Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wie goedkoop wil, zoekt maar een ander

Home

Anniek van den Brand en Jelle Brandsma

Cees Anker, directeur van busbedrijf Connexxion, ziet het al voor zich: aftandse bussen met chagerijnige chauffeurs. Dat schrikbeeld wordt werkelijkheid als gemeenten en provincies in de toekomst kiezen voor de goedkoopste vervoerder. Concurrentie in het openbaar vervoer vindt hij prima, maar wie alleen goedkoop wil, zoekt maar een ander. Anker wil de al jaren durende daling van het aantal busreizigers binnen drie jaar omkeren in drie procent groei.

Het naambordje is nog met plakband op het glazen schot naast de receptie bevestigd. Maar algemeen directeur Cees Anker zegt al helemaal gewend te zijn aan het nieuwe kantoor. Een week geleden verhuisde Connexxion, voorheen Verenigd Streekvervoer Nederland, van Utrecht naar een Hilversums bedrijventerrein.

,,We hadden last van het imago van ons kantoor in Utrecht'', zegt Anker. ,,Het was te glimmend, te sjiek, te onbescheiden. Hoewel we maar twee van de zeven verdiepingen in gebruik hadden, leek het alsof we de hele tent bestierden. Een immens logo op de gevel, een gigantische ontvangsthal met prachtige suède banken. Dat wekte irritiatie, vooral bij politiek Den Haag. Het had ook wat tegenstrijdigs: leven bij de gratie van subsidies en het dan zo breed laten hangen. Dit kantoor is vooral functioneel, het past beter.''

De verhuizing lijkt het sluitstuk van een paar hectische jaren waarin de ene reorganisatie nog niet was afgerond als de volgende alweer werd ingezet, topmannen elkaar met veel gekrakeel opvolgden en de vervoerders vooral met hun eigen positie bezig waren in plaats van oog te hebben voor de reiziger. En dat allemaal omdat de politiek het zat was sloten geld door te sluizen naar een bedrijf dat het eigenlijk alleen maar lastig leek te vinden dat er af en toe eens een bejaarde of een scholier zonder rijbewijs in de bus stapte - in jargon de 'gedwongen reizigers' zonder alternatief vervoer, haast de enige groepen klanten die het streekvervoer heeft.

Concurrentie moet de busbedrijven prikkelen de klant tot koning te maken. Tot een paar jaar geleden waren alle regionale streekvervoersbedrijven aangesloten bij Verenigd Streekvervoer Nederland (VSN). VSN was met een marktaandeel van 98 procent een monopolist. Om nieuwkomers op de vervoermarkt een kans te geven, zette het ministerie van verkeer en waterstaat de vervoersmoloch onder druk zichzelf op te delen in nieuwe, kleinere bedrijven. Zolang VSN meer dan de helft van de streekvervoermarkt beheerst, mag het niet meedingen naar exclusieve vervoervergunningen die in de toekomst per provincie of gemeente openbaar worden aanbesteed, bepaalde het ministerie. Daarop brak het bedrijf inderdaad in stukken.

De noordelijke VSN-bedrijven, Veonn en Hanze, zijn verkocht aan het Britse vervoersbedrijf Arriva. En om de nieuwe strategie en de breuk met het verleden te onderstrepen wijzigde VSN de degelijke Hollandse naam onlangs in - het afschuwelijke - Connexxion. Onder de Connexxion Holding - waartegen de minister geen bezwaar heeft - vallen nu nog een aantal los van elkaar opererende dochterbedrijven: de Brabantse BBA staat op eigen benen, evenals de Limburgse streekvervoerder Hermes. De grootste dochteronderneming heet (net als de holding) Connexxion en daarin zijn de regionale vervoerders NZH, Midnet, ZWN en Oostnet gefuseerd.

Connexxion heeft nog steeds een marktaandeel van 65 procent in het streekvervoer. Teveel, volgens de maatstaven van Den Haag, dat destijds de grens trok bij 50 procent. Volgens Anker kan echter met evenveel recht worden gesteld dat Connexxion een marktaandeel heeft van slechts 20 procent, wat zou betekenen dat zijn club kan groeien. ,,Het is maar wat je meerekent,'' redeneert de directeur. ,,Wij zijn actief in het regionale en lokale collectieve personenvervoer. Tel je op wat onze concurrenten in die markt doen, de stadsvervoerders, de Nederlandse Spoorwegen, Arriva, de BBA en Hermes, dan heeft Connexxion maar eenvijfde in handen.'' Tegen die argumentatie valt in te brengen dat Connexxion appels met peren vergelijkt. Spoor- en stadsvervoer zijn tot nu toe altijd als andere markten beschouwd.

Hoe de politiek dat ziet, zal blijken wanneer de nieuwe Wet Personenvervoer wordt behandeld in het parlement. Dan moet de zogeheten 'betwistbare markt' duidelijk zijn omschreven. Is het aandeel nog steeds te hoog dan zit er voor Connexxion weinig anders op dan zelf marktaandeel af te stoten. ,,Dan moeten we beginnen met het afstoten van onrendabele contracten.'' De dochterbedrijven Hermes en BBA verkopen, lost volgens Anker nauwelijks iets op. ,,Hermes bijvoorbeeld heeft maar een marktaandeel van 6 procent.'' De zuidelijke vervoersbedrijven verkopen aan buitenlanders heeft alleen zin als Connexxion daarmee bereikt dat het zelf ook in het buitenland mag rijden, vindt de directeur.

,,Als Den Haag ons een kopje kleiner wil maken, dan kan dat'', constateert Anker nuchter. ,,Maar het valt volstrekt niet uit te leggen aan onze 13 000 medewerkers. Toen de politiek begon te klagen over onze prestaties, hebben wij niet met een plastic zak over ons hoofd zitten wachten tot de bui zou overwaaien. We hebben afscheid genomen van onze vrienden uit het noorden, we hebben acht-, negenhonderd mensen moeten ontslaan, we hebben streekvervoerbedrijven met elkaar laten fuseren, we zijn getransformeerd. Met alle respect voor het verleden: we zaten inderdaad te ruim in ons jasje. We waren te duur. En we waren te weinig met de klant bezig. We boerden alleen maar achteruit, we verloren zo'n twee procent reizigers per jaar. Maar dat is verleden tijd. Dus wil ik mee kunnen doen met de aanbestedingen.''

Anker weet waarover hij praat. Jarenlang werkte hij bij de de voormalige streekvervoerders TET en Midnet. ,,Dat was een redelijk risicoloze periode. We waren gelieerd aan de overheid, we hadden het idee dat we zonder al te veel problemen onze vut konden halen bij het streekvervoer. Brave jongens leken we, die zelf niks tekort kwamen. Het oude VSN heeft nooit kans gezien één onderneming te smeden van al die regionale dochterbedrijven. Iedereen had zijn eigen plannen, zijn eigen raad voor commissarissen, en kon zich verschuilen achter zijn eigen muurtje. En ja, Cees Anker deed daar ook aan mee.''

Bent u dan wel de man om het bedrijf een nieuw tijdperk binnen te leiden?

,,Dat weet ik niet, dat moet je aan anderen vragen. Feit is dat de bedrijven nu zijn gefuseerd, en dat ik als geen ander alle trucs ken om je eigen winkel te bewaken. Ik geef geen millimeter ruimte aan sentimenten als 'bij de ZWN deden we het altijd anders'. Helemaal over is het nog niet, maar het wordt snel minder. Het doet er niet toe of het de Midnet- of de NZH-manier was. We moeten gewoon zoeken naar de beste methode. Er zijn veel nieuwe mensen gekomen. Ik heb ze erop uitgezocht: leveren ze een meerwaarde aan het bedrijf als geheel. Voor sommige mensen ben ik een vertrouwd gezicht, voor velen ook niet. Erg populair ben ik niet: ik ben lastig, veeleisend, heb geen geduld, ben het type 'niet lullen maar poetsen'. Maar ik kan tegelijkertijd ook mensen binden en motiveren.''

