Ze moest wel meedoen aan de verzetsstrijd

home

door Peter Bak

Willemiena Bouwman, ofwel ’Mien van Trouw’, overleed dit weekeinde. Ze speelde een grote rol bij het ontstaan van Trouw en redde tientallen Joodse kinderen het leven.

Ze had haar ouders moeten beloven geen verzetswerk te doen. Er waren thuis, in Almelo, nog kleine kinderen, en haar vader, dominee J.J. Bouwman, had al moeten onderduiken. Hij had een vooraanstaande NSB’er van het avondmaal geweerd. Maar aan de zijde van haar verloofde, economiestudent Wim Speelman, was er voor Willemiena (Mien) Bouwman, geboren op 5 februari 1920 in het Drentse Gees, geen ontkomen aan. Speelman verspreidde eind juni 1940, twee maanden na de Duitse inval, al pamfletten waarin het Nederlandse volk werd opgeroepen de rug recht te houden. Drie maanden later raakte hij bij Vrij Nederland betrokken, een illegaal blaadje dat door een groep jongeren werd gestencild.

In het voorjaar van 1941 werd het blad door een arrestatiegolf getroffen. „Ik weet nog goed”, aldus Mien Bouwman later, „dat Wim op 20 april 1941, op de verjaardag van Hitler, voor het eerst moest onderduiken.” Verschillende groepen gaven VN uit, zonder het van elkaar te weten. In oktober 1941 werden de handen ineengeslagen en maakte VN een nieuwe start. Mien Bouwman raakte ook bij de verspreiding betrokken. De start was geen succes. „Wim gaf me twee krantjes die ik moest bezorgen in Wijhe en Rolde. Maar ik had geen zin: ik stuurde ze per post. Hij was woedend.”

In de loop van 1942 ontstonden er spanningen in VN. De antirevolutionaire rechtsgeleerde Gesina van der Molen keerde zich tegen de vooruitstrevende ’toekomstschrijverij’ van Henk van Randwijk, hoofdonderwijzer in de Jordaan en bekend als romanschrijver. Ook met Speelman kreeg Van Randwijk onenigheid. Die nam volgens hem onnodige risico’s. In de herfst van 1942, na een aantal arrestaties, plaatste Van Randwijk Bouwman voor het blok: hij wilde volledige inzage in zijn netwerk. Speelman weigerde: Van Randwijk zou overdrijven.

In december 1943 werd Wim Speelman opgepakt. Hij wist te ontsnappen, op 30 december. De volgende dag herenigde hij zich met zijn verloofde. Terug naar VN wilde hij niet meer: er moest een nieuwe krant komen. Samen met Mien Bouwman ging hij de eerste dagen van 1943 op pad. Eerst naar Gesina van der Molen, toen naar Sieuwert Bruins Slot, die in 1941 was afgetreden als burgemeester van het Groningse Adorp en actief was geworden in de ondergrondse ARP. Veel verspreiders keerden VN de rug toe en kozen de kant van Speelman. Ondertussen benaderde Van der Molen de antirevolutionaire verzetsleider Jan Schouten, die al geruime tijd ontevreden was met de inhoud van VN. Schouten, op zijn beurt, vroeg de journalist Elbert van Ruller. Op 30 januari 1943 kwam het redactionele kwartet voor het eerst bijeen. Het eerste nummer van de nieuwe verzetskrant was al verschenen, onder de voorlopige naam Oranje-Bode.

Op die dertigste januari, thuis bij Gesina van der Molen in Heemstede, kreeg de krant zijn definitieve naam: Trouw. Drie weken later verscheen het eerste nummer. „Ik móét wel meedoen”, bezwoer Mien Bouwman haar vader en moeder. Twee keer per week reisde ze van Groningen aan Amsterdam, met berichten en kopij. Op de terugreis nam ze vaak een joods kind mee dat op een adres in het noorden werd ondergebracht. Soms kreeg ze het kind gauw-gauw op een tramhalte toegestopt. „Dat was vreselijk natuurlijk. Een kind van vier dat haar moeders hand moet loslaten en met een wildvreemde juffrouw meemoet.”

Bouwman redde tientallen kinderen het leven. Zo reisde ze een keer in de trein met een peuter die nog niet zindelijk was. Een NSB-lid tegenover haar was gecharmeerd van het kind. Bouwman was doodsbang dat ze het kind zou moeten verschonen – de jongen was besneden. Blijkbaar voelde de jongen dat, want pas op de plek van bestemming plaste hij de hele vloer onder.

De oplage van Trouw steeg snel, van 8000 bij het eerste nummer tot uiteindelijk 145000. Trouw kreeg gezag. Dit kregen de Duitsers ook in de gaten. De SD opende de jacht op het ’Hetzschrift’ Trouw. Eind 1943 werd de verspreiderstop in Amsterdam opgepakt. Speelman en Bouwman – de laatste inmiddels bekend als ’Mien van Trouw’ – verlieten hun Groningse werkterrein en zetten de hoofdstedelijke organisatie weer op poten. Veiligheid en voorzichtigheid waren sleutelwoorden, maar de SD bleef gaten in de organisatie slaan. Toch bleef Trouw verschijnen, en die ene man, de motor van de krant, Wim Speelman, bleef ongrijpbaar.

Op 5 augustus 1944 werden drieëntwintig verspreiders tot de doodstraf veroordeeld. De SD deed Speelman een duivels aanbod. Als Trouw zou verdwijnen, werden de vonnissen niet ten uitvoer gebracht. „Ik teken nooit een verklaring dat we stoppen”, zei Speelman op 9 augustus 1944 in een dramatische vergadering van redactie en verspreiderstop. De redactie vond dat de verspreiders moesten beslissen. „Als jullie zeggen: wij stoppen”, gaf Mien Bouwman later de woorden van Bruins Slot weer, „dan leggen wij ons daarbij neer.” Uiteindelijk werd unaniem besloten dat Trouw doorging. Dezelfde dag werd het doodvonnis van de drieëntwintig verspreiders voltrokken. Historisch onderzoek, een halve eeuw later, maakte duidelijk dat het ultimatum een Spiel van de SD is geweest. Rijkscommissaris Seyss-Inquart had besloten dat de Trouw-gevangenen de kogel moesten krijgen.

Eind september 1944 verloren de geallieerden de slag om Arnhem. Het noorden van Nederland ging een winter van honger en terreur tegemoet. Ook voor Wim Speelman duurde de oorlog te lang. Hij werd op 29 januari 1945 gearresteerd, in een Trouw-drukkerij aan de Lijnbaansgracht in Amsterdam. Vlak nadat hij was weggevoerd, kwam Mien Bouwman de drukkerij binnenlopen. De zaak was gesloten, zeiden SD-agenten, en ze lieten haar als door een wonder gaan. Haar verloofde werd op 19 februari in Halfweg gefusilleerd, als vergelding voor een aanslag op de spoorlijn Haarlem-Amsterdam. Mien Bouwman nam zijn plaats in de organisatie in. Tien weken later was Nederland bevrijd. Op 5 mei 1945 werd in Amsterdam de bevrijdingskrant uitgevent. „Er stond geen prijs op de krantjes, maar die avond hadden we een jutezak vol geld”, aldus Mien Bouwman.

Tijdens de bezetting was afgesproken dat Trouw na de bevrijding zou verdwijnen. Maar De Waarheid, Het Parool en Vrij Nederland, kranten van linkse signatuur, gingen wél door. Moest Trouw er dan het zwijgen toe doen? Besloten werd dat de krant zou doorgaan, waarbij het vooruitzicht dat de krant voortrekker zou worden van een vooruitstrevende Christelijke Volkspartij menigeen over de streep trok. Maar deze fusiepartij van ARP en CHU kwam niet van de grond. Trouw werd een behoudende, op en top antirevolutionaire krant, tot frustratie van veel voormalige verspreiders, Mien Bouwman incluis. „Na de oorlog heb ik weleens gefoeterd en op het punt gestaan mijn abonnement op te zeggen.” Maar ze bleef de krant trouw en was heel blij met de ’evangelisch-radicale’ koers van Bruins Slot in de jaren zestig.

Directe bemoeienis met de krant had ze toen niet meer. Na de bevrijding, toen Trouw eenmaal bovengronds draaide, trok ze zich uit de organisatie terug. Ze werd maatschappelijk werkster bij de Stichting Gezinszorg in Kennemerland. Van 1977 tot haar pensionering, in 1985, werkte ze voor de Stichting ’40-’45. Ook verrichtte ze veel vrijwilligerskerk, als ouderling van de gereformeerde kerk en lid van de plaatselijke Raad van Kerken. Daarin leerde ze, na het overlijden van haar eerste echtgenoot, Trouw-koerier Gerrit Dijkstra, haar tweede echtgenoot kennen, Henk Vooren.

In januari 1993, toen de krant haar vijftigjarig bestaan vierde, beschouwde Mien Bouwman Trouw nog steeds als haar krant, ’omdat men onrecht altijd onrecht is blijven noemen’. Drie maanden later ontving ze uit handen van de Israëlische ambassadeur de Yad Vashem-onderscheiding. Omdat ze in de oorlog haar leven voor joodse kinderen had gewaagd, mocht ze zich – naar het woord van Jesaja – tot de ’rechtvaardigen onder de naties’ rekenen.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie