Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Winter in een oeroud Drents cultuurlandschap: Rheebruggen.

Home

HENK VAN HALM

De schrijver, dichter en bioloog Dick Hillenius had er een zomerhuisje. Hij bracht er alle amfibieën van Nederland, waarvan nog verscheidene soorten in de buurt overleven. Vuurpadden zul je hier niet meer aantreffen, maar alpenwatersalamanders, vroedmeesterpadden en vinpootsalamanders worden er nog vaak gezien.

Rheebruggen is een oeroud cultuurlandschap, midden in het open veenweidegebied tussen Uffelte en Ansen ten oosten van de Drentse Hoofdvaart. Oude loofbossen, naaldhoutpercelen, hakhoutbosjes, lanen, houtwallen, boomsingels, hooilanden, graanakkers en weiden wisselen elkaar op korte afstand af. De Anserweg of Hooidijk is er de enige met klinkers verharde weg. Alle andere wegen op Rheebruggen zijn zandwegen.

Waar de Anserweg de kronkelige Scheidgruppe kruist, staan met riet gedekte Saksische boerderijen. Die Scheidgruppe scheidde de kerspelen van Ruinen en Havelte en is nog steeds de grens tussen de gelijknamige gemeenten.

WINTERHARDE ZWAMMETJES

Langs de weg staan essen met gegroefde stammen en hoge zomereiken, vaak bedekt met een donkergroene mantel van nu uitgebloeide klimop. Op gevelde stammen, die mis-schien al jaren opgestapeld aan de wegkant liggen, groeien waaiertjes, houtzwammen met donzige, roze getinte hoeden die een fijne franje langs de rand hebben. Onder de ongesteelde hoedjes zitten waaiervormig verlopende lamellen. De elfenbankjes op takken die na het kappen zijn blijven liggen, hebben ontelbare gaatjes aan de onderkant van de halfcirkelvormige hoeden, de openingen van buisjes waarin de sporen groeien, waarmee zwammen zich voortplanten. De leerachtige waaiertjes en elfenbankjes bevatten weinig vocht en zijn daarom vorstbestendig.

HAVEZATE

Bij de Scheidgruppe ligt het Borgbargien, waar in de Middeleeuwen een wachttoren stond. Ooit was hier de Rheebruggenborcht, met een grondoppervlak van maar tien bij zes en een halve meter bepaald geen indrukwekkend huis. Toch had het tien kamers, een keukenkelder en een provisiekamer, twee knechten- en meidenkamertjes en verschillende zolders. In de zeventiende eeuw woonden er vijf mensen in de havezate en negen op de pachtboerderij. Samen hadden ze hooguit dertig melkkoeien, acht paarden en wat schapen. Toch was het een aanzienlijke bezitting. Behalve uit het boerenbedrijf verkreeg de jonker inkomsten uit de houtverkoop en tolheffing bij de brug over de Scheidgruppe.

Bij de plek van de borcht groeit blauwe bosbes. Er zit nog wat donkerrood herfstblad aan de groene twijgjes, de bessen zijn allang opgegeten door vogels en mensen. Na de vorst opmerkelijk frisgroene bladeren zijn van de hartbladzonnebloem, die in mei bloeit. Het is een stinzenplant, vroeger als sierplant in landgoed- en kasteeltuinen gekweekt. Er groeit ook gele dovenetel, de vorm met grote, sterk witgevlekte bladeren, ook typisch voor oude tuinen.

Die stinzenplanten redden het zonder hulp van mensen tussen de inheemse bosplanten. Ze hebben zich er een plaats verworven en al eeuwen stand gehouden. Het staat nog te bezien of Hillenius' faunavervalsing de eeuwen of zelfs maar de decennia trotseert. Niet dat hij zich daar druk om gemaakt zou hebben. Naar eigen zeggen was hij een opgewekte cultuurpessimist, die geloofde dat de wereld die wij kennen met open ogen haar ondergang tegemoet ging. Een paar buiten hun natuurlijke verspreidingsgebied verplaatste amfibieën zouden er weinig toe doen.

LENTEBLOEIERS

Het dalkruid langs het bospad en op de voet van de beuken moet hier echt wild zijn. Het hoort thuis in oude eiken-berkenbossen en ook in andere Drentse loofbossen zijn we het veelvuldig tegengekomen. Net als de grote muur, nu alleen te herkennen aan het smalle, spitse blad. De grote muur, zo talrijk in een berm dat het wel gras lijkt, is een voorjaarsbloeier als hartbladzonnebloem, gele dovenetel en dalkruid. In mei vind je hier ook de bloemen van bosanemoon, lelietje-van-dalen, salomonszegel en witte klaverzuring. Je kunt je al wandelend afvragen of het niet de verkeerde tijd is voor een bezoek aan Rheebruggen.

BRUG OVER WATERLOOP

Die naam, Rheebruggen, heeft niets met reeën te maken. Het Middelnederlandse woord rhee betekent waterloop of riet en kan slaan op de Scheidgruppe. Het landgoed wordt voor het eerst vermeld in 1382, als Evert van Essen aan de bisschop belasting betaalt over Ansen en Rederbroec. Door ondiep liggende leemlagen was het gebied nat, wat de benaming broek verklaart. Later zou 'broek' zijn veranderd in 'brugge' en Rheebruggen de betekenis 'brug over de waterloop' hebben gekregen.

Groepjes elzen markeren greppels en waterloopjes in het veld. Twee reeën steken in de verte ongehaast een weiland over. Achter de bomen pieuwt een buizerd. Een winterkoning ratelt in het dichte stekelstruweel. Het voorkomen van bosbraam in de bosrand is een gevolg van het instuiven van kunstmest. De teergroene plantjes van de rankende helmbloem en de ondanks de recente vorst nog groene stekelvarens hebben hun bestaan in de bosrand eveneens aan vermesting te danken.

Ik heb de akkers gezien op een winderige dag in een droge periode: er hing een vuilbeige stofmist boven de velden. Winderosie, vroeger de oorzaak van zandverstuivingen, is in het Drentse nog aan de orde van de dag.

OUDE HOUTWALLEN

Tegen de winderosie werden vroeger houtwallen aangelegd, die de kracht van de wind moesten breken. Die wallen zijn hier nog terug te vinden, vaak met een greppel langszij. Sommige zien groen van de eikvarens, een wintergroene varensoort, die geen kantachtige veren heeft, maar bladeren als diep ingesneden eikenloof. Op een greppelkant groeien de turkooisgroene plakkaten van het rode bekermos, vol bekertjes met lakrode knopjes.

In een dwarreling van bruine tinten vliegt een houtsnip op uit een greppel vol dor blad. De duifgrote nachtvogel ver-dwijnt in snelle vlucht tussen de eikenstrubben. Een paar vossenholen in de wallen zijn weinig belopen en dus oud. Vossen worden hier te vuur en te zwaard vervolgd. De veren van twee houtduiven boven op een houtwal met uitzicht over een akker verraden dat dit het jachtgebied is van een havik.

BOSVOGELS

Een torenvalk vliegt van een paaltje midden in het geëgde akkerland. Een grote bonte specht roept in het bos, vliegt later in golfvlucht over de akker naar een eenzame zomereik. Een gaai krijst onwelluidend en een geelgors laat even een onmiskenbaar hees geluidje horen.

We wandelen terug naar de Anserweg. Uit een sparrenakker klinkt het ijle, hoge gemiesper van goudhaantjes. Staartmezen houden contact met trillerige geluidjes. Bij het troepje is ook een boomkruiper, maar die heeft meer interesse in een naburige eik dan in de kerstbomenplantage. Als een grijsbruin muisje hipt hij tegen de ruige stam omhoog, met zijn kromme snebje ieder schorsspleetje onderzoekend. Verkeerde tijd voor Rheebruggen? Elk seizoen heeft zijn bekoring.

Natuur deze week

Denk ook aan de tuinvogels op de dag van sinterklaasavond. In de winter hebben vogels vooral behoefte aan vetten. Een mezenrestaurant is zo gemaakt. Vetbollen zijn kant-en-klaar te koop in de supermarkt of een zaak van dierbenodigdheden. Ongedopte pinda's kun je in netjes ophangen of aan een draad rijgen. Hang vetbollen en pindaslingers hoog, zodat katten er niet bij kunnen. Een voerhuisje, waarin etensresten kunnen worden neergelegd of zangzaad kan worden gestrooid, moet ook onbereikbaar zijn voor katten. Geplaatst op een 1,5 m lange paal ver van bomen en hekken is het veilig voor de vogels. Laat etensresten niet langer dan een dag liggen. Anders is de kans groot dat de vogels aan salmonella doodgaan. Vooral mussen, mezen en spreeuwen maken gebruik van een voerhuisje. Roodborstjes, merels en andere vogels komen wel op open voertafels zonder dak. Zelfs de grote bonte specht komt elke dag op het voer in onze tuin. - Als het vriest, hebben vogels behoefte aan water. Als er losse sneeuw of dikke rijp ligt, is drinken geen probleem: de vogels pikken de ijskristallen op, als ze dorst hebben. Maar als er geen sneeuw ligt of ook de sneeuw bevriest, kunnen vogels moeilijk aan water komen. Fijngestampt ijs wordt ook opgepikt. Doe suiker (nooit zout!) in het drinkwater om bevriezen uit te stellen. De opgeloste stoffen verlagen het vriespunt. Bij strenge vorst helpt dat niet: het drinkwater bevriest dan binnen een kwartier. Pas op dat vogels niet kunnen baden in het drinkwater. Leg een paar grote stenen in de waterschaal of span er gaas over om de vogels het baden te beletten. Vogels die bij vorst baden, kunnen longontsteking oplopen.

Deel dit artikel