Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Winterse obstakels maken van 25ste halve marathon van Egmond echt iets bijzonders

Home

ROB VELTHUIS

EGMOND AAN ZEE - Zelfs voor de enkeling die alle 24 voorgaande afleveringen volbracht, bleef de halve marathon van Egmond aan Zee verrassen. Gisteren bleek tijdens de jubileum-editie het vinden van het ideale pad op het strand een onoplosbare legpuzzel. De kustlijn vertoonde de aanblik van de Antarctis, met bevroren sneeuw en over elkaar heen geschoven ijsschotsen. Verder naar boven was het zand omgeploegd door de vele jeeps die de voettocht volgden.

Op het oog leek de keuze voor de smalle strook vlak langs en door het beijsde gedeelte het meest voor de hand liggend. Zoals de meeste van de leidende mannen daarvoor al dan niet weifelend kozen, en waarmee die eigenwijze Brit Paul Evans op een eiland kwam te staan. Evans, de man die vorig jaar in de marathon van Chicago verraste met een wereldtijd, leek tijdens zijn debuut in Egmond aanvankelijk ongelijk te hebben. De Kenianen John Kiprono en Elija Lagat bleken hem immers te snel af.

Maar Evans was eigenlijk net weer een beetje op gang gekomen na het zware olympische seizoen en de feestdagen had hij bovendien wat te uitbundig etend en drinkend doorgebracht. Eigenlijk had hij aan de Nederlandse kust slechts een voordeeltje gezien in de klimatologische omstandigheden. “Ik had het koud, maar voor die arme Afrikanen zou dat nog vele malen erger moeten zijn.” Nee, Evans was dik tevreden met zijn derde plaats en meer nog met de belevenis. Het unieke karakter van de Halve van Egmond is internationaal inmiddels een begrip, maar wat Evans beleefde overtrof al zijn verwachtingen. Nooit was hij in een wedstrijd die prachtige combinatie van weg, duinen en strand tegengekomen. En waar kwamen al die duizenden vandaan die de slechte weersomstandigheden trotseerden?

Evans keek zijn ogen uit waar men in Egmond inmiddels nergens meer van opkijkt. Niets weerhoudt duizenden ervan om uren in de file te staan op de smalle uitgangswegen van de plaats. Ook niet die barre sneeuwstorm in het Elfstedenjaar 1985, die zelfs lopers op het strand tot overgave dwong, waar 4450 mensen van start gingen. Een andere zware storm verhinderde in 1982 een toenmalig deelnemersrecord van 6150 niet. Al jaren hikken de organisatoren van het massa-evenement aan tegen de grens van 8000 startbewijzen. Maar de piek van 7750 uit 1988 werd ook gisteren tijdens het jubileum niet overtroffen. De twijfelaars werden niet over de streep getrokken door berichten over invallende dooi met ijzel als voornaamste bijproduct.

Maar in weerwil van de harde, koude wind, die de lopers pal in de rug blies, stond het strand wel weer vol met belangstellenden. Die zagen inderdaad de snelsten vlak langs de ijsrand zwoegen, met ver van hen vandaan, dicht tegen de duinenrij, Evans als eenling. De Brit trok pas naar de concurrenten toe toen de kustlijn sterk versmalde, maar de aansluiting met Kiprono en Lagat was hij daar snel kwijt. Van een verkeerde keuze van hem kon echter geen sprake zijn geweest, zo mocht worden geconcludeerd uit de commentaren die vanuit het vrouwenveld opklonken. Tecla Loroupe triomfeerde in Egmond voor de vijfde maal en zij had bewust gekozen voor dezelfde tactiek als Evans. Ze constateerde slechts dat de vrouwen zwaar werden benadeeld omdat de mannen het strand als een akker hadden omgeploegd. Waarbij de Keniaanse zich kennelijk niet realiserend dat zij hetzelfde had gedaan voor al die duizenden recreanten die ver na haar de finish zochten.

De Belgische Marleen Renders bekende dat ze de wedstrijd al zoekend had verloren. “Ik liep eerst tegen het water aan, toen langs de duinen, weer langs het water en terug naar de duinen. Ik kwam constant op slechte plaatsen en toen ik na zeventien of achttien kilometer wéér terug ging naar het water, kwam ik in dusdanig los zand terecht, dat Tecla de voorsprong opbouwde die verder ongewijzigd bleef.”

Zo kwam Loroupe onbedreigd op de boulevard aan, waar het finale-duel bij de mannen ongemeen boeiend was. Lagat, de winnaar van vorig jaar, liep in opperste concentratie de voor hem rijdende wagen met fotografen achterna, op het moment dat hij rechtsaf het strand moest verlaten. Die verstoring leverde Kiprono een voordelige marge op van enkele meters, die hij met op opdraaien van de boulervard al weer kwijt was. De vorig jaar zo opmerkelijke winnaar, voelde zich daarmee al triomfator. Maar met zijn geringe ervaring kon hij niet weten dat zijn landgenoot in 1994 - ook al als volslagen onbekende - met een vernietigend eindschot in Egmond had gewonnen. Zoals hij dat gisteren uiteindelijk weer deed.

De Afrikanen putten zich tijdens de persconferentie na afloop uit in het danken van de organisatie. Welk een eer is het niet dat zij aan zo'n pracht evenement mogen deelnemen. Het is de bescheidenheid die eigenlijk vooral de Nederlandse 'toppers' al enige jaren meer past op de eigen evenementen. Maar Anne van Schuppen kwam over de finish alsof ze alsnog de olympische marathon van Atlanta had gewonnen. Haar achterstand op Loroupe bedroeg meer dan drie minuten en ook Renders en Chepkemei finishten voor haar. Haar blijdschap had dan ook vooral te maken met het feit dat ze - ondanks het “klungelen op het strand” - haar landgenotes Kristyna Loonen en Wilma van Onna was voorgebleven. Vaak was dat anders geweest.

Bij de mannen was Luc Krotwaar de Nederlandse blikvanger in de kopgroep die voor het merendeel uit Afrikanen bestond. Niemand had oog voor die andere Nederlander met rugnummer 47, domweg omdat Robert Smits nooit eerder van zich liet spreken. En daarom ook was Krotwaar overrompeld toen hij twee kilometer voor de finish Smits voorbij zag komen.

En eigenlijk was Smits minstens zo verbaasd met zijn zesde plaats én persoonlijk record. Over het gemak waarmee hij een sterk bezette halve marathon bleek aan te kunnen en over de belangstelling die hem dat opleverde. Hij stelde zich voor als een loper die het in zijn juniorentijd altijd met zilver had moeten doen achter Marco Gielen. Afgelopen zomer was hij als derde Nederlander geëindigd tijdens de NK halve marathon, maar vooral was hij een baanatleet die zich in de winter op bescheiden wijze uitleefde in de cross.

Omdat duurtraining hem goed afgaat, richt hij zich nu op wegwedstrijden. Met duurtraining was Smits eigenlijk pas sinds kort bezig, vandaar dat zijn macht in Egmond hem verbaasde. In zijn studietijd (bedrijfskunde) bleek het makkelijk om tweemaal daags te trainen. Maar dat is er al enige tijd niet meer van gekomen, aangezien zijn baan als accountant wekelijks “minstens veertig uur” vergt en hij daarnaast een opleiding als register-accountant volgt. Jazeker, Robert Smits heeft ambities, maar die liggen niet direct op het sportieve vlak. “Als je in een baan als deze minder werkt, verlies je alleen maar. Dat is geen slimme keuze.”

Deel dit artikel