Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wie zorgt er voor nieuwe banen?

Home

Bas den Hond

Dinsdag gaan de Amerikanen naar de stembus voor de tussentijdse verkiezingen. Hun keuze wordt bepaald door één thema: de economie.

Waar zijn de banen? Als de Democraten dinsdag bij de tussentijdse verkiezingen in de Verenigde Staten voor het Huis van Afgevaardigden en de Senaat ergens voor gaan boeten, dan is het voor een werkloosheid van bijna 10 procent.

En boeten zullen ze. Het electoraat dat in 2008 nog in meerderheid klapte voor de idealistische plannen van een zwarte Democratische president, lijkt te zijn uiteengespat. De Republikeinse partij die vanuit een minderheidspositie in het Congres flink wat van die plannen heeft weten te blokkeren, ruikt weer aan de macht. Een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden lijkt haalbaar.

Destijds verkreeg de harde kern van gematigd-linkse Democraten de meerderheid mede dankzij de onafhankelijken, de kiezers van het centrum. Met twee oorlogen in Irak en Afghanistan en een ineengestorte economie hadden zij weinig reden om op de opvolger van George W. Bush te stemmen.

De meerderheid kwam er ook dankzij de zwarten en latino’s. Zij stemmen nooit, maar gingen deze keer wel toen iemand president kon worden die meer was dan zij waren – omdat zijn moeder blank was.

En tot slot behaalden de Democraten die meerderheid dankzij veel jongeren die voor het eerst stemden en niets liever wilden dan geschiedenis schrijven.

Met kunst- en vliegwerk proberen de Democraten nu de brokstukken van die uiteengespatte coalitie in hun kamp te krijgen. President Barack Obama wist de sfeer van 2008 weer te terug te halen tegenover menigten in Californië, Pennsylvania en waar de kandidaten een duwtje konden gebruiken.

In advertenties wijzen de Democraten op het recht op abortus, een onderwerp dat de Republikeinen niet veel meer noemen in hun campagnes. Toch willen die dat recht aantasten als ze na dinsdag weer het initiatief krijgen op wetgevend gebied.

De Democraten verzekeren de latino’s intussen dat een goede oplossing van het probleem van de illegale immigranten, die verder gaat dan het bouwen van een hek langs de grens, alleen van hen kan komen.

En voor de zwarte kiezers is de boodschap dat die dinsdag opnieuw massaal moeten opkomen om de historische verworvenheid van een eerste zwarte president niet verloren te laten gaan.

„In 2008 we changed the guard. This year, we must guard the change”. In een toespraak op een zwarte universiteit in Maryland zei Obama het nog simpeler: „Now don’t make me look bad!”

Maar erg goed ziet het er niet uit voor de president. Dat komt doordat hij betrekkelijk weinig kan doen aan het thema van de verkiezingen: de economie.

Als je baan verdwijnt of je daar voor moet vrezen, verliezen andere strijdpunten aan betekenis. Daarom hebben de kandidaten het weinig over sociale onderwerpen als abortus of het homohuwelijk en wil zelfs de oorlog in Afghanistan de gemoederen niet in beroering brengen. De grote vraag is deze verkiezingen: wie kan de economie weer op gang brengen?

Het niveau van die discussie is niet hoog. De Republikeinen wijzen op de werkloosheid, die tijdens de regeerperiode van president Obama nauwelijks is gedaald. Het grote stimuleringspakket van ruim 650 miljard euro is weggegooid geld, concluderen ze.

Voor de gedachte dat zonder deze steun de werkloosheid nog groter was geweest, is in die redenering geen plaats, hoogstens in brieven die Republikeinse afgevaardigden naar ministeries sturen, als het erom gaat een deel van het geld naar hun district te krijgen – wat de Democratische tegenstander dan weer triomfantelijk in advertenties kunnen rondbazuinen.

Omgekeerd lijken veel Democratische politici zich nu te schamen voor dat stimuleringspakket. ’Ik stemde voor het stimuleringspakket, maar het had nog groter moeten zijn’ is geen leus waarmee je stemmen wint.

Een probleem voor de Democraten is dat het pakket een groot aantal tamelijk onzichtbare maatregelen telde. Er werden weliswaar wegen opgeknapt, maar een vernieuwde weg of brug valt de kiezers niet zo op. En de beloofde belastingverlaging zorgde bij de meeste mensen voor zo’n kleine salarisstijging dat ze het niet eens merkten. Aan opiniepeilers en journalisten vertelden ze dan ook dat hun belastingen onder Obama juist gestegen zijn.

Voor deze en andere maatregelen had de Democratische regering goede argumenten. Zo kun je snel met het achterstallige onderhoud van een weg beginnen, voor een nieuwe weg zijn de procedures lang. En een flinke uitbetaling ineens aan de burgers zou vaak naar een spaarrekening verdwijnen, terwijl het juist de bedoeling was dat de mensen het geld zo snel mogelijk zouden uitgeven.

