperingen die nauw samenwerken met Al-Qaida bijvoorbeeld. Dat is ons door meerdere bronnen verteld. Dan hebben we het over leiders van echt de meest extremistische kant.

Wij zeggen niet dat die leiders zijn gesteund door Nederland, daar hebben we geen bewijs voor. Maar we zeggen wel dat het argument van Nederland, dat groeperingen moeten vrezen voor wraakacties als bekend wordt dat ze steun krijgen, alleen geldt voor de terroristische organisaties.”

De voormalige leider van Brigade 51, Haytham al-Afeesi, vertelt in onderstaand fragment dat zij heel goed weten wat zij van Nederland hebben gekregen, omdat ze met de groeperingen die Nederlandse hulp kregen vergaderen. 'We bevinden ons allemaal in hetzelfde gebied.'

Jullie ontdekten dat Nederland ook steun gaf aan Jabhat al-Shamiya, terwijl het OM op dit moment een Nederlandse Syriëganger vervolgt voor deelname aan diezelfde groepering. Wat voor gevolgen gaat deze ontdekking hebben?

“Ik denk dat het heel veel invloed zal hebben. De advocaat van de Syriëganger zegt dat hij verwacht dat de aanklacht tegen zijn cliënt komt te vervallen of dat het OM niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Het vreemde aan deze zaak is dat een Nederlandse man wordt vervolgd voor deelname aan een groepering die door het OM als terroristisch wordt beschouwd, maar die door het ministerie van buitenlandse zaken gesteund werd. Dat is een heel absurde situatie natuurlijk.”

Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

“Wij zijn naar het ministerie van buitenlandse zaken gegaan met de volgende vraag: als jullie niet willen vertellen welke groeperingen steun ontvangen hebben, kunnen jullie dan op zijn minst vertellen wie gematigd is en wie niet? Het ministerie liet toen weten dat er geen lijst bestond voor gematigde groeperingen.

Toen wisten we zeker dat er geen enkele controle mogelijk is op dit programma. Hoe kun je dan een beleid hebben dat stelt: wij steunen alleen de gematigde Syrische oppositie, als je niet eens kunt vertellen wie de gematigde Syrische oppositie is?

De Nederlandse regering heeft een methode toegepast die heel moeilijk te verdedigen valt. Nikolaos van Dam, de Syriëgezant in 2015 en 2016, vertelde ons dat hij alle groeperingen die in december 2015 op een conferentie in de Saudische hoofdstad Riyad waren geweest, beschouwde als gematigd. Onder de bezoekers van die conferentie zitten zelfverklaarde jihadistische organisaties zoals Ahrar al-Sham. Volgens de criteria van de Nederlandse regering is het dus niet uitgesloten dat zo’n groepering steun heeft gekregen van Nederland.”

In gesprek met Trouw /Nieuwsuur, te zien in onderstaand fragment, vertellen leiders van Syrische strijdgroepen dat de Nederlandse overheid materieel, waaronder pickup-trucks, leverde.

Kan het zijn dat de Nederlandse regering het gewoon echt niet wist dat ze steun gaf aan terroristen?

“De vraag is eigenlijk: is het naïviteit of is het moedwillig gegaan? Het enige wat ik daarover kan zeggen: als je jonge Syriëgangers, Nederlandse burgers, verantwoordelijk houdt voor hun daden, is het moeilijk om te zeggen dat de acties van een ervaren Syriëteam te wijten zijn aan naïviteit.

De informatie die wij gezien hebben was publiekelijk bekend. Sterker nog, de Nederlandse regering had informatie die wij niet gezien hebben. Je gaat me niet vertellen dat een topdiplomaat als Nikolaos van Dam en het hele Syriëteam dat daar in de ambassade zit, allemaal arabisten bij elkaar, niet weten wat ze aan het doen zijn. Terwijl ze direct contact hebben met alle rebellenleiders die steun krijgen van Nederland. Met een simpele zoektocht op Google zie je meteen om wat voor groeperingen het gaat.

In theorie kan het dat de Nederlandse regering het niet wist, alles kan. Maar ik acht de kans zeer klein dat het Syriëteam niet wist wat ze aan het doen was.”

Weet u nog wat waar is?

Dag en nacht verzamelen honderden journalisten nieuws. Ze checken en duiden de feiten, en berichten daarover in een begrijpelijke taal. Zij bepalen de waarde van de krant, uw krant. Daar staan wij bij stil in de 'Week van de Krant'.

Dankzij het vertrouwen dat u in ons hebt, kunnen wij verder gaan met wat we het liefst doen: u dag in, dag uit volledig en juist informeren.

Steun onze kwaliteitsjournalistiek met een abonnement.

Lees ook:

Hoe de Nederlandse overheid een Syrische 'terreurbeweging' faciliteerde

De Nederlandse regering leverde officieel voor ruim 25 miljoen euro aan niet-dodelijke hulpgoederen aan de ‘gematigde, gewapende oppositie’ in Syrië. Maar de hulp ging in het geheim ook direct naar terroristen.

Zo hebben we het jihadisten-onderzoek aangepakt

Trouw en Nieuwsuur ­spraken voor het onderzoek naar de steun aan Syrische jihadisten meer dan honderd individuen, variërend van rebellenleiders en -commandanten tot ­Nederlandse en buitenlandse betrokkenen bij het steunprogramma.

Deel dit artikel