Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wordt seksueel misbruik geestelijken zwaarder aangerekend dan anderen?

Home

Monic Slingerland

Opvoedingscentrum Don Bosco in Rijswijk waar priesters zich vergrepen zouden hebben aan kinderen. © Werry Crone

Anders dan berichten over misbruik door priesters en religieuzen, zijn de bevindingen van de commissie-Samson - over seksueel misbruik in de jeugdzorg - niet bepaald het gesprek van de dag. Hoe zou dat komen?

Ook mevrouw Riek Samson moest toegeven dat haar onderzoek ernstige feiten had blootgelegd. De commissie die haar naam draagt, bekijkt of er in de jeugdzorg in Nederland vanaf 1945 sprake is geweest van seksueel misbruik.

De voorlopige conclusie is schokkend. Het gaat om meer dan steelse knuffels. Bij meer dan veertig procent van de meldingen is sprake van verkrachting. Misbruik was zelden een incident; een kind in een instelling of in een pleeggezin moest het zich vaak meer dan een jaar laten welgevallen.

Weinig publieke verontwaardiging
Ernstige conclusies, over kwetsbare kinderen die al beschadigd waren toen ze uit huis werden geplaatst. Des te opmerkelijker dat de publieke verontwaardiging erover lauwtjes is.

Anders dan berichten over misbruik door priesters en religieuzen, zijn de bevindingen van de commissie-Samson niet bepaald het gesprek van de dag. Hoe zou dat komen? Is het een teken van antireligieuze tendenzen in de samenleving, waardoor misstappen van geestelijken zwaarder aangerekend worden dan misstappen door anderen?

Twee godgeleerden, Gerard de Korte en Matthias Smalbrugge, geven hun visie op misbruik in de kerk en in de jeugdzorg.

Gerard de Korte, bisschop van Groningen-Leeuwarden, en namens de Nederlandse bisschoppen woordvoerder als het gaat om onderzoek naar misbruik in de rooms-katholieke kerk, aarzelt even. "Het lastige van zo'n vergelijking is dat de conclusie van de commissie-Samson natuurlijk nooit iets afdoet aan het leed van kinderen die door een priester of een frater zijn misbruikt. Het vuil in andermans straat maakt onze katholieke straat niet schoner."

Matthias Smalbrugge, PKN-predikant in Aerdenhout en hoogleraar Europese cultuur en christendom aan de VU, betwijfelt of er wel zo'n verschil is in de ontvangst van berichten van misbruik in kerkelijke en niet-kerkelijke instanties. "De reactie is vooral sterk wanneer het gaat om mensen die we als voorbeeldfiguren beschouwen. Of het nu Bill Clinton is, Dominique Strauss-Kahn of een bisschop, we raken evenzeer van slag en zijn even geschokt. Vooral als seksualiteit in het spel is. Affaires waarbij voorbeeldfiguren betrokken zijn, confronteren ons ermee dat we niet altijd grip lijken te hebben op seksualiteit.

"Zo nieuw is dat overigens niet. Een van de onderwerpen van een onderlinge twist tussen kerkvader Augustinus en bisschop Julianus in de vierde eeuw is de beheersbaarheid, dus eigenlijk de onbeheersbaarheid, van seksualiteit. Augustinus zegt dan dat in het paradijs de seksualiteit nog wel met behulp van de wil beheerst kon worden, maar dat het sindsdien geen kwestie meer is van de kracht van de menselijke wil, maar van Gods genade. Augustinus vergelijkt het met dromen: een mens heeft geen grip op wat hij droomt en na het ontwaken weet hij dat hij helemaal niet wil wat hij gedroomd heeft. Er zijn dus twee ikken: een die iets wil en een ander die dat afwijst.

"Maar terugkomend op die voorbeeldfiguren: zij komen tegemoet aan het idee dat er ergens delen van de schepping zijn die goed zijn. Als voorbeeldfiguren de fout in gaan, gaat die scheppingstheologie aan gruzelementen."

Historisch gezien ziet Smalbrugge trouwens een sterke relatie tussen seks en geld. "Ze zijn als communicerende vaten: als de samenleving ruimdenkend is over seks, ook over seks met minderjarigen, dan heerst publiekelijk afkeuring van het verdienen van veel geld. En in tijden dat geld verdienen wordt toegejuicht, zie je algehele preutsheid."

Volgens Gerard de Korte maakt het toch wel uit of degene die in de fout is gegaan een man van de kerk is of en medewerker van jeugdzorg. "Ik zie dat als iets positiefs. Van de kerk als morele instantie verwacht de publieke opinie hogere normen dan van een rijksinstelling. Wanneer een man van de kerk, dus volgens de beleving een man van God, fouten maakt, dan raakt dat mensen meer. Kennelijk wordt de kerk erkend als een morele instantie."

Matthias Smalbrugge oppert dat er op dit punt wel een belangrijk verschil is tussen de rooms-katholieke kerk en protestantse kerken. "De rooms-katholieke kerk ziet zichzelf als heilig. Zondigen kan dan niet. Protestantse kerken weten van zichzelf dat ze kunnen dwalen."

Dat ziet Gerard de Korte anders. "Augustinus schrijft ook over de kerk als 'gemengd lichaam', waarin naast het graan ook onkruid groeit. En omdat wij mensen niet weten wat graan is en wat onkruid, laten we alles staan tot de jongste dag, als God zal oordelen."

Smalbrugge: "Uit mijn ervaring met de katholiek-protestantse dialoog weet ik dat Augustinus' kerkopvatting niet is nagevolgd. En dat heeft nog altijd gevolgen."

Wat iedereen altijd wel weet, is dat er voor priesters zoiets als celibaat bestaat. In de jeugdzorg is dat niet zo. In hoeverre speelt dat mee in de publieke verontwaardiging?

Bisschop De Korte
: "Gezien de schokkende voorlopige uitkomst van de commissie-Samson zou je kunnen zeggen dat het leggen van een directe koppeling tussen misbruik en celibaat misschien te eenvoudig is. Als ik het goed begrepen heb, gaat het bij het rapport-Samson in een aantal gevallen om gesloten instellingen van jeugdzorg waarin een sterk hiërarchische machtsverhouding was. Die geslotenheid en die machtsverhoudingen zijn aspecten waar ik wel meer van zou willen weten, ook als het gaat om vergelijkbare omstandigheden in katholieke instellingen.

"Zoals ik ook een statistische vergelijking interessant vind tussen enerzijds misbruik in rijksinstellingen en anderzijds in kerkelijke tehuizen. Er zijn bij de commissie-Samson 500 meldingen binnengekomen, bij de commissie-Deetman 2000. Nader onderzoek moet uitwijzen wat dat betekent. Daarbij kan het ook relevant zijn om de relatieve cijfers over misbruik naast die in andere sectoren te leggen. Zo kun je zien of misbruik naar verhouding vaker voorkomt in religieuze instellingen, of minder vaak, of dat er geen verschil is."

Spelen antireligieuze tendenzen geen enkele rol bij de publieke reactie op enerzijds misbruik in de jeugdzorg, anderzijds in de kerk?

Smalbrugge
verwijst als voorbeeld naar de geschokte reacties in Frankrijk op Dominique Strauss-Kahn die een kamermeisje gemolesteerd zou hebben. "Zijn joods-zijn speelt op geen enkele manier een rol. Het gaat niet om religie, maar om voorbeeldfiguren. Wij zadelen hen op met beelden van perfectie, en we veroordelen hen des te harder als ze falen. Denk maar aan Rob Oudkerk, de voormalige Amsterdamse wethouder die naar een straatprostituee ging."

Volgens De Korte speelt in de verontwaardiging over misbruik in de rooms-katholieke kerk toch een vorm van antipapisme mee. "Dat heeft oude wortels, eerst in het protestantisme, daarna in het liberalisme. Voor veel mensen is het een tijd van afrekening. In de media kom je weinig journalisten tegen die kennis hebben van religie. Dan wordt de kerk hard afgerekend. Maar misschien moeten we dat accepteren in een cultuur waarin veel mensen een negatief beeld hebben van religie.

Deel dit artikel