Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wie mag de grootste militaire aankoop sinds de JSF gaan bouwen?

Home

Marno de Boer

© Louman & Friso

Wie gaat de vier Nederlandse Walrus-onderzeeërs vervangen? Een Nederlands bedrijf is favoriet voor de grootste militaire aankoop sinds de JSF. Maar ervaren buitenlandse werven azen ook op de miljardenorder.

De bouw van nieuwe onderzeeboten voor de Nederlandse marine belooft uit te draaien op een felle concurrentiestrijd. Dit jaar moet Defensie meer duidelijkheid geven over de koopplannen. Het draait om meer dan simpelweg een paar nieuwe schepen. Wil Nederland bijvoorbeeld eigen bedrijven de leiding geven, of met een ervaren buitenlandse werf in zee gaan? Kiest Defensie in dat geval voor verdieping van de al nauwe militaire samenwerking met Duitsland, of knoopt men juist banden met Frankrijk aan?

Lees verder na de advertentie

Het Franse bedrijf Naval Group probeert zich namelijk als outsider in de kijker te spelen. Om zich voor te stellen, organiseerde het bedrijf zelfs een reis voor Nederlandse journalisten naar de eigen werf in Cherbourg en de thuisbasis van de Franse marine in Toulon. "Ons probleem is dat we niet bekend zijn in Nederland, dat proberen we te veranderen", zegt Eric Chaplet. De voormalig admiraal en onderzeebootkapitein is tegenwoordig adviseur van de CEO van Naval Group en belast met de internationale verkoop van schepen.

Complicerende factor is dat de Nederlandse marine bijzondere eisen heeft

De gedoodverfde favoriet om de order binnen te halen is het Nederlandse Damen. Dat bedrijf bouwt alle oppervlakteschepen voor de Nederlandse marine. Het voerde de afgelopen jaren ook groot onderhoud uit aan de huidige vier onderzeeboten van de Walrusklasse. Maar omdat de bouwer daarvan, de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, medio jaren negentig failliet ging, ontbreekt bepaalde kennis in Nederland. Damen heeft hulp van het Zweedse Saab nodig om bijvoorbeeld de dikke stalen drukhuid te produceren die een onderzeeboot op een diepte van honderden meters beschermt tegen de hoge waterdruk.

De naam van een tweede bedrijf dat vaak valt, is het Duitse TKMS. Dat heeft samen met Naval Group het grootste deel van de Europese exportmarkt voor onderzeeboten in handen. Maar TKMS en de Duitse marine zitten momenteel in zwaar weer. Vorig jaar lagen alle zes de Duitse onderzeeboten tegelijkertijd met technische problemen aan de kade. Een nieuw fregat van TKMS had zoveel mankementen dat de Duitse marine weigerde het in de vaart te nemen. Het bedrijf is zelfs uitgesloten van een volgende order voor fregatten.

Baksteen

De vierde kandidaat waar de Nederlandse marine mee spreekt, is het Spaanse Navantia. Dat bouwt veel oppervlakteschepen, maar is een kleine speler in de onderzeebootmarkt. Het bedrijf werkt momenteel alleen aan vier onderzeeboten voor de Spaanse marine. Dat project is vertraagd omdat er rekenfouten in het ontwerp bleken te zitten. De boten dreigden zo zwaar te worden dat ze als een baksteen naar de zeebodem zouden zinken.

De tekst gaat verder onder de afbeelding

© TROUW L&F

Naval Group heeft de wind juist mee. In 2016 koos een nieuwe Australische regering onverwacht het Franse bedrijf voor de bouw van twaalf nieuwe onderzeeboten. Saab en TKMS visten achter het net. Dat lijkt het Franse bedrijf vertrouwen te hebben gegeven om zich ook in de Nederlandse race te mengen.

