Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zelfs in de bubbel van Netflix is niet te ontsnappen aan de realiteit van kleur

Home

Seada Nourhussen

Seada Nourhussen. © Maartje Geels
Column

De hele dag was ik bezig een mening te vormen voor deze column. Over het Turkse referendum, kernraketten of Baudet. Maar de mening kwam niet. Vervolgens kwam ik erachter dat dat komt doordat ik me steeds minder blootstel aan het meningenmoeras op Facebook, Twitter en televisie. Facebook en Twitter heb ik nog wel. Een televisie al jaren niet meer.

Mensen die dat verkondigen willen meestal laten zien hoe vooruitstrevend en autonoom ze zijn. Dat ze hun informatiestroom zorgvuldig cureren in plaats van zich weerloos te laten overspoelen door de achterhaalde blik van Hilversumse redacties en andere vastgeroeste mediamachines. Maar mijn televisieloosheid is niet vrijwillig. Mijn flatscreen is me min of meer afhandig gemaakt; lang verhaal. Sindsdien ben ik te lui geweest om een nieuwe te kopen. Daarbij zijn programma’s van de publieke omroep online te zien.

Lees verder na de advertentie
'De luiheid van de (voornamelijk) witte, mannelijke presentatoren levert me te veel stress op'

Maar ook daar kijk ik bijna niet meer naar. De luiheid van de (voornamelijk) witte, mannelijke presentatoren die ik mijn hele leven al zie, levert me te veel stress op. Daarna voel ik de behoefte geïrriteerd te tweeten.

Bijvoorbeeld toen Jeroen Pauw twee Turkse Nederlanders ruzie liet maken over Erdogan terwijl hij achterover leunde, en alleen ingreep toen het jij-bakken in een inhoudelijk gesprek over de Turkse staatsinrichting dreigde te veranderen. Toen Freek de Jonge bij Matthijs van Nieuwkerk zonder tegenspraak de gaswinning in Groningen vergeleek met de oorlog in Vietnam.

Toen Tim Hofman in ‘Je zult het maar hebben’ aan een meisje over haar vriendinnen vroeg ‘Wie zijn deze mokkels?’ Of toen de makers van ‘Goede Hoop’, over de rol van Nederland in Zuid-Afrika, besloten dat zwarte Zuid-Afrikanen in dit programma vooral de rol van bediende of voorbijganger moesten hebben. En dit zijn allemaal maar flarden.

Witte mannenhegemonie

In plaats daarvan kijk ik naar Netflix, waar pogingen worden gedaan de witte mannenhegemonie te doorbreken. Daar zijn films over Nigeriaanse carrièrevrouwen van middelbare leeftijd, hedendaagse versies van telenovela’s (Latijns-Amerikaanse soaps) vol maatschappijkritiek en onorthodoxe superheldenseries die zich in alle uithoeken van de wereld afspelen. Een grenzeloze zeepbel die mij minder meningen ontlokt. Waar ik even kan ontspannen.

Om niet helemaal vervreemd te raken van wat er in Nederland gebeurt, luister ik wel naar de radio. Maar dat leidde gisterochtend meteen tot een mening (en bijna tot een tweet) toen een nieuwslezeres binnen een uur vier verschillende versies van één bericht oplas.

In de eerste versie ging het om ‘een man’ die in de Amerikaanse stad Fresno op willekeurige ‘blanke mensen’ schoot. In de tweede versie ging het om een ‘zwarte man’ die het op ‘blanken’ gemunt had. In een derde versie was de zwarte man gaan schieten op ‘witte mensen’. En in de vierde versie was de man nog ‘zwart’, maar waren zijn slachtoffers weer ‘blanken’ geworden. Ik stelde me voor hoe er tussen de items door paniekerig werd vergaderd: ‘Wat hadden we nou afgesproken: blank of wit? En noemen we de kleur van de dader?’

'Wij zijn meer dan onze kleur dus zeggen we niet ‘zwarten’ of ‘witten’ (of ‘blanken’)'

Nooit heb ik begrepen waarom er in Nederland zo verkrampt wordt gedaan over kleur. Het is simpel: Ik ben zwart, u, de gemiddelde lezer van Trouw, bent wit. Wij zijn meer dan onze kleur dus zeggen we niet ‘zwarten’ of ‘witten’ (of ‘blanken’). We zeggen zwarte mensen en witte mensen. En ik weet dat ik eerder bruin ben en u eerder roze, maar het gaat om de erkenning dat kleur invloed heeft op onze posities in de maatschappij. Want aan die realiteit valt zelfs in de kleurrijke bubbel van Netflix niet te ontsnappen. 

Deel dit artikel

'De luiheid van de (voornamelijk) witte, mannelijke presentatoren levert me te veel stress op'

'Wij zijn meer dan onze kleur dus zeggen we niet ‘zwarten’ of ‘witten’ (of ‘blanken’)'