Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zij zagen onze naasten het laatst

Home

Gert Jan Rohmensen

De bevolking heeft een aandoenlijk monumentje gemaakt van een witte pan met bloemen. Ernaast liggen knuffelbeesten. © Gert Jan Rohmensen

Ruim een jaar geleden stortte vlucht MH17 neer in het rebellengebied in Oost-Oekraïne. Daarbij kwamen 298 mensen om. Door de oorlog is het moeilijk de rampplek te bezoeken. Verslaggever Gert Jan Rohmensen ging er vorig jaar heen en nam namens twee nabestaanden een brief mee.

Toen er 's middag een knal klonk, zat Oleg Mirosjnitsjenko binnen in zijn burgemeesterskantoortje. Hij rende meteen de straat op, keek naar boven en hoorde een tweede, veel hardere knal.

"Hoog in de lucht begon een vliegtuig uit elkaar te vallen. Het tolde om zijn as naar beneden en grote stukken braken af. De lucht was vol met zwarte stippen, groot en klein", herinnert hij zich. "Een groot stuk, dat de cockpit bleek te zijn, viel net buiten ons dorp op de grond. Daarna vielen overal in tuinen en straten in het dorp lichamen neer."

Veiligheidsriem
Mirosjnitsjenko zit op een bank in een parkje in Rozsipnoje, een plaats met 5000 inwoners op het Oost-Oekraïense platteland, met smalle weggetjes en kleine, vaak vervallen huisjes. Toen de ramp met vlucht MH17 vorig jaar plaatsvond, was hij nog burgemeester.

"Ik ben meteen naar de plaats gegaan waar de cockpit was neergekomen. Het was vreselijk om te zien. De piloot zat nog in zijn stoel in zijn veiligheidsriem. Tegelijkertijd begonnen veel dorpelingen mij te bellen dat ze lichamen hadden gevonden in hun tuinen en op straat. In totaal 39."

In de hele streek zagen talloze mensen wat er in de lucht gebeurde, zonder meteen te begrijpen waar het om ging. Velen dachten dat er weer een toestel van de Oekraïense luchtmacht was neergeschoten. Dat was in de weken daarvoor al zeker vijftien keer gebeurd en de pro-Russische separatisten, die terreinwinst boekten, leken over steeds geavanceerdere wapens te beschikken.

Het was voor de bevolking en ook voor Mirosjnitsjenko zelf een grote schok en de herinneringen liggen ook na een jaar nog dicht onder de oppervlakte. "Nog steeds staat het beeld van de lichamen op mijn netvlies. Het was horror."

Felle brand
Een kwartier rijden naar het oosten ligt Grabovo. De weg voert langs glooiende velden met lange stelen mais en zonnebloemen. Op het wegdek glinstert soms wat steenkolengruis uit de mijnen in de buurt, dat van de vrachtwagens valt.

Op een meter of vijftig van het eerste huis van Grabovo kwamen de motoren en de brandstoftank neer; er brak een intens felle brand uit. Hier was het vorig jaar totale chaos. Overal liepen zenuwachtige en zwaarbewapende rebellen, die probeerden het rampgebied af te zetten. Waarnemers van de OVSE lieten zij mondjesmaat toe.

Lees verder na de advertentie
In de hele streek zagen talloze mensen wat er in de lucht gebeurde, zonder meteen te begrijpen waar het om ging

Oleg Mirosjnitsjenko, oud-burgemeester van Rozsipnoje © Gert Jan Rohmensen

Overal in de velden zocht de medische noodhulpdienst naar lichamen, samen met honderden mijnwerkers die met bussen werden aangevoerd. De lichamen werden met vrachtwagens naar het station in het naburige Torez vervoerd, waar een koeltrein klaarstond. Door het warme weer hing er een geur van ontbinding rond het station en de dorpen een kilometer of tien verderop.

Het is een wonder, zegt dorpshoofd Vladimir Berezjnoj, dat in de dorpen zelf geen doden of gewonden zijn gevallen. Hij staat op het geasfalteerde pleintje van Grabovo, dorpshuis links, orthodoxe kerk rechts. Op een bankje zitten drie bejaarde vrouwen met hoofddoekjes op te praten in de schemering. De lucht ruikt naar natuur en het boerenleven. Het is er stil en vredig; het contrast met vorig jaar kon niet groter zijn.

Knuffelbeesten
Waar toen, een paar dagen na de ramp, aan het begin van het dorp zwartgeblakerde resten lagen na te smeulen, groeit nu gras. De grond is deels afgegraven door het onderzoeksteam dat hier in mei was. De bevolking heeft zelf een aandoenlijk monumentje gemaakt van een witte pan met bloemen, met daarnaast knuffelbeesten.

Aan een elektriciteitspaal hangt een bord met een gedicht van het dorpshoofd: 'Mensen die passeren, stop en bid, voel het verstrijken van de tijd, een Boeing is hier neergestort, levens zijn genomen in dit afschuwelijke moment'.

Berezjnoj vertelt over het gebed dat de dorpspriester vader Sergej uitsprak op 12 juli, toen de oorlog steeds dichterbij kwam. De priester bad dat het geweld aan hun dorp voorbij mocht gaan. "En toen gebeurde de vliegramp vijf dagen later", zegt hij. "Ik ben niet heel gelovig, maar ik denk dat door dit gebed misschien geen doden in ons dorp zijn gevallen."

In zijn kantoortje buigt Berezjnoj zich over een brief die Robbert en Loes van Heijningen uit het Friese Bolsward aan hem, en via hem aan de dorpelingen rond de rampplek, hebben geschreven. In de brief hebben zij hun gevoelens en vragen verwoord.

Robbert van Heijningen verloor zijn jongere broer Erik (54) bij de vliegramp. Ook Eriks vrouw Tina (49) en hun zoon Zeger (17) kwamen daarbij om. Robbert hield over hun verlies een toespraak tijdens de herdenkingsbijeenkomst in de Hilversumse Sint-Vituskerk, vorig jaar augustus. Zijn pleidooi voor verzoening, verdraagzaamheid en bezinning maakte op velen grote indruk, hoewel sommigen er ook moeite mee hadden.

Waar toen, een paar dagen na de ramp, aan het begin van het dorp zwart­ge­bla­ker­de resten lagen na te smeulen, groeit nu gras

Vader Sergej Barachtenko, dorpspriester van Grabovo © Gert Jan Rohmensen

"Er waren mensen die bijna boos op ons werden, omdat wij niet boos waren", zegt Loes van Heijningen, zelf lid van Lotgenotencontact, de werkgroep voor nabestaanden van de MH17. "Daar zie je goed de diversiteit bij mensen in hun rouwproces. Sommige zijn er al vrij ver mee, maar er zijn ook nog heel veel mensen boos."

Beiden zouden graag naar het rampgebied gaan, maar vinden het net als de meeste andere nabestaanden vanwege de oorlog nu niet verantwoord. Rond de rampplek is het op dit moment rustig, omdat de frontlijn veel verder weg ligt, maar om er vanuit Oekraïne te komen, moet die wel worden overgestoken. Dagelijks doen vele honderden lokale mensen dat, maar het is niet zonder risico. Bovendien heeft het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken een negatief reisadvies afgegeven voor het hele rebellengebied.

Vragen
"Voor ons is daarnaartoe gaan belangrijk voor de verwerking, en ik heb het idee dat dat voor veel anderen ook geldt", zegt Robbert van Heijningen, die de herdenking die vandaag in Nederland wordt gehouden mede heeft georganiseerd. Ook Loes krijgt deze signalen.

"Wij nabestaanden en de mensen in de dorpen in Oost-Oekraïne zijn met elkaar verbonden via de slachtoffers die daar zijn gevallen", legt Robbert uit. "Er zijn veel vragen die we hun zouden willen stellen, omdat deze mensen het ook zwaar hebben gehad. Zij hebben de lichamen toegedekt, de stank geroken en daarna al die vreemden op hun erf moeten toelaten. Zij zijn de laatste mensen die onze familieleden hebben gezien toen zij naar beneden zijn gekomen. Zo letterlijk uit de lucht zijn gevallen."

