Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zo dom was ik dus niet

Home

NICOLE BESSELINK

Niet doorsnee | Ze is een van de 150 parlementariërs die deze week weer aan de slag gingen. In de luwte van het Binnenhof is Astrid Oosenbrug een trofee van de sociaal-democratie. Een portret van kindertehuis tot Kamerlid.

Als Astrid Oosenbrug in het najaar van 2012 haar entree maakt in de PvdA-fractie, gaat dat niet onopgemerkt voorbij. "Heb je wel gezien dat Astrid een tattoo heeft?", fluistert een ervaren Kamerlid een fractiegenoot toe. Inderdaad, op de rechterbovenarm van Oosenbrug prijkt een grote prent van een lijkbleek meisje met lange zwarte lokken omgeven door rode rozen. La Catrina. Een verwijzing naar de Mexicaanse Dag van de Doden, op de arm gezet om dierbare overledenen mee te dragen.

In heel veel opzichten is Oosenbrug (48) geen doorsnee Kamerlid. Naast de tatoeage zijn er de uiterlijkheiden als het neusknopje, het ringetje in de wenkbrauw, roodgeverfd haar en de immer zwarte kleding. Maar ook los daarvan onderscheidt de geboren Rotterdamse met authentieke tongval en klaterende schaterlach zich met een onwaarschijnlijk levensverhaal en een voorkeur voor de politieke luwte. 'Van bijstandsmoeder naar Kamerlid', suggereert haar man als titel van haar ongeschreven boek.

***

Dat boek zou eigenlijk een paar hoofdstukken eerder moeten beginnen, bij haar jeugd in Rotterdam. Ze is het zesde kind van een Haagse marinier en Rotterdamse fabriekarbeidster. Hij is zeventien en zit in de Van Ghentkazerne als ze elkaar leren kennen, zij is zestien en werkt bij de Jaminfabriek. Op hun achttiende worden ze voor het eerst ouders. Herinneringen aan een gelukkig gezinsleven heeft Oosenbrug niet. Haar moeder verdwijnt op haar vierde met een vriendin naar Griekenland, haar vader ziet de kinderen in het weeshuis belanden.

Na een paar jaar komt Oosenbrug in haar eentje terecht in een pleeggezin in Vlaardingen, als jongste van een degelijk gezin met al drie kinderen. Was ze het prinsesje van haar vader, hier krijgt haar zelfbeeld de ene na andere knauw. Ze voelt zich een tweede keus asielpuppy als ze verneemt dat haar pleegmoeder liever haar zusje in huis had genomen en doet in haar ogen altijd onder voor de 'echte' kinderen in het gezin. Ze wordt niet voorgesteld als dochter, maar als pléégdochter en wordt op het schoolplein gepest met haar afdankertjes. 'Je deugt niet, je bent dom en je kan niks', galmt het steeds door haar hoofd. Ze heeft maar één doel: terug naar haar familie, naar haar 'eigen mensen'.

Dat gebeurt. Ze is veertien als ze op een middag naar hockey moet - haar pleeggezin is inmiddels naar Den Haag verhuisd. Ze wil een boterham smeren, maar haar broertje mag eerst. Er volgen tikken, haar pleegmoeder valt. Wegwezen, denkt ze. Ze grist haar spullen bijeen, pakt de strippenkaart van haar broertje en neemt de bus naar Rotterdam. Ze zwerft vier uur door de stad met een adres op een briefje, vraagt mensen de weg, slaat een lift af van een wildvreemde man en belt 's avonds uitgeput aan in Rotterdam-Zuid. "Ik wil bij jou blijven", zegt ze tegen haar oudste zus die voelt als een moeder. Die is dolblij. "Nu ga je nooit meer weg."

Maar ze gaat wel weer. Haar voogd wijst haar aan haar moeder toe, die terug is in Rotterdam. Dat knettert. Ze gaat opnieuw naar een tehuis. Eerst in Alphen aan den Rijn, waar ze steeds wegloopt, daarna in Zetten in de Betuwe. 'Het eindpunt', heet dat in die tijd. Ze zit met haar zwarte kleding en bonte hanenkam op het terrein in de klas met de zogenaamde zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Hier geen boeken meer zoals op het Haagse vwo waarop ze begon, maar les in behangen. In totaal zal ze zeven middelbare scholen afgaan, om steeds zonder diploma te vertrekken.

