Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zijn de Afrikaners zielig?

Home

NIELS POSTHUMUS

Voormalige machthebbers in Zuid-Afrika reageren verschillend op nieuwe situatie

De Afrikaners zijn een volk vol tragiek: een blank volk in zwart Afrika, dat het systeem van apartheid uitvond, maar dat zich na afschaffing daarvan juist achtergesteld voelt. Velen vinden dat zij tussen wal en schip zijn beland, nadat de politieke macht in Zuid-Afrika met de eerste algemene verkiezingen in 1994 uit handen is gegeven. Dat geldt vooral voor de jongere generatie: verguisd vanwege de racistische politiek van hun (groot)ouders, achter aan in de rij door positieve discriminatie van zwarten op de arbeidsmarkt. Hebben zij nog een toekomst in het nieuwe Zuid-Afrika?, vragen ze zich af. En zo niet, waar moeten zij dan heen? Als individuen kunnen zij emigreren, maar als volk zitten ze vastgeketend aan dat zuidelijkste puntje van Afrika, schrijft Fred de Vries in zijn boek 'Afrikaners. Een volk op drift'.

Afrikaners delen hun voorvaderen met de Nederlanders, hun taal stamt af van de onze. Maar Afrikaners voelen zich diep van binnen toch vooral Afrikaan. Zo hetzelfde, en toch totaal anders, onderkent ook De Vries. De Afrikaner identiteit, legt hij uit, steunt op drie pilaren: op de geschiedenis van de Voortrekkers (de boeren die eeuwen terug vanuit de Kaap de ruige binnenlanden introkken), op de taal en op de grond. De vraag of Afrikaners toekomst hebben in Zuid-Afrika hangt af van de mate waarin deze drie zuilen overeind blijven.

De Vries schetst een genuanceerd beeld, waarin zowel optimisten als pessimisten aan bod komen, maar wat uiteindelijk toch vooral blijft hangen is het beeld van een einde der tijden. De Afrikaner geschiedenis raakt langzaam in vergetelheid, de taal verdwijnt en constant is er de vrees voor onteigening. Angstvallig kijken Afrikaners naar de nationalisering van boerderijen in buurland Zimbabwe.

Dit apocalyptische denken resulteert in verschillende Afrikaner overlevingsstrategieën. De Vries onderscheidt er vier. Er is een kleine groep extremisten die is blijven denken in termen van rassenoorlog. En er zijn rechtsen die vreedzamer zijn, maar dromen van een blanke volksstaat met zelfbeschikking, zoals het dorp Orania, waar zwarten, kleurlingen en Indiërs zich niet mogen vestigen.

Tegenover deze twee groepen staat een derde die juist denkt alleen een plaats te hebben in Zuid-Afrika als ze opgegaat in de nieuwe gemeenschappelijke cultuur. En ook zijn er Afrikaners, miljoenen inmiddels, die de strijd hebben opgegeven en zijn geëmigreerd, naar Australië bijvoorbeeld, waar De Vries een aantal van hen opzoekt.

Wat de vier groepen verbindt, is een zelf aangemeten slachtofferrol. Vrijwel alle Afrikaners die in het boek aan het woord komen, hebben dat. En de auteur gaat daarin ver mee. Zo benadrukt hij de 28.000 Afrikaner doden in Engelse concentratiekampen tijdens de Boerenoorlog, en beschrijft hij overtuigend het Afrikaner trauma dat uit die massamoord voortkwam. Hij rept met geen woord over het bijna even grote aantal zwarten dat er omkwam.

Een ander voorbeeld is zijn bezoek aan twee nederzettingen voor 'arm wittes', Afrikaners die in krotten wonen. Schrijnend uiteraard, maar De Vries telt daar uiteindelijk toch slechts 35 en 33 blanke bewoners. Hoe verhoudt hun ellende zich tot die van de miljoenen zwarten en kleurlingen die vaak in nog veel moeizamer omstandigheden leven in krottenwijken door het hele land? Die vraag beantwoordt de auteur niet.

Hoe verfrissend het ook is dat iemand eindelijk eens wat sympathie toont voor het zo vaak verguisde Afrikaner volk, je kunt hierin ook doorschieten.

Wat je zou moeten analyseren is juist dit Afrikaner zelfmedelijden. Maar daaraan waagt De Vries zich niet. Een uitzondering als schrijfster Antjie Krog daargelaten, neemt iedereen die hij spreekt uitvoerig de tijd om te benadrukken hoe zwaar het is om Afrikaner te zijn: onderdrukt tijdens je jeugd door preutse ouders, vergiftigd door de kerk in je puberteit, bloedig vervolgd in het verleden door de Engelsen, over het hoofd gezien door het ANC vandaag de dag. En als je uiteindelijk besluit te emigreren, sterf je op een ver continent alsnog van heimwee.

Je zou bijna vergeten dat Afrikaners gemiddeld ruim vijf keer zoveel verdienen als hun zwarte landgenoten, en dat zij misschien niet meer directe politieke macht bezitten, maar economisch wel nog altijd de nodige touwtjes in handen houden. Alleen daaruit al blijkt hoezeer zij nog een plaats hebben in Zuid-Afrika.

Fred de Vries: Afrikaners. Een volk op drift. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam; 288 blz. € 19,95

Deel dit artikel