Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Woorden als hatsekidee en hotemetoot hebben de Nederlandse taal verrijkt

Home

ROB SCHOUTEN

De koningin van de naoorlogse Nederlandse literatuur schreef niet alleen voor kleine mensen en niet alleen voor grote mensen. De afgelopen weekend op 84-jarige leeftijd overleden Annie M.G. Schmidt richtte zich zonder onderscheid tot groot en klein, blank en zwart. 'Niet zeuren', zou haar motto kunnen luiden of 'Doe maar gewoon'. Als er maar ruimte bleef voor haar verbeelding, die met venijnige warmte alle grenzen van bekrompenheid overschreed. Fuchsia's of geen fuchsia's. Wie Annie M.G. Schmidt leest of hoort voorlezen, maakt kennis met het hart van de Nederlandse identiteit. Die kennismaking zal nog vele jaren haar waarde behouden, in tijdgebonden tijdloosheid. Aanstaande woensdag om 14 uur wordt zij op de algemene begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam begraven. Op deze pagina het afscheid van Trouw. Met bijdragen van Jolan Douwes, Arlette Dwarkasing, Arend Evenhuis, Frank Kools, Dicky Nieuwenhuis, Rob Schouten en Hester van Yperen. Foto: Foto-studio Lemaire en Wennink Tekeningen: Fiep Westendorp (uit Floddertje, Querido)

Eigenlijk ken ik haar werk uit gemengde gezelschappen van kinderen en volwassenen. Toen wij als kinderen in de jaren zestig, voortgestuwd door de plotseling allerwegen uitbrekende welvaart, met de auto naar een min of meer ver buitenland gingen, waren mijn ouders voor de rust in de cabine op het werk van Annie M.G. Schmidt aangewezen. Niemand had nog een walkman, onze Renault Dauphine kende ook geen cassettedeck, dus werd er voorgelezen, over een gezin dat opeens de beschikking kreeg over een klein mannetje dat kon tinkelen, dat wil zeggen, mensen verstenen. Wiplala. Mijn moeder las het onder het rijden voor, opdat ik en mijn zusje elkaar de schedel niet zouden inslaan.

Maar het was vooral mijn vader achter het stuur, wiens jeugd gevuld was geweest met boeken van C. Johan Kievit, die hier zijn achterstand op het gebied van echte 'kinder'literatuur ophaalde. Want Annie M.G. Schmidt emancipeerde met het kinderboek ook het kind zelf, een wezen dat ze niet langer behandelde als een voorwerp voor morele verbetering maar als een zelfstandig individu. Met vaak heel wat meer intellect en geest dan volwassenen.

Vooral de verhalen van Jip en Janneke zijn uniek in hun soort. Toen ik zelf kinderen kreeg, bespeurde ik bij mezelf dezelfde reactie als die van mijn vader op Wiplala, ik las ze eigenlijk aan mezelf voor. Verhaaltjes over gewone, stoute kindertjes met een onbewust, maar fantastisch gevoel voor humor. Neem deze passage uit het verhaaltje 'Elfjesfeest', literair absurdisme in optima forma. Jip en Janneke moeten voor een elfenfeestje een versje zingen met het woord 'beemd' erin. Ze oefenen buiten.

'Pas op, daar is het vies, zegt Janneke.

Zou dat beemd zijn? vraagt Jip. Zullen wij in het beemd dansen?

Hee, horen zij opeens.

Het is Jips vader. Hij komt heel haastig de tuin in.

Wat doen jullie daar, schavuiten? roept hij.

Wij waren elfjes, zegt Jip, en wij dansen in beemd.'

Ook mijn eerste publieke optreden geschiedde onder auspiciën van Annie M.G. Schmidt. Zwetend droeg ik in een kerkzaaltje 'Meneer van der Peet had 't altijd zo heet' voor, over een man die in de ijskast was gaan zitten.

Vooral vormde en democratiseerde Annie M.G. Schmidt bij een hele generatie het gevoel voor taal: Pippeloentje, Kattemenoel, Hatsekidee, Hotemetoot of 'en iedereen in zijn famielje/rook naar vanielje.' Het is in feite vaak een soort vijftigerspoëzie voor kinderen:

'En het oordeel van meester van Rijn is/(nou, en die kan het weten per slot)/ dat dit wezen geen nozebedijn is/ maar heel simpel een nozebedot.'

Dertig jaar nadat ik dit allemaal voor het eerst hoorde en las, kwam ik het weer tegen, en over dertig jaar gebeurt het wellicht weer, want het kennisnemen van de boeken van Annie M.G. Schmidt markeert zo'n beetje de verschillende levensfasen van de mens: kind, volwassene, bejaarde.

In 1983 zat ik in de jury van de P.C. Hooftprijs voor poëzie. Opeens bedachten we dat-ie misschien wel naar Annie M.G. Schmidt moest gaan. Maar toen we het werk gingen lezen, vonden we het toch net iets te licht. Waarschijnlijk omdat geen van de juryleden kind was of er net een had gehad.

Zonde, denk ik nu. Het had haar verdienste voor de Nederlandse literatuur precies op de goede manier beloond.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie