Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ze zoekt naar haar laatste gedicht

Home

WILLEM JAN OTTEN

Essayist Willem Jan Otten beschouwt in de weken naar Pasen vijf 'onvergeeflijke films'. Vandaag: 'Poetry' van Lee Chang-dong.

Het grootste, meest uitgebreide en sowieso langdurigste kunstwerk dat de westerse cultuur heeft voortgebracht is het Kerkelijk Jaar. Het is een oneindig gedicht waarvan per mis of dienst een strofe wordt voorgelezen. Of: één drama dat in afleveringen voltrokken wordt - de oervorm van de televisieserie. Met dien verstande dat de afleveringen niet alleen wekelijks, maar ook dagelijks bijgewoond kunnen worden, met op zondag een soort extra opgetuigde aflevering, 'Hoogmis' genaamd.

De meeste kerkgangers doen tegenwoordig alleen zondagen. In mijn (Amsterdamse) kerk is er een verrassend grote harde kern van wekelijkse deelnemers. Mensen die zich 'nog net katholiek' weten, nemen veelal twee keer per jaar deel: Kerstmis en Pasen, en vragen zich dan soms af waarom ze de tussenliggende afleveringen gemist hebben, maar zijn tegen de zondag daarop deze spijt weer vergeten, en missen dus de stimulerende, voorjaarsachtige Missen van Beloken Pasen, als de Emmaüs-afleveringen voltrokken worden.

Dit in tegenstelling tot kloosterlingen - die doen maar liefst zeven afleveringen per dag, in de vorm van kortere en langere gebedsdiensten, alle 365 dagen van het jaar, in een goeddeels gezongen versie.

Een vriend van mij is meer dan vijftig jaar monnik. Hij is welbeschouwd fulltime deelnemer aan en medevertolker van het Kerkelijk Jaar. Tussen de vespers, lauden en metten door leest en bestudeert hij Nederlandse poëzie. Mij vraagt hij soms wat poëzie is, wat mij verwondert: in mijn ogen kent hij het antwoord beter dan ik: hij voltrekt dagelijks mede het grote gedicht van de tijd! "Een gedicht is een kleine religie", schrijft onze geliefde Les Murray, "een religie een groot gedicht."

De afleveringen van het kerkelijk jaar stevenen altijd af op de dood van de hoofdpersoon, die het (spoiler alert) overigens niet gedaan heeft. De dag na deze laatste aflevering ('Goede Vrijdag') is het Pasen, ook een Mis, ongetwijfeld de geheimzinnigste - die de eigenlijke afloop vertelt ('titelheld niet dood, maar verrezen'), en die tegelijkertijd de Eerste Aflevering van het volgende seizoen is.

Dit jaar valt Pasen vroeg, in de eerste week van april, en dat houdt in dat de veertig dagen voorafgaande aan de dood van God op woensdag 18 februari beginnen.

De christelijke religie heeft een ongemakkelijk uitgangspunt: ze stelt om te beginnen dat haar God is vermoord. Niet iedereen die momenteel in de hitte van het jihad-debat roept dat alle religie per definitie tot geweld leidt, realiseert zich dat de christelijke religie draait om de executie van haar volstrekt ongewapende God: een man beschuldigd van blasfemie. Hem is verweten dat hij zei dat hij de Zoon van God was en dus moest hij dood. Hij roept al stervende niet op tot oorlog, niet om wraak op zijn kwetsers, maar vraagt integendeel om vergeving van zijn lynchers.

De dag waarop de vasten begint heet Aswoensdag - het begin van de vastentijd, een 'tijd binnen de tijd'.

Wat een vreemd kunstwerk is het kerkelijk jaar!

Het vraagt van zijn deelnemers en vertolkers dat zij zes weken lang iets niet doen waar zij zin in hebben. De bereidheid van gelovigen om hier op enigerlei wijze vorm aan te geven (een andere vriend, een hongerig lezer, houdt jaarlijks een leesvasten), bewijst dat het kunstwerk van het kerkelijk jaar een voltrekking is. Toeschouwer wordt deelnemer wordt medevertolker. Vasten is een vorm van inleving - meegeleefd wordt de ontzegging, of: de ontlediging van de te sterven en verrijzen hoofdpersoon.

De achterliggende gedachte van vasten is om te beginnen lichamelijk - mensen weten van oudsher dat een tijdje geen voedsel tot je nemen een zuiverende werking heeft; op deze oude wijsheid is de ontslakkingsijver van de laatste jaren gestoeld. Maar de vastentijd is niet alleen diëtistisch bedoeld, en zelfs niet ecologisch, al is dat geen onbelangrijk bijmotief.

In de evangeliën wordt verteld dat Jezus vastend de woestijn in ging meteen na zijn doop in de Jordaan, dat wil zeggen: meteen nadat hij zijn rol van Redder op zich genomen had. Niet dat hij zich een uitverkorene achtte is van belang, maar juist: dat hij zichzelf wilde zuiveren van de aanmatigingen die met uitverkoren zijn gepaard gaan. Want dat is wat er tijdens zijn veertigdagentijd gebeurt: hij wordt al hongerend besprongen door alle verleidingen die een mens maar kan hebben als hij denkt dat hij God is, of zijn zoon. Almachtsfantasieën, roemzucht, materiële bijbedoelingen, onsterfelijkheidsgedachten - één voor één worden, in drie gesprekken met Satan, de oneigenlijke motieven gedemonteerd.

Wat overblijft, na dit rigoureuze zelfonderzoek, dit tegen verlangen en begeerte in denken, is een mens die niet een leer verkondigt, laat staan vijanden verdelgt, maar, zonder enig machtswoord, liefde praktizeert, tot de dood er op volgt. Dit praktizeren noemt hij: Gods wil doen.

Het is een personage waar we na twee millennia nog niet gewend aan zijn geraakt, al doen we nog zo ons best hem te vergeten. Wat hij mensen te bieden heeft was geen doctrine, geen ideologie, geen resultaat van wetenschappelijk onderzoek, maar: zijn leven, zijn praktijk, enkele mondeling overgeleverde parabels, zijn voorbeeld. Hij kon dan ook, zonder een spoortje aanmatiging, zeggen: ik ben de weg.

Door aan vasten te doen zetten mensen stapjes op deze weg, die door het kerkelijk jaar in symbolische vorm wordt afgelegd. Het is de weg van kenosis, ontlediging. Het kan elk jaar wéér (het christelijk geloof voorziet in de voortdurende mislukking van haar beoefenaars), het kan elke dag, het kan op tal van manieren, het kan met poëzie. Met dat laatste bedoel ik niet alleen: met psalmen of anderszins religieus gebonden, tot gebed wekkende literatuur, maar met de expositie in het Stedelijk van Marlene Dumas (die als u dit leest juist voorbij is), met het lezen van 'Binnenkort in dit theater' van de dichter Ester Naomi Perquin, of met het zien van de film 'Poetry' van de Koreaan Lee Chang-dong.

Willekeurige voorbeelden, van makers die zichzelf niet als religieuze kunstenaars afficheren, laat staan als christelijke, geput uit een oceaan van mogelijkheden. Wat ik bedoel, is dat de verhouding tussen kunstliefhebber en kunstwerk in potentie altijd bepaald wordt door een bereidheid tot ontlediging.

Wie een dichtbundel openslaat begeeft zich een zone in, en laat op een cruciale manier zijn wapens vallen: de taal die hij gaat lezen zal hem iets zeggen wat hij naar alle waarschijnlijkheid niet in eigen woorden zal kunnen samenvatten. Zo is het ook met wie Dumas' zalen is binnengegaan (ik had natuurlijk ook Rothko kunnen schrijven): iedere bezoeker treedt binnen in de wetenschap dat hij nooit de vinger zal krijgen achter de ervaring van het waarnemen. Vreemder nog: hij weet dat als hij weet wat hij ziet, hij niet goed gekeken heeft, of: niet intensief genoeg geschouwd, om een in onbruik geraakt woord te gebruiken.

