Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zijn ego laat haar geen ruimte

Home

Annemarié van Niekerk

Tussen twee werelden. Verbetering van het lot van vrouwen? Hafid Bouazza en Raja Felgata hebben er een hard hoofd in. © Peter Hilz, HH
Recensie

Nederland is de islam meer dan voldoende tegemoet gekomen, als het aan Hafid Bouazza ligt. In zijn essaybundel 'De akker en de mantel' (samengesteld uit deels eerder verschenen artikelen) stelt hij vast dat het debat van de laatste jaren té toegeeflijk is geweest, om meteen daarop te preciseren: "Ik bedoel 'onderkruiperig'."

Bouazza heeft het helemaal gehad met politieke correctheid, genuanceerde meningen en behoedzaam gevoerde discussies, en verlangt hartstochtelijk terug naar de botte bijl van Theo van Gogh en de snijdende argumentatie van Ayaan Hirsi Ali. Na de dood van de een en het vertrek van de ander is het volgens hem 'saai geworden in Nederland'.

Wat Bouazza betreft heeft de islam zich aan te veel 'onrecht en gruwelpraktijken' schuldig gemaakt om nog op onze clementie te mogen rekenen. In zijn aanklacht richt hij zich vooral op de behandeling van vrouwen die hij onder moslims gebruikelijk acht. Daarbij krijgen zijn tirades het karakter van een aanval op iedereen die nog maar een greintje sympathie voor de islam koestert. Hier is immers sprake van ongeevenaarde discriminatie, achterstelling en uitsluiting. "Ware de vrouw een ras geweest, dan was de ophef over deze behandeling oorverdovend geweest."

Verslag
Hoe wordt er over deze kwestie gedacht door vrouwen met een islamitische achtergrond? Een mogelijk antwoord op die vraag is te vinden in 'I Love Mo', geschreven door de Marokkaans-Nederlandse journaliste Raja Felgata. Die doet niet alleen verslag van eigen ervaringen, maar laat ook andere Marokkaanse (meestal jonge) vrouwen aan het woord.

Anders dan Bouazza, die opereert vanuit een brede islamkritiek, focust Felgata exclusief op de manier waarop 'de' Marokkaanse man met intieme relaties omgaat. Hoewel veel van de door haar verzamelde verhalen nogal treurig aflopen, is haar toon licht en speels, zoals ook al uit de ondertitel ('Het mannenalfabet van Ali tot Zaki') blijkt. Felgata laat haar vrouwenkoor in schaamteloze en karikaturaal aangezette anekdotes gehakt maken van Ali, Badr, Chakib, Driss, Emir, Farid en de rest van het alfabet.

Vergeleken daarmee is Bouazza's aanpak tamelijk zwaar op de hand, op het academische af. In het openingsessay contrasteert hij de islamitische visie op de vrouw met het zoveel positiever vrouwbeeld van archaïsch-oriëntaalse religies die aan de islam voorafgingen, om vervolgens te concluderen: "Een Arabische hymne aan een goddelijke vrouw? Die is er niet."

Lees verder na de advertentie

De Koran laat het in dit opzicht niet alleen afweten, maar is ook denigrerend en afwijzend zodra er godinnen of vrouwelijke engelen ter sprake komen. "Deze toorn zou zich verplaatsen naar de vrouwen op aarde, daar zou Mohammed wel voor zorgen."

Sarcasme
Jammer genoeg bedelft Bouazza zijn argumentatie onder een stortvloed aan citaten, die ook nog eens gedetailleerd worden becommentarieerd, en een hoeveelheid voetnoten die soms zelfs een halve bladzij in beslag nemen. Ze maken er het betoog niet soepeler op.

Gelukkig zijn er ook passages die tintelen van onverholen sarcasme. Als Bouazza vertelt dat Aïcha, de tweede echtgenote van profeet Mohammed, in het begin van haar huwelijk nog zo kinderlijk was dat ze haar speelgoed meenam, voegt hij daaraan toe: "Hoe later de bron, hoe ouder het meisje. Het geeft aan hoe men in verlegenheid zat met dit feit en het derhalve aanpaste."