Er lopen veel goede mensen weg naar concurrenten.

,,De ondernemingsraad vroeg me onlangs ook of ik er niet zenuwachtig van werd dat Arriva twee managers van ons had weggekocht. Maar er komen ook mensen van Arriva naar ons. Laten we in vredesnaam blij zijn met nieuw bloed, heb ik gezegd. De angst dat de goeden vertrekken en de slechten blijven, is ongegrond. We lopen de hele organisatie door en beoordelen managers. Wie niet op zijn taak is berekend, moet echt iets anders zoeken.''

De grootste omslag moet nog komen, zegt Anker. ,,In september gaan we onze negenduizend chauffeurs vertellen wat we van ze willen. Een chauffeur moet behulpzaam zijn, geïnteresseerd in de klant. Met een nieuwe naam, een nieuw kantoor en nieuwe stickers op de bussen zijn we er niet.'' Hij gaat zelf met de eerste honderd chauffeurs praten. ,,Ik ga ze niet vervelen met een zwik lichtbeelden en marketingplannen vol vage woorden als 'implementeren' en 'synergie'. Ik ga ze harde toezeggingen doen over nieuw materieel, nieuwe chauffeursstoelen, het opknappen van chauffeursverblijven, over extra collega's. Met de datum erbij. Wij als top hebben het een tijdlang laten afweten tegenover de chauffeurs. Wij hebben te weinig gedaan met hun suggesties, terwijl zij het beste weten wat de klant wil en de klant van dat hele vervoerbedrijf doorgaans alleen de chauffeur ziet. Communiceren is tegenwoordig het motto. Maar communiceren is ook: af en toe vijf minuten je mond houden en luisteren naar wat mensen die diep in de organisatie zitten te zeggen hebben.''

Binnen drie jaar moet Connexxion in de ogen van de klant de beste personenvervoerder van Nederland zijn, zegt Anker. ,,Dat klinkt zwaar, maar dat is het streven. We mikken op drie procent reizigersgroei per jaar. We richten ons niet op verstokte automobilisten want die krijg je nooit een bus in. Wel op mensen die om nu geen gebruik maken van het openbaar vervoer alleen om subjectieve, imago-redenen. Er zullen dingen misgaan, zeker. Van mij zul je dus ook geen hemelbestormende verhalen horen. Openbaar vervoer moet gewoon dicht bij de mensen staan. Zo simpel is het, en zo moeilijk.''

In een poging de klant dan toch eindelijk te leren kennen, hebben een aantal bewoners van Katwijk een medewerker van Connexxion aan de deur gehad. ,,We hebben gewoon aangebeld. Gezegd: uit gemeentelijke gegevens weten we dat u hier pas woont. Wat zou u nou willen dat het openbaar-vervoerbedrijf voor u deed? Dat hebben we aan de keukentafel met ze doorgepraat. De mensen reageerden verrast: een busboer die zomaar komt praten over de vervoersbehoefte, dat was nog nooit vertoond. Voor ons is het interessant om te weten of het emotionele vooroordelen zijn die ze uit de bus houdt, of praktische problemen die wij kunnen oplossen.''

Over u wordt gezegd dat u ook nog nooit een bus van binnen heeft gezien, behalve de spelersbus van FC Twente, waarvan u voorzitter was.

,,Ha, ja, ik reis echt veel te weinig met het openbaar vervoer. In mijn woonplaats Enschede neem ik wel eens de bus om de parkeerproblemen te omzeilen. Ik zou met de trein van mijn huis naar mijn werk kunnen komen. Maar dan zit ik tussen al die bellende zakenmannen in de eerste klas, die zo graag willen laten horen dat ze heel belangrijk zijn door heel hard te gaan praten. Ik bel liever in de auto.''

Deel dit artikel