Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

zij van het binnenhof / In de geest van Annelien

Home

In de jaren zeventig toen links Nederland te hoop liep tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika, vroeg het VVD-kamerlid Annelien Kappeyne van de Coppello politieke aandacht voor een geheel ander aspect van de toestand in dat land.

Ze drong er bij de regering op aan maatregelen te treffen om de Zuid-Afrikaners van Nederlandse afkomst snel te laten repatriëren mocht het daar ’fout lopen’. Voor degenen die hun Nederlandse nationaliteit hadden behouden, was dat natuurlijk geen probleem, maar volgens Kappeyne van de Coppello moest de regering in geval van nood de grenzen ook openzetten voor de landgenoten die hun nationaliteit hadden opgegeven voor de Zuid-Afrikaanse. Opeenvolgende ministers wilden dat niet zonder meer toezeggen, zodat het eigenzinnige kamerlid, als de Nederlandse Cato, haar pleidooi elk jaar tijdens de behandeling van de justitiebegroting herhaalde.

Het optreden van Kappeyne van de Coppello laat zien dat er meer en zelfs nauwelijks vermoede kanten zitten aan het hebben van twee nationaliteiten, een brandende politieke kwestie op dit moment. Het kamerlid Sietse Rinder Fritsma van de Partij voor de vrijheid, geboren in Franeker), sprak vorige week in de Kamer uit dat het onwenselijk is dat leden van het kabinet en van de Staten-Generaal naast de Nederlandse nog een andere nationaliteit hebben. In navolging van zijn fractieleider Geert Wilders uitte hij twijfel over de loyaliteit aan de Nederlandse zaak bij politici met een dubbele nationaliteit, zoals aankomend bewindslieden Albayrak en Aboutaleb.

Kappeyne had daar nooit een punt van gemaakt. Niet alleen vond ze de formele regels van ondergeschikt belang als het erop aan zou komen Nederlandse Zuid-Afrikaners op te vangen, ook pleitte ze er in haar partij voor buitenlanders in ons land kiesrecht te geven bij gemeenteraadsverkiezingen. Dit was voor haar als klassieke, tolerante liberaal zo belangrijk dat ze zich bij de Kamerverkiezingen van 1981 niet verkiesbaar stelde, toen het congres een ander standpunt innam.

Kappeyne van de Coppello, in 1990 op 53-jarige leeftijd overleden, was niet alleen eigenzinnig. Ze had ook een droog, maar fijn gevoel voor humor, zoals bleek tijdens een vraaggesprek dat Adriaan van Dis in 1985 met haar had op de VPRO-televisie. Op een moment kwam de mogelijkheid ter sprake van een verbod op porno, waarbij Van Dis quasi onwetend de vraag opwierp: ’Hoe zeg je ’nipples’ ook alweer in het Nederlands?’ Kappeyne: ’Nijpels?’

Ze was toen staatssecretaris voor emancipatiezaken. Dat ze al jong niet snel van haar stuk te brengen was, blijkt uit het verhaal van de liberaal Vonhoff over haar studententijd in Leiden. Op een ochtend werd ze in haar kamer in Leiden overvallen door prinses Beatrix, die graag eens haar uitzicht wilde bewonderen. Kappeyne, die niet bekend stond als een ochtendmens, zei dat het goed was als Hare Koninklijke Hoogheid het niet bezwaarlijk vond dat zij weer in bed kroop.

Vonhoff herinnerde zich ook dat ze als VVD-Kamerlid eens een fractiegenoot tot de orde riep, die een Kamerbode tutoyeerde en zichzelf liet vousvoyeren. Kappeyne sleepte hem mee terug naar de bode en liet hem zijn excuses maken.

Haar voornaamste parlementaire wapenfeit was de uitbreiding van de Grondwet met het grondrecht van een ieder op de onaantastbaarheid van zijn lichaam. Ze ijverde voor het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen bij abortus, streed voor gelijke rechten voor homoseksuelen en pleitte met hartstocht voor een revival van het parlementaire enquêterecht.

Dit najaar verscheen een biografie van haar onder de titel ’Strijdvaardig en eigenzinnig’, waarin van haar vaak geuite zorgen over het lot van de Nederlanders in Zuid-Afrika geen melding wordt gemaakt.

Nog in het jaar dat ze overleed, is er in Leiden een Annelien Kappeyne van de Coppello Foundation opgericht, die zich ten doel stelt ’in haar geest bij te dragen aan een duurzame ontwikkeling en sociale cohesie van de Nederlandse pluriforme samenleving’. Een van de bestuursleden van deze stichting in de afgelopen jaren was Geert Wilders.

Deel dit artikel