Bijna 2400 kilometer verderop in Grabovo, zet Vladimir Berezjnoj zijn leesbril weer af. "Een goede brief, mooi van toon", zegt het dorpshoofd. "We zullen hem voorlezen tijdens de herdenkingsbijeenkomst die we hier houden."

"Ik voel me ook verbonden met de nabestaanden in Nederland, Maleisië en de andere landen, noem het een soort telepathie. We delen met hen het gevoel van leed, droefheid en spijt. Voor dit soort gevoelens bestaan grenzen niet. Als mensen hier willen komen, zijn ze van harte welkom."

Herinneringen
De woede en wraakgevoelens bij nabestaanden over de daders van de terreurdaad, kan hij goed begrijpen, zegt Berezjnoj. "Ik en de mensen hier zijn ook boos op de lui die dit op hun geweten hebben. Maar wij en de mensen in Nederland kunnen nog weinig doen, omdat niet bekend is wie deze misdaad heeft gepleegd."

Rond de rampplek is het op dit moment rustig, omdat de frontlijn veel verder weg ligt

Natalia Volosjina, burgemeester van Petropavlovka © Gert Jan Rohmensen

Veel van de ongeveer 800 inwoners van Grabovo worstelen met hun herinneringen. "Ik heb een lichaam gezien van een jong kind dat naast de weg lag. Daar moet ik vaak aan denken, want ik heb een kleinzoon in dezelfde leeftijd", zegt Olga, een 57-jarige vrouw met rossig geverfd haar.

Ze staat 's ochtends met Svetlana (47) en Vera (50) voor de kruidenierswinkel te wachten op de vrachtwagen die brood komt brengen. "Dat kind, ik zie het steeds weer voor me. Hij lag op zijn rug en had een wit T-shirt aan. Zijn ogen waren open en zijn gezicht een beetje opgezwollen. Ik zal dat beeld mijn hele leven niet meer kwijtraken", zegt Olga.

"Mijn kleindochter van zes zegt vaak tegen mij dat ze een knuffel wil neerleggen bij het monumentje, omdat daar kinderen zijn gestorven", vertelt Vera, een vrouw met een bloemenjurk, een roze haarclip en enkele gouden tanden. "Ze vraagt steeds: 'Waarom zijn die kinderen daar gestorven? Wie heeft dat gedaan?' Ook andere kinderen praten veel over de oorlog. Deze kinderen hebben geen jeugd meer, die is hun ontstolen."

De brief valt ook bij de vrouwen goed. "Heel aardige woorden. Ze zijn niet agressief. In de Oekraïense media worden we vaak afgeschilderd als separatisten, maar deze brief is niet beschuldigend", zegt Svetlana. "Als zij in de toekomst willen komen, kunnen we met hen over deze tragedie praten. Misschien hebben nabestaanden dat nodig, meer nog dan wij."

Vertrouwen
De aanvankelijke berichten in de media dat de lokale bevolking persoonlijke bezittingen van de slachtoffers zou hebben gestolen, zijn destijds ook hier doorgedrongen. Dat heeft veel dorpelingen geraakt. "Ik ben boos over de suggestie die toen gedaan is", zegt Vera. "Misschien dat er mensen zijn geweest die iets hebben opgeraapt, maar dan hebben ze het later ingeleverd."

De oud-burgemeester van Rozsipnoje meent wel dat sommige separatisten, die al snel na de ramp opdoken, iets meegenomen zouden kunnen hebben, maar bewijzen daarvoor heeft hij niet. "Onze lokale mensen vertrouw ik. Maar de Kozakken uit Loegansk die hiernaartoe kwamen hebben ook veel spullen verzameld. Zij zeiden dat ze die bij de hulpdienst zouden afgeven, maar niemand weet of ze dat ook hebben gedaan."

