Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wildplukken, stadsnatuur en slimme planten

Home

Jeroen den Blijker

Jonge huismus. © ANP

De natuur in de stad is een dankbare bron voor wildplukkers. Maar hoe ontwikkel je die natuur het best? En verdienen planten geen herwaardering? Drie boeken met natuur als leidraad.

Wildplukgids voor vleeseters

Lees verder na de advertentie

Wie graag zijn tanden zet in de natuur, heeft de wind mee. Je wordt tegenwoordig niet meer nagewezen als je een emmertje groenvoer oogst tussen trottoirtegels, op een boomspiegel of in een stadspark. Nee, je oogst juist bekijks.

Wildplukken is net zo hip als de voedselbossen en plukparken. Je kan op kruidenexcursie of deelnemen aan een wildplukworkshop, er zijn diverse websites met recepten en wildpluktips. En er zijn ook boeken voor wie de groenteboer of supermarkt graag mijdt.

‘De eetbare stad’ van de Amsterdamse stadsecologen Geert Timmermans, Anneke Blokker en jager/wildplukker Ellen Mookhoek gaat nog een stapje verder. Wie deze ‘gids voor wildplukkers, mét recepten’ leest, kan ook de reguliere slager overslaan. Het trio zet namelijk ook dieren van de stad op ons menu. Veel van wat kruipt, zwemt of rondspringt in en om onze huizen is eetbaar, is hun boodschap.

Wildplukken is net zo hip als de voedselbossen en plukparken

Het levert wel een wat merkwaardig boek op. Is het eigenlijk wel een plukgids? Tussen de receptuur van nog redelijk ‘gewone’ wilde stadsgroenten – zoals ‘wildplukkersontbijt met eieren, spek en reuzenbovist’ of ‘frittatta van berenklauw’ – treffen we namelijk ook handleidingen aan voor de bereiding van damherten, reeën, konijnen, hazen, hout- of stadsduiven, eenden, tuinslakken. Of ganzeneieren.

Maar damherten, reeën of hazen tref je meestal niet aan op het trottoir of in de winkelstraat. Ja, misschien in het hertenkamp of de kinderboerderij. Maar dan nog: anders dan de Japanse duizendknoop of de vlierbes, laten deze dieren zich niet gemakkelijk plukken. Schieten, dat kan weer wel, maar in de stad is dat niet aan te bevelen.

De auteurs lossen dit op door achterin het boekje een lijstje van grossiers in wild en gevogelte, kreeft, vis en schelpdieren op te nemen. Dan laat je het wildplukwerk dus gewoon over aan jagers. Je kan weer wel eigenhandig dieren uit de binnenwateren plukken.

De sloot en het kanaal zijn culinair interessant, zo leren we, en ecologisch doe je ook nog iets goeds als je je tanden zet in exoten als de Canadese wolhandkrab of de Amerikaanse rivierkreeft.

Maar damherten, reeën of hazen tref je meestal niet aan op het trottoir of in de winkelstraat

Ook leuk, de andere hengelaarrecepten: baars, snoek, blankvoorn, blei, kolblei en karper.

‘De eetbare stad’,
Ellen Mookhoek, Geert Timmermans, Anneke Blokker,
Uitgever: Lubberhuizen, 
156 blz. €19,99.

Natuur in de stad heeft de toekomst

Twintig, vijfentwintig jaar geleden was duurzaam bouwen iets waar veel architecten hun neus voor ophaalden. Laat staan dat hun opdrachtgevers erin geïnteresseerd waren.

Stadsnatuur maken/Making urban nature

Maar de moderne architect weet wel beter. Een ontwerp dat niet is voorzien van allerlei duurzame claims, is lastig te verkopen. Zo zal het ook gaan met ‘natuurinclusief’ ontwerpen, voorspellen de architecten Jacques Vink en Piet Vollaard en de ecoloog Niels de Zwarte in ‘Stadsnatuur maken’. Nu nog onbekend, maar over twintig jaar praktijk. Aan hun gids, pionierswerk op dit terrein, zal het in ieder geval niet liggen, zo degelijk, toegankelijk en goed geschreven is deze.

Bij natuurinclusief ontwerpen leren, kort samengevat, ecologen denken als ontwerpers, en ontwerpers als ecologen: stadsplanning dus, waarbij het gaat om natuur én baksteen. Vooral nu de natuur buiten de stad het zo moeilijk heeft, is de stad als biotoop in opkomst. De biodiversiteit is daar al snel groter dan van de meeste omringende groene agrarische gebieden, schrijven de auteurs, en omdat de scheiding tussen platteland en stad niet meer zo scherp is, ontdekken steeds meer soorten de voordelen van de stad zoals voedselzekerheid, een relatief hoge temperatuur – tot wel zes graden hoger – of een veilige omgeving. De merel was bijvoorbeeld ooit een schuwe bosvogel, maar is nu onmisbaar voor een geslaagde zomeravond in de tuin. Scholeksters broeden nu ook op grinddaken, om aan predators te ontkomen en de slechtvalk is al lang uitgeweken naar stadse hoogbouw om te nestelen.

