Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wie wist wat van de holocaust?

Home

door Seije Slager

Is de geschiedenis van de jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog welbewust verdraaid door Nederlandse historici?

De hele canon van de Nederlandse oorlogsgeschiedschrijving moet het ontgelden in Ies Vuijsje's 'Tegen beter weten in', dat gisteren verscheen. Historici Loe de Jong, Abel Herzberg en Jacques Presser negeerden en verdraaiden bronnen, schrijft Vuijsje. Zo hielpen ze mee met het creëren van de 'mythe' dat Nederlanders niets wisten van de kampen waarin de Joden tijdens de tweede wereldoorlog de dood vonden. Ook Nederlanders bestreden hun naoorlogse schuldgevoel dus met een Wir haben es nicht gewusst.

Het boek past in een traditie die zich keert tegen het clichébeeld van Nederland als onkreukbare natie in het aangezicht van de nazi-terreur. Dat beeld geldt in feite al als achterhaald. Al zeker twee decennia krijgen schoolkinderen te horen dat slechts een minderheid van de Nederlanders in het verzet zat. En een historicus als Chris van der Heijden vestigde al eerder de aandacht op het rijkgeschakeerde schemergebied tussen goed en fout.

En nu dus Ies Vuijsje. Hij wil aantonen dat Loe de Jong al eind 1942 op de hoogte was van de uitroeiïng van de Joden, niet pas een half jaar later, zoals De Jong zelf schrijft. De meeste bewijzen die Vuijsje daarvoor heeft zijn niet echt nieuw: het VPRO-radioprogramma 'OVT' verzamelde ze al eens in 2002.

Niet alleen historici leden achteraf aan een selectief geheugen, een groot deel van de Nederlanders zou geweten hebben wat zich afspeelde in de kampen. Dat poogt Vuijsje te bewijzen met krantenartikelen en dagboeken waarin gewag wordt gemaakt van de wisse dood die gedeporteerde Joden te wachten stond.

Dat is een omstreden stelling. Hannah Arendt, in haar boek over Eichmann, beschrijft dat zelfs binnen de SS slechts een selectief gezelschap ingewijd was in de precieze uitvoering van de Endlösung. Deze Geheimnistrüger, die wisten van de vergassingen, spraken zelfs in het bijzijn van andere nazi's in code. Als veel SS'ers al niet precies wisten wat er gaande was, konden gewone Nederlanders het dan wel weten?

Johannes Houwink ten Cate, hoogleraar genocidestudies aan de UvA, deed ook onderzoek naar dagboeken uit de oorlog. Hij bekritiseert de benadering van Vuijsje: “Het woord 'weten' gaat mij zo ver. Je kunt concluderen dat de ergste pessimisten achteraf op een verschrikkelijke manier gelijk hebben gekregen. Maar dat er allerlei berichten doorsijpelden betekent niet dat iemand iets zeker wist omtrent de kampen; niemand was er zelf geweest. Uit ons onderzoek bleek juist dat mensen pessimistischer werden over de nazi's als ze met eigen ogen een razzia gezien hadden, niet als ze er iets over gelezen hadden. Vroeger was iedereen goed, tegenwoordig wordt de schuld oeverloos opgerekt. Terwijl de discussie over genocide juist gebaat is bij een genuanceerd beeld over schuld, verantwoordelijkheid en medeplichtigheid.“

Deel dit artikel