In alle gevallen gaat het om het raadselachtige fenomeen van de introspectie: de stap het museum, de bundel, de film in, is tegelijkertijd de eerste stap naar binnen, je zelf in - naar daar waar dat wat je zult zien 'betekenis' of 'waarde' zal krijgen. En ook al mag je vermoeden dat vele anderen eenzelfde 'ervaring van waarde' zullen opdoen, je bent altijd de enige die de ervaring van binnenuit kent. En dat is essentieel voor de kenosis waar ik op doel - je wordt, geheel uit vrije wil, teruggeworpen op je zelf.

De film 'Poetry' leidt de toeschouwer een wel heel pregnante zone binnen - de woestijn die ongetwijfeld door 21ste-eeuwse westerlingen het meest gevreesd wordt: die van het geheugenverlies. Gevraagd wordt om mee te leven met Mija, een 66-jarige vrouw die in een van de eerste sequenties te horen krijgt dat ze aan alzheimer lijdt.

Mija wordt gespeeld door een grande dame van de Koreaanse cinema, Yun Yungee, een grote persoonlijkheid die schitterend het verijlen van een persoonlijkheid kan spelen, de ontlediging van Mija.

Volgens de Amerikaanse filmessayist Robert Koehler stelt filmmaker Lee Chang-dong zich met 'Poetry' deze 'opmerkelijke vraag': kan het verlies van iemands taal het begin zijn van een nieuwe staat van bewustzijn?

Mija reageert op het horen van de diagnose (die tegelijkertijd een vonnis is) met een wonderlijk voornemen. Zij, die nog nooit een woord poëzie heeft geschreven, besluit om alle tijd die zij nog met een 'heugend bewustzijn' heeft, te besteden aan het schrijven van één gedicht. Ze bedoelt aanvankelijk: een klassiek natuurgedicht in de Koreaanse, haiku-achtige traditie van natuurlyriek. Een streng, formeel gedicht over waar zij het meest van houdt: bloemen. En ze schrijft zich in bij een cursus poëzieschrijven, in ongeveer de bibliotheek van Osdorp.

Daar leert ze wat ze eigenlijk al weet: alles is aandacht.

In zekere zin lijkt het verhaal op dat van 'High Noon', de western waarin Cary Grant voor twaalf uur 's middags mensen uit het stadje geronseld moet hebben om de aangekondigde komst van drie zeer boosaardige gangsters te kunnen weerstaan - ook Mija loopt een race tegen de klok, tegen de deadline waarop ze onherroepelijk vergeten zal zijn dat ze een gedicht had zullen schrijven, hoe aandachtig zij ook probeert te zijn.

En tegelijkertijd is er met haar bewustzijn nóg iets aan de hand: als de film begint, ziet ze bij het ziekenhuis, waar ze haar jobstijding net heeft gehoord, een uitzinnig huilende vrouw, uit wier woorden ze opmaakt dat haar veertienjarige dochter dood in de rivier is gevonden. Zelfmoord.

Het dode meisje en het verdriet van de moeder nemen Mija in beslag - zeker als ze later in de krant de achtergrond voor de zelfmoord achterhaalt. Het meisje is maandenlang op school misbruikt door een gang van zes jongens. Op een bepaalde manier gun je Mija, die zich intens identificeert met het meisje, haar geheugenverlies - zeker als haar kleinzoon (over

wie ze alleenstaand moedert) één van de zes verkrachters blijkt te zijn.

De film blijft voortdurend dicht bij Mija, en ik vraag me af of er eerder in de filmgeschiedenis een zo subtiele inleving in het proces dat vergeten heet, heeft plaatsgegrepen. Wonderlijke zin, trouwens: kun je je inleven in iets wat er niet is?

Op zeker moment moet Mija de moeder van het verkrachte meisje spreken, en haar iets zeer belangrijks voorstellen. De vrouw, een arme, al evenzeer alleenstaande boerin, werkt ergens op het land. Mija heeft tot op dat moment de indruk gewekt te weten naar wie ze daar op de akkers zocht, maar nu ze de vrouw aanspreekt lijkt het alsof ze daar toevallig, in haar stadse kleren, is beland en begint ze een beleefd, toeristisch gesprek over de abrikozenoogst, dat al even beleefd wordt beantwoord door de boerin. Van wie wij als enigen lijken te weten dat dit nu de moeder is die we in het begin van de film zo uitzinnig hebben zien huilen. De dialoog steekt Pinter en Beckett naar de kroon in absurdisme - er wordt over niets gepraat, terwijl er iets op leven en dood gaande is: het meisje wordt vergeten, de moeder wordt niet herkend, het belangrijke voorstel wordt niet gedaan...

Hartverscheurend is het volgende shot, als we Mija een half uur later in een bushalte zich zien realiseren, dat wil zeggen: herinneren, waar ze is, en waarom, en wat ze nagelaten heeft.

En al die tijd beseffen we dat ze de grootmoeder van een van de oorzaken van de zelfmoord is. En dat haar, naast het schrijven van het gedicht, nóg een taak wacht: haar kleinzoon confronteren met zijn daad. Zijn geweten rakelen. Wat alleen kan als ze bespookt blijft worden door het beeld van het meisje, van de huilende moeder.

Zeer ver blijft Lee Chang-dong zijn hoofdpersoon volgen het verlies in - en we beseffen voortdurend dat Mija, op háár beurt, iemand aan het volgen is: het meisje. Tot in, nee, tot voorbij haar eind. Wat een mysterieuze beweging maakt de inleving hier - al vergetende wordt het verdwenen meisje aanwezig gesteld. De woorden van het gedicht dat Mija als het ware 'in het uur van het vergeten' heeft geschreven klinken - maar worden die nog herinnerd door Mija? Ze klinken met de stem van Mija, terwijl we beelden zien van het meisje, dat Agnes heet - op school, op het plein, op de brug met in de diepte de rivier - en dan blijkt de stem van Agnes de woorden van het gedicht overgenomen te hebben, woorden die, zo hebben we al lang begrepen, een poging zijn om vanuit de dood te spreken, tot de levenden, en ze te troosten... onmogelijke woorden, die alleen in poëzie mogelijk zijn, of in het grote gedicht van religie.

Kun je de brief ontvangen

die ik niet durfde te posten

Kan de bekentenis die ik niet deed

je daar bereiken?'

Kan het verlies van iemands taal het begin zijn van een nieuwe staat van bewustzijn? We kunnen het niet weten - het enige bewustzijn waar we over beschikken, waar we het mee doen, is dat waarmee we herinneren. Maar kennelijk kunnen we, meegevoerd naar het lied van Agnes, geloven dat er zo'n bewustzijn na het bewustzijn is. Zo lang als het duurt - en al is het maar één tel, het is een tel waarin eeuwigheid klonk.

Het is helemaal niet zeker of Mija's gedicht, dat 'Lied van Agnes' heet, wat je noemt goede poëzie is. Maar wat poëzie vermag is niet vaak zo klaar en emotionerend verbeeld als in dit wonderwerk van Lee Chang-dong. Een gedicht is een kleine religie, een film als deze al evenzeer, een mysterie van bewegend licht.

Toen het plan rees om vijf films uit te kiezen om in 2015 de vastentijd mee in te gaan, stond Poetry meteen bovenaan. Moge Mija onze eerste gids zijn, de laatste zone van het jaar in.

Lees verder na de advertentie

Onvergeeflijke films op weg naar Pasen

Dichter en essayist Willem Jan Otten selecteert voor Trouw en het debatcentrum De Balie vijf 'onvergeeflijke films'. Tot aan Pasen publiceert hij in Letter&Geest om de week een essay over een film die de dinsdag erna te zien is in De Balie. Daar bespreekt Otten de film na met een gast.

Op 3 februari (20 u) is de eerste aflevering: 'Poetry' (2010), nabesproken met dichteres Ester Naomi Perquin.

De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10, Amsterdam. Tel. 020-5535100. Trouwlezers betalen geen euro10 per film, maar euro7,50 - of euro30 ipv euro35 voor een passepartout - vijf films (op vertoon van deze bon). Bestelinfo: www.trouw.nl/exclusiefoomportaal'

Deel dit artikel