Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wim Aloserij: 'Over ellende moet je niet te lang praten'

Home

Arjan Visser

© Mark Kohn
Tien Geboden

In de serie 'tien geboden' interviewt Arjan Visser bekende en minder bekende Nederlanders aan de hand van de Bijbelse tien geboden over hun leven, wereldbeeld en religie. Deze week: Wim Aloserij, die drie concentratiekampen en een scheepsramp overleefde.

Wim Aloserij (Amsterdam, 1923) overleefde drie concentratiekampen en een scheepsramp. Na de oorlog liet hij zich dopen tot Jehova's getuige. Zijn levensgeschiedenis werd opgetekend door biograaf Frank Krake. Diens boek 'De Laatste Getuige' verscheen deze week.

Lees verder na de advertentie

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Ik overleefde drie concentratiekampen en een bombardement op de Cap Arcona, een van de schepen waarop we aan het eind van de oorlog, toen de geallieerden oprukten, gevangen werden gehouden. Zevenduizend mensen kwamen daarbij om. Slechts een paar honderd opvarenden ontsnapten aan de dood.

Alles, alles wat is gebeurd en ooit nog zal gebeuren, is terug te vinden in de Bijbel.

"Toen ik thuiskwam, totaal verzwakt en met een longaandoening waardoor ik eerst een tijd moest kuren, dacht ik na over God, de katholieke God die ik in mijn jeugd had leren kennen. Ik vroeg me af of Hij wel kon bestaan... Want waarom was er dan toch zoveel ellende op de wereld? Ik begon te bidden: God, als U bestaat... Een paar dagen later was ik samen met mijn verloofde bij mijn zuster Jo op bezoek. Ze deelde met haar schoonouders een etage in Amsterdam. Op een gegeven moment verveelde ik me een beetje en ik zei: 'Ik ga een kaartje leggen bij je schoonvader.' 'Doe maar niet,' zei ze, 'want er zijn nu Jehova's getuigen op bezoek.' Ik ging toch. En ik luisterde. Alles, alles wat is gebeurd en ooit nog zal gebeuren, is terug te vinden in de Bijbel. Waarom God het kwaad toeliet - de mens dacht zélf dat hij het zonder Hem zou redden -, hoe in 1914 de tijd van het einde is begonnen, hoe Jezus... ja, u hebt gelijk, dit begint nu al op een prediking te lijken. Laat ik het dan zo zeggen: ik wist het meteen, ik wist het gewoon; God bestaat en de Bijbel is de maatstaf. Mijn gebed was verhoord."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Da's makkelijk. Jezus zegt: 'De enige leraar ben ik en de enige God die jullie moeten eren is mijn Vader.' Wij zijn allemaal broeders. We aanbidden niet, we verheerlijken niet, we plaatsen niemand op de voorgrond."

Je ziet soms mensen denken: 'Ach, dat oude baasje... moet ik hem niet even binnen laten?' Daar maak ik dankbaar gebruik van."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Ieder mens, man of vrouw, ja, zelfs iedere hond of kat, onderscheidt zich door zijn naam van anderen. Zo is dat ook met God. God heeft zijn eigen, unieke naam: Jehova. En die naam mag je niet op een onwaardige manier gebruiken. Niet zeggen dat Hij een oorlog heeft gewild, of beweren dat Hij een engeltje nodig had als er een kindje is gestorven. Wij mensen hebben een vrije wil. Wij maken de keuze. Als ik u wil vermoorden, gaat God niet zeggen: 'Hee, dat mag je niet doen, Wim!' Hij laat het toe. Maar de gevolgen van mijn daad, ja, díe zal ik zelf moeten dragen."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Op zondagochtend ga ik eerst naar de koninkrijkszaal, voor een lezing en een gezamenlijke studie. Daarna heb ik velddienst; dan ga ik bij de mensen langs om te prediken. Vroeger had ik alleen maar een kaartje bij me. Daar stond onze boodschap op, in het kort. Tegenwoordig kunnen we filmpjes laten zien en we hebben ook geleerd hoe we met mensen moeten praten, hoe we ons verhaal zo goed mogelijk kunnen overbrengen. Ik geloof dat ik er steeds beter in ben geworden. Misschien heb ik nu mijn leeftijd ook wel een beetje mee. Je ziet soms mensen denken: 'Ach, dat oude baasje... moet ik hem niet even binnen laten?' Daar maak ik dankbaar gebruik van."

Ik leerde al vroeg hoe ik moest overleven in een koele, liefdeloze omgeving.

V Eer uw vader en uw moeder

"Ik was zeven jaar oud toen er een man bij ons langskwam en mijn moeder zei: 'Wim, dit is je vader.' Ik riep: 'Dat is mijn vader helemaal niet!', waarop die vent zijn portemonnee pakt, mij een dubbeltje geeft - goud geld hè, in die tijd - en zegt: 'Ga jij hier maar wat snoep voor kopen.' 'Nee', zei ik, 'ik moet jouw dubbeltje niet!'

"Ik zou tot aan zijn dood, zeven jaar later, conflicten met hem hebben. Die eerste jaren kreeg ik erg veel slaag, dat werd later iets minder - vooral omdat ik er steeds meer handigheid in kreeg om hem uit de weg te gaan. Ik leerde al vroeg hoe ik moest overleven in een koele, liefdeloze omgeving. Die man heeft voor zoveel ellende in huis gezorgd, dat kun je je niet voorstellen. Altijd maar ruzie, altijd maar vechten. En zijn loon ging op aan drank. Hij zoop zoveel dat hij uiteindelijk aan een delirium is bezweken.

"Mijn echte vader overleed op zijn 27ste, een paar maanden voor mijn geboorte, aan een blindedarmontsteking. Mijn moeder was niet met hem getrouwd, ze hadden een zogenaamd vrij huwelijk waaruit mijn zuster Jo - ze is nu 96 en predikt óók - en ik geboren werden. En ze had voor ons nog een dochtertje gehad, maar dat meisje is op jonge leeftijd overleden. Mijn moeder had een zwaar leven: een meisje verloren, man dood, geen inkomsten... Ze nam kostgangers in huis en met één van die mannen kreeg ze een kind, Henk, mijn halfbroer. Nadat ze met Aloserij, de man die ze mijn vader noemde, was getrouwd kreeg ze nóg een zoon: Bertus. Ze had dus vier kinderen, bij drie verschillende mannen.

Soms denk ik aan mijn ouders, aan mijn moeder en aan mijn echte vader, de man die zij zo vroeg moest verliezen.

"Het vaderschap was geen onderwerp waarover ze graag wilde praten. En ik wist niet beter. Ik werd pas nieuwsgierig rond mijn zeventiende, toen de oorlog uitbrak en ik zelf een beetje in de kreukels kwam te zitten. Hoe zou mijn leven zijn verlopen als mijn échte vader er nog was geweest? Wat zou hij doen in deze situatie? Wat was het eigenlijk voor een man? Ik kreeg pas jaren later een foto van hem te zien. Die staat daar, op dat kastje. Naast de foto van mijn moeder.

"We hadden niet zo'n warme band. Ze was heel zorgzaam, maar ze zei nooit: 'Kom eens even op mijn schoot zitten voor een knuffeltje.' Mijn moeder hertrouwde na de oorlog met een man die ze op een onderduikadres had leren kennen. Ze had daar een tijdje gezeten, omdat ze onderdak had verleend aan een neef die in het verzet bleek te zitten. Hij werd afgevoerd, zij werd even op het politiebureau vastgehouden en was bang dat de Duitsers nog eens bij haar op de stoep zouden staan. Die laatste echtgenoot was een redelijke man, een aardige man. Met hem had ze nog een goed huwelijk, maar toch... nee, ze heeft een naar leven gehad, mijn moeder.

"Soms denk ik aan mijn ouders, aan mijn moeder en aan mijn echte vader, de man die zij zo vroeg moest verliezen. Dan zie ik hen voor me als een stelletje en dan - weet u wat ik dan hoop? Ik zal het eerlijk zeggen - dan hoop ik dat Jehova hen straks, als het eind der tijden komt, alsnog goedkeurt, ook al hebben zij Hem niet willen leren kennen, en dat ik dan voor eeuwig met hen zal blijven leven in het paradijs, hier op aarde."

Jezus heeft me geleerd mijn vijanden lief te hebben en het oordeel over te laten aan de Schepper

VI Gij zult niet doodslaan

"Ik heb gezien hoe mensen werden opgehangen. Ik heb gezien hoe mensen werden doodgeslagen. Ik heb gezien hoe mensen van de honger crepeerden. Ik heb gezien hoe mensen zich uit wanhoop in de afzetting van prikkeldraad wierpen. Ik heb gezien hoe mensen als beesten door de nazi's werden neergeknald. En toch haat ik niemand. Ik koester geen wraakgevoelens. Jezus heeft me geleerd mijn vijanden lief te hebben en het oordeel over te laten aan de Schepper."

VII Gij zult niet echtbreken

"Miep kwam als verpleegster helpen toen mijn zuster moest bevallen. Leuke meid, potige vrouw, we maakten geintjes met elkaar - het klikte meteen, dat zeggen ze toch zo, tegenwoordig? We trouwden in maart 1946. Natuurlijk heb ik tijdens ons huwelijk weleens naar andere vrouwen gekeken, maar het is niet zo dat ik blééf kijken omdat je, op die manier, gevoelens wakker maakt en dan net zo goed overspel bedrijft. Miep stierf in 2010. Ik zal het u eerlijk vertellen: soms zou ik wel weer getrouwd willen zijn. Je hebt als man toch gevoelens en ja, er zijn bepaalde dingen die nu eenmaal alleen binnen het huwelijk plaats mogen vinden. Het is niet echt een groot probleem, hoor. Mijn nuchtere verstand helpt me daarbij: wat heb je een vrouw nog te bieden, jongen? Je takelt af, 94 jaar, alleen maar ellende. Soms vergeet ik het zelf ook even, maar hier zit een oud kereltje tegenover u."

VIII Gij zult niet stelen

"Zelf noem ik het liever organiseren. Ik organiseerde dingetjes voor mezelf, materiaal om te verhandelen. Dat ik die kampen wist te overleven, heeft zonder meer met mijn jeugd te maken. Ik had geleerd om mezelf onzichtbaar te maken om de klappen van mijn stiefvader mis te lopen. Niet opvallen. Verstand op nul. Tijdens een appèl middenin de groep gaan staan, me op de juiste momenten 'ziek' melden, mogelijkheden zien en daar gebruik van maken.

Over ellende moet je niet al te lang praten. Ik maak liever een geintje.

"Ik heb het er goed van afgebracht, ook door voor alle ellende die ik heb gezien andere beelden neer te zetten... Het is heel gek, maar ik kan me meer herinneren van mijn vroege jeugd dan van die jaren in de oorlog. Die heb ik verdrongen, ja... verdrongen. Ooit, toen ik een uitkering van de Stichting 1940-1945 zou krijgen, heb ik een gesprek gehad met een psychiater. Hij kreeg me wel even te pakken hoor; ik beleefde al die verschrikkingen opnieuw. De doden, de kou, de ziekte. Hoe ik met een beetje levertraan en crêpepapier open wonden moest verzorgen. Hoe we in de veewagons werden gepropt, in het ruim van het schip werden gegooid - de stank, de stank van al de zieke mensen die alles maar lieten lopen - en een dag later werden gebombardeerd... Overal lijken, een brandend schip, een touw waarlangs ik me in de koude zee liet zakken... Ik ging tijdens die gesprekken heel even open. Daarna heb ik de boel weer dichtgegooid.

"Pas toen ik met Frank Krake dit boek ging maken, heb ik weer een paar nachten wakker gelegen. Een paar nachten. En dan stop ik alles weer weg. Zo heb ik de kampen ook overleefd: geen emotie tonen. Dat maakt je alleen maar zwak. En wat valt er verder ook nog over te zeggen? Het is alleen maar ellende. Over ellende moet je niet al te lang praten. Ik maak liever een geintje."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Wij, Jehova's getuigen, zijn 'in de waarheid'. Dat betekent inderdaad dat iedereen die het met ons oneens is - of, laat ik het zo zeggen: de waarheid nog niet kent - in een leugen gelooft. Of je nou een islamiet bent of lid van een gereformeerde kerk: wie zich bij een andere geloofs- of kerkgemeenschap heeft aangesloten, is een aanbidder van Satan. Ook buitenkerkelijke mensen doen van alles tegen Zijn wil: echtscheiden, bloed tot zich nemen, feest- en verjaardagen vieren, politiek bedrijven, homofilie - hoe bedoelt u: zo geboren? God heeft geen homofielen gemaakt. Ze zijn zelf zo geworden. Ik zeg niet dat al die mensen fout zijn; God keurt hun gedrag af. Het is eigenlijk heel eenvoudig. Er is maar één waarheid. En die staat letterlijk in de Bijbel."

Of ik weer hier in Lochem kom te wonen, weet ik niet, maar de Wim Aloserij - zoals hij hier nu voor u zit - komt weer tot leven.

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Het is niet zo dat ik helemaal niks geef om spulletjes, maar ik denk weleens dat ik het ook met minder had kunnen doen. Ziet u daar buiten dat autootje staan? Een toppertje in zijn klasse, alles erop en eraan, maar was dat nou echt nodig? Had ik dat geld niet beter uit kunnen geven? Aan dingen voor anderen, in plaats van voor mezelf...

"Soms heb ik de neiging om een beetje te gaan zitten kniezen. M'n vrouw is weg, ik moet mezelf verzorgen, het huishouden doen, en - dat is het zwaarst - aan het einde van de dag ben ik altijd alleen. Dat wil niet zeggen dat ik jaloers ben op mijn buren. Ik ben juist blij voor ze; dat ze niet hebben wat ik heb. Bovendien kan ik nog zoveel wél. Ik ga elke dag prediken. Tot mijn laatste snik.

Ik heb hier nog twee mooie dvd'tjes over de on­st­aans­ge­schie­de­nis van de Jehova's Getuigen. Mag ik die aan u meegeven?

"Ik ben de laatste tijd mijn huis een beetje aan het opruimen, omdat ik vind dat ik de boel wel een beetje netjes moet achterlaten. Mij mogen ze dubbelvouwen en in de kliko afvoeren, hoor. Ik las laatst iets over een aanbieding voor een crematie van duizend euro. Zonder poespas. Weg is weg. Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren. Er is geen geest, er is geen ziel. Straks, als de eerste dag van het Duizendjarig Rijk aanbreekt, gaat God alles herscheppen en worden alle mensen teruggebracht. Of ik weer hier in Lochem kom te wonen, weet ik niet, maar de Wim Aloserij - zoals hij hier nu voor u zit - komt weer tot leven.

"Waarom vindt u dat zo onvoorstelbaar? Hij heeft ons toch ook uit het niets geboren laten worden? In Johannes, hoofdstuk 6 vers 39 staat - o, u moet naar huis, ja, natuurlijk... Ik heb hier nog twee mooie dvd'tjes over de onstaansgeschiedenis van de Jehova's Getuigen. Mag ik die aan u meegeven?"

Lees hier meer interviews aan de hand van de Tien Geboden

Deel dit artikel

Alles, alles wat is gebeurd en ooit nog zal gebeuren, is terug te vinden in de Bijbel.

Je ziet soms mensen denken: 'Ach, dat oude baasje... moet ik hem niet even binnen laten?' Daar maak ik dankbaar gebruik van."

Ik leerde al vroeg hoe ik moest overleven in een koele, liefdeloze omgeving.

Soms denk ik aan mijn ouders, aan mijn moeder en aan mijn echte vader, de man die zij zo vroeg moest verliezen.

Jezus heeft me geleerd mijn vijanden lief te hebben en het oordeel over te laten aan de Schepper

Over ellende moet je niet al te lang praten. Ik maak liever een geintje.

Of ik weer hier in Lochem kom te wonen, weet ik niet, maar de Wim Aloserij - zoals hij hier nu voor u zit - komt weer tot leven.

Ik heb hier nog twee mooie dvd'tjes over de on­st­aans­ge­schie­de­nis van de Jehova's Getuigen. Mag ik die aan u meegeven?