Het resultaat was, gaven Democraten toe, dat een maatregel die economisch gezien het land goed deed, politiek verkeerd viel. En nu worstelen ze met de consequenties daarvan.

Een soortgelijk imagoprobleem kleeft aan de hervorming van het zorgstelsel. Toen de senaat met precies de benodigde zestig van de honderd stemmen de nieuwe wet aannam, schreef Obama geschiedenis. Zo’n ingrijpende hervorming, waarbij het land omschakelt van een systeem dat 50 miljoen mensen onverzekerd laat naar een systeem waarin iedereen zich moet verzekeren, is niet van de ene dag op de andere ingevoerd.

Pas in 2014 gaat de algemene verzekeringsplicht in, maar nu al is aan verzekeringsmaatschappijen opgelegd dat ze beter voor hun verzekerden moeten zorgen. Ze mogen de verzekering niet meer opzeggen als iemand ziek wordt en hun te veel geld gaat kosten, en ook geen maximum stellen aan de uitkering voor een ernstige ziekte.

Die verplichtingen kosten geld, en de huidige stijging van de totale gezondheidsuitgaven in het land gaat ongebreideld door. Het gevolg is dat de premies stijgen – reden voor de Republikeinen om te concluderen dat de wet een ramp is en weer zo veel mogelijk moet worden uitgekleed.

Zo gemakkelijk zal dat echter niet gaan. Als de Republikeinen de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden krijgen, kunnen ze daar hun wetten erdoor krijgen, maar in de Senaat zal een Democratische meerderheid die vervolgens weer verwerpen. Als de Democraten het dinsdag bijzonder hard voor de kiezen krijgen en ook in de Senaat hun meerderheid verliezen, zullen ze zeker nog wel de 41 van de honderd zetels overhouden waarmee je besluiten kunt tegenhouden, omdat dit jaar maar een derde van alle senaatszetels op het spel staat. En dan heeft president Obama altijd zijn vetorecht nog.

Daar komt nog bij dat de Republikeinen er de komende jaren niet op hoeven te rekenen dat de weerzin bij hun aanhang tegen het zorgstelsel blijvend is. Nu al zijn er onderdelen van de wet – zoals het verbod om een zieke klant uit de verzekering te zetten – die populair zijn. Maar in het huidige politieke klimaat lijk je toch stemmen te kunnen winnen door de ziektekostenwet als een onversneden ramp te presenteren.

En eigenlijk gaat het ook zo met hele federale overheid. Een van de wonderlijkste onderdelen van politieke campagnes in de VS is het enthousiasme waarmee politici – waaronder mensen die hun halve leven in het Congres hebben doorgebracht, verzekeren dat ’Washington stuk is’. En die uitspraak doen ze al vele jaren, omdat ze weten dat die opmerking altijd op applaus bij de kiezers kan rekenen, van links tot rechts. En als genoeg kiezers het een probleem vinden, is een wisseling van de wacht aanstaande.

Onder aansporing van de Tea Party, de beweging tegen belasting en betutteling, beloven de Republikeinen het mes te zetten in de uit zijn krachten gegroeide staat. Onder hun leiding zal het begrotingstekort weer dalen tot een houdbaar niveau. Tegelijkertijd beloven ze de belastingen verder te verlagen.

De mensen die op basis daarvan op de Republikeinen stemmen, staat na dinsdag echter een teleurstelling te wachten. Enerzijds omdat de overdracht van de macht dit jaar nooit compleet kan zijn. En anderzijds omdat ook een groot aantal overheidstaken van de gemiddelde burger nooit afgestoten kan worden en daarmee de belastingen niet omlaag kunnen.

Het staatspensioen en het ziekenfonds voor ouderen moeten gewoon blijven, zei de overgrote meerderheid in een onderzoek van de Washington Post, de Henry J. Kaiser Family Foundation en de Harvard-universiteit. De overheid moet de armoede bestrijden, waken voor het milieu en zorgen voor goed onderwijs.

Zelfs aanhangers van de Tea Party willen sommige van die taken door de overheid uitgevoerd zien. Dat haalt het hart uit het Republikeinse programma.

In het onderzoek zeiden veel ondervraagden ook dat ’de prioriteiten van de overheid verkeerd zijn’ en dat ’het belastinggeld niet goed wordt uitgegeven’. Republikeinen waren verreweg het meest pessimistisch over de richting die hun land is ingeslagen. Maar 8 procent van hen gaf de overheid een zeven of hoger voor het werk dat ze doet, en ook bij de Democraten bleef het bij een forse minderheid van 42 procent.

Wat dinsdag de uitslag ook is, de kans is groot dat de stemming de komende jaren nog slechter wordt. En dat er in 2012 nog meer honger is naar verandering (’Change we can believe in’). Dat die verandering dan nog door president Obama belichaamd wordt, daar kan hij niet op rekenen. Tenzij de banen weer terug zijn.

Deel dit artikel