Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Willem Hussem, schilderkunst waarvan je even meeuw wordt beeldende kunst

Home

DOLF WELLING

Tussen schrift en leegte: t/m 27 aug. in het Dordrechts Museum, di t/m za 1017; zo 13-17.

De Haagse beeldhouwster Lotti van der Gaag daarentegen wordt pas sinds kort vermeld wanneer het over die groep gaat. Nog steeds is niet algemeen bekend dat ook enkele Haagse schilders, ieder op hun eigen manier, experimenteel of anderszins vernieuwend werk van hoge kwaliteit hebben gemaakt.

Heel geleidelijk groeit nu de waardering voor Ouborg, Nanninga en Hussem. Zelfs in Den Haag wordt de betekenis van Thadeus van Eysden, Wim Sinemus en Toon Kelders abstracte naoorlogse werk nog niet beseft. Vijf maanden na een grote Ouborg-tentoonstelling toont het Dordrechts Museum nu in drie zalen een keuze uit het levenswerk van Willem Hussem.

“Mijn werk is niet aanlokkelijk”, concludeerde deze kunstenaar, nadat twee van zijn schilderijen besmeurd waren en de bekroning van een ander doek verontwaardiging had gewekt bij een publiek dat alleen een schamele reproduktie van dat werk onder ogen had gehad.

De expositie geeft het overzicht in de omgekeerde volgorde, van 1973 in de eerste zaal tot 1920 in de derde. Uit vroege landschapjes spreekt bewondering voor Vincent van Gogh. Hussem werkte destijds in Frankrijk, maar er is ook een Hollands duinlandschap waarin zich de latere abstractie al lijkt aan te kondigen. Een incident in het oeuvre vormen houtsneden met zwierige witte lijnen op een zwart fond.

In Parijs bezocht Hussem Mondriaan, maar hij zou diens streven pas begrijpen toen hij zelf in zijn ontwikkeling verder was gekomen. Vooralsnog had hij meer aan de vrijmoedige reactie van Picasso op 'primitieve' kunst. Hij schilderde gemaskerde koppen en schreef een boekje over de anonieme, door een volk gedragen cultuur van het Paaseiland met een kunst die het individualisme te boven gaat.

In 1936 vestigde hij zich in Den Haag, in een woning in de Mijtensstraat boven een voormalig gemeentelijk badhuis waar hij een ruim atelier had. Gedurende enkele jaren won daar echter de poëzie het van de schilderkunst. Ook als dichter volgde hij aanvankelijk een traditie. Een eigen vorm vond hij in koans oftewel bondige stemmingsgedichten. Opmerkelijk is, dat een Rotterdamse criticus, naar aanleiding van een expositie in 1928, al verwantschap had opgemerkt met “de dichtkunst dier oude Chinezen, die in twintig woorden een avondstemming beschreven...”

Tijdens de bezetting kon Hussem alleen clandestien werken. Hij portretteerde kennissen en zette spontaan calligrafische tekens op papier: voor kijkers, niet voor lezers. In de jaren vijftig werd het spontane penseelschrift ook bepalend voor zijn schilderijen. Naast het subjectieve, kalligrafische gebaar kwam de kleur, als een beeldelement met een min of meer objectief gewicht. Het doek werd een speelveld voor uiteenlopende krachten die tot een dynamisch evenwicht gebracht moesten worden. Hussem ging daarbij niet stelselmatig maar intuïtief te werk. In de beste gevallen is dat evenwicht zonder veel aarzelen bereikt.

Majeur

Ieder element - rechte of gebogen lijnen of vlakken van verschillende vorm - moest de juiste plaats hebben, zowel op het vlak als in de onbemeten ruimte. Die ruimte is het wit van het geprepareerde doek of een beginkleur, die de compositie in majeur of mineur stelt. Wanneer het resultaat klopt lijkt het alsof het werk de schilder zo natuurlijk is afgegaan als ademhalen. Er waren echter ook zorgenkinderen onder de schilderijen in het atelier. Die hield hij in quarantaine. Nu en dan ging hij er op door. Vaak werd zo'n doek op de duur overladen.

De geslaagde schilderijen kunnen een sterke psycho-fysische belevenis wekken. Ze zijn onbekrompen, bevrijdend als een ruim gebied, als zonnige weiden of met een blauw waarvan men even meeuw wordt. Tot kort voor zijn overlijden, in 1974, heeft de ontwikkeling zich voortgezet. Een zeer levendig doek van 150 bij 200 doet denken aan Mondriaans 'New York Boogie Woogie'. Het jaar daarop bepaalde hij zich tot een gekanteld zwart vierkant op een witte ondergrond. Dit was het begin van een aantal werken zonder penseelschrift, onder meer in zeefdruk. Het zou ook de voleinding van het oeuvre blijken te zijn.

Terwijl de vormen in de schilderijen verstrakten, ging Hussem ook in de reële ruimte componeren, eerst in aluminium, vervolgens ook in hout. De vorm van een tien meter hoog beeld in Raalte doet denken aan een Malinees Tellem-beeld met geheven armen. De plastieken in wenge-hout op de tentoonstelling zijn in hun symmetrie verwant aan sommige van André Volten. Tenslotte heeft Hussem met assistentie van Peter Struycken nog even met de computer geëxperimenteerd.

Gelijktijdig met de expositie is bij de Stichting Plint te Eindhoven een welverzorgde monografie verschenen Han Steenbruggen. Het boek is te koop in het museum, in de Haagse galerie Nouvelles Images die schilderijen van Hussem aanbiedt en in de Dordtse kunsthandel De Kool, waar gouaches en inktschilderingen te verkrijgen zijn.

Deel dit artikel