Vooral nu de natuur buiten de stad het zo moeilijk heeft, is de stad als biotoop in opkomst

De opzet van het goed geïllustreerde boek is praktisch en zeker bruikbaar voor niet-deskundigen. Zo staat er bijvoorbeeld informatie in over welke eisen dieren, planten, amfibieën en vissen stellen aan hun omgeving. Daarbij worden ook mooie oplossingen in beeld gebracht. Sommige zijn ingewikkeld en ingrijpend, andere juist heel simpel. Gierzwaluwnesten aan de gevel van een gebouw bijvoorbeeld. Geveltuintjes, daktuintjes of een tuin met vooral bedreigde plantensoorten, een wijk met honderden verschillende soorten bomen of een bijenkastmast – een mast waarin bijenkasten worden gehesen, omdat je deze nu eenmaal niet overal kunt plaatsen in een stad. Ingrijpender is natuurlijk de aanleg van landschapsparken of getijdenparken, nabij rivieren. Maar het effect is overal hetzelfde: de natuur is weer terug in de stad. Handig is ook het lijstje ‘Tien aanwijzingen voor natuurinclusief ontwerpen’. Al die tips, je vingers gaan ervan jeuken.

‘Stadsnatuur maken/Making urban nature’,
Jacques Vink, Piet Vollaard, Niels de Zwarte,
Uitgever: nai010,
319 blz, € 34,95. 

Tekst loopt door onder afbeelding

Klaproos tussen kamille bij Schokland. © ANP XTRA

Waarin planten superieur aan de mens zijn

Planten heb je in soorten en maten. Planten vegeteren en daarmee lijkt het hele verhaal eigenlijk wel verteld. Wie er dus in slaagt een spannend boek te schrijven over planten, bomen en alle groen wat verder nog vegeteert, moet wel iets bijzonders te melden hebben. 

Briljant groen. De intelligentie van planten

En dat hebben Stefano Mancuso, hoogleraar en plantenexpert van de universiteit van Florence en de Italiaanse wetenschapsjournalist Alessandra Viola. ‘Briljant groen. De intelligentie van planten’ sleurt je mee in een onverwacht wondere wereld. Het is een geslaagd pleidooi voor herwaardering van alles wat groen is; ruim 99,5 procent van alle biomassa op aarde.

Planten kunnen zich gedragen als ‘ondernemers die investeren in de toekomst’

Planten beschikken bijvoorbeeld over een reeks indrukwekkende zintuigen. Ze kunnen ‘zien’ dankzij chemische moleculen die functioneren als lichtreceptoren, noodzakelijk om naar het licht te kunnen groeien voor de broodnodige portie fotosynthese, of om er juist vanaf te keren, voor de wortelgroei ondergronds. Die receptoren zitten overal in de plant, bij de mens op ons voorhoofd: de ogen.

Planten kan intelligentie niet worden ontzegd, menen beide auteurs. Ze kunnen zich gedragen als ‘ondernemers die investeren in de toekomst’, bijvoorbeeld als ze een energievretende groeispurt inzetten om concurrentie voor te blijven, om zoveel mogelijk licht te kunnen opvangen.

Naast menselijke eigenschappen als zien kunnen planten ook voelen, proeven, horen. Sterker: de plant heeft nog vijftien andere zintuigen, waarvan de mens gespeend is. Ze zijn bijvoorbeeld veel gevoeliger dan wij, ze kunnen het vochtgehalte in de grond nauwkeurig meten en water op grote afstand ontdekken, dankzij een ingebouwde hygrometer. “Ze kunnen verder zwaartekracht maar ook elektromagnetische voelen en zijn in staat een groot aantal chemische gradiënten uit de lucht of in de bodem, die belangrijk of juist schadelijk zijn voor de groei te herkennen en te meten, zelfs op meters afstand van de wortel.”

Probeer maar eens een mens of bijvoorbeeld een olifant in tweeën te scheuren

Zelfs iets simpels als het stekken is bij Mancuso en Viola iets bijzonders. Een plant kan je in tweeën scheuren, zonder fatale afloop. Sterker nog: uit de stek kan een volwaardige nieuwe plant groeien. Dat geldt voor weinig wezens. Probeer het maar bij een mens of bijvoorbeeld een olifant. Scheur een arm af of een olifantenpoot. Dat is fataal voor deze ‘hogere’ wezens, laat staan dat er uit deze ‘stekken’ een mens uit groeit of een hele olifant opbloeit. Nee, dan de plant, die is modulair ontwikkeld; ieder deel kan zich zelfstandig redden.

Dankzij dit soort inzichten koop je nooit meer zomaar een bosje bloemen. En een grasmat maaien, dat doen we voorlopig ook maar even niet. Alhoewel: gras is natuurlijk ook modulair. En groeit dus altijd weer aan.

‘Briljant groen. De intelligentie van planten’,
Stefano Mancuso en Alessandra Viola,
Uitg. Cossee,
175 blz, € 22,99.  

Deel dit artikel

Wildplukken is net zo hip als de voedselbossen en plukparken

Maar damherten, reeën of hazen tref je meestal niet aan op het trottoir of in de winkelstraat

Vooral nu de natuur buiten de stad het zo moeilijk heeft, is de stad als biotoop in opkomst

Planten kunnen zich gedragen als ‘ondernemers die investeren in de toekomst’

Probeer maar eens een mens of bijvoorbeeld een olifant in tweeën te scheuren