***

Keerpunt in haar leven is de geboorte van Saskia. Ze is vijftien, haar oudste zus wordt moeder en zij daarmee tante, maar het voelt vooral alsof ze er een klein zusje bij krijgt. Eindelijk is zij niet meer de jongste, eindelijk heeft ook zij iemand om voor te zorgen. Ze wil het 'helemaal anders doen' en mag begeleid op kamers wonen in Rotterdam. Ze werkt overdag bij McDonald's en gaat 's avonds naar school. Als haar zus scheidt - Oosenbrug is achttien - zegt ze haar baan op en zorgt een jaar voor Saskia. Die noemt haar nog altijd 'tante mama'.

Zorgen dat kinderen het goed hebben, dat blijft voor haar een enorme stimulans in het leven. Ze gaat een jaar naar Canada als nanny, werkt eenmaal terug in Diergaarde Blijdorp en later bij de Kindertelefoon. Als er kinderen komen en de eerste veel zorg nodig heeft vanwege een autistische stoornis, gaat zijn geluk voor het hare. Ze scheidt, laat huis en haard aan haar ex en begint op nul in de bijstand. Wat ze aan spullen en eten niet kan kopen, krijgen de kinderen terug in liefde. Ze knuffelt haar twee zoons bijkans dood.

Zodra eind jaren negentig de eerste computers in huis komen te staan, zet Oosenbrug - fan van Nintendo en Usenet - haar zinnen op een baan in de ict. Dáár ligt de toekomst en daarmee geld, bedenkt ze zich. De sociale dienst maant haar als pas gescheiden vrouw tot kalmte, maar ze wil voor haar gezin zorgen. Zélf. Ze overtuigt de medewerkers ervan dat een vrouw heus in de ict kan werken en fietst fluitend door de opleiding. Ze vindt werk als helpdeskmedewerker bij een internetaanbieder - 'als je een computer kon aanzetten, was je al de bom' - en mag na een halfjaar doorstuderen voor systeembeheerder.

***

In dat nog prille internettijdperk staat in Rotterdam een man op die haar vertelt dat ze haar vriendin met wie ze opgroeide, moet zien als Marokkáánse vriendin met een in potentie gevaarlijk geloof. Die man is Pim Fortuyn. Ze moet niets hebben van het zwart-witte wereldbeeld dat hij anderen in haar ogen wil opdringen. Arm of rijk, Antilliaan of Nederlander, wel of geen diploma - het zegt haar niets. Ze woonde in arm Rotterdam-Zuid én de welgestelde Haagse Vogelbuurt, en als ze daar iets leerde is het dat mensen gewoon mensen zijn.

Bezorgd over de maatschappelijke tweedeling die Fortuyn teweeg zou kunnen brengen, merkt ze dat ze niet gefrustreerd aan de zijlijn wil staan. Ze meldt zich bij de PvdA. Het verheffingsideaal spreekt haar enorm aan. Het gaat er niet om waar je vandaan komt, maar waar je heen wilt met jezelf en met de wereld. Ze gelóóft in mensen helpen beter te worden, zodat zij de wereld op hun beurt weer beter kunnen maken. Dat gaat niet vanzelf en ook niet heel snel, daarvoor moet je vechten. Dat weet ze als geen ander.

Voor haarzelf begint die betere wereld als jonge veertiger bij de voordeur. Ze is met haar tweede man en jonge tweeling in een nieuwbouwhuis in Berkel en Rodenrijs komen wonen, maar stoep, speeltuin en wegen ontbreken. Geen geld, krijgt ze te horen als ze bij de gemeente verhaal haalt. Wie dat verzint? De politiek. Aha, denkt ze. Als ze niet veel later in de krant een advertentie ziet van de lokale PvdA, meldt ze zich aan als geïnteresseerde. Ze valt op door haar oprechtheid en levenservaring. Een jaar later, in 2010, staat ze prominent op nummer drie van de kandidatenlijst.