Bouazza geeft ook de nodige ruimte aan Egyptische ijveraars voor vrouwenrechten als Qasim Amin en Huda Shaarawy, maar niet zonder dat hij ze bekritiseert vanwege hun loyaliteit aan de islam, tegen beter weten in. Dat ze sterk onder westerse invloed staan, wordt de lezer terdege ingewreven. De meeste waardering heeft hij voor Mona Eltahawy, de militante auteur van het geruchtmakende artikel 'Why do they hate us?'

Gedrang
Als Bouazza toekomt aan de 'hadj', de jaarlijkse bedevaart naar Mekka, wijst hij erop dat vrouwen daar alleen maar aan mogen meedoen in het beschermende gezelschap van hun echtgenoot of een mannelijk familielid. Maar wanneer ze terechtkomen in het gedrang rond de Zwarte Steen, verhindert die 'bescherming' niet dat ze door tientallen vrome pelgrimshanden worden betast en bevoeld. Geen wonder: in de oude Arabische literatuur, waarmee Bouazza zeer vertrouwd is, werd de bedevaart al vergeleken met de liefdesdaad.

Jammer genoeg bedelft Bouazza zijn argumentatie onder een stortvloed aan citaten, die ook nog eens gedetailleerd worden be­com­men­ta­ri­eerd

© Hafid Bouazza: De akker en de mantel

Bouazza richt zijn pijlen niet enkel op de islam, maar ook op islamologen, multicultureel denkende politici, beleidsmakers en opinieleiders. Hij ergert zich wild aan 'de roze brillen dragende islam-apologeten en islamitische begripkwekers', 'cultuurrelativisten' en 'Oxfam Novib-fanaten'.

Hun voorman Edward Said wordt weggezet als een charlatan, zijn vermaarde studie 'Orientalisme' (1978) afgedaan als 'een rancuneus gestampvoet van academische zinnen' en de 'zorgwekkende paranoia ... van een boze man, een dandy van een Palestijnse balling, die in weelde geboren werd'.

Zulke donderpreken en woedekreten mogen dan retorisch geslaagd zijn, ze zijn niet altijd even effectief. Af en toe raakt Bouazza verstrikt in zijn emotionele uitbarstingen of glijdt uit over een slordige redenering. Bovendien komen er in zijn boek zoveel vertaalfouten, ontsporende zinnen en feitelijke onjuistheden voor dat je gaat vermoeden dat de nauwkeurigheid er tijdens de uiteindelijke redactie een beetje bij ingeschoten is.

Machteloze weeklacht
Concrete aanbevelingen voor de verbetering van het lot van de islamitische vrouw doet Bouazza heel bewust niet. Hij laat het bij 'een machteloze weeklacht' en omschrijft zijn gevoel 'alsof je een bewoond huis ziet branden en niets kunt doen'. "Alleen afvalligheid kan de islam en het Westen redden van de rottende kern van de islam", is de paradoxaal geformuleerde conclusie. En dat niet stapsgewijs, maar bij wijze van radicale verwerping en afbraak.

Het boek van Raja Felgata biedt ook weinig hoop. Ze laat haar informanten een voor een vertellen hoe hopeloos Marokkaanse mannen en minnaars tekortschieten, hoe weinig ruimte er dankzij hun egocentrisme, eergevoel en jaloezie nog over is voor hun vrouwen en vriendinnen. Maar met hun kritiek, kracht en onafhankelijkheid steken ze hun lotgenoten ook een hart onder de riem.

Als Felgata ten slotte vertelt over haar eigen ervaringen op het liefdespad windt ze er geen doekjes om: "Er kwam altijd een aap uit de mouw of er zat een addertje onder het gras, na verloop van tijd moest je rekening houden met een hele dierentuin. Nee, ik was klaar met Marokkanen." Eén uitzondering daargelaten. Dit afsluitende verhaal over Zaki laat zien dat je niet passief hoeft te blijven kijken hoe het huis in vlammen opgaat.

Er kwam altijd een aap uit de mouw of er zat een addertje onder het gras, na verloop van tijd moest je rekening houden met een hele dierentuin. Nee, ik was klaar met Marokkanen

© Raja Felgata - I love mo

Deel dit artikel

Jammer genoeg bedelft Bouazza zijn argumentatie onder een stortvloed aan citaten, die ook nog eens gedetailleerd worden be­com­men­ta­ri­eerd

Er kwam altijd een aap uit de mouw of er zat een addertje onder het gras, na verloop van tijd moest je rekening houden met een hele dierentuin. Nee, ik was klaar met Marokkanen