Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wordt een goede advocaat zeldzaamheid voor wie geen geld heeft?

Home

Mies Westerveld

Advocaten protesteren tegen de bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand. © ANP
opinie

Een wantrouwend iemand zou haast denken dat de minister de sociale advocatuur wil uitroken. Dat kan toch niet waar zijn, stelt Mies Westerveld, hoogleraar Toegang tot Recht aan de Universiteit van Amsterdam.

Berusting. Gelatenheid. Dat waren de overwegende gevoelens bij het verhaal van wéér een bevlogen sociale advocaat die de toga aan de wilgen hangt. "Ik stop als advocaat. Op deze manier gaat het niet meer", zegt Marije Jeltes in de Volkskrant.

Lees verder na de advertentie

Dit soort besluiten zijn namelijk voorspelbaar en dat weten we al enige tijd. Daarna werd ik (gelukkig) weer gewoon boos en kwamen gevoelens op als 'dit kan toch niet waar zijn?' Maar het is waar. En dit is hoe het komt.

Een kleine twee jaar geleden rapporteerde een regeringsadviescommissie over het stelsel van 'gesubsidieerde rechtsbijstand', waarbinnen Jeltes en haar collega's opereren. Gesubsidieerd wil zeggen dat de cliënt de rekening van de advocaat niet hoeft te betalen - dat kan hij namelijk helemaal niet - en dat de overheid de advocaat een X-bedrag voor zijn werkzaamheden betaalt. En om dat X-bedrag gaat het nu net.

Redelijk inkomen

De regeringsadviescommissie hield het systeem nog eens tegen het licht en vond dat op hoofdlijnen deugdelijk. Zij deed ook een uitspraak over wat een advocaat met dat X-bedrag zou moeten verdienen. Maar door de beperkte tijd waarbinnen ze haar opdracht moest uitvoeren, kwam ze er niet aan toe uit te zoeken of het vergoedingensysteem wel tot dat inkomen leidt. Die opdracht werd uitbesteed aan een volgende commissie. Haar oordeel was voor de overheid vernietigend: de vergoedingen waren veel te lang op de nullijn gebleven en het als 'redelijk' bestempelde inkomen wordt bij lange na niet gehaald.

Kat in het bakkie voor de advocatuur, zou je zeggen, en een schone opdracht voor de net aantredende minister van rechtsbescherming: geld vrijmaken voor de vergoedingen aan de sociale advocatuur. En dan begint de aanleiding tot mijn gelatenheid/verontwaardiging. Want tot ieders verbazing houdt hij de hand op de knip. In plaats daarvan stelt hij een 'denktank' in die een alternatief stelsel moet bedenken dat wel past binnen de budgettaire kaders.

Uitroken

Op zich is er met zo'n opdracht niets mis. Systemen kunnen altijd beter, de tijd staat niet stil en de rechtzoekende van nu is niet meer dezelfde als die uit begin jaren negentig, toen de huidige wet werd ontworpen. Wel volstrekt mis is het besluit om de vergoedingen niet direct en ruimhartig te verhogen. Zo'n 'beter systeem' staat er namelijk niet binnen één dag en al die tijd blijven mensen met problemen bij advocaten aankloppen. Een wantrouwend iemand zou haast denken dat de minister de sociale advocatuur wil uitroken! En met succes, dat laat het relaas van Marije Jeltes wel zien.

Dat brengt me bij de vraag waarom dit 'ons' kennelijk niet kan schelen. Behalve vanuit de advocatuur en de rechterlijke macht blijft het rondom dit dossier oorverdovend stil. Ik zie drie verklaringen. Ten eerste, het imago van 'de' advocatuur: zakkenvullers, uurtje-factuurtje, advocaat van kwaaie zaken. Dat soort beelden leven in de hoofden van velen. Tot er weer een schandaal losbarst over iemand die ten onrechte is veroordeeld, bijvoorbeeld omdat de politie leed aan 'tunnelvisie'. Op dat moment vragen diezelfde mensen zich af waar zijn advocaat eigenlijk was.

Verzoening

Ten tweede worden in de discussie nogal eens zaken op één hoop gegooid die niets met elkaar te maken hebben. Vorig jaar wijdde NRC een volledige voorpagina aan een rapport waaruit zou blijken dat advocaten en rechters de boel voor mensen alleen maar erger maken. Advocaten, zo heet het dan, zitten gevangen in een 'toernooimodel' en drijven zaken op de spits die de meeste mensen liever snel en met enig geven en nemen opgelost zien.

Wat hier niet bij gezegd wordt, is dat die stelling vooral opgaat voor conflicten tussen mensen onderling - een scheiding, een arbeidsconflict, een burenruzie - terwijl een zeer groot deel van het geld voor de gesubsidieerde rechtsbijstand betrekking heeft op conflicten met de overheid, en dan vooral strafzaken (het rechtsgebied van Jeltes). En daar valt wel 'iets' te verzoenen - bijvoorbeeld door een gesprek tussen dader en slachtoffer - maar alleen als de verdachte zijn daderschap erkent.

Als dat niet het geval is, moeten advocaten volgens hun eed vol voor het belang van hun cliënt gaan. En dat is (zie het voorbeeld over de 'tunnelvisie') maar goed ook. Ook in de sociale zekerheid of het asielrecht zie ik zo'n verzoeningsrol niet direct voor me.

Ten derde, als ik zeg dat het 'ons' niets kan schelen, doe ik de oppositiepartijen in het parlement onrecht. Daar wordt de regering wél regelmatig verzocht meer geld uit te trekken voor de sociale advocatuur. Maar zolang de coalitie de gelederen op dit punt gesloten houdt - en er geen weerspannig '76ste Kamerlid' opstaat - blijft de situatie zoals zij is. Dan zal de sociale advocatuur langzaam leeglopen. En kunnen mensen zoals u en ik kiezen tussen verontwaardiging of gelatenheid.

Lees ook: Het no cure no pay-verbod binnen de advocatuur moet worden opgeheven

De acties van sociale advocaten om aandacht te vragen voor de grote problemen in hun sector tonen aan dat de toegang tot het recht niet meer voor iedereen vanzelfsprekend is. Dat is juridisch en economisch uiterst zorgwekkend, stelt Antonie Kerstholt, jurist, oud-advocaat en econoom.

Deel dit artikel