Ook in Nederland ligt er nog een lange discussie in het verschiet. De afgelopen jaren verrichte Defensie wel studies naar onderzeeboten, maar vanwege geldgebrek schoof het ministerie een besluit voor zich uit. Minister Ank Bijleveld is van plan eind dit jaar de Kamer te informeren wat voor type boot zij precies wil om de vier in de jaren negentig gebouwde schepen van de Walrusklasse te vervangen. In 2020 of 2021 moet er dan een contract met één fabrikant worden gesloten, zodat de eerste nieuw boot in 2027 in de vaart kan worden genomen.

Wereldwijd

Complicerende factor is dat de Nederlandse marine bijzondere eisen heeft. Het wil een conventioneel aangedreven boot, die wel wereldwijd kan opereren, bijvoorbeeld met een combinatie van dieselmotoren en krachtige batterijen. Op die manier kan de onderzeeër naar Caribisch Nederland varen, inlichtingen verzamelen in de Perzische Golf of Russische onderzeeboten opsporen in de Middellandse Zee of het Noordpoolgebied. De meeste landen met conventionele onderzeeërs gebruiken die vooral om de eigen kustwateren te verdedigen. Marines die echt ver van huis gaan, zoals de Britse, Russische of Franse, doen dat met nucleair aangedreven onderzeeboten. Er zijn maar enkele marines, bijvoorbeeld in Canada en Australië, wier manier van werken enigszins vergelijkbaar is. Den Haag kan dan ook niet zomaar een boot 'van de plank' kopen.

Frankrijk heeft nucleaire onderzeeboten waar het wereldwijd mee opereert. Australië, dat grote afstanden in Azië moet overbruggen, gaat met hulp van Naval Group een conventionele variant van de Franse nucleaire boot bouwen. Volgens Chaplet zou een iets kleinere versie van dit ontwerp precies aan de Nederlandse eisen voldoen.

Bij het Franse model kunnen kikvorsmannen met vier man tegelijk de boot verlaten, bij de huidige Walrus moet dat één voor één

Dat biedt ook extra capaciteiten die de Walrus nu niet heeft. Naval Group adverteert bijvoorbeeld met de mogelijkheid om kruisraketten af te schieten. Die hebben hun nut al bewezen, aldus Chaplet. "Begin dit jaar schoten we ze van een fregat op Syrië af. Binnenkort zitten ze ook op de nieuwe Franse onderzeeboten." Nederland zou volgens hem dus een systeem kopen waar de kinderziektes al zijn uitgehaald. Ook heeft het Franse ontwerp slaapvertrekken voor commando's, die in de Walrus in torpedobuizen moeten slapen. Bij het Franse model kunnen kikvorsmannen met vier man tegelijk de boot verlaten, bij de huidige Walrus moet dat één voor één.

De aanbiedingen van Damen-Saab en TKMS gaan uit van de tegenovergestelde aanpak. Zij produceren relatief kleine conventionele onderzeeboten en vergroten die voor de Nederlandse wensen. Ook op die manier is het mogelijk extra voorzieningen voor marinecommando's of kruisraketten te plaatsen.

Maar wat een nieuw wapensysteem kan, is niet het enige dat telt. VVD en CDA maakten de afgelopen jaren duidelijk dat zij nieuwe boten zoveel mogelijk in Nederland willen bouwen, zodat eigen bedrijven ervan profiteren. Ook de toenmalig commandant van de onderzeedienst, Hugo Ammerlaan, sprak zich hier enkele jaren geleden voor uit. D66-Kamerlid Salima Belhaj waarschuwde dan weer tegen een 'inrommel-tactiek', waarbij Defensie steeds kleine stapjes zet richting de keuze voor een bepaald wapensysteem, totdat de Kamer eigenlijk niet meer terug kan. Volgens haar is dat bij de JSF gebeurd. Destijds trok de Franse vliegtuigbouwer Dassault zich ook voortijdig terug uit de race, omdat het vond dat de keuze voor de JSF eigenlijk al vastlag.

