Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wilde Westen in close-up

Home

Japins nieuwste roman is een spectaculaire anti-western. Helden à la John Wayne ontbreken: maar het bloederige verhaal van ’Granny’ klinkt wel zo overtuigend.

Arthur Japin: De overgave. De Arbeiderspers, Amsterdam. ISBN 9789029565295; 365 blz. euro 19,95

Bij westerns denk je aan cowboys en indianen, aan bizons en paarden, aan prairie en fort, en aan John Wayne. Er is wel oorlog, maar er is geen blijvende wanorde, want dat staat John Wayne niet toe. Die overzichtelijke wereld van witte tegen zwarte hoeden (of indianentooien) is niet de wereld die opdoemt bij het lezen van ’De overgave’, de spectaculaire, ambitieuze roman van Arthur Japin.

Japin baseerde zich voor dit boek, net als voor zijn eerdere successen ’Een schitterend gebrek’ en ‘De zwarte met het witte hart’, op een waar gebeurde geschiedenis, deze keer afkomstig uit het Wilde Westen: de ontvoering van de negenjarige Cynthia Ann Parker door de Comanche Indianen.

Bij een bloederige overval op Fort Parker in Texas in 1836 werden de baptist John Parker en zijn drie zonen afgeslacht, zijn vrouw Sallie ’Granny’ Parker werd aan de grond vast gespietst en verkracht, haar dochters verwond en haar kleindochter ontvoerd. Het was de eerste gruwelijke overval van Indianen op nederzettingen van de steeds verder oprukkende pioniers in Texas: er zouden nog honderden volgen.

Deze geschiedenis vormde, naar verluidt, ook de inspiratiebron voor John Fords beroemde melancholieke western ’The Searchers’ waarin John Wayne de held speelt die na de overval op zijn broers huis de Comanches opspoort om zijn ontvoerde nichtjes terug te halen.

Arthur Japin geeft in zijn verslag het woord aan de op het moment van de overval nog geen dertig jaar oude ’Granny’, die vele jaren later terugdenkt aan die ene gruwelijke dag ’waarmee alles is begonnen en alles ophield’. Ze denkt terug aan wat eraan voorafging (haar huwelijk, de tocht door Texas, het bouwen van het fort, de oorlog met de Mexicanen) en aan wat erop volgde. Haar familie wordt uitgesloten door de andere pioniers omdat ze door het contact met de gevreesde Indianen besmet zijn. De rest van haar leven zal Granny blijven speuren naar haar kleindochter Cynthia Ann die, zoals ze later zal ontdekken, verder leeft bij de Indianen, trouwt met aanvoerder Peta Nocona en twee zonen krijgt.

De verbeten ’Granny’ Parker wordt in het leven werkelijk niets bespaard en Japin spaart de lezer ook niet. In een onomwonden monoloog gooit de schrijver je direct Granny’s ervaring in, zonder overzicht, uitleg of moraal, rechtstreeks in de bloederige, vunzige, zeer fysieke details.

Aanvankelijk schept die associatieve woordenvloed ook afstand. De chronologie ontbreekt in Granny’s herinneringen. Het lijkt soms alsof er gewoon te veel woorden nodig zijn om die visuele wereld van speren, bizons, Indianen neer te zetten. Maar gaandeweg krijg je meer grip op haar geschiedenis en raak je steeds meer onder de indruk van Japins precisie. Het is alsof hij het in de filmische western zo favoriete totaalshot (weidse prairie, immense kuddes) expres heeft ingeruild voor de close-up. Wanneer Granny gespietst op de grond ligt, concentreert ze zich op een mier die door de steeds grotere plas bloed naast haar kruipt. Het is een even trefzeker als onvergetelijk beeld.

Die concentratie op de details dient ook Japins hogere doel. Het verhaal van Cynthia Ann Parker is een verhaal dat de indeling van goed tegen kwaad, wit tegen zwart, cowboys tegen indianen (en vice versa), ondermijnt. ‘De overgave’ uit de titel is niet alleen die van de Indianentelg Quanah, die zich met zijn volk noodgedwongen zal terugtrekken in het reservaat, maar ook die van Granny zelf die in de Indiaan haar achterkleinzoon moet erkennen.

In zijn opzet om het woord te geven aan een vrouw die in eerdere versies geen rol kreeg, borduurt Japin niet alleen voort op zijn eigen, eerdere romans, maar ook op een pacifistische, feministische klassieker als ’Kassandra’ van Christa Wolf. In dat boek gaf Wolf het woord aan de Trojaanse zieneres die niet het heldenverhaal uit de Ilias verwoordde, maar wel de onleefbare chaos.

In ’De Overgave’ ondermijnt Japin in Granny’s monoloog op vergelijkbare manier het heldenverhaal uit de klassieke western. Granny’s woord wordt vlees, bloed, aarde; ze vertolkt haat en wanhoop.

Anders dan Kassandra is Granny wel onverwoestbaar maar niet wijs of helderziend. Niets menselijks is haar vreemd. Ze leert begrijpen en vergeven, maar na de haat rest slechts de leegte van het verlies. Het mooie aan dit verslag is die nietsontziendheid; die bikkelharde werkelijkheid. Japin brengt je vele malen dichter bij het Wilde Westen dan John Wayne. Jann Ruyters

Deel dit artikel