Ook andere kinderen praten veel over de oorlog. Deze kinderen hebben geen jeugd meer, die is hun ontstolen

Het door de bevolking gemaakte monumentje. © Gert Jan Rohmensen

In Petropavlovka, iets verder naar het westen, krijgt burgemeester Natalia Volosjina (43) tranen in haar ogen als ze de brief leest. Ze zag vorig jaar hoe vijftig meter naast haar kleine gemeentehuis een groot deel van het bagageruim op de weg viel.

"Onze gedachten zijn ook bij de nabestaanden, met wie we onze gemeenschappelijke pijn zouden willen delen. We waarderen het bijzonder dat zij na zo'n tragische gebeurtenis ook geïnteresseerd zijn in hoe wij hier overleven", zegt Volosjina.

De afgelopen winter was heel moeilijk, vertelt de burgemeester. De oorlog woedde dichtbij en de kerk, de school en huizen in Petropavlovka werden geraakt door granaten. Van de 800 inwoners vluchtten er 650 naar veiliger gebieden. Nadat het oorlogsgeweld in februari afnam, kwamen veel mensen terug.

Onschuldig
"Langzamerhand wordt het iets beter", zegt Volosjina. "De salarissen worden weer uitbetaald en sommige sociale diensten werken weer. Maar het opstarten van onze lokale economie is moeilijk. Onze kolenmijn is beschadigd, evenals het depot met de landbouwmachines. We rekenen hier niet op snelle verbeteringen."

Ook oud-burgemeester Oleg Mirosjnitsjenko van Rozsipnoje krijgt het even te kwaad door de brief. "Ik moet nu denken aan een man die ik sprak, een vader van een jongen die is overleden", legt hij uit. "Hij liet me foto's zien van de mensen die aan boord waren en die toen voor mij een gezicht kregen. Het waren Europeanen, Aziaten, allemaal volstrekt onschuldig. Dat al deze mensen zijn gestorven, is het werk geweest van politici."

Mirosjnitsjenko is vorige week door het separatistenbestuur ontslagen en vervangen door een vertrouweling van de rebellen. Hij had zich verzet tegen het ontslag van een aantal medewerkers, en lag vorig jaar ook met de nieuwe machthebbers overhoop over het oprichten van een herdenkingsmonument.

"Zij zeiden dat ze het niet nodig vonden, maar ik heb het gevoel dat ze bang waren voor een internationaal schandaal als ze een fout zouden maken met het soort kruis. Toen heb ik zelf besloten er een orthodox kruis neer te zetten. Een paar timmerlui uit het dorp hebben het gemaakt."

Het is vorig jaar geplaatst bij de plek waar de cockpit lag, veertig dagen na de ramp. Op het eenvoudige houten kruis staat: 'Een eeuwige herinnering aan de slachtoffers'. Ernaast is een perkje met bloemen gemaakt, met wat knuffels erbij.

Verder herinnert weinig aan de slachtoffers en het bijna onherkenbaar verwrongen wrak, de koffers, kleding, poststukken en vliegtuigstoelen die hier vorig jaar lagen in dit Oost-Oekraïense veld met bloeiende zonnebloemen. Zelfs de rebellenstrijders zijn verdwenen, maar niemand weet voor hoe lang.

(dit stuk verscheen ook op 17 juli in Trouw, in print en online)

Langzamerhand wordt het iets beter. De salarissen worden weer uitbetaald en sommige sociale diensten werken weer

Deel dit artikel

In de hele streek zagen talloze mensen wat er in de lucht gebeurde, zonder meteen te begrijpen waar het om ging

Waar toen, een paar dagen na de ramp, aan het begin van het dorp zwart­ge­bla­ker­de resten lagen na te smeulen, groeit nu gras

Rond de rampplek is het op dit moment rustig, omdat de frontlijn veel verder weg ligt

Ook andere kinderen praten veel over de oorlog. Deze kinderen hebben geen jeugd meer, die is hun ontstolen

Langzamerhand wordt het iets beter. De salarissen worden weer uitbetaald en sommige sociale diensten werken weer