Politiek-strategisch

De keuze voor een miljarden kostend wapensysteem dat tientallen jaren mee moet, is vaak ook een politiek-strategische keuze. Bij de keuze voor de Amerikaanse JSF als opvolger van de F16 telde bijvoorbeeld dat de luchtmacht al tientallen jaren nauw met de VS samenwerkt en dat de meeste Nederlandse vliegtuig- en helikopterpiloten in de VS worden opgeleid. De aankoop van de JSF bestendigde die strategische relatie.

De militaire band tussen Nederland en Frankrijk is vanouds weinig hecht. De Nederlandse luchtmacht en marine zijn Angelsaksisch georiënteerd, terwijl de landmacht nauw met Duitsland samenwerkt. Naval Group probeert nu de kaart te trekken van meer Europese defensiesamenwerking na de brexit. Frankrijk zal dan over de meest capabele krijgsmacht in de EU beschikken. Volgens Chaplet lijken de Nederlandse en Franse marines op elkaar, aangezien ze allebei wereldwijd militaire operaties willen uitvoeren. "Helaas is de samenwerking nog niet zo hecht als die eigenlijk zou moeten zijn."

De Franse marine ondersteunt het bod van Naval Group dan ook. Een bezoek aan de marinehaven in Toulon maakt deel uit van de persreis. Olivier Regnault, hoofd van de opleiding voor onderzeebootpersoneel, laat vol trots simulators zien van de commandocentrale en besturing van de nieuwe Franse nucleaire onderzeeërs. De eerste daarvan komt in 2020 in de vaart, maar het personeel traint nu alvast om er straks direct mee overweg te kunnen. Volgens een andere medewerker van Naval Group, Stephan Meunier, kan de Nederlandse marine met dergelijke simulators ook naadloos overstappen van de Walrus op een Franse opvolger.

Kapitein

Meunier is net als Chaplet een voormalig onderzeebootkapitein van de Franse marine. De banden tussen de scheepswerf en de Franse staat zijn dan ook hecht. De Franse staat is voor tweederde eigenaar van het bedrijf en koopt er al zijn schepen. Volgens Chaplet is dat een voordeel. "Het biedt ons continuïteit, zodat een klant zeker weet dat we over twintig of dertig jaar nog steeds bestaan."

Maar de verwevenheid kan ook in het nadeel van de Fransen werken. Parijs maakt gretig gebruik van Europese regels die het toestaan om defensieaankopen aan eigen bedrijven te gunnen, in plaats van opdrachten openbaar aan te besteden. De vraag is dan ook waarom Nederland schepen zou kopen van een land dat niet of nauwelijks tegenorders plaatst.

Deze maand moet Naval Group bij het ministerie van economische zaken een plan voorleggen hoe Nederland ook economisch kan profiteren van een order bij het Franse bedrijf. Een van de pijlers waarop Chaplet wil inzetten is meer samenwerking bij ontwikkeling van nieuwe wapensystemen. "We kunnen niet alles zelf onderzoeken. Dus het zou goed zijn als we als onderdeel van een onderzeebootdeal in de toekomst onderzoek met Nederland kunnen delen."

Het Franse bedrijf hint er ook op dat het als winnaar van een Nederlandse aanbesteding rivaal Damen toch weer bij het project kan betrekken. Want of Damen nu samenwerkt met het Zweedse Saab of Naval Group, in iedere constellatie is er een combinatie van Nederlandse bedrijven en een buitenlandse werf met specialistische kennis op het gebied van onderzeebootbouw nodig. "Onze deur staat open voor Damen", belooft marketingmanager Didier Jorioz dan ook.

Lees ook: Damen en Saab willen samen nieuwe onderzeeërs bouwen

Met moderne onderzeeboten moet Nederlandse marine vanaf 2025 Rusland afschrikken.

Deel dit artikel

Complicerende factor is dat de Nederlandse marine bijzondere eisen heeft

Bij het Franse model kunnen kikvorsmannen met vier man tegelijk de boot verlaten, bij de huidige Walrus moet dat één voor één