Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zekerheid, nee bedankt

Home

RIK TORFS

Hoe meer we over ons leven volledige controle trachten te verwerven, des te verder drijven we weg van wat waarachtig menselijk is. Durf te kiezen voor onzekerheid, spoort Rik Torfs ons aan.

Rik Torfs (1956) is kerkjurist, rector van de Katholieke Universiteit Leuven en publicist. Hij was van 2010 tot 2013 christen-democratisch senator.

Zekerheid is prachtig, maar ze maakt de wereld kleiner. Wie zijn onzekerheid prijsgeeft, verliest tegelijk schoonheid en verlangen. Wie zeker is, weet niet wat hij mist.

Laten we deze stelling illustreren met een eenvoudig voorbeeld uit Vlaanderen, een land van denkers en filosofen. Niet langer van metafysici. Wel van commentatoren op de samenleving. De beroemdste is Etienne Vermeersch (°1934), in Vlaanderen wereldberoemd, in Nederland nauwelijks bekend. Hij is slim en mediageniek, een meesterlijk causeur en een liefhebber van havannasigaren. Ook laaft hij zich gaarne aan abdijbieren.

Daarnaast valt zijn hang naar zekerheid op. Dat blijkt uit zijn levensloop, die emblematisch is voor de evolutie van het denken in Vlaanderen de laatste halve eeuw. Uitgangspunt is een katholiek land. Dat was Vlaanderen wel, en Nederland niet. Niet alle Nederlanders waren katholiek, en ook de katholieken bleken er halve calvinisten te zijn.

Als jongeman was Etienne Vermeersch zeer gelovig. God was voor hem een vriend die hij vreesde. Daar hij op school uitmuntte in intelligentie, trad hij in bij de jezuïeten. Die hunkeren naar God, maar wie hem op het spoor komt zonder gevaarlijke intellectuele pirouettes oogst weinig waardering. Vermeersch werd jezuïet en bleef geloven in God. Dat vergde doorzettingsvermogen, over de pijngrens heen. Geregeld geselde hij zichzelf, dat gebeurde nog in de jaren vijftig. Want lijden smaakt zoet voor wie de bron kent van het leed. Gebed, studie, geseling, alles ging perfect.

Tot de jongeman zijn geloof voelde wankelen en het vervolgens verloor. Hoe kwam dat? Onder meer door de wrede rechtlijnigheid van de toenmalige jezuïeten. Een jonge confrater vroeg de begrafenis van zijn vader bij te mogen wonen. Dat werd hem geweigerd. Terwijl een andere medebroeder dan weer naar de eerste communie van zijn nichtje kon gaan, juist omdat hij er niet om had gevraagd. De vraag betekende de weigering van de gunst.

Etienne Vermeersch verliet de orde toen hij niet langer in God geloofde, eerlijkheid boven alles, dat heeft hem altijd gekenmerkt. Misschien eerder een Nederlands dan een Vlaams trekje, eerder een calvinistische gedachte dan een katholieke. Vermeersch werd wetenschappelijk medewerker aan de universiteit van Gent. Daar bestudeerde hij door de week heen de filosofie op geheel ongodvruchtige wijze. God bestond niet, dat wist hij zeker. En steeds zekerder. Maar op zondag bleef Vermeersch trouw de heilige mis bijwonen. Dan werd hij plotseling iemand anders. Atheïst tijdens de week, gelovige in het weekend. Pure schizofrenie.

Etienne Vermeersch vindt tot op vandaag die momentopname uit zijn bestaan een vreselijke periode. Kon niet, mocht niet. Een mens hoort consequent te zijn. Een jaar lang streed hij dapper tegen zichzelf. Dan hakte hij de knoop door. Hij bleef weg uit de mis. Hij liet ook op zondag God alleen, en verloor voltijds zijn geloof. Al ken ik in mijn vriendenkring en ver daarbuiten niemand die zo veelvuldig, gedreven, gloedvol, erudiet, spreekt en discussieert over het niet bestaande opperwezen dat zijn leven vult.