Twee jaar daarna valt het kabinet-Rutte-I en probeert Oosenbrug als bestuurslid van 'Vrouwen in de PvdA' kandidates te werven voor de kieslijst. Ze krijgt een wedervraag: 'Waarom meld je jezelf niet aan als je zo graag meer vrouwen in de Kamer wilt?' Ze denkt na, geeft zich op, acht zich kansloos na twee stevige sollicitatiegesprekken met partijprominenten, maar belandt op plek 36. Een leerplek. Tijdens de campagne komt lijsttrekker Diederik Samsom naar haar toe. "Jij bent de laatste die ik een plek in de Kamer durf te beloven", zegt hij. De partij komt uit op 38 zetels.

***

Het eerste jaar aan het Binnenhof voelt Oosenbrug zich als Alice in Wonderland. Terwijl ze vat probeert te krijgen op de wereld van de commissievergaderingen, moties en amendementen, kijkt ze met verbazing toe hoe collega's voorstellen van anderen naar zich toetrekken, met tig titels de wereld denken te kennen of met wollig taalgebruik proberen te maskeren dat ze iets niet weten.

Waarom, denkt Oosenbrug, zeggen ze niet gewoon dat ze het niet weten? Ze staat liever te boek als een goudeerlijke, maar politiek onhandige volksvertegenwoordiger waar de kiezer zich in kan herkennen dan als een Haagse handigerd die zijn gebreken verdoezelt. Soms kan ze zich op de achterste rij bankjes niet inhouden en slaat ze met haar vuisten op de borst. Kamerleden weten inmiddels: Astrid ergert zich aan Bokitogedrag van een collega.

Haar portefeuille geeft haar in die wondere wereld van het Binnenhof houvast. Ze kent de ict op haar duimpje, maar krijgt ook privacy toebedeeld - een onderwerp dat zo ongeveer elk wetsvoorstel raakt. Het is vooral technisch, inhoudelijk werk. Ze sleutelt in stilte aan de gehekelde cookiewet, spant zich in om te voorkomen dat de radiofrequenties worden geveild en daarmee banen op de tocht komen te staan en staat pal voor een vrij internet. Geen downloadverboden of filters dus, geen 'Noord-Koreaanse toestanden' in de polder.

Nu ze vier jaar bezig is, oogst ze lof en bewondering bij zowel internetondernemers als privacybeschermers. Die zijn het inhoudelijk niet altijd met Oosenbrug eens, maar ze is wel zo ongeveer het enige Kamerlid dat zich vol op de digitale wereld stort. Ze laat merken in te zien dat de politiek er juist nu, in die draaikolk van technologische ontwikkelingen, bovenop moet zitten voor de burger. Alleen over haar invloed klinkt enige bezorgdheid in de ict-wereld: in het conventionele Den Haag kunnen ze de onconventionele Oosenbrug weleens onderschatten. Ze zoekt zelf ook niet de voorgrond. Ze is liever op radio ('daar gaat het meer over de inhoud') dan tv.

In de PvdA-fractie willen ze hun 'nerd' intussen ook niet meer missen. Om de inhoud: niemand die hen zo helder ingewikkelde technische kwesties kan uitleggen. Maar ook om wie ze is. Ogen beginnen te stralen bij het horen van haar naam. Fractiegenoten noemen haar gepassioneerd, gevoelig, onverstoorbaar, een bijtertje. Iemand zonder opsmuk die standvastige politiek kan bedrijven vanuit haar eigen ervaringen. Woede, tranen en levensechte voorbeelden zijn nooit ver weg. Noem het authentiek, noem het volks. Of traditioneel PvdA.

Soms hoort ze dat kinderstemmetje nog in haar hoofd: 'Je deugt niet, je bent dom en je kan niks'. In de Tweede Kamer is ze een buitenbeentje met een cv zonder diploma's. Maar als ze dan op Twitter ziet hoe vaak mensen naar haar doorverwijzen of merkt dat vriend en vijand haar roemen om haar ict-kennis, verstomt die stem. Ze heeft het geschopt tot in Den Haag, zit met haar neus bovenop de wetgeving en voelt dat ze daar een verschil kan maken. Als ze daar bij stilstaat, ontstaat er een triomfantelijke glimlach op haar gezicht. Zie je wel, denkt ze dan, zo dom was ik dus niet.

Dit portret is gebaseerd op gesprekken met Kamerleden, familie, vrienden, werkrelaties, Astrid Oosenbrug en op eigen observaties.

Ze is zo ongeveer het enige Kamerlid dat zich vol op de digitale wereld stort

Nicole Besselink


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel