Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Willem Breuker bezingt de vrede in Jeruzalem

Home

KEES POLLING

Herhaling: vanavond in Veere (Grote Kerk, 20.30 uur).

Toen Breukers 14-delige 'Psalm 122' donderdag in première ging in de afgeladen Grote Kerk in Veere, was het al een tijdje onrustig in Jeruzalem. Terwijl in Psalm 122 gezongen Jeruzalem bezongen wordt als de stad van de vrede, vechten joden en Palestijnen om de openstelling of sluiting van een tunnel.

Actueler kan het haast niet, maar of de uitvoering van Breukers 'Psalm 122' ook maar iets heeft bijgedragen aan de oplossing van het conflict, lijkt onwaarschijnlijk. Jeruzalem is al tweeduizend jaar een religieuze twistappel, waar Joden, christen en moslims ieder hun heilige plaatsen opeisen. 'Vraagt vrede voor Jeruzalem, laat welvaren zij, die je liefhebben. Laat vrede binnen je ommuring zijn, welvaren in je burchten', zo gaat Psalm 122 en zo zong het Koor Nieuwe Muziek in Breukers 'Psalm 122'.

Breuker componeerde het werk voor zijn Willem Breuker Kollektief uitgebreid met de Mondriaan Strings, het Koor Nieuwe Muziek onder leiding van Huub Kersten, het draaiorgel De Twee Musketiers van Andre de Boer en voorzanger en proclamator Peter Halpern. Hij deed dit in opdracht van de Prof. dr. G. van der Leeuw stichting als opening voor het twintigste Festival Nieuwe Muziek in Zeeland.

Het mag vreemd lijken dat Breuker, die zichzelf nadrukkelijk presenteert als atheist, een 'kerkelijk' muziekwerk schrijft, maar dat is het niet. Breuker is namelijk heel sociaal bewogen. En dat aspect stopt hij al jaren in zijn muziek. Ook in 'Psalm 122' komt dat voor. Niet zozeer door de bijpassende diabeelden van de Amsterdamse kunstenaar Gerard Hali van voorzag, die op een gigantische, boven de musici zwevende ballon werden geprojecteerd, zorgden hiervoor, maar de wijze waarop hij het koor de frasen van de psalm liet zingen, en de manier waarop hij in zijn muziek elementen uit de kerktraditie vervlocht.

Soms klonk het plechtig en statig, bijvoorbeeld door de ondersteunende rol van het kerkorgel, en door de 'joodse' zang en voordracht van de Amerikaan Peter Halpern. Andere momenten overheerste de 'lol' van zwarte gospel.

In zijn muziek zoekt en vindt Breuker een synthese tussen 'licht' en 'zwaar'. Dat lukt hem aardig, al overheerst meestal het eerste. Zo overstijgen de partijen voor de achtkoppige Mondriaan Strings nauwelijks het niveau van een James Last. Maar voor de blazers van zijn collectief pakt hij herhaaldelijk boeiend uit. Jazzy wordt het pas tegen het eind van het spektakel. In de finale krijgen musici en koor de ruimte.

Boy Raaymakers krijgt de kans te schitteren op trompet, Lorre Lynn Trytten doet dat op viool en Breuker zelf pakt uit op sopraansaxofoon. Eerder in het werk was Alex Coke de enige die mocht soleren: eerst op fluit, daarna op tenorsaxofoon.

Het kan gelegen hebben aan de spanning van de eerste uitvoering, maar ik miste samenhang in de muziek. Niet alle delen zijn ook even geslaagd. Het interessantst waren de partijen voor het draaiorgel. Losgekoppeld van 'Psalm 122' en aaneengesmeed tot een geheel vormen ze vast een aantrekkelijk werk voor The Busy Drone, het draaiorgel van het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Deel dit artikel