Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zadelpijn

Home

Monique de Heer

Meestal is juist een te zacht zadel de oorzaak van zadelpijn. „Een goed zadel moet hard zijn”, stelt specialist en ervaringsdeskundige Eric Schuijt. Een stappenplan voor een onbekommerde fietsvakantie.

Fietsspecialist Eric Schuijt ziet ze af en toe wanhopig zijn winkel binnenkomen. Fietsers met heftige zadelpijn, soms met een tot bloedens toe ontstoken schaamstreek. Zadelpijn kan heel heftig zijn en een fietsvakantie flink vergallen. En nodig is het niet. Voorzorgsmaatregelen zijn wel nodig.

In zijn zes jaar geleden geopende winkel de Vakantiefietser in Amsterdam wordt bij een geval van heftige zadelpijn eerst naar de oorzaak gezocht. Meestal is dat juist een te zacht zadel.

Schuijt: „Beginnende fietsers denken dat een wat zachter zadel comfortabel is en in het begin voelt het ook wel lekker. Maar een goed zadel moet hard zijn. Bij een te zacht zadel zak je een beetje weg en dat sluit de poriën af, haartjes worden uitgerukt en je krijgt irritaties en ontstekingen.”

Wie voor een zadel komt, mag bij de Vakantiefietser eerst op een stuk ribbeltjeskarton gaan zitten. Zo wordt een afdruk van het zitvlak gemaakt en gekeken hoe ver de zitknobbels uit elkaar staan. De afstand tussen de zitbotjes is essentieel voor de maat van het zadel. Een fietser moet op de twee zitbotjes zitten en verder moet het zitvlak zo min mogelijk worden belast.

De ene fietser heeft een breder zadel nodig dan de ander. Ook is er een behoorlijk verschil tussen dames- en herenzadels. De eerste zijn wat breder en korter. Zelf is Schuijt verslingerd aan zijn lederen Brooks-zadel waar zijn zitbotjes in afgetekend staan. Keihard, maar nooit meer zadelpijn. „Het zadel gaat naar je billen staan. Als ik mijn fiets heb uitgeleend, zit het zadel daarna ook eerst niet meer goed.” Het nadeel is dat je dat zadel 500 kilometer moet inrijden voor je op een lange tocht vertrekt. En het vergt nogal wat onderhoud, anders gaat het kapot omdat het uitdroogt. Schuijt: „Ook kun je er beter niet met een witte broek op gaan zitten. Maar er zijn ook andere zadels, bijvoorbeeld van Climavent, die zijn comfortabel in de tropen, omdat ze het vocht afvoeren en ook heel goed zijn.”

De volgende stap naar een onbekommerde fietsvakantie is de onderbroek. Fietsonderbroeken hebben een zachte ’padding’ op de plek van de zitbotjes en zijn van speciaal vochtafvoerend materiaal.

Schuijt: „In een gewone katoenen onderbroek ga je zweten, die wordt vochtig en dan heb je een probleem. En daar moet dan een broek overheen zonder naden op de bil. Een gewone fietsbroek kan ook natuurlijk. Die heeft ook een goede beschermlaag aan de binnenkant. Maar wel iedere avond wassen. Vooral in warme streken krijg je grote problemen als je je broek niet iedere avond uitspoelt.”

Schuijt heeft zelf inmiddels in tachtig landen gefietst, van Laos tot Iran. De laatste grote tocht ging naar het zuiden van Argentinië. Onderweg zet hij andere reizigers regelmatig weer goed op de fiets. Want met alleen een passend zadel ben je er nog niet. De fiets moet goed zijn afgesteld en je moet er goed op zitten. „Nederland is eigenlijk geen goed land om te fietsen. Omdat het zo plat is, zit je te lang in dezelfde houding. Door de Alpen fietsen is veel afwisselender. Dan moet je ook nog eens op de trappers staan waardoor de bloedsomloop weer beter wordt. Je houding op de fiets wisselt dan ook meer.”

Goed op een fiets zitten, blijkt ook nog een kunst op zich. Als je te diep gaat zitten, kantel je je bekken en krijg je tintelende voeten. Bij een te hoog zadel ga je heen en weer schuiven, een te laag zadel levert knieklachten op. Schuijt: „Een zadel mag best een beetje scheef staan, als dat lekkerder zit. Mensen zijn niet recht van zichzelf.”

En dan zijn er nog sturen in soorten en maten. De beste sturen hebben een soort flapje bij het handvat dat voorkomt dat de pols te ver doorknikt. Schuijt: „Ik raad iedereen aan een stuur te nemen met verschillende standen, zodat je van houding kunt wisselen.”

Goedkoop wordt de vakantie zo niet. Een fietsonderbroek kost rond de veertig euro. Bij de Vakantiefietser kun je fietsen op maat laten maken of laten samenstellen uit standaard onderdelen, zo’n fiets komt dan neer op meer dan duizend euro. Is dat allemaal nodig voor je op fietsvakantie gaat? Schuijt: „Natuurlijk niet. Er komen ook mensen naar de zaak met een gewone oude stadsfiets en vragen of ze ermee op vakantie kunnen. Natuurlijk, alleen je moet dan niet over de Alpen heen willen. Ik kijk dan wel of de fiets veilig is. Er moeten geen scheurtjes in het frame zitten en de remmen moeten deugen. En je moet nooit bezuinigen op goede banden en waterdichte fietstassen. Niets is zo erg als aankomen en allemaal natte spullen uit je tas halen. Maar als je die hebt, kun je met iedere fiets op vakantie. In Duitsland bijvoorbeeld heb je prachtige fietsroutes door glooiend landschap. Er zijn goede fietsenmakers onderweg, dus dan komt het wel goed.

„Je kunt sowieso beter eerst een keer op een oude of geleende fiets gaan trekken voor je een hele dure koopt. Als je maanden door Patagonië gaat fietsen zoals wij, dan heb je natuurlijk wel een goede uitrusting nodig. In Patagonië kom je dagenlang geen winkels tegen en daar moet je je op voorbereiden. Voor zo’n reis heb je goede spullen nodig. Maar voor een gewone fietsvakantie, niet te ver van huis, zou ik zeggen: gewoon gaan, altijd goed.”

Deel dit artikel