Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wrevel door nieuwe richtlijn baby-euthanasie

Home

Alwin Kuiken

Baby in de couveuse. © REUTERS

Forensisch artsen en kinderchirurgen nemen afstand van de nieuwe richtlijn voor levensbeëindiging van pasgeborenen waarin het lijden van ouders wordt meegewogen.

De richtlijn van artsenfederatie KNMG werd eerder deze maand gepresenteerd. Hierin staat onder meer dat het leven van een stervende baby eerder beëindigd kan worden als de situatie voor ouders te zwaar wordt, bijvoorbeeld als ze moeten zien dat hun kind ademnood krijgt.

Het betreft baby's met een zeer slechte prognose, waarvan de beademing wordt beëindigd, maar waarbij de verstrekking van spierverslappers wordt voortgezet. Baby's aan de beademing krijgen die spierverslappers om ademreflexen tegen te gaan. Als de apparatuur wordt uitgezet, zouden ze zonder spierverslappers ademnood kunnen krijgen. Artsen willen de spierverslappers dan blijven toedienen omdat de aanblik voor de ouders onprettig kan zijn. Baby's overlijden hierdoor niet binnen een paar uur, maar al binnen een paar minuten, stelt het Forensisch Medisch Genootschap (FMG).

FMG-voorzitter Wilma Duijst noemt het 'zeer onwenselijk' dat de KNMG het lijden van anderen laat meewegen bij het actief beëindigen van een leven. "Daar is een deur geopend die dicht had moeten blijven. Als het lijden van anderen een maatstaf wordt, is het hek van de dam." De opvatting van 300 forensisch artsen is cruciaal. Sinds 2010 zijn artsen verplicht een forensisch arts te raadplegen als een minderjarige sterft.

Duijst stuurde op 24 mei al een brief waarin ze de KNMG wees op artikel 2 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de mens - dat beschermt tegen de inbreuk op het recht van leven. "Door de wil en het lijden van de naasten te betrekken, wordt afbreuk gedaan aan die rechtsbescherming", schrijft Duijst. Bovendien wordt volgens het FMG 'ruim baan' gegeven aan de discussie over het laten meewegen van de wil en het lijden van familieleden bij euthanasie. Het bestuur noemt het openen van deze discussie 'zeer onwenselijk' en 'in strijd met de grondbeginselen van het strafrecht'. In een brief stelt de KNMG dat de opvatting van het FMG niet 'tot heroverwegen van het standpunt noopt'.

Hoe vaak deze vorm van levensbeëindiging voorkomt, is gissen. Bekend is dat er zeshonderd keer per jaar een medische beslissing voorafgaat aan het sterven van een baby. Dat kan variëren van het besluit om niet te behandelen tot een besluit om het leven te beëindigen. Hoewel actieve levensbeëindiging gemeld moet worden bij een commissie (die het OM dan adviseert) is dit slechts één keer gebeurd sinds de oprichting in 2007.

Duijst is niet de enige die kritiek heeft op het KNMG-standpunt. Volgens Rob de Jong, kinderneurochirurg in het Sophia Kinderziekenhuis van het Erasmus MC in Rotterdam, bestaan er veel misverstanden over lijden. Net als het FMG wijst hij erop dat naar adem happen, grimassen op het gezicht en het ballen van de vuistjes automatismen zijn die horen bij het overlijden. Dat er volgens de KNMG gevallen zijn waarbij pijnbestrijding en narcosemiddelen onvoldoende werken en waarbij dit wél op lijden duidt, betwijfelt de neurochirurg. "Met de huidige mogelijkheden om pijn weg te nemen, kan ik me dat moeilijk voorstellen. Je kunt ouders uitleggen dat zo'n baby niets kan ervaren en dat er dus ook geen sprake kán zijn van lijden."

Ook De Jong vindt dat je geen leven mag nemen op grond van verdriet van anderen. "We mogen hier geen mensen doden, tenzij aan strikte voorwaarden is voldaan. Lijden van ouders hoort daar niet bij. Laat stervenden met rust. Laat ze sterven."

Nare situaties
Forensisch artsen zullen het ook in de toekomst bij het OM melden als een arts het leven van een stervende baby eerder beëindigt. Artsenfederatie KNMG spiegelt artsen juist voor dat zij dat níet zullen doen. In de nieuwe richtlijn schrijft de KNMG dat forensisch artsen dit niet melden omdat het continueren van spierverslappers na het uitzetten van de beademing 'goed hulpverlenerschap' is. Volgens Duijst wekt de KNMG bij artsen en ouders een verkeerde verwachting. Zij blijven deze gevallen melden omdat het Forensisch Medisch Genootschap dit ziet als 'actieve levensbeëindiging'. Er kunnen nare situaties ontstaan, zegt Duijst. "Eerst wordt ouders voorgehouden dat dit normaal medisch handelen is, dan blijkt dat níet zo te zijn. Dan schouwt een forensisch arts het lijk en wordt er melding gedaan bij het OM."

Lees ook: Ondraaglijk lijden is niet altijd ondraaglijk

Deel dit artikel