Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

WK is een desillusie

Home

Fred Troost

Dat Nederland de sterkste korfbalnatie ter wereld is, wist iedereen al. Dat de finale in de strijd om de wereldtitel tegen Belgie zou gaan, was ook geen verrassing.

Maar dat het zo gemakkelijk zou gaan, dat verbaasde vriend en kenner zaterdag in het Clipsal Powerhouse van Adelaide. Een perfecte, bijna foutloze wedstrijd leverde Oranje de verdiende winst op: 23-11. Zo groot is het verschil met Belgie in de afgelopen jaren bij finales van wereld- of Europese kampioenschappen nog nooit geweest.

En de Belgen hadden nog zo de hoop dat ze dit maal hun noorderburen zouden kunnen aftroeven. Coach Eddy van Hoof en zijn spelers hadden het maximaal mogelijke aan tijd in hun voorbereiding geinvesteerd. Ze hadden tegen schaduwteams geoefend die de opdracht hadden de Nederlandse speelstijl te imiteren.

Ze waren, samen met de Duitse ploeg, op stage geweest. In de aanloop naar de finale hadden ze vrijuit en soepel gespeeld, gemakkelijk scorend, wat in het verleden nogal eens een probleem was. Tot vlak voor de wedstrijd waren de Belgen ervan overtuigd dit maal Nederland goed partij te kunnen bieden en wellicht de winst te kunnen incasseren.

Wat een desillusie! Nederland domineerde zonder tegenspraak, wat tussenstanden opleverde van 7-3 (na 15 minuten), 11-6 (rust) en 17-9 (45ste minuut). Geen moment kwam de aanstaande wereldtitel voor dit Nederlands team in gevaar.

Het verbaasde ook de Nederlanders zelf. Jiska Brandt (Deetos) bekende dat ze zich voor de wedstrijd toch wel wat zorgen had gemaakt. ,,Belgen zijn in wedstrijden als deze onvoorspelbaar. Ze hebben er bovendien zo veel tijd in geinvesteerd; ze zijn kapot van dit verlies.''

Ook bondscoach Jan Hof was zeer tevreden, want hij was er vooraf niet helemaal gerust op. ,,Belgie speelde op dit toernooi in de voorrondes beter dan wij. Wij moesten nog pieken, en ik ben dubbel blij dat we dat vandaag gedaan hebben.''

Brandt vindt dat de ontwikkeling van de Belgen tot stilstand is gekomen. ,,Terwijl wij wèl groeien.'' Daarmee snijdt ze een heikel punt aan. Het succes kan zich ook tegen de wereldkampioen keren. Het spel ontwikkelt zich in Nederland zo snel dat andere landen op steeds grotere achterstand worden gezet.

Daarmee doet zich de bizarre situatie voor dat voormalige ontwikkelingslanden (Portugal, Polen, Taiwan, Australie) beginnen op te bloeien, terwijl de afstand met Nederland toch niet kleiner wordt. Wat een attractieve competitie zou kunnen zijn met ten minste zes ongeveer even sterke landen (Engeland en Duitsland horen er ook nog bij), wordt verknoeid door een te sterke top (Nederland en - op afstand - Belgie).

Daarnaast groeit ook de mentaliteit van de internationale korfbalwereld naar volwassenheid. Dat komt vooral tot uiting in de kritische beschouwingen over het gebodene en ook in de manier waarop je met een krakkemikkige tegenstander omspringt. Keek men vroeger nog met een mengeling van vertedering en dedain naar het goedbedoelde gepruts onder de korf van Arubanen, Papoea's en Luxemburgers, die speeltuintijd is nu wel voorbij. Korfbalkleuterlanden als Japan en India werden in Adelaide in hun wedstrijden keihard afgerekend op hun onvermogen een bal te verwerken, een kans te creeren of een schot te verzilveren, ook door de genoemde zes landen uit de mondiale subgroep.

Maar zo superbe als Nederland zaterdag speelde, is nog lang niet weggelegd voor deze landen die likkebaardend toekeken en met jaloezie vaststelden dat hier sprake was van een onbenaderbaar niveau. Zelfs voor Belgie, realiseert zich ook Rudy Ramaekers, teammanager en ooit de bondscoach met wie de Belgen in 1991 de enige wereldtitel behaalden: ,,We wisten van tevoren dat onze kans nihil was. Nee, dat hebben we natuurlijk niet geroepen. Wil je dat we het korfbal kapot maken? Dan zeggen we voortaan: we gaan voor een goede tweede plaats. Dan kan Nederland net zo goed thuisblijven.''

,,Hoe we verder moeten? Met deze groep lukt dat niet meer. Deze mensen hebben er alles voor gedaan, alles gegeven. Hun valt niets te verwijten, beter kunnen ze niet. Het probleem ligt bij ons in Belgie. Gebrekkige opleiding, een onvoldoende serieuze competitie. Dat moet veranderen. Alleen dan kunnen we in de toekomst bij Nederland aanhaken. Maar dat vergt nog minstens zes jaar.''

Op het WK van 2003 in Nederland is er voor het Oranjeteam dus nog geen vuiltje aan de lucht.

Deel dit artikel