Een jaar van ondraaglijke dubbelzinnigheid. Met God en zonder God. Daar heeft professor Vermeersch het geregeld over, vol verwondering over zijn eigen wankelmoedigheid. En toch is die periode de meest interessante van zijn leven. Die heerlijke ambiguïteit. Dat prachtige onvermogen om te kiezen. Onvermogen, geen onwil. Want die laatste optie zou mij nog meer dierbaar zijn geweest. Waarom moeten wij kiezen? Zolang iemand op zondag gelooft en door de week niet, blijft op beide momenten de blik gericht op de andere kant van het gelijk. Maar wie de ware weg heeft gevonden, is het spoor bijster. Hij vraagt zich niet langer af of hij gelijk heeft, enkel waarom dat zo is. Op dat moment betreedt hij een kleinere wereld, zoals een oude man die zijn prachtig landhuis met weidse horizonten opgeeft voor een benepen flatje in de binnenstad. Het afscheid overschaduwt de vernieuwing. Al blijft hij zichzelf wijsmaken hoe gemakkelijk en bevrijdend het is eindelijk kleiner te gaan wonen.

Zekerheid past niet bij de menselijke natuur. Enkel de dood is zeker, en toch verlangen we er niet naar. Hoe meer we over ons leven volledige controle trachten te verwerven, hoe verbetener we op zoek gaan naar duidelijke, keurige zekerheid, des te verder drijven we weg van wat waarachtig menselijk is. We lopen vast in contradicties, twee keer duidelijkheid leidt tot onduidelijkheid. Neem nu volgend dilemma.

We leven in een tijd die authenticiteit bijzonder waardeert. We moeten onszelf zijn. Transparant. Een open boek. Onze gevoelens dienen echt te zijn, we moeten ze zonder schroom op tafel leggen. We mogen niet aarzelen uit te pakken met onze kwetsbaarheid. Geen hypocrisie, zoals onze ouders en grootouders die beoefenden. Zij prezen hun vrouwen terwijl hun maîtresses ongeduldig stampvoetten in de garderobe. En ze loofden het vernuft van hun kinderen die ze die diep in hun hart misprezen omdat ze ellendige leeglopers waren. Zeker, de Franse schrijver François de La Rochefoucauld (1613-1680) zorgde voor een prachtig citaat: L'hypocrisie est l'hommage que le vice rend à la vertu (de hypocrisie is het eerbetoon dat het kwaad aan de deugd bewijst, red.). De hypocriet voelt de behoefte zich beter voor te doen dan hij is. Hij erkent het bestaan van het goede. Omdat hij er niet in slaagt het te beoefenen, veinst hij het enkel, en dat is hypocrisie. Een mooie, doch complexe gedachte. Maar ingewikkelde redeneringen maken bij onze tijdgenoten geen kans, ze staan te ver af van de rechtlijnigheid van het hart. En dus horen we authentiek te zijn, geen franjes, geen bedrog. Duidelijkheid boven alles.

Maar, en hier ontkiemt een contradictie, authenticiteit is niet genoeg. Er wordt van mensen meer verwacht. Zij moeten de deugd beoefenen, al wordt die wel eens versmald tot het politiek correcte denken en handelen. Zo worden allerlei moreel verwerpelijke woorden en daden juridisch strafbaar gesteld. De Holocaust mogen we niet loochenen. (Ik heb nooit een seconde overwogen dat te doen tot het verbod er kwam. Even denk je, een ogenblik maar: de Holocaust loochenen, hoe zou dat aanvoelen? Het verbod schept het schaamtevolle verlangen naar de overtreding ervan.) Racistische uitspraken zijn verboden. In België bestaat zelfs een anti-seksismewet. Je mag tegen vrouwen niet langer onaardig zijn. Maar aardig evenmin. Wie, zoals in tijden van galanterie wel vaker gebeurde, voor een vrouw een deur openhoudt, geeft op die manier subtiel maar pervers gestalte aan zijn mannelijk overwicht, en beschouwt derhalve de schijnbaar begunstigde dame als inferieur op basis van haar geslacht. Vrouwen die het slachtoffer worden van een deur die wordt opengehouden, gaan best onmiddellijk naar de politie.

Maar ik dwaal af. Terug naar de zekerheid. En de onzekerheid die de combinatie ervan met de drang naar keurigheid biedt. Enerzijds moeten we authentiek zijn. Anderzijds mogen we niet immoreel handelen. We moeten niet enkel transparante, maar ook goede mensen zijn. En die twee eisen zijn niet altijd verzoenbaar. We genieten niet het recht authentiek seksistisch te zijn. Mochten er in hoog beschaafde landen als Nederland en België toch nog enkele seksisten overblijven, wat ik nauwelijks durf te vermoeden, dan rest hun niets anders dan de deugd van de hypocrisie.

Zekerheid. We verliezen er veel door. Hoop en verlangen. Fantasie. Om dat te illustreren even terug naar Etienne Vermeersch, toevallig weer hij, maar het kon net zo goed om een andere filosoof gaan die over het niet-bestaan van God zekerheid heeft verworven. Op 16 december 2006 had ik met hem voor het Gerard-Walschapgenootschap, ergens in Antwerpen, een discussie over het hiernamaals. Etienne geloofde er niet in. Er zal daar voor mij geen plaats zijn, vreesde hij. Waar worden al die mensen die ooit hebben geleefd, gestockeerd? In het beste geval heerst er in het hiernamaals een gebrek aan comfort. Geen zitplaatsen. Rechtstaan tot in de eeuwigheid. En dat was niet zijn enige bezwaar: hoe zou hij, Etienne Vermeersch, zich in het hiernamaals aanmelden? Als de beloftevolle wereldbestormer die hij in zijn jeugd was? Als de alom geprezen filosoof des vaderlands die hij later werd? Of als de incontinente ouderling die hij vreesde uiteindelijk te worden? Ik stelde hem onmiddellijk gerust: in zijn geval het derde.

Opvallend is hoe Etienne Vermeersch redeneerde vanuit onze comfortabele menselijke categorieën ruimte en tijd. Er is geen plaats in het hiernamaals: ruimte. En hoe oud is de man die daar aankomt? Tijd. Zekerheid ontneemt ons bevrijdende speculatie.

Zelf koester ik een heel concreet beeld van het hiernamaals. We zullen er rijstepap eten met gouden lepeltjes. Ik weet dat sommigen hier niet tevreden mee zijn. Ik lust geen rijstepap, hoor je ze zeggen. En inderdaad, rijstepap smaakt zoet in een tijd waarin mensen naar bitterheid in hun mond hunkeren. Zo verging het ook champagne, tweehonderd jaar geleden dronk iedereen wat we nu demi sec noemen, mierzoet spul, vandaag hoogstens vertroosting biedend in bejaardenhuizen. Champagne moet brut zijn, vinden wij. Of extra brut.

Maar die rijstepap is bijzaak. Ik besef ook wel dat tot in de eeuwigheid rijstepap eten een marteling is die geen enkele zondaar verdient. Dat is trouwens niet de bedoeling. Het beeld staat eigenlijk voor zijn tegendeel.

Als ik beweer dat we later rijstepap eten met gouden lepeltjes, weet ik zeker dat het niet zo zal zijn. Mocht ik me daarin toch vergissen, dan is het verhaal zo prachtig gevonden dat ons niets anders rest dan er de ironie van in te zien en ons deemoedig aan het eten te zetten. Doch voor een goed begrip, het geloof voor het wat absurde rijstepap eten staat voor het omgekeerde: zo zal het hiernamaals niet zijn. Hoe dan wel? Die vraag blijft open, het antwoord is onzeker. Het beeld van rijstepap met gouden lepeltjes kiest voor fantasie, hoop en vertrouwen. Het vertrouwen dat het allemaal goed komt. Dat de mens in zijn diepste verlangens niet zal worden ontgoocheld. Hoop gaat altijd gepaard met onzekerheid, zekerheid begint waar ze ophoudt. Enkel zekerheid is uitzichtloos.

Nu we het toch over het hiernamaals hebben, de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het daar in onze dagen over het algemeen niet goed mee gaat. Het is afgeschaft, zo loopt het gerucht. Zo niet is het minstens gesloten wegens werken. Oei. Wat nu?

Als het hiernamaals is gesloten, rest mensen niets anders dan hun hoop te stellen op wat eraan voorafgaat. Dat is de dood. Die moet de vreugde bieden waar weleer het hiernamaals voor zorgde. De dood dient mooi en goed te zijn. De goede dood. Euthanasie, letterlijk. Niet in de technische zin van het woord. Niet de euthanasie van de ethische debatten. Maar gewoon de dood als het moment waarop alle moois van het leven samenkomt. Bij gebrek aan een hiernamaals zijn wij gedwongen om prachtig te sterven.

Zulks betekent dat wie doodgaat keurig afscheid neemt. Conflicten met familie en vrienden worden uitgepraat, eerlijkheid viert hoogtij, het onzegbare wordt gezegd, liefde wordt betuigd, het leven wordt van zijn slierterige nevelen ontdaan. Volslagen openheid op het sterfbed, ook van wie nooit in zijn leven een ogenblik open is geweest. Beklijvende laatste woorden. Zo moet het zijn.

Alles in mij verzet zich tegen dit mooie plaatje. Waarom woorden een gewicht toekennen dat niet draaglijk is, dat aan hun terloopsheid geen recht doet? Waarom die krampachtige drang naar een happy end? Zoveel liever zijn mij toevallige woorden, vaak achteloos uitgesproken, maar dichter aanleunend bij wie we wezenlijk zijn: vluchtige voorbijgangers in een wereld die niet de onze is. Laat elk woord dat we uitspreken, hoe banaal ook, de kans het laatste van ons leven te zijn. Helemaal in de lijn van wat Mark Twain ooit schreef: give every day the chance to become the most beautiful day of your life. Laten we niet proberen in schoonheid te sterven, laten we sterven met aandacht voor de schoonheid van het alledaagse.

De harmonie aan het sterfbed is een mooi voorbeeld van schijnzekerheid. Iedereen is er, alle familieleden omringen de toekomstige dode, ze zitten of ze staan, ze verschuilen zich achter gordijnen of kijken door een raam. Vrede heerst. Er valt geen onvertogen woord. Maar in de loensende blik van een schoondochter schuilt reeds de tweespalt die de nabestaanden zal verscheuren. Er zal ruzie ontstaan over het schilderij in de woonkamer, en over oude familiejuwelen.

Misschien ook niet. Dat is zeer te hopen. Maar laten we het lot niet tarten, en uit verlangen naar zekerheid de kloof tussen wat we voelen en wat we moeten voelen niet onoverbrugbaar groot maken.

Zekerheid is een vergissing. Zij verduistert wat wij verlangen: schoonheid, wilde dromen, de oeverloze wereld van onze jeugd, het witte sneeuwlandschap. Er bestaat een tegenstelling tussen het grootse en meeslepende karakter daarvan, en de benauwende manier waarop we het willen bereiken: door zekerheid te scheppen.

Dat lukt dus nooit. Zekerheid verarmt gedachten, verlangens en gevoelens. Daarom moeten we durven te kiezen voor onzekerheid. Geenszins op fysiek vlak natuurlijk, door hoge bergen te beklimmen of in snelle auto's over circuits te scheuren. Waaghalzerij mist de noblesse van geestelijke onzekerheid. Evenmin is het raadzaam de dagelijkse routine van ons bestaan op te geven. Laat die gewoon bestaan. Koken in de keuken en slapen in de slaapkamer is handiger dan het tegendeel. Het avontuur zit niet in gecultiveerde buitenissigheid. Maar onzekerheid is op haar plaats als het om het wezen gaat, de diepste meanders van ons bestaan, de vreemdste kronkels van ons denken. Dan is het veilige antwoord een bron van wanhoop.

In wat wij zeker achten, schuilt de beperktheid van onze denkkracht, de schaamte over onze diepste verlangens, de berekening in wat wij te gemakkelijk liefde noemen.

Deze tekst is uitgesproken op 9 oktober tijdens het symposium 'Bevrijd van Zekerheid' van de Veerstichting te Leiden.